Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BR4960

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-07-2011
Datum publicatie
15-08-2011
Zaaknummer
216921
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbestedingszaak.

Voldoende aannemelijk is geworden dat de bodemrechter de inschrijving van Schuitemaker ongeldig zal verklaren en dat zal worden geoordeeld dat de voorgenomen gunning aan Schuitemaker geen verder gevolg zal mogen krijgen. Nu Aebi Schmidt de enige ander inschrijver is en DAR zich niet op het (subsidiaire) standpunt heeft gesteld dat de inschrijving van Aebi Schmidt niet aan alle voorwaarden voldoet en daarvan ook overigens voorshands niet is gebleken, is het DAR niet toegestaan de opdracht aan een ander dan aan Aebi Schmidt op te dragen.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2011/153
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 216921 / KG ZA 11-297

Vonnis in kort geding van 20 juli 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AEBI SCHMIDT NEDERLAND B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Holten, gemeente Rijssen-Holten,

eiseres,

advocaat mr. G. Verberne te Amsterdam,

tegen

de naamloze vennootschap

DAR N.V.,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. drs. T. Straatman te Rotterdam,

in welke procedure heeft verzocht te worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van gedaagde:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHUITEMAKER INDUSTRIAL B.V.,

gevestigd te Rijssen, gemeente Rijssen-Holten,

eiseres in het incident,

advocaat mr. M. Goorhuis Oude Sanderink te Enschede.

Partijen zullen hierna Aebi Schmidt, DAR en Schuitemaker genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de incidentele conclusie houdende vordering tot voeging van Schuitemaker

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Aebi Schmidt

- de pleitnota van DAR

- de pleitnota van Schuitemaker.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. DAR heeft in februari 2011 de Europese aanbesteding aangekondigd (PB-nummer 2011/S 28-046006) inzake de opdracht tot levering van winterdienstmaterieel. In deze aankondiging is onder meer het volgende bepaald:

AFDELING II: VOORWERP VAN DE OPDRACHT

II.1.9) Varianten worden geaccepteerd

Neen

AFDELING IV: PROCEDURE

IV.3.8) Omstandigheden waarin de inschrijvingen worden geopend

Datum: 25.3.2011 – 12:00

Personen die de opening van de inschrijvingen mogen bijwonen Neen

(het betreft een voorlopig tijdschema, de voorzieningenrechter)

2.2. In het bestek ten behoeve van de Europese aanbesteding voor de levering van winterdienstmaterieel, gedateerd februari 2011, documentnummer JMA07022011D is onder meer het volgende opgenomen:

0 BESCHRIJVING PROJECT AANKOOP WINTERDIENSTMATERIAAL

3 Uitvoering van de aanbesteding

De aanbesteding wordt uitgevoerd door De Jonge Milieu Advies (JMA).

I ALGEMENE EN PROCEDURELE BEPALINGEN

Artikel 11 Gunningscriteria

1. Gunning zal geschieden op basis van de economisch meest voordelige aanbieding.

2. Ter beoordeling worden de volgende gunningscriteria gehanteerd:

• Prijs;

• Levertijd;

• Duurzaamheid;

• Operationeel;

• Aftersales;

• Materiaal.

(…)

Artikel 12 Inschrijving

2. Alle inschrijfstukken dienen in tweevoud te worden ingediend.

3. Het inschrijvingsbiljet en de overige inschrijfbescheiden dienen in een gesloten envelop te worden aangeboden die op duidelijke wijze dient te zijn voorzien van de vermelding op welk bestek het inschrijvingsbiljet en de overige inschrijfbescheiden betrekking hebben. (…)

5. (…) Het inschrijfbiljet en de overige inschrijfbescheiden dienen in dat geval in een gesloten envelop te worden gestuurd naar: (…)

6. Het inschrijfbiljet en de overige inschrijfbescheiden mogen tot het tijdstip van de aanbesteding worden gedeponeerd bij de opdrachtgever.

8. Een inschrijver draagt het risico van de goede en tijdige aanwezigheid van zijn biljet en overige inschrijfbescheiden.

