Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BR1994

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
22-06-2011
Datum publicatie
18-07-2011
Zaaknummer
187410
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg op LJN: BM 5531.

Eindvonnis in bevoegdhiedsincident. Op basis van de overgelegde stukken en de verklaring van de getuige kan de totstandkoming van de overeenkomst niet worden aangenomen en, en voor zover dat wel het geval zou zijn, ook niet de toepasselijkheid van (het forumkeuzebeding in) de algemene voorwaarden.

Rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 187410 / HA ZA 09-1301

Vonnis in incident van 22 juni 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PPG INDUSTRIES NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Hoogezand,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. A.J. van Steenderen te Rotterdam,

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

AMANDA SHIPPING COMPANY L.T.D.,

gevestigd te Belize City, Belize,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem.

Partijen zullen hierna PPG en Amanda Shipping genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 28 april 2010

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 24 augustus 2010

- de rolverwijzing van 8 oktober 2010 waarbij de zaak op de rol is geplaatst voor conclusie na enquête aan de zijde van PPG

- de conclusie na getuigenverhoor

- de antwoordconclusie na getuigenverhoor.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. In het tussenvonnis van 28 april 2010 (hierna te noemen het tussenvonnis) is PPG opgedragen te bewijzen dat zij met SIA als rechtsgeldig vertegenwoordiger van Amanda Shipping een forumkeuze in de zin van artikel 23 EEX-Vo is overeengekomen.

2.2. Ter uitvoering hiervan heeft PPG één getuige doen horen, te weten de heer A. [getuige] (hierna te noemen [getuige]), zelfstandig ondernemer.

2.3. [getuige] heeft onder andere het volgende verklaard:

Vanaf 1 juni 2000 tot eind 2006 heb ik gewerkt bij de firma Ameron. In 2007 is Ameron overgenomen door PPG en was ik net als voorheen, verkoper voor de regio Polen, Baltische Staten, Duitsland en Rusland. ADG bevindt zich in Riga en al sinds de jaren 90 heb ik zakelijke contacten met ADG. Toen ik bij Ameron ging werken, heb ik ADG bezocht en gezegd dat ik bij een nieuwe firma werkte en de zakelijke contacten wilde consumeren.

ADG gaf mij een lijst van schepen, waarvoor we zouden kunnen werken. (…) Op basis van een schriftelijke offerte en de daarbij behorende algemene voorwaarden werd vanuit Ameron aan hen geleverd.

De rekeningen werden naar het postadres van ADG gestuurd en die rekeningen waren gesteld op naam van de rederij. Toen PPG Ameron kocht, is daar niets aan veranderd. Ik heb onze klanten gemeld dat het bedrijf Ameron is overgenomen door PPG en dat de offertes nu vanuit PPG kwamen, met dezelfde voorwaarden als eerder. PPG heeft alle verplichtingen overgenomen en werd rechtsopvolger van Ameron.

Het schip Amanda is in de tweede helft van 2003 bij ADG in de portefeuille gekomen voor technisch management. Vanaf dat moment is er bij ons verf besteld door ADG. (…) Daarvoor werd regelmatig verf bij ons besteld vanaf 2003. Het schip Amanda was toen al eigendom van de rederij Amanda Shipping in Belize. Amanda Shipping was alleen met het schip Amanda bij ADG. (…)

Begin 2008 werd er verf geleverd aan Amanda en daarna nog een tweede bestelling in maart/april 2008. Het schip is in het dok in Oekraïne geschilderd, onder toezicht van een inspecteur van ons en daarvan is ook een rapport opgesteld. (…)

De handelswijze van PPG bij het afsluiten van contracten was hetzelfde als de handelswijze die Ameron in het verleden hanteerde. Bij de aanvragen die ADG deed, kan een onderscheid worden gemaakt tussen aanvragen voor kleine leveringen en aanvragen voor de situatie dat het schip het dok in gaat. Als het gaat om kleine leveringen, worden hoeveelheden van bepaalde kleuren gevraagd. ADG vraagt dan naar de kosten daarvan. Wij maken een offerte. Vervolgens wordt de bestelling geplaatst. Als het gaat om een aanvraag voor een schip dat het dok in gaat, worden oppervlaktematen gestuurd. Vervolgens berekenen wij via onze software hoeveel verf er nodig is. Aan de hand daarvan wordt een offerte gemaakt met de totale kosten.

