Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BR4961

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-07-2011
Datum publicatie
15-08-2011
Zaaknummer
208501
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Buitenlandse gedaagden.

Rechtbank bevoegd omdat de vrijwillige verschijning van gedn.conv./eis.reconv. moet worden aangemerkt als een indirecte forumkeuze als bedoeld in artikel 24 van de EEX-Verordening.

Incasso. Verwijzing naar de rol voor het nemen van een akte waarbij ged.2conv./eis.2reconv. zich dient uit te laten over de vraag of hij wil worden toegelaten tot het leveren van bewijs van de contante betaling ad € 9.000,-- op 1 mei 2010 door ged.2conv./eis.2reconv. aan eis.conv./ged.reconv.. Ten slotte dient ged2conv./eis.2reconv. zich in de akte uit te laten over hoe hij het bewijs wenst te leveren (welke getuigen en/of stukken).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 208501 / HA ZA 10-2346

Vonnis van 20 juli 2011

in de zaak van

[eis.conv./ged.reconv.]

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. R.J.G. Mengelberg te Bussum,

tegen

1. [ged.1conv./eis.1reconv.],

wonende te [woonplaats],

2. [ged.2conv./eis.2reconv.],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. P.J.M. Hermsen te Bemmel, gemeente Lingewaard.

Partijen zullen hierna [eis.conv./ged.reconv.] en [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 februari 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 23 mei 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eis.conv./ged.reconv.] was voorheen eigenaar van de chambre d’hôtes [naam chambre d'hôtes] (hierna: [naam chambre d'hôtes]). [eis.conv./ged.reconv.] heeft [naam chambre d'hôtes] verkocht aan [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.].

2.2. Op 24 december 2009 is een schriftelijke overeenkomst gesloten. Hierin staat, voor zover relevant:

Schuldbekentenis [naam chambre d'hôtes]

De ondergetekenden:

1. De heer G. [ged.2conv./eis.2reconv.] ([datum+plaats]) wonende te [woonplaats], te dezen handelend voor zichzelf in privé, verder te noemen de schuldenaar,

en

2. W. [eis.conv./ged.reconv.], [geboortedatum+plaats], wonende te [woonplaats], hierna verder te noemen de schuldeiser,

Verklaren te zijn overeengekomen als volgt:

Schuldenaar is schuldeiser een bedrag schuldig van € 80.000,00.

Het genoemde bedrag dient in zijn geheel enkele dagen voorafgaande aan de definitieve tekening contant te worden voldaan in Nederland. Streefdatum 1 maart 2010.

Indien het bedrag niet volledig en op afgesproken tijdstip wordt betaald zal de gehele transactie (aankoop pand in Frankrijk) niet plaatsvinden.

De overeenkomst is ondertekend door [eis.conv./ged.reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.].

2.3. Nadien is het verschuldigde bedrag verlaagd van € 80.000,-- tot € 50.000,--.

2.4. Op 1 maart 2010 is € 10.000,-- betaald aan [eis.conv./ged.reconv.].

2.5. Op 1 mei 2010 is wederom een schriftelijke overeenkomst gesloten. Hierin staat, voor zover relevant:

Hierbij verklaren W.[eis.conv./ged.reconv.] en G. [ged.2conv./eis.2reconv.] te zijn overeengekomen dat [naam chambre d'hôtes] zo spoedig mogelijk wordt overgenomen voor een totaal bedrag van

€ 570.000 euro.

Hiervan wordt er € 520.000 euro gepasseerd via de notaris in Frankrijk en

€ 50.000 uit andere middelen.

Inmiddels is er € 19.000 van het contante bedrag betaald, vandaag 1 mei wordt er € 10.000 euro overgemaakt en uiterlijk dinsdag 4 mei nogmaals € 10.000 euro.

Het restant van € 11.000 wordt verrekend als alles afgerond is.

De overeenkomst is ondertekend door [eis.conv./ged.reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.].

2.6. Op 3 mei 2010 is € 10.000,-- aan [eis.conv./ged.reconv.] betaald.

2.7. [eis.conv./ged.reconv.] heeft diverse bedragen ontvangen van derden als aanbetaling op een verblijf in [naam chambre d'hôtes] (hierna: reserveringsgelden).

2.8. Op 15 juni 2010 heeft de notaris de transportakte betreffende [naam chambre d'hôtes] gepasseerd. [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.] zijn vanaf het vakantieseizoen 2010 uitbater van [naam chambre d'hôtes].

2.9. [eis.conv./ged.reconv.] heeft beslag gelegd op het huis en de bankrekeningen van [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.].