Artikel 16 Alternatieve inschrijvingen

1. Alternatieven zijn niet toegestaan.

Artikel 36 Onderaannemers

De opdrachtnemer is gerechtigd voor delen van de dienstverlening onderaannemers in te zetten. (…)

III PROGRAMMA VAN EISEN

Onderdeel Te leveren Aantal:

E Multifunctioneel voertuig, smalspoor (max 140 cm breed) inclusief opzetstrooier 3

F Multifunctioneel voertuig, voorzien van knikbesturing, smalspoor (max 140 cm breed)

inclusief opzetstrooier 2

DEEL 2: STROOIMATERIEEL

Specifieke eisen onderdeel E: multifunctioneel voertuig met opzetstrooier

Motor, aandrijving, versnellingsbak en banden

95. Onderdeel E

96. Motor: Min. 63 kW (Turbo Diesel)

Specifieke eisen onderdeel F: multifunctioneel voertuig (knikbesturing) met strooier (opzetsysteem)

De eisen voor dit voertuig inclusief strooier zijn identiek aan die van onderdeel E, met uitzondering van eis 103 (vierwielbesturing).

2.3. In de nota van inlichtingen is onder meer het volgende opgenomen:

30. Eis 96

Er wordt melding gemaakt van een motor met een motorvermogen van 63 kW. Mag hierin een afwijking van 10% naar beneden zitten, indien gegarandeerd voldoende vermogen is voor alle benodigde functies?

Antwoord: Ja, dit is toegestaan.

48. Algemeen

Kunt u ons informeren welk merk gedemonstreerd heeft bij u met het knikgestuurde voertuig, dan kunnen wij die bellen om het pakket compleet te maken.

Antwoord: Nee, inschrijvers dienen zelf te bepalen welk voertuig aan de gestelde eisen voldoet en daarmee in te schrijven.

2.4. Op de aanbestedingsprocedure is het Besluit Aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (hierna: Bao) van toepassing.

2.5. Aebi Schmidt heeft tijdig ingeschreven. Tevens is ingeschreven door Schuitemaker.

2.6. In het proces-verbaal van aanbesteding van 29 maart 2011 is onder meer het volgende opgenomen:

In totaal zijn twee inschrijvingen ontvangen van:

- Aebi Schmidt Nederland

- Schuitemaker

2.7. Bij brief van 23 mei 2011 heeft De Jonge Milieu Advies, namens DAR, Aebi Schmidt als volgt bericht:

Met betrekking tot de aanbestedingsprocedure met besteknummer JMA07022011D betreffende de levering van winterdienstmaterieel aan DAR N.V. is de opdrachtgever voornemens de opdracht te gunnen de firma Schuitemaker Industrial B.V. te Rijssen. Het betreft de inschrijving met de firma’s Hako en Bonenkamp Turf Care BV als onderaannemers voor levering van respectievelijk multifunctionele voertuigen en knikgestuurde voertuigen.

Deze inschrijving voldoet aan de selectiecriteria en overige eisen als gesteld in het bestek en is de economisch meest voordelige aanbieding. Deze inschrijving heeft in totaal 100 punten behaald.

Ook uw inschrijving voldoet aan de selectiecriteria en overige eisen als gesteld in het bestek. Bij de beoordeling is echter gebleken dat uw inschrijving niet de economisch meest voordelige aanbieding is. Een overzicht van de punten van de winnende inschrijving en uw inschrijving is te vinden in de bijlage.

In de bijlage is het volgende opgenomen:

Puntenoverzicht inschrijving Aebi Schmidt Nederland B.V. en Schuitemaker Industrial B.V.

Gunningscriterium Nido/Becx SR/HAKO/Bonenkamp

prijs 43,7 50

levertijd 16 16

duurzaamheid 12 12

operationaal-omschakelen 5 5

operationeel-inhoud strooier 2 2

aftersales 10 10

materiaal 5 5

Puntentotaal 93,70 100,00

2.8. Bij brief van 27 mei 2011 heeft Aebi Schmidt aan De Jonge Milieu Advies het volgende bericht:

Uit gesprekken met medewerkers van DAR NV naar aanleiding van het gunningvoornemen blijkt dat de inschrijving van firma Schuitemaker enige alternatieven c.q. varianten omvatten.

