Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BR4919

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-08-2011
Datum publicatie
12-08-2011
Zaaknummer
05/703569-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 71-jarige inwoner van Beek Ubbergen veroordeeld wegens het veroorzaken van een verkeersongeval met ernstig letsel als gevolg, op 8 mei 2010 in Ooij. De rechtbank is van oordeel dat het ongeval aan grove schuld van de man is te wijten, omdat hij geen voorrang verleende aan een andere auto, vervolgens met te hoge snelheid en een te ruime bocht een zijweg is ingeslagen, waar hij op het trottoir terecht kwam. Op het trottoir is hij blijven doorrijden, waardoor hij twee voetgangers heeft aangereden. Eén van deze twee voetgangers raakte hierdoor zwaar gewond.

De rechtbank heeft de man veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur en een onvoorwaardelijke rij-ontzegging van 12 maanden. Deze straf is hoger dan door de officier van justitie geëist, omdat de rechtbank de leeftijd van de man onvoldoende reden vindt om een lagere straf dan gebruikelijk op te leggen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

PROMIS II

Parketnummer : 05/703569-10

Datum zitting : 29 juli 2011

Datum uitspraak : 12 augustus 2011

Verstek

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum en -plaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 08 mei 2010, te Ooij, gemeente Ubbergen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto Suzuki Swift, kenteken [nummer]) daarmede zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gereden over de

voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de Pr. Bernhardstraat en/of de kruising/splitsing met de Kerkdijk en/of de Kerkdijk, hierin bestaande dat verdachte

- terwijl het uitzicht voor verdachte op die kruising/splitsing niet werd belemmerd en/of gehinderd en/of

- terwijl verdachte een van links naderende personenauto (Volvo, kenteken [nummer]) had gezien

- geen voorrang heeft verleend aan die op de Kerkdijk naderende personenauto (Volvo 850, kenteken [nummer]), terwijl op de Pr. Bernhardstraat voor de kruising met de Kerkdijk bord model B6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 was

geplaatst en/of terwijl op de Pr. Bernhardstraat voor genoemde kruising haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van genoemd reglement waren aangebracht, en aldus niet heeft voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 62 van het RVV 1990 en/of

- vervolgens linksaf de Kerkdijk is opgereden, waarbij verdachte zijn snelheid niet, althans onvoldoende heeft aangepast aan de omstandigheden ter plaatse en/of niet de handelingen heeft verricht die van hem werden vereist om het door hem bestuurde motorrijtuig onder controle te houden,

tengevolge waarvan verdachte die bocht naar links te ruim heeft genomen en (vervolgens), in

strijd met het bepaalde in artikel 10 eerste lid van het RVV 1990, het rechtsgelegen trottoir is opgereden en/of een op dat trottoir staand verkeersbord omver heeft gereden en/of (vervolgens) niet heeft geremd en/of zijn motorrijtuig niet tot stilstand heeft gebracht en/of op/over dat trottoir is blijven doorrijden, en/of (vervolgens) op dat trottoir twee, althans een of meer voetganger(s) ([slachtoffer1] en/of [slachtoffer2]) heeft aangereden, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer1]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 08 mei 2010, te Ooij, gemeente Ubbergen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto Suzuki Swift, kenteken [nummer]) heeft gereden over de voor het openbaar verkeer openstaande weg(en), de Pr. Bernhardstraat en/of de

kruising/splitsing met de Kerkdijk en/of de Kerkdijk, waarbij verdachte

- terwijl het uitzicht voor verdachte op die kruising/splitsing niet werd belemmerd en/of gehinderd en/of

- terwijl verdachte een van links naderende personenauto (Volvo, kenteken [nummer]) had gezien

- geen voorrang heeft verleend aan die op de Kerkdijk naderende personenauto (Volvo 850, kenteken [nummer]), terwijl op de Pr. Bernhardstraat voor de kruising met de Kerkdijk bord model B6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 was geplaatst en/of terwijl op de Pr. Bernhardstraat voor genoemde kruising haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van genoemd reglement waren aangebracht, en aldus niet heeft voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 62 van het RVV 1990 en/of

- vervolgens linksaf de Kerkdijk is opgereden, waarbij verdachte zijn snelheid niet, althans onvoldoende heeft aangepast aan de omstandigheden ter plaatse en/of niet de handelingen heeft verricht die van hem werden vereist om het door hem bestuurde motorrijtuig onder controle te houden,

tengevolge waarvan verdachte die bocht naar links te ruim heeft genomen en (vervolgens), in strijd met het bepaalde in artikel 10 eerste lid van het RVV 1990, het rechtsgelegen trottoir is opgereden en/of een op dat trottoir staand verkeersbord omver heeft gereden en/of (vervolgens) niet heeft geremd en/of zijn motorrijtuig niet tot stilstand heeft gebracht en/of op/over dat trottoir is blijven doorrijden, en/of (vervolgens) op dat trottoir twee, althans een of meer voetganger(s) ([slachtoffer1] en/of [slachtoffer2]) heeft aangereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg(en) werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 29 juli 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte niet verschenen. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek bevolen.

