Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BR4446

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-07-2011
Datum publicatie
09-08-2011
Zaaknummer
204327
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op LJN: BV6937.

Bestuurdersaansprakelijkheid. Gedaagde in conventie heeft voorschot voor deskundige niet gedeponeerd. Er is dus geen deskundigenbericht uitgebracht. Daardoor is de stelling van eiseres in conventie, dat het door haar gestelde nadeel niet correct is berekend, onvoldoende weersproken. Vordering in conventie daarom toegewezen. Vordering in reconventie tot opheffing beslag afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 204327 / HA ZA 10-1591

Vonnis van 20 juli 2011

in de zaak van

de vereniging

NIJKERKSE ONDERNEMERS VERENIGING,

gevestigd te Nijkerk,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. T.E. Kuijpers te Amersfoort,

tegen

[ged.conv./eis.reconv.]

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. D. van Loon te Soest.

Partijen zullen hierna NOV en [ged.conv./eis.reconv.] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 2 maart 2011

- de uitlating voortprocederen van NOV

- de uitlating voortprocederen van [ged.conv./eis.reconv.]

- de conclusie na niet gedaan deskundigenonderzoek van NOV

- de conclusie van antwoord in conventie na niet gehouden deskundigenbericht van [ged.conv./eis.reconv.].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

2.1. In het tussenvonnis van 2 maart 2011 heeft de rechtbank overwogen dat er sprake is van een tekortkoming in [ged.conv./eis.reconv.]s taakvervulling als bestuurder van NOV. Hem valt hiervan een ernstig verwijt te maken. De gevorderde verklaring voor recht, heeft de rechtbank overwogen, ligt voor toewijzing gereed. De rechtbank heeft vervolgens overwogen dat [ged.conv./eis.reconv.] tegenover NOV aansprakelijk is voor de gevolgen van het hem verweten handelen en dat het betoog van NOV zich wat dit betreft toespitst op het onverklaarde gat van € 19.000,00 in haar bezittingen. De rechtbank heeft een deskundige benoemd om onderzoek te doen naar, kort gezegd, de boekhoudkundige verklaring van dit gat. Daarbij is [ged.conv./eis.reconv.], gezien de omstandigheid dat hij tekortgeschoten is in zijn taakvervulling en onduidelijkheden in de administratie het deskundigenonderzoek noodzakelijk maken, belast met de betaling van het voorschot aan de deskundige. Hij heeft het voorschot niet betaald omdat de kosten van de deskundige zijns inziens niet in verhouding stonden tot het uiteindelijk door NOV te vorderen bedrag.

2.2. Partijen beantwoorden de voor de deskundige bedoelde vragen thans zelf. Uit het tussenvonnis moet worden afgeleid dat daaraan geen waarde kan worden toegekend nu juist die eigen beantwoording de inhoud van het nog niet besliste gedeelte van het geschil bepaalt.

2.3. NOV stelt dat door het ontbreken van een deskundigenbericht niet is aangetoond dat het door haar gestelde nadeel van € 19.000,00 niet correct is berekend. Daarmee liggen haar vorderingen, stelt zij, voor toewijzing gereed.

2.4. Gelet op het eigenmachtig handelen van [ged.conv./eis.reconv.] zoals ook in de overwegingen 4.6 en 4.7 van het tussenvonnis naar voren komt, is dit uitgangspunt van NOV procestechnisch niet onjuist.

2.5. Hetgeen [ged.conv./eis.reconv.] thans aanvoert komt er voor een deel op neer dat hij de administratie van NOV niet zorgvuldig bijhield en dat hij naar eigen inzicht administreerde. Dit blijkt in het bijzonder uit zijn betoog over een contant opgehaald bedrag van € 4.000,00 en een door hem zelf ter beschikking van NOV gesteld bedrag van € 2.000,00, uit zijn betoog, zoals ook bij antwoord gevoerd, dat in de grootboekadministratie geen kas was opgenomen omdat hij een kassaldo in zijn zak hield of een tekort uit eigen zak aanvulde en ten slotte uit zijn betoog over de verwerking van een factuur van [bedrijf]. Deze betrof volgens [ged.conv./eis.reconv.] sfeerverlichting en hij geeft onder meer aan dat in de kolommenbalans was opgenomen “01525 nog te betalen sfeerverlichting € 9.548,98” en dat deze post niet in de jaarrekening 2007 was opgenomen omdat deze vlak na de jaarwisseling was betaald. Daarom heeft hij hem als onderdeel van “01120 Kruisposten € 14.843,31” in de kolommenbalans geboekt, terwijl de sfeerverlichting onder “vaste activa – sfeerverlichting – € 9.000,00” was opgenomen.