Tijdens een toevallige ontmoeting met een van de topfunctionarissen van Dar NV werd evenwel aangegeven dat door de firma Schuitemaker meerdere inschrijvingen zijn ingediend. Een en ander lijkt bevestigd te worden door de woordkeuze in uw brief waarin het voornemen tot gunning kenbaar wordt gemaakt, met name de zinsnede “Het betreft de inschrijving met de firma’s Hako en Bonenkamp Turf Care BV als onderaannemers…”.

Wij verzoeken u ons één en ander te bevestigen.

2.9. Bij brief van 1 juni 2011 heeft De Jonge Milieu Advies Aebi Schmidt voor zover van belang het volgende medegedeeld:

U stelt in uw brief dat de firma Schuitemaker meerdere inschrijvingen heeft ingediend. Dit is correct. Deze inschrijvingen zijn afzonderlijk beoordeeld op de in het bestek gestelde selectiecriteria, minimumeisen, gunningscriteria etc. Alleen inschrijvingen die voldoen aan de eisen zoals gesteld in het bestek en bijbehorende aanbestedingsdocumenten komen voor gunning in aanmerking. Zoals ook gesteld in het bestek, worden alternatieven niet toegestaan.

Van alle inschrijvingen is de inschrijving met de firma’s Hako en Bonenkamp Turf Care BV als onderaannemers voor levering van respectievelijk multifunctionele voertuigen en knikgestuurde voertuigen de economisch meest voordelige aanbieding.

3. Het geschil

in het incident tot voeging

3.1. Schuitemaker heeft verzocht te worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van DAR en heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van Aebi Schmidt in haar vorderingen dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Aebi Schmidt, met veroordeling van Aebi Schmidt in de kosten van deze voeging en in de kosten van de hoofdzaak.

3.2. DAR en Aebi Schmidt hebben geen verweer gevoerd tegen de vordering tot voeging.

in de hoofdzaak

3.3. Aebi Schmidt vordert dat de voorzieningenrechter

1. DAR verbiedt op straffe van verbeurte van een dwangsom uitvoering te geven aan het voornemen tot gunning aan Schuitemaker, zoals bekendgemaakt in de brief van 23 mei 2011, althans DAR verbiedt op straffe van verbeurte van een dwangsom (een) overeenkomst(en) ter zake met Schuitemaker te sluiten, althans DAR verbiedt op straffe van verbeurte van een dwangsom uitvoering te geven aan (een) ter zake met Schuitemaker gesloten overeenkomst(en) en DAR gebiedt op straffe van verbeurte van een dwangsom deze overeenkomst(en) te ontbinden,

2. DAR gebiedt op straffe van verbeurte van een dwangsom alle inschrijvingen van Schuitemaker, althans de inschrijving van Schuitemaker, op de gehouden aanbestedingsprocedure (alsnog) ongeldig te verklaren,

3. DAR verbiedt op straffe van verbeurte van een dwangsom de opdracht op grond van de gehouden aanbesteding te gunnen aan een ander dan Aebi Schmidt, althans

4. zodanige maatregelen treft als hij in goede justitie passend acht en die recht doen aan de belangen van Aebi Schmidt in het kader van de onderhavige aanbesteding.

3.4. Aebi Schmidt legt het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. Schuitemaker heeft ingeschreven met acht onderling concurrerende offertes. Volgens Aebi Schmidt moeten onderling concurrende oplossingen worden aangemerkt als varianten, welke niet zijn toegestaan volgens bepaling II.1.9 van de aankondiging van de opdracht. Alternatieven zijn evenmin toegestaan, zo blijkt uit artikel 16 van het bestek. DAR heeft de inschrijving van Schuitemaker toch geaccepteerd, hetgeen volgens Aebi Schmidt moet leiden tot uitsluiting van Schuitemaker als inschrijver. Subsidiair heeft Aebi Schmidt nog aangevoerd dat het indienen van meerdere inschrijvingen door één inschrijver niet mogelijk is, omdat uit (de bewoordingen van) het bestek volgt dat een ondernemer/aanbieder slechts eenmaal kan inschrijven.

