Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BR3920

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-07-2011
Datum publicatie
02-08-2011
Zaaknummer
05/700195-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Met het verrichten van seksuele handelingen met een (andere) volwassene op een bed en/of in een bad waar zich ook een kind van anderhalf jaar oud bevindt, wordt een sociaal-ethische norm overtreden die ontucht oplevert in de zin van het Wetboek van Strafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2011/260
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/700195-11

Datum zitting : 13 juli 2011

Datum uitspraak : 27 juli 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats]

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in Maastricht PPC, Willem Alexanderweg 21

Maastricht.

Raadsman : mr. J.H.S. Vogel, advocaat te Alkmaar.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 28 januari 2011 te Duiven, (opzettelijk) met [slachtoffer] (zijnde verdachtes stiefkind), geboren op 15 juli 2009, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten zijn, verdachtes, penis brengen in de mond van die

[slachtoffer];

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 28 januari 2011 te Duiven, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind, [slachtoffer], geboren op 15 juli 2009, bestaande die ontucht hierin dat hij die [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis heeft laten betasten en/of die [slachtoffer] in haar schaamstreek heeft betast en/of die [slachtoffer] heeft betrokken, dan wel niet heeft voorkomen dat die [slachtoffer] aanwezig was, bij seksuele handelingen die hij, verdachte, toen en daar

onderging met een/enkele prostituee(s);

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 13 juli 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.H.S. Vogel, advocaat te Alkmaar.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd: [moeder van slachtoffer], als wettig vertegenwoordiger van [slachtoffer]. Namens de benadeelde is mr. J.H.D. van Onna ter terechtzitting verschenen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Feit 1 en feit 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld:

[slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) is geboren op 15 juli 2009. Verdachte heeft [slachtoffer] erkend als zijn kind. Op 28 januari 2011 bevond verdachte zich samen met [slachtoffer] en twee prostituees in een hotelkamer in Duiven. Verdachte heeft in de hotelkamer in het bijzijn van [slachtoffer] seksuele handelingen ondergaan en verricht met de prostituees.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de hotelkamer zijn penis in de mond van [slachtoffer] heeft gebracht, zijn penis door [slachtoffer] heeft laten betasten, [slachtoffer] in de schaamstreek heeft betast en niet heeft voorkomen dat [slachtoffer] aanwezig was bij seksuele handelingen die hij -verdachte- met de prostituees verrichtte en onderging.

Standpunt verdediging.

Verdachte heeft ontkend seksuele handelingen met [slachtoffer] te hebben gepleegd. De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft aangevoerd dat getuige [getuige1], toen zij in bad zat, niet gezien kan hebben wat er zich op het bed in de hotelkamer afspeelde. Voorts heeft de raadsman gesteld dat de getuige [getuige2] niet consistent heeft verklaard over hetgeen zij heeft waargenomen. De raadsman heeft geconcludeerd dat de verklaringen van genoemde getuigen onvoldoende betrouwbaar zijn en daarom niet voor het bewijs mogen worden gebezigd. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat het te betwijfelen valt of het verrichten van seksuele handelingen in het bijzijn van [slachtoffer] ontucht in de zin van het Wetboek van Strafrecht oplevert.

Beoordeling door de rechtbank

Getuige [getuige1] heeft ter terechtzitting verklaard dat zij gezien heeft dat verdachte zijn penis in de mond van [slachtoffer] had en dat hij het kind achter het hoofd vasthield. Ook heeft zij verklaard te hebben gezien dat verdachte zijn met zijn hand bij de vagina van [slachtoffer] zat. Getuige [getuige1] heeft verklaard dat zij dit kon zien vanuit haar positie in bad. Door naar voren te buigen had zij zicht op wat er zich op het bed in de hotelkamer afspeelde. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van getuige [getuige1]. In het dossier bevinden zich foto’s van de hotelkamer en de badkamer. Twee foto’s (nrs. 31 en 32) zijn genomen vanuit de door getuige [getuige1] beschreven positie. Op die foto’s is te zien dat er zicht is op het bed in de hotelkamer.

Getuige A.A. [getuige2] heeft tegenover de rechter-commissaris verklaard dat [slachtoffer] de penis van verdachte heeft betast. De rechtbank heeft ook geen reden om aan deze verklaring te twijfelen, nu de getuige bevestigde wat zij op 7 februari 2011 reeds tegenover de politie verklaard had en hier derhalve consistent over heeft verklaard (dossierp. 63).

