Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BR5808

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
17-08-2011
Datum publicatie
25-08-2011
Zaaknummer
746419 CV Expl. 11-1655
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Hennepzaak. De door gedaagde aangevoerde omstandigheden maken niet dat sprake is van een dermate geringe tekortkoming of een tekortkoming van een zodanig bijzondere aard dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

burgerlijk recht, sector kanton

Locatie Wageningen

zaakgegevens 746419 \ CV EXPL 11-1655 \ MB\392\mvl

uitspraak van 17 augustus 2011

vonnis

in de zaak van

de stichting Stichting Woonstede

gevestigd te Ede

eisende partij

gemachtigde mr. R. Boekhoff

tegen

[gedaagde partij]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

gemachtigde mr. M.L.E. Storm van ’s Gravesande

toevoegingsnummer [nummer]

Partijen worden hierna Woonstede en [gedaagde partij] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 mei 2011

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 12 juli 2011.

2. De feiten

2.1. Woonstede verhuurt sinds 21 mei 1977 aan [gedaagde partij] op grond van een schriftelijke huurovereenkomst de woning aan het [straat en nummer] in [woonplaats].

2.2. Op de huurovereenkomst zijn de ‘Algemene huurvoorwaarden voor zelfstandige woonruimte’ (hierna: ‘de algemene voorwaarden’) van toepassing. Artikel 6.5 van de algemene voorwaarden bepaalt:

Het is huurder niet toegestaan in het gehuurde hennep te kweken, dan wel andere activiteiten te verrichten die op grond van de Opiumwet strafbaar zijn gesteld.

2.3. Op 3 maart 2011 is in de door [gedaagde partij] gehuurde woning door de politie een hennepplantage aangetroffen met een grootte van (tenminste) 160 planten. In de woning waren lampen, kabels en een afzuiginstallatie aangebracht ten behoeve van de plantage.

3. De vordering en het verweer

3.1. Woonstede vordert de ontbinding van de huurovereenkomst, alsmede de ontruiming door [gedaagde partij] van het gehuurde. Voorts vordert Woonstede veroordeling van [gedaagde partij] in de kosten van deze procedure.

3.2. Woonstede legt aan de vordering ten grondslag dat het aanwezig hebben door [gedaagde partij] van de hennepplantage een tekortkoming inhoudt die de ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Woonstede wijst onder meer op het bepaalde in de algemene voorwaarden.

3.3. [gedaagde partij] voert gemotiveerd verweer. [gedaagde partij] voert aan dat de belangen van Woonstede moeten worden afgewogen tegen zijn belangen. [gedaagde partij] wijst erop dat hij reeds 34 jaar een goed huurder is. [gedaagde partij] voert voorts aan dat de hennepplantage geen gevaar veroorzaakte. Tenslotte voert [gedaagde partij] aan dat hij in verband met zijn zwakke gezondheid een groot belang bij een woning, heeft. Indien ontruiming wordt toegewezen, komt [gedaagde partij] op straat te staan.

4. De beoordeling

4.1. Met Woonstede, en anders dan [gedaagde partij], is de kantonrechter van oordeel dat de vordering tot ontbinding aan de hand van artikel 6:265 BW dient te worden beoordeeld en niet aan de hand van een afweging van de betrokken belangen. Nu [gedaagde partij] de aanwezigheid van de hennepplantage alsmede de omvang daarvan heeft erkend, is - mede op grond van de algemene voorwaarden - evident sprake van een tekortkoming van [gedaagde partij]. Iedere tekortkoming rechtvaardigt in beginsel de ontbinding van een overeenkomst.

4.2. Beoordeeld dient dan te worden of de tekortkoming zodanig gering is of van zodanig bijzondere aard is dat deze de ontbinding niet rechtvaardigt. De kantonrechter zal de door [gedaagde partij] aangevoerde omstandigheden in die zin beoordelen.

4.3. De kantonrechter is van oordeel dat de omstandigheid dat niet is aangetoond dat concreet brandgevaar is ontstaan door de hennepplantage niet afdoet aan de ernst van de tekortkoming. Zou al geen sprake zijn geweest van brandgevaar of beschadiging van de woning, zoals door [gedaagde partij] aangevoerd en door Woonstede betwist, dan nog is het aanwezig hebben van (tenminste) 160 hennepplanten een ernstige tekortkoming.

Daarbij komt dat [gedaagde partij] zelf heeft aangevoerd dat hij zogenaamde ‘moederplanten’ teelde, die geregeld door derden in zijn woning werden geknipt. Die – voor Woonstede ongewenste – toeloop van bij de hennepteelt betrokken personen is een ‘verzwarende’ omstandigheid die tegenover de door [gedaagde partij] aangevoerde ‘verlichtende’ omstandigheden staat, wat er verder ook zij van die omstandigheden. Overigens is in artikel 6.5 van de algemene voorwaarden iedere vorm van hennepteelt verboden, zonder dat daarin iets over bijkomende omstandigheden wordt gesteld.

4.4. Ook het huurverleden en de persoonlijke omstandigheden van [gedaagde partij] maken niet dat de tekortkoming, in het licht daarvan, als gering moet worden aangeduid of van een zodanige bijzondere aard dat ontbinding niet gerechtvaardigd zou zijn. [gedaagde partij] heeft willens en wetens het risico genomen dat hij, bij ontdekking van de plantage, de thans gevorderde consequenties zou moeten ondergaan. Onweersproken is immers dat hij op de hoogte was van het beleid aangaande hennepteelt van woningcorporaties in het algemeen en Woonstede in het bijzonder dat inhoudt dat bij hennepteelt de ontbinding van de huurovereenkomst wordt nagestreefd. De kantonrechter merkt nog op dat het verleden als goed huurder geen ‘bonus’ oplevert die maakt dat Woonstede meer moet tolereren van [gedaagde partij].

4.5. [gedaagde partij] heeft nog gesteld dat uitzonderingen mogelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer zes hennepplanten worden aangetroffen waar vijf zijn toegestaan. Die stelling kan onbesproken blijven omdat van een dergelijke situatie geen sprake is nu in de woning van [gedaagde partij] tenminste 160 planten (Woonstede gaat uit van hoger aantal, 200) zijn aangetroffen.

4.6. De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt toegewezen, nu op grond van het vorenstaande wordt geoordeeld dat geen sprake is van een zodanige tekortkoming dat de ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. De termijn van ontruiming wordt op veertien dagen na betekening van dit vonnis gesteld. De gevorderde machtiging om de hulp van de politie in te roepen wordt afgewezen, omdat deze, gelet op het bepaalde in artikel 2 Politiewet, niet nodig is.

4.7. [gedaagde partij] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. ontbindt de huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan het [straat en nummer] in [woonplaats];

5.2. veroordeelt [gedaagde partij] om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de woning met alles wat van [gedaagde partij] is en ieder die bij [gedaagde partij] hoort, te verlaten en te ontruimen en de sleutels af te geven aan Woonstede;

5.3. machtigt Woonstede om, als [gedaagde partij] niet tot ontruiming overgaat, die ontruiming zelf te laten uitvoeren;

5.4. veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Woonstede begroot op € 95,81 aan dagvaardingskosten, € 106,00 aan griffierecht en € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde;

5.5. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.J. Blaisse en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2011.