3.5. DAR voert verweer en stelt zich – kort gezegd – op het standpunt dat Schuitemaker acht verschillende inschrijvingen (met verschillende onderaannemers) heeft ingediend, omdat vanwege de complexiteit van het gunningscriterium Schuitemaker van te voren niet met volledige zekerheid kon vaststellen met het voertuig van welke fabrikant zij de maximale score zou kunnen behalen. Van deze acht inschrijvingen waren er zes besteksconform, welke zes inschrijvingen, naast de inschrijving van Aebi Schmidt, vervolgens zijn beoordeeld door DAR. Eén van deze zes inschrijvingen van Schuitemaker is de economisch meest voordelige inschrijving gebleken, zodat aan Schuitemaker voorlopig is gegund. Volgens DAR is van het aanbieden van alternatieven of varianten dan ook geen sprake en dienen de vorderingen van Aebi Schmidt te worden afgewezen.

3.6. Schuitemaker heeft tevens verweer gevoerd en voert aan dat zij besteksconform heeft ingeschreven, waarbij zij gebruik heeft gemaakt van meerdere, verschillende onderaannemers. Volgens Schuitemaker heeft zij dus geen varianten of alternatieven aangeboden, zodat de stelling van Aebi Schmidt dat de onderling concurrerende aanbiedingen van Schuitemaker als varianten moeten worden gezien volgens haar niet opgaat. Verder voert Schuitemaker nog aan dat er geen concrete regels bestaan die het verbieden om meerdere inschrijvingen te doen. Evenmin wordt dit in het bestek verboden. De opdracht moet volgens haar dan ook gegund worden aan Schuitemaker en niet aan Aebi Schmidt.

3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in het incident tot voeging

4.1. Aebi Schmidt en DAR hebben geen verweer gevoerd tegen de voeging van Schuitemaker aan de zijde van DAR en bovendien heeft Schuitemaker een rechtstreeks en in rechte te erkennen belang bij afwijzing van de vorderingen van Aebi Schmidt, omdat zij de inschrijver is aan wie de onderhavige opdracht voorlopig is gegund. Daarom zal Schuitemaker worden toegelaten als voegende partij. Aebi Schmidt en DAR zullen in de kosten van het incident worden veroordeeld, welke kosten worden begroot op nihil.

in de hoofdzaak

4.2. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van Aebi Schmidt.

4.3. Het gaat in deze zaak om het volgende. Op grond van hetgeen is gesteld en niet is weersproken moet in dit kort geding ervan worden uitgegaan dat Schuitemaker heeft ingeschreven op de opdracht tot levering van winterdienstmaterieel en daartoe in één envelop, althans ordner of doos, acht aanbiedingen/uitwerkingen met verschillende onderaannemers, leveranciers van multifunctionele voertuigen, heeft ingediend. Tevens verschillen de uitwerkingen van elkaar in prijs. Naast Schuitemaker heeft Aebi Schmidt een inschrijving ingediend. DAR heeft de inschrijvingen ontvangen en beoordeeld, waarbij zij heeft geconstateerd dat van de acht uitwerkingen van Schuitemaker er zes geldig zijn. De andere twee voldeden volgens DAR niet aan het programma van eisen en zijn als ongeldig ter zijde gelegd. Een van de (als geldig beoordeelde) uitwerkingen van Schuitemaker (met leverancier Hako voor onderdeel E en leverancier Bonenkamp Turf Care B.V. voor onderdeel F van de opdracht) scoorde het beste op de gunningscriteria, zodat DAR aan Schuitemaker, en aan Aebi Schmidt, heeft medegedeeld dat voorlopig aan Schuitemaker zal worden gegund. Aebi Schmidt verzet zich hier in dit kort geding tegen. Volgens haar moeten de onderling concurrerende aanbiedingen/uitwerkingen van Schuitemaker worden beschouwd als varianten, althans als alternatieven, hetgeen niet is toegestaan op grond van de aankondiging van de opdracht en/of het bestek.