Met betrekking tot de facturen die open staan, heeft te gelden dat het ging om die laatste situatie. Het schip ging het dok in. Wij hebben een offerte gemaakt en op die offerte stond vermeld dat de algemene voorwaarden van PPG van toepassing waren. Deze vermelding staat standaard op onze offertes.

Bij aanvang van de relatie met ADG zijn de algemene voorwaarden overgelegd. Nadat Ameron is overgenomen door PPG zijn alle klanten aangeschreven. In die brief is vermeld dat nieuwe algemene voorwaarden van toepassing waren. Deze algemene voorwaarden maakten deel uit van dat schrijven.

Ook op de offertes die wij al in 2003 en 2005 hebben uitgebracht stond vermeld dat de algemene voorwaarden van Ameron van toepassing waren. (…)

De laatste levering was als altijd. Er is een aanvraag gedaan, een offerte gemaakt en een bestelling geplaatst. (…)

Bij nieuwe klanten bespreken we ook onze voorwaarden. Bij ADG is dit twee keer gebeurd, namelijk als Ameron en als PPG. Amanda Shipping heeft alle eerdere rekeningen betaald. Zij hebben nooit bezwaren tegen onze voorwaarden geuit. Amanda Shipping was bekend met onze algemene voorwaarden omdat aan de achterzijde van de rekening deze vermeld staan.

2.4. Tussen partijen is niet in geschil dat daar waar de getuige ADG noemt, hij SIA bedoelt.

2.5. Voorts heeft PPG nog een aantal schriftelijke bewijsstukken overgelegd, te weten een Dry Dock Report van februari-april 2008, een afdruk van de website van www.shipspotting.com, een afdruk van de website www.sea-web.com, een brief van A. [betrokkene], directeur van Lloyd’s List Intelligence, Conditions of Sale en een factuur van 23 november 2010 van PPG Coatings SPRL/ BVBA (hierna te noemen PPG België).

2.6. Uit de verklaring van de getuige en de overgelegde stukken volgt dat SIA scheepsmanager is geworden van het schip Amanda en dat zij in die hoedanigheid bestellingen ten behoeve van en voor rekening van de eigenaar Amanda Shipping heeft gedaan waarvoor vervolgens ook door Amanda Shipping is betaald. De rechtbank heeft geen reden om aan de betrouwbaarheid van de getuige en/of de juistheid van de overgelegde stukken op dit punt te twijfelen. Nu er volgens de getuige bij de onderhavige overeenkomst is gehandeld als altijd, kan er vanuit worden gegaan dat SIA Amanda Shipping ook daarbij rechtsgeldig vertegenwoordigde.

2.7. De vraag is echter wel met wie SIA (als vertegenwoordiger van Amanda Shipping) die overeenkomst heeft gesloten en welke algemene voorwaarden daarop van toepassing zouden zijn. PPG gaat er vanuit dat zij die overeenkomst heeft gesloten en dat haar algemene voorwaarden (inclusief forumkeuzebeding) van toepassing zijn verklaard maar dat volgt niet uit de verklaring van de getuige en ook niet uit de overige stukken. Uit de brief die is verzonden door PPG voorafgaand aan de enquête blijkt dat [getuige] medewerker is geweest van PPG Duitsland. Hij heeft niet verklaard dat hij bij deze transactie voor een ander dan zijn toenmalige werkgever handelde. Het ligt dan ook voor de hand aan te nemen dat hij namens PPG Duitsland een overeenkomst heeft gesloten met SIA. Die conclusie ligt te meer voor de hand nu uit de als productie 6 overgelegde e-mail van [getuige] aan SIA van 6 november 2007 (waaraan de offerte zou zijn gehecht) niet PPG, gevestigd te Hoogezand, als afzender staat vermeld maar PPG Protective & Marines, gevestigd te Hamburg. De fax die [getuige] op 16 november 2007 heeft verzonden aan SIA betreffende de facturen, is vervolgens weer verzonden op briefpapier van PRC-DeSoto Deutschland GmbH, PPG Protective & Marine Coatings. Uit niets blijkt dat dit dezelfde vennootschap(pen) is (zijn) als PPG, eiseres in hoofdzaak in de onderhavige procedure.