De rechtbank is voorts van oordeel dat met het verrichten van seksuele handelingen met een (andere) volwassene op een bed en/of in een bad waar zich ook een kind van anderhalf jaar oud bevindt, een sociaal-ethische norm wordt overtreden die ontucht oplevert in de zin van het Wetboek van Strafrecht.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 28 januari 2011 te Duiven, (opzettelijk) met [slachtoffer] (zijnde verdachtes kind), geboren op 15 juli 2009, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten zijn, verdachtes, penis brengen in de mond van die

[slachtoffer];

art 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op 28 januari 2011 te Duiven, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind, [slachtoffer], geboren op 15 juli 2009, bestaande die ontucht hierin dat hij die [slachtoffer] zijn, verdachtes, penis heeft laten betasten en die [slachtoffer] in haar schaamstreek heeft betast en niet heeft voorkomen dat die [slachtoffer] aanwezig was bij seksuele handelingen die hij, verdachte, toen en daar onderging met prostituees;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen zijn kind;

feit 2:

ontucht plegen met zijn minderjarig kind.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

De officier heeft ter onderbouwing van zijn eis aangevoerd dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige feiten, dat verdachte veel justitiële documentatie heeft en dat de reclassering heeft geadviseerd om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 15 april 2011; en

• een reclasseringsadvies van Iriszorg, gedateerd 18 april 2011, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft op in de nacht van 27 op 28 januari 2011 in een hotelkamer in Duiven gedurende enkele uren seksueel contact gehad met twee prostituees. Al die tijd was de anderhalf jaar oude dochter van verdachte daarbij aanwezig. Verdachte heeft toen en daar met zijn hand aan de vagina van zijn dochter gezeten en heeft haar zijn penis laten betasten. Voorts heeft hij zijn penis in de mond van zijn dochter gehad.

Dit alles vond plaats terwijl er op de televisie een pornofilm werd vertoond en terwijl verdachte meerdere keren cocaïne en alcohol gebruikte.

De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat kinderen groot belang hebben bij een veilige en beschermde omgeving. De rechtbank is van oordeel dat verdachte volledig aan dit belang voorbij is gegaan en dat hij slechts oog heeft gehad voor zijn eigen bevrediging. Dit temeer nu hij ook op grove wijze inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn dochter.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige feiten.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij reeds vele keren ter zake van misdrijven is veroordeeld.

Verdachte heeft tegenover de reclassering en ter terechtzitting verklaard dat hij niet gemotiveerd is om door of via een reclasseringsinstelling begeleid te worden of hulp te ontvangen.

Door de reclassering wordt het recidiverisico als hoog gemiddeld geschat.

De rechtbank is van oordeel dat na te melden straf recht doet aan de ernst van de feiten. De rechtbank heeft daarbij aansluiting gezocht bij straffen die doorgaans worden opgelegd voor zedendelicten waarbij sprake is van seksueel binnendringen van het lichaam. Gelet op het door de reclassering ingeschatte recidiverisico, acht de rechtbank het van belang dat van de op te leggen gevangenisstraf een deel voorwaardelijk zal zijn, ten einde verdachte er van te weerhouden om in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Dit alles maakt dat de rechtbank een deels voorwaardelijke gevangenisstraf zal opleggen van na te melden duur.

6a. De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51g van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De benadeelde partij [moeder van slachtoffer], als wettelijk vertegenwoordiger van [slachtoffer], vordert een bedrag van als voorschot € 4.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente.

Verdachte heeft de vordering van de benadeelde partij niet betwist. De rechtbank acht voldoende bewezen dat [slachtoffer] door hetgeen haar is aangedaan immateriële schade heeft geleden en dat zij uit dien hoofde terecht aanspraak maakt op vergoeding van die schade. De rechtbank kan in deze strafrechtelijke procedure niet exact vaststellen welk bedrag aan vergoeding voor de geleden immateriële schade juist is. Zij is echter van oordeel dat in ieder geval een bedrag van € 4.000,00 aan schadevergoeding op zijn plaats is, zodat zij dit bedrag zal toewijzen aan het slachtoffer. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

De rechtbank zal tevens de schadevergoedingsmaatregel ex art.36f van het Wetboek van Strafrecht toepassen en dus aan verdachte de verplichting opleggen een bedrag, gelijk aan het door de rechtbank toe te wijzen schadebedrag, aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partij.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f , 57, 244, 248 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf zes (6 ) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer], te betalen

€ 4.000,00 (zegge vierduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2011.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op € 101,00 en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 4.000,00 subsidiair 50,00 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] te betalen € 4.000,00 (zegge vierduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 januari 2011, bij gebreke van volledi¬ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 50 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. W.L.J.M. Duijst, voorzitter, H.P.M. Kester-Bik en D.R. Sonneveldt,

in tegenwoordigheid van mr. H.G. Eskes, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 juli 2011.