4.4. Volgens de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: HvJ EG) moet een aanbestedende dienst het beginsel van gelijke behandeling van de inschrijvers respecteren. Dat beginsel beoogt de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan een opdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offertes gedane voorstel dezelfde kansen krijgen. Het betekent dus dat voor alle mededingers dezelfde voorwaarden moeten gelden. Het transparantiebeginsel heeft in essentie ten doel te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen. Het impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze opdat, enerzijds, alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en anderzijds, de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria welke op de betrokken opdracht van toepassing zijn (vgl. HvJ EG 29 april 2004, zaak C-496/99 P (Succhi di Frutta)). Een en ander brengt niet alleen mee dat alle aanbieders gelijk worden behandeld, maar ook dat zij in gelijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk inzicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaats heeft, zoals de selectiecriteria. Langs deze lijnen zal het onderhavige geschil dan ook mede worden beoordeeld.

4.5. Voorop wordt gesteld dat de inschrijvingen van Schuitemaker en Aebi Schmidt niet zijn overgelegd, zodat afgegaan dient te worden op hetgeen wel bekend is, namelijk het proces-verbaal van aanbesteding van 29 maart 2011. Aan de inhoud van een proces-verbaal van aanbesteding dient veel waarde te worden gehecht, nu de inschrijvers – in het kader van het hiervoor reeds aangehaalde transparantiebeginsel – hierop moeten kunnen vertrouwen. Dit gold temeer in dit geval, waarin sprake was van een voorlopig tijdschema, waarvan is afgeweken, en waarin de inschrijvers blijkens paragraaf IV.3.8 van de aankondiging de opening van de inschrijvingen niet mochten bijwonen. In het onderhavige proces-verbaal is vermeld dat er twee inschrijvingen zijn ontvangen, te weten van Aebi Schmidt en van Schuitemaker. Er wordt niet gesproken over meerdere inschrijvingen van de zijde van Schuitemaker. Dit stemt ook overeen met de verklaring van Schuitemaker ter zitting dat zij één envelop (ordner) heeft ingediend bij DAR. Verder is van belang dat Schuitemaker ter zitting heeft verklaard dat in de door haar bij DAR ingediende envelop (ordner) acht inschrijfbiljetten zaten, waarbij op ieder biljet een andere combinatie van onderaannemers voor het leveren van de voertuigen (onderdelen E en F van de opdracht) was vermeld. De overige in te dienen bescheiden waren niet in achtvoud ingediend. Dit alles in onderling verband en samenhang bezien, leidt tot de conclusie dat in dit kort geding moet worden uitgegaan van de juistheid van het proces-verbaal van aanbesteding en dat Schuitemaker slechts één inschrijving heeft ingediend. Deze inschrijving geldt dan ook als uitgangspunt voor de verdere beoordeling.

4.6. Schuitemaker heeft ingeschreven met twee verschillende leveranciers (onderaannemers) voor de levering van de vierwielgestuurde werktuigdrager (onderdeel E van de opdracht) beide in combinatie met vier verschillende leveranciers (onderaannemers) van de knikgestuurde werktuigdrager (onderdeel F van de opdracht). Deze acht verschillende uitwerkingen verschillen tevens van elkaar in prijs.

4.7. In de nota van inlichtingen (punt 30.) is in het antwoord op de vraag die naar aanleiding van eis 96 (motorvermogen) is gesteld, aangegeven dat het is toegestaan om een voertuig met een motorvermogen van 10% minder dan het vereiste vermogen van 63 kW aan te bieden, indien er gegarandeerd voldoende vermogen is voor alle benodigde functies. Schuitemaker heeft evenwel bij twee van haar uitwerkingen (met – zo is ter zitting gebleken – de laagste prijs) een voertuig aangeboden met een motorvermogen van 30 kW. De aangeboden (knik)voertuigen wijken daarmee qua motorvermogen af en voldoen dus niet aan het vereiste vermogen van minimaal 63 kW, althans 10% minder. Vastgesteld moet worden dat Schuitemaker dus binnen haar inschrijving twee niet besteksconforme uitwerkingen heeft aangeboden.