2.8. [getuige] heeft ook niet verklaard welke algemene voorwaarden hij precies heeft besproken met SIA en welke algemene voorwaarden op de onderhavige overeenkomst van toepassing zijn geworden. Meer in het bijzonder heeft hij niet verklaard dat op de onderhavige overeenkomst de algemene voorwaarden van PPG van toepassing zijn. Uit de door PPG overgelegde factuur van PPG België met daaraan gehecht algemene voorwaarden blijkt dat er binnen het PPG-concern verschillende algemene voorwaarden werden gehanteerd. Dit wordt ook door PPG zelf bevestigd in haar conclusie na enquête.

Op pagina 2 van de als productie 6 door PPG overgelegde Product Summary (op grond waarvan, volgens PPG, de algemene voorwaarden van toepassing zijn geworden op de overeenkomst) staat in dit verband niet meer dan een verwijzing naar “PPG standard terms and conditions of sale”. Een verwijzing naar een specifieke vestiging van PPG ontbreekt.

2.9. PPG heeft overigens nog verwezen naar de verwijzing naar haar algemene voorwaarden op de facturen (zoals overgelegd als productie 2). Op de achterzijde daarvan stonden volgens haar haar algemene voorwaarden afgedrukt. Volgens haar dienen deze facturen, die zijn toegestuurd voor levering, te worden beschouwd als orderbevestiging.

2.10. Hierbij heeft het volgende te gelden. De orderbevestiging is verzonden nadat SIA (als vertegenwoordiger van Amanda Shipping) had ingestemd met de offerte. Volgens artikel 23 sub a EEX-Vo dient de forumkeuze evenwel voorwerp te hebben uitgemaakt van de wilsovereenstemming tussen partijen die duidelijk en nauwkeurig tot uitdrukking is gekomen. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet worden geconcludeerd dat daaraan is voldaan in de onderhavige situatie. Er is niet gesteld en niet gebleken dat de voorwaarden door de koper uitdrukkelijk zijn aanvaard. Een eenzijdige schriftelijke verklaring als de onderhavige is onvoldoende voor het bestaan van een overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter.

2.11. Nu PPG verder geen andere facturen heeft overgelegd van haarzelf uit 2008 of daaraan voorafgaande jaren kan voorts niet worden vastgesteld dat SIA reeds bekend was met de toepasselijkheid en inhoud van de algemene voorwaarden van PPG en de daarin opgenomen forumkeuze, laat staan dat daaruit kan worden afgeleid dat die algemene voorwaarden op de overeenkomst met SIA (als vertegenwoordiger van Amanda Shipping) van toepassing zijn geworden.

2.12. Een en ander leidt tot de conclusie dat op basis van de overgelegde stukken en de verklaring van de getuige niet worden aangenomen dat er een overeenkomst tot stand is gekomen tussen SIA (als vertegenwoordiger van Amanda Shipping) en PPG en dat, voor zover dat wel het geval zou zijn, op die overeenkomst dan de algemene voorwaarden van PPG met de daarin het litigieuze forumkeuzebeding van toepassing zijn. PPG is dan ook niet geslaagd in haar bewijsopdracht.

2.13. Het gevolg daarvan is, zoals reeds in het tussenvonnis is overwogen, dat PPG niet in haar vordering kan worden ontvangen.

2.14. PPG zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

2.15. PPG zal in de proceskosten van de hoofdzaak worden veroordeeld, nu zij nodeloos kosten heeft veroorzaakt door die hoofdzaak bij de verkeerde rechter aanhangig te maken. De kosten aan de zijde van Amanda Shipping in de hoofdzaak worden begroot op EUR 1.790,00 (griffierecht), te vermeerderen met de wettelijke rente en nakosten, zoals door Amanda Shipping gevorderd en door PPG niet betwist.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. verklaart zich onbevoegd van de vordering in de hoofdzaak kennis te nemen,

3.2. veroordeelt PPG in de kosten van het incident, aan de zijde van Amanda Shipping tot op heden begroot op EUR 904,00,

3.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

In de hoofdzaak

3.4. veroordeelt PPG in de proceskosten, aan de zijde van Amanda Shipping tot op heden begroot op EUR 1.790,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.5. veroordeelt PPG in de nakosten, aan de zijde van Amanda Shipping bepaald op EUR 131,00 voor (na)salaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met EUR 68,00 voor (na)salaris advocaat en de daadwerkelijke betekeningskosten,

3.6. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

Dit vonnis is gewezen door mr. D.T. Boks en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2011.