De officier van justitie, mr. J. Grijns, heeft gerekwireerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Ten aanzien van het primaire:

Feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 08 mei 2010 heeft te Ooij in de gemeente Ubbergen een verkeersongeval plaatsgevonden . Verdachte reed in een Suzuki Swift met het kenteken [nummer] over de voor het openbaar verkeer openstaande wegen, de Prins Bernhardstraat en de splitsing met de Kerkdijk. Het zicht op die splitsing werd voor verdachte niet belemmerd of gehinderd. Verdachte zag van links, over de Kerkdijk, zijnde een voorrangsweg, een personenauto naderen, naar later bleek een Volvo 850 met het kenteken [nummer] . Verdachte is vervolgens linksaf de Kerkdijk opgereden waarbij hij zijn snelheid niet heeft aangepast aan de omstandigheden ter plaatse en niet die handelingen verricht die vereist werden om het door hem bestuurde voertuig onder controle te houden. Als gevolg daarvan heeft verdachte de bocht naar links te ruim genomen en is vervolgens het aldaar rechtsgelegen trottoir opgereden en heeft een verkeersbord omver gereden. Verdachte heeft niet geremd en is over het trottoir blijven rijden en is vervolgens in aanrijding gekomen met een tweetal op dat trottoir lopende voetgangster, te weten [slachtoffer1] en [slachtoffer2].

Als gevolg van het ongeval heeft [slachtoffer1] onder meer een sleutelbeenbreuk met AC luxatie, een hersenschudding met bewustzijnsverlies en geheugenstoornis alsmede breuken van de rechteroogkas, rechterkaaktop en rechter pols/hand opgelopen. De geschatte genezingsduur bedraagt 3 tot 6 maanden. Operatief ingrijpen was noodzakelijk.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht op grond van het verhandelde ter terechtzitting alsmede de inhoud van het proces-verbaal het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De officier van justitie is van oordeel dat sprake is van een grove verkeersfout. Het bij [slachtoffer1] geconstateerde letsel is naar de mening van de officier van justitie te kwalificeren als zwaar lichamelijk letsel.

De rechtbank overweegt als volgt

Ofschoon verdachte het hem verweten rijgedrag heeft toegegeven, dient de rechtbank nog de vraag te beantwoorden of verdachte schuld treft in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 en of sprake is van grove dan wel aanmerkelijke schuld.

Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte was ter plaatse bekend. Hij wist dat hij het verkeer, rijdend over de Kerkdijk, voorrang dient te verlenen. Verdachte zag van links een personenauto naderen en stopte omdat hij dacht dat hij niet meer voor die auto langs kon. Aan de overzijde van de weg stond een aantal jongens. Verdachte heeft verklaard dat hij van één van die jongens een teken kreeg dat hij vooruit kon rijden. Verdachte heeft toen teveel gas gegeven, omdat hij snel die straat in wilde rijden. Vervolgens is hij gas blijven geven en is hij linksaf met een te ruime bocht de Kerkdijk opgereden. Op dat moment, zo heeft verdachte verklaard , verkeerde hij in de veronderstelling dat hij die auto waarvoor hij aanvankelijk stopte, al voorbij had laten gaan. Ook nadat verdachte een verkeersbord had aangereden, heeft hij niet geremd, maar is hij doorgereden en is vervolgens tegen twee voetgangsters aangereden.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is van grove schuld als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Niet alleen is verdachte – ten onrechte – afgegaan op een vermeend handsignaal van een niet aan het verkeer deelnemend persoon - geen van de vier jongens verklaart overigens verdachte een signaal te hebben gegeven dat hij kon doorrijden -, verdachte heeft ook zijn aandacht niet gehouden bij het verkeer blijkens zijn verklaring dat hij de auto die hem van links naderde en waarvoor hij aanvankelijk gestopt was, al meende te hebben laten voorgaan. Deze van links naderende personenauto, de Volvo, was verdachte immers nog niet gepasseerd. M.H.A. [getuige], bestuurster van die Volvo, heeft hierover verklaard dat zij zag dat de auto van verdachte aanvankelijk voor haar stopte, kennelijk omdat hij voorrang diende te verlenen, maar ineens vooruit schoot voor haar langs. Ook de vier jongens aan de overkant van de weg verklaren dat verdachte voor de Volvo langsreed en dat de bestuurder van de Volvo bovendien hard voor verdachte moest remmen.