4.8. Onder punt 48. in de nota van inlichtingen is gevraagd om het merk van het knikgestuurde voertuig dat de demonstratie heeft gegeven bij DAR, teneinde de leverancier ervan te benaderen. De aanbestedende dienst heeft hierop geantwoord dat inschrijvers zelf dienen te bepalen welk voertuig aan de gestelde eisen voldoet en daarmee in te schrijven. Hieruit volgt dat een inschrijver dus voorafgaand aan zijn inschrijving zelf dient te kiezen met welk voertuig hij inschrijft en dus van welke keuze hij verwacht dat die de grootste kans van slagen heeft. Dat daardoor van te voren niet volledig zeker is met welk voertuig de maximale score te behalen is, is inherent aan deze wijze van aanbesteden. Van groot belang is dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offertes gedane voorstel dezelfde kansen krijgen en dat voor alle inschrijvers dezelfde regels/voorwaarden gelden. Schuitemaker heeft met het aanbieden van acht verschillende uitwerkingen evenwel de keus voor wat betreft de gevraagde voertuigen ten aanzien van de onderdelen E en F van de opdracht overgelaten aan DAR.

4.9. Gelet op het voorgaande moet geconcludeerd worden dat Schuitemaker binnen haar inschrijving in ieder geval twee varianten heeft aangeboden (die niet besteksconform zijn), hetgeen niet is toegestaan volgens het bestek en de bijbehorende stukken. Voorshands geoordeeld is dan ook voldoende aannemelijk geworden dat de bodemrechter de inschrijving van Schuitemaker ongeldig zal verklaren en dat zal worden geoordeeld dat de voorgenomen gunning aan Schuitemaker geen verder gevolg zal mogen krijgen. Nu Aebi Schmidt de enige ander inschrijver is en DAR zich niet op het (subsidiaire) standpunt heeft gesteld dat de inschrijving van Aebi Schmidt niet aan alle voorwaarden voldoet en daarvan ook overigens voorshands niet is gebleken, is het DAR niet toegestaan de opdracht aan een ander dan aan Aebi Schmidt op te dragen. Dit laat uiteraard onverlet de bevoegdheid van DAR om geheel van gunning op grond van het voorliggende bestek af te zien. Dit betekent dat de vordering onder 1., inhoudende een verbod om uitvoering te geven aan het voornemen tot gunning aan Schuitemaker, zal worden toegewezen. De vordering sub 2. (gebod om de inschrijvingen van Schuitemaker ongeldig te verklaren) zal worden afgewezen. Deze vordering is declaratoir van karakter en komt daarom in het bestek van een kort geding niet voor toewijzing in aanmerking. De vordering sub 3. (verbod tot gunning aan een ander dan Aebi Schmidt) zal eveneens worden toegewezen. Aan de veroordelingen zal een dwangsom worden verbonden, die zal worden beperkt als volgt.

4.10. DAR en Schuitemaker zullen als de grotendeels in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Aebi Schmidt worden begroot op:

- dagvaarding € 76,31

- griffierecht 568,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.460,31

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

in het incident

5.1. laat Schuitemaker in het kort geding van Aebi Schmidt tegen DAR

toe als gevoegde partij aan de zijde van DAR,

5.2. veroordeelt Aebi Schmidt en DAR in de proceskosten in het incident tot voeging, aan de zijde van Schuitemaker tot op heden begroot op nihil,

in de hoofdzaak

5.3. verbiedt DAR uitvoering te geven aan het voornemen tot gunning van de opdracht tot levering van winterdienstmaterieel aan Schuitemaker, zoals bekendgemaakt in de brief van 23 mei 2011,

5.4. verbiedt DAR de opdracht tot levering van winterdienstmaterieel op grond van de gehouden aanbesteding te gunnen aan een ander dan Aebi Schmidt, indien en voor zover DAR nog tot gunning van de opdracht wenst over te gaan,

5.5. veroordeelt DAR om aan Aebi Schmidt een dwangsom te betalen van € 10.000,- voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.3. en/of 5.4. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 500.000,- is bereikt,

5.6. veroordeelt DAR en Schuitemaker in de proceskosten, aan de zijde van Aebi Schmidt tot op heden begroot op € 1.460,31, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.7. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.8. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 20 juli 2011.