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eis.conv./ged.reconv.] vordert samengevat - veroordeling van [gedn.conv./eis.reconv.] tot betaling van

€ 19.395,--, vermeerderd met rente en kosten. Dit bedrag betreft volgens [eis.conv./ged.reconv.] hetgeen van het bedrag ad € 50.000,-- resteert na vermindering met de gedane betalingen en verrekening met betaalde reserveringsgelden.

3.2. [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.] voeren verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. [ged.2conv./eis.2reconv.] vordert samengevat - veroordeling van [eis.conv./ged.reconv.] tot het op deugdelijke wijze afleggen van rekening en verantwoording aan [ged.2conv./eis.2reconv.] met betrekking tot de door [eis.conv./ged.reconv.] ten behoeve van het seizoen 2010 ontvangen reserveringsgelden, zulks binnen 14 dagen, onder verbeurte van een dwangsom.

3.5. [eis.conv./ged.reconv.] voert geen verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. Aangezien [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.] in het buitenland woonachtig zijn, rijst de vraag of deze rechtbank bevoegd is om van het geschil tussen partijen kennis te nemen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend, omdat de vrijwillige verschijning van [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.] moet worden aangemerkt als een indirecte forumkeuze als bedoeld in artikel 24 van de EEX-Verordening.

4.2. Alhoewel de feitelijke overdracht van [naam chambre d'hôtes] inmiddels is gerealiseerd, resteert er thans nog een gedeelte van de financiële afwikkeling. Het bedrag ad € 50.000,-- betreft het gedeelte van de koopsom van [naam chambre d'hôtes] dat in Nederland voldaan diende te worden. [eis.conv./ged.reconv.] vordert nakoming van de overeenkomst van 1 mei 2010. De vordering van [ged.2conv./eis.2reconv.] in reconventie is ook gebaseerd op nakoming van de overeenkomst van 1 mei 2010.

in reconventie

4.3. [eis.conv./ged.reconv.] voert geen verweer tegen de vordering tot het afleggen van rekening en verantwoording. Ter zitting heeft hij zich bereid verklaard de desbetreffende bankafschriften te overleggen.

4.4. Deze vordering zal derhalve worden toegewezen met dien verstande dat de gevorderde dwangsom wordt gemaximeerd tot € 7.000,--.

4.5. [eis.conv./ged.reconv.] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [ged.2conv./eis.2reconv.] worden begroot op:

- explootkosten € 0,00

- salaris advocaat 579,00 (2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 579,00)

Totaal € 579,00

in conventie

4.6. [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.] betwisten in de eerste plaats dat [ged.1conv./eis.1reconv.] ook partij is bij de nadere overeenkomst. Naar de rechtbank begrijpt strekt dit verweer zich uit tot zowel de overeenkomst van 24 december 2009 als de overeenkomst van 1 mei 2010. [eis.conv./ged.reconv.] stelt dat [ged.1conv./eis.1reconv.] ook partij is bij deze overeenkomsten, omdat [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.] samen [naam chambre d'hôtes] hebben gekocht en het dus de bedoeling is geweest dat ook [ged.1conv./eis.1reconv.] aansprakelijk is voor het voldoen van de koopsom. Ter onderbouwing heeft hij erop gewezen dat de betaling van 3 mei 2010 afkomstig is van een gezamenlijke rekening van [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.]. [ged.1conv./eis.1reconv.] betwist partij te zijn bij de overeenkomsten en voert aan dat de gedane betalingen dat niet anders maken. Zij verwijst naar de inhoud van de overeenkomsten.

4.7. Vast staat dat [ged.1conv./eis.1reconv.] niet genoemd wordt als partij in de overeenkomsten van 24 december 2009 en 1 mei 2010. Zij heeft de overeenkomsten ook niet ondertekend. Ook staat er niet in dat [ged.2conv./eis.2reconv.] mede namens [ged.1conv./eis.1reconv.] optreedt. Op grond van de overeenkomst is zij dus geen partij. Voor het aannemen van het feit dat zij via een andere weg wel partij is geworden bij de overeenkomst is onvoldoende gesteld. De enkele bedoeling van partijen is daarvoor onvoldoende en het feit dat de betaling afkomstig is van een gezamenlijke rekening is in dit kader niet relevant. Vooralsnog moet het er daarom voor gehouden worden dat [ged.1conv./eis.1reconv.] geen partij is bij de overeenkomsten van 24 december 2009 en 1 mei 2010.