De rechtbank concludeert voorts dat het aan [slachtoffer1] toegebrachte letsel te kwalificeren is als zwaar lichamelijk letsel. Er was operatief ingrijpen nodig en de geschatte genezingsduur is aanzienlijk.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 08 mei 2010, te Ooij, gemeente Ubbergen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto Suzuki Swift, kenteken [nummer]) daarmede zeer, onvoorzichtig en onachtzaam heeft gereden over de voor het openbaar verkeer openstaande wegen, de Pr. Bernhardstraat en de splitsing met de Kerkdijk en de Kerkdijk, hierin bestaande dat verdachte

- terwijl het uitzicht voor verdachte op die kruising/splitsing niet werd belemmerd of gehinderd en

- terwijl verdachte een van links naderende personenauto (Volvo, kenteken [nummer]) had gezien of

- geen voorrang heeft verleend aan die op de Kerkdijk naderende personenauto (Volvo 850, kenteken [nummer]), terwijl op de Pr. Bernhardstraat voor de splitsing met de Kerkdijk bord model B6 van de bijlage 1 van het RVV 1990 was geplaatst en

- terwijl op de Pr. Bernhardstraat voor genoemde splitsing haaientanden, als bedoeld in artikel 80 van genoemd reglement waren aangebracht, en aldus niet heeft voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 62 van het RVV 1990 en

- vervolgens linksaf de Kerkdijk is opgereden, waarbij verdachte zijn snelheid niet, heeft aangepast aan de omstandigheden ter plaatse en/of niet de handelingen heeft verricht die van hem werden vereist om het door hem bestuurde motorrijtuig onder controle te houden,

tengevolge waarvan verdachte die bocht naar links te ruim heeft genomen en (vervolgens), in

strijd met het bepaalde in artikel 10 eerste lid van het RVV 1990, het rechtsgelegen trottoir is opgereden en een op dat trottoir staand verkeersbord omver heeft gereden en vervolgens niet heeft geremd en zijn motorrijtuig niet tot stilstand heeft gebracht en over dat trottoir is blijven doorrijden, en vervolgens) op dat trottoir twee voetgangers ([slachtoffer1] en [slachtoffer2]) heeft aangereden, en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer1]) zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het primaire:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op: de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 07 juli 2011.

De strafmaat

Het standpunt van de officier van justitie

Gelet op de hoge leeftijd van verdachte alsmede de omstandigheid dat verdachte een blanco documentatie heeft, is de officier van justitie van oordeel dat aan verdachte een werkstraf voor de duur van 80 uur subsidiair te vervangen door hechtenis voor de duur van 40 dagen alsmede ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden onvoorwaardelijk, met aftrek, dient te worden opgelegd.

Het oordeel van de rechtbank

Volgens de landelijke richtlijnen is voor een feit, zoals bewezen verklaard, een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden onvoorwaardelijk alsmede een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 12 maanden onvoorwaardelijk het uitgangspunt. De rechtbank kan van die richtlijnen, zowel ten voordele als ten nadele van verdachte, afwijken indien daarvoor omstandigheden in aanmerking komen.

Verdachte heeft een ernstig verkeersongeval veroorzaakt. Daarbij is niet alleen aan een persoon zwaar lichamelijk letsel toegebracht, maar is tevens een tweede persoon gewond geraakt. Gelet op de wijze waarop het ongeval is veroorzaakt, - verdachte schoot het trottoir op en bleef gas geven in plaats van te remmen,- hadden de gevolgen vele malen ernstiger kunnen zijn.

In het voordeel van verdachte pleit zijn documentatie. Verdachte is nog niet eerder met politie en justitie in aanraking geweest.

De officier van justitie houdt daarnaast rekening met de hoge leeftijd van verdachte en matigt daardoor de werkstraf. In plaats van een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden, waarvoor het equivalent van 120 uur werkstraf op zijn plaats zou zijn, komt de officier van justitie tot een werkstraf van 80 uur.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de persoon van verdachte, een gevangenisstraf niet passend is. Anderzijds is de rechtbank echter van oordeel dat, ondanks de hoge leeftijd van verdachte, er geen reden is af te wijken van het equivalent voor deze twee maanden gevangenisstraf, 120 uur werkstraf. Weliswaar beschikt de rechtbank niet over gegevens die zich uitlaten over de geschiktheid van verdachte om een werkstraf te kunnen verrichten, maar de rechtbank is er ambtshalve mee bekend dat de reclassering, bij het zoeken naar een geschikt project, rekening houdt met de persoon, persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden om een werkstraf te verrichten. Daarbij geldt voorts dat verdachte één jaar de tijd heeft deze werkstraf te verrichten.

De rechtbank ziet voorts geen redenen om ten aanzien van de ontzegging van de rijbevoegdheid af te wijken van de landelijke richtlijnen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 91 van het Wetboek van Strafrecht alsmede de artikelen 6, 175, 177, 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

het verrichten van een werkstraf gedurende 120 (éénhonderdtwintig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen één (1) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 60 (zestig) dagen.

Alsmede:

Ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 12 (twaalf) maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Aldus gewezen door:

mr. G.M.L. Tomassen (voorzitter), mr. P.C. Quak en mr. J.W.T.M. Follender Grossfeld, rechters, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 augustus 2011.