2.6. Dit betoog bevestigt dat zonder nadere uitleg, waarover partijen nog steeds van mening verschillen, niet is vast te stellen of de administratie op juiste wijze gevoerd is door [ged.conv./eis.reconv.]. Op de beantwoording van deze vraag was de opdracht aan de deskundige gericht. Nu deze vraag niet is beantwoord, kan niet worden geconcludeerd dat de administratie door [ged.conv./eis.reconv.] op de juiste wijze is gevoerd en is geen boekhoudkundige verklaring gegeven voor het gat van € 19.000,00.

2.7. Dit betekent dat de stelling van NOV dat zij door het tekortschieten van [ged.conv./eis.reconv.] een nadeel van € 19.000,00 heeft geleden, uiteindelijk onvoldoende weersproken is. Haar vordering dient dus ook voor dit onderdeel te worden toegewezen.

2.8. NOV vordert [ged.conv./eis.reconv.] te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 670,80 voor verschotten en € 579,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 579,00).

2.9. Nu niet gesteld of voldoende aannemelijk is gemaakt dat ten behoeve van NOV werkzaamheden zijn verricht die een hogere vergoeding rechtvaardigen dan is aanbevolen in het rapport Voor-werk II, zal de gevorderde vergoeding wegens buitengerechtelijke incassowerkzaamheden ambtshalve worden gematigd tot een bedrag gelijk aan twee punten van het toepasselijke liquidatietarief, met een maximum van 15% van de hoofdsom, zijnde € 904,00.

2.10. [ged.conv./eis.reconv.] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van NOV worden begroot op:

- dagvaarding € 73,89

- griffierecht 455,00

- salaris advocaat 1.447,50 (2,5 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 1.976,39

2.11. De gevorderde nakosten zullen nu zij, deels voorwaardelijk, reeds op dit moment begroot kunnen worden, worden toegewezen, onvoorwaardelijk voor wat betreft het advocatensalaris en voorwaardelijk voor wat betreft de deurwaarderskosten van betekening.

in reconventie

2.12. De rechtbank neemt over wat zij in conventie heeft overwogen. Daaruit volgt dat de beslagen door NOV niet ten onrechte zijn gelegd. Daarmee is de grondslag aan de vordering in reconventie ontvallen, zodat zij moet worden afgewezen.

2.13. [ged.conv./eis.reconv.] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van NOV worden begroot op € 579,00 voor salaris advocaat (2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 579,00).

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. verklaart voor recht dat [ged.conv./eis.reconv.] toerekenbaar is tekortgeschoten in de uitoefening van zijn taak als penningmeester van NOV,

3.2. veroordeelt [ged.conv./eis.reconv.] om aan NOV te betalen een bedrag van € 19.000,00 (negentienduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag vanaf 19 oktober 2009 tot de dag van volledige betaling,

3.3. veroordeelt [ged.conv./eis.reconv.] tot betaling aan NOV van € 904,00 (negenhonderdvier euro),

3.4. veroordeelt [ged.conv./eis.reconv.] in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 1.249,80,

3.5. veroordeelt [ged.conv./eis.reconv.] in de proceskosten, aan de zijde van NOV tot op heden begroot op € 1.976,39,

3.6. veroordeelt [ged.conv./eis.reconv.] in de nakosten aan de zijde van NOV begroot op een bedrag van € 131,00, dan wel, indien betekening van dit vonnis plaatsvindt, op een bedrag van € 199,00

3.7. verklaart dit vonnis in conventie voor zover het de uitspraken onder 3.2 tot en met 3.6 betreft, uitvoerbaar bij voorraad,

3.8. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

3.9. wijst de vorderingen af,

3.10. veroordeelt [ged.conv./eis.reconv.] in de proceskosten, aan de zijde van NOV tot op heden begroot op € 579,00,

3.11. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2011.