4.8. Centrale vraag in deze zaak is hoeveel [ged.2conv./eis.2reconv.] nog verschuldigd is aan [eis.conv./ged.reconv.]. Het bestaan en de inhoud van de overeenkomsten wordt niet betwist. Ook zijn partijen het erover eens dat op de overeenkomst van 1 mei 2010 Nederlands recht van toepassing is. [ged.2conv./eis.2reconv.] voert enkel op twee punten verweer tegen de hoogte van de vordering. In de eerste plaats stelt hij dat hij meer heeft betaald dan [eis.conv./ged.reconv.] stelt. In de tweede plaats doet hij een beroep op verrekening.

4.9. Volgens [eis.conv./ged.reconv.] bedraagt het restant van de koopsom:

€ 50.000,--

€ 10.000,-- -/- 1 maart 2010

€ 9.000,-- -/- verrekening met reserveringsgelden ontvangen vóór 1 mei 2010

€ 10.000,-- -/- 3 mei 2010

€ 1.605,-- -/- verrekening met reserveringsgelden ontvangen na 1 mei 2010

€ 19.395,--

Ter zitting heeft [eis.conv./ged.reconv.] erkend dat de ontvangen reserveringsgelden niet € 10.605,-- bedragen, maar € 11.390,--, zodat er thans nog € 18.610,-- van de koopsom resteert.

4.10. [ged.2conv./eis.2reconv.] berekent het restant van de koopsom als volgt:

€ 50.000,--

€ 10.000,-- -/- 1 maart 2010

€ 9.000,-- -/- 1 mei 2010

€ 10.000,-- -/- 3 mei 2010

€ 21.000,--

Volgens [ged.2conv./eis.2reconv.] resteert er derhalve een bedrag ad € 21.000,--. Volgens [ged.2conv./eis.2reconv.] dienen de ontvangen reserveringsgelden ad € 11.390,-- hiermee verrekend te worden en dienen daarnaast door hem gedane betalingen ad € 3.048,87 ten behoeve van [naam chambre d'hôtes] hiermee verrekend te worden, zodat slechts € 6.561,13 resteert. Dit laatstgenoemde bedrag is volgens [ged.2conv./eis.2reconv.] pas opeisbaar als [eis.conv./ged.reconv.] rekening en verantwoording heeft afgelegd over de door hem ontvangen reserveringsgelden.

verrekening

4.11. Door de erkenning van [eis.conv./ged.reconv.] ter zitting zoals hiervoor opgemerkt onder 4.9., is de verrekening van reserveringsgelden ad € 11.390,-- niet langer in geschil. Thans resteert de vraag of de door [ged.2conv./eis.2reconv.] aangevoerde betalingen ten behoeve van [naam chambre d'hôtes] ad

€ 3.048,87 met de koopsom verrekend kunnen worden. [ged.2conv./eis.2reconv.] heeft een overzicht overgelegd van 15 posten die volgens hem verrekend dienen te worden. [eis.conv./ged.reconv.] heeft ter zitting erkend dat behalve de reserveringsgelden ook de kosten voor [naam chambre d'hôtes] verrekend zouden worden, maar voert verweer op diverse posten. Ter zitting heeft [ged.2conv./eis.2reconv.] zich bereid verklaard de posten 7 tot en met 15 voor zijn rekening te nemen, en verklaard dat post 5 inmiddels door [eis.conv./ged.reconv.] is betaald. Derhalve resteren post 1 tot en met 4 en post 6.

4.12. Over de posten 1, 2 en 4 heeft [ged.2conv./eis.2reconv.] het volgende verklaard:

De posten 1, 2 en 4 van productie 1 bij de conclusie van antwoord zien op websites. [eis.conv./ged.reconv.] heeft ons gevraagd of wij deze wilden aanhouden. Wij wilden dat graag. Hij zei: ‘dan stuur ik de rekening door, die moet jij dan betalen’. Wij hebben deze rekeningen ook betaald, er van uitgaande dat wij [naam chambre d'hôtes] over zouden nemen.

Hieruit volgt dat partijen kennelijk met betrekking tot deze posten zijn overeengekomen dat [ged.2conv./eis.2reconv.] deze zou betalen. Immers, het voorstel hiertoe van [eis.conv./ged.reconv.] heeft [ged.2conv./eis.2reconv.] geaccepteerd door de rekeningen ook te betalen. Nu [ged.2conv./eis.2reconv.] ook [naam chambre d'hôtes] heeft overgenomen, staat deze mondelinge afspraak in de weg aan een beroep op verrekening ten aanzien van deze posten.

4.13. Over post 3 heeft [ged.2conv./eis.2reconv.] het volgende verklaard:

Post 3 ziet op de makelaar die wij, na overleg met [eis.conv./ged.reconv.], hebben ingeschakeld omdat wij zo lang moesten wachten op het taxatierapport van zijn taxateur.

Deze kosten hebben geen betrekking op de exploitatie van [naam chambre d'hôtes], maar op een taxatie. Deze taxatie is uitgevoerd in opdracht van [ged.2conv./eis.2reconv.]. Niet valt in te zien waarom [eis.conv./ged.reconv.] aansprakelijk is voor deze kosten. Het feit dat zijn taxateur lang op zich liet wachten en het feit dat de makelaar is ingeschakeld na overleg met [eis.conv./ged.reconv.] maken dit niet anders. Deze post komt daarom niet voor verrekening in aanmerking.

4.14. Post 6 ziet op een factuur van een bedrijf dat werkzaamheden verricht aan zwembaden. De factuur dateert van 28 april 2010. Nu [eis.conv./ged.reconv.] heeft erkend dat deze factuur ziet op werkzaamheden die in zijn opdracht zijn gedaan en de factuur dateert van voor het overnemen van de exploitatie door [ged.2conv./eis.2reconv.], is de rechtbank van oordeel dat deze post voor verrekening in aanmerking komt. Het betreft een bedrag ad € 140,--. Dit bedrag strekt in mindering op het restant van de koopsom.

gedane betalingen

4.15. [ged.2conv./eis.2reconv.] voert daarnaast aan dat hij nog contant een bedrag ad € 9.000,-- aan [eis.conv./ged.reconv.] heeft betaald. Dit is volgens hem gebeurd tijdens de afspraak van [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.] met [eis.conv./ged.reconv.] op 1 mei 2010 in het bedrijfspand van [ged.1conv./eis.1reconv.] en [ged.2conv./eis.2reconv.] in [woonplaats]. [eis.conv./ged.reconv.] ontkent dit. Ter onderbouwing van zijn stelling verwijst [ged.2conv./eis.2reconv.] naar de overeenkomst van 1 mei 2010 waarin staat dat reeds € 19.000,-- is betaald. Volgens [eis.conv./ged.reconv.] ziet dit bedrag echter op de betaling van € 10.000,-- op 1 maart 2010 en op de toen reeds ontvangen reserveringsgelden ad € 9.000,--.

4.16. Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering draagt [ged.2conv./eis.2reconv.] de bewijslast van de door hem gestelde contante betaling ad € 9.000,--. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen voor een akte zijdens [ged.2conv./eis.2reconv.]. Bij deze akte dient hij zich uit te laten over de vraag of hij wil worden toegelaten tot het leveren van bewijs van de contante betaling ad € 9.000,-- op 1 mei 2010 door [ged.2conv./eis.2reconv.] aan [eis.conv./ged.reconv.]. Ten slotte dient [ged.2conv./eis.2reconv.] zich in de akte uit te laten over hoe hij het bewijs wenst te leveren (welke getuigen en/of stukken).

4.17. Na deze akte zal het schriftelijk debat tussen partijen in beginsel geëindigd zijn, omdat de door [ged.2conv./eis.2reconv.] te nemen akte slechts een puur procesrechtelijke inhoud dient te hebben.

opeisbaarheid

4.18. Ten slotte voert [ged.2conv./eis.2reconv.] aan dat het restant van de koopsom pas opeisbaar is als [eis.conv./ged.reconv.] rekening en verantwoording heeft afgelegd. Nu de vordering hiertoe in reconventie wordt toegewezen, zullen partijen zich in een later stadium mogen uitlaten over welk bedrag aan reserveringsgelden op basis van de rekening en verantwoording dient te worden verrekend met de koopsom.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 3 augustus 2011 voor het nemen van een akte door [ged.2conv./eis.2reconv.] over hetgeen is vermeld onder 4.15., waarna het schriftelijk debat tussen partijen in beginsel is geëindigd,

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan,

in reconventie

5.3. veroordeelt [eis.conv./ged.reconv.] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis op deugdelijke wijze rekening en verantwoording jegens [ged.2conv./eis.2reconv.] af te leggen met betrekking tot de door [eis.conv./ged.reconv.] ten behoeve van het seizoen 2010 ontvangen reserveringsgelden,

5.4. veroordeelt [eis.conv./ged.reconv.] om aan [ged.2conv./eis.2reconv.] een dwangsom te betalen van € 250,-- voor iedere dag dat hij niet aan de in 5.3. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 7.000,-- is bereikt,

5.5. veroordeelt [eis.conv./ged.reconv.] in de proceskosten, aan de zijde van [ged.2conv./eis.2reconv.] tot op heden begroot op € 579,00,

5.6. verklaart dit vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2011.