Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BR1918

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-07-2011
Datum publicatie
18-07-2011
Zaaknummer
05-800220-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer veroordeelt een 23-jarige militair tot een geldboete van € 750,- en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid geëist voor de duur van 4 maanden wegens overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2011/87
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Militaire Kamer

Promis II

Parketnummer : 05/800220-11

Datum zitting : 4 juli 2011

Datum uitspraak : 18 juli 2011

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats],

rang/rnr : [rang],

ingedeeld bij : vliegbasis Volkel,

raadsman : mr. T. Kemper, advocaat te Oss.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 29 september 2010, te Tiel,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto) daarmede rijdende over de voor het openbaar verkeer openstaande

weg, Provincialeweg N834,

welke Provincialeweg ter plaatse was verdeeld in twee rijstroken bestemd voor

het verkeer in beide rijrichtingen,

komende uit de richting Tiel en gaande in de richting Rijksweg A15,

zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam,

de snelheid van zijn, verdachtes, motorrijtuig (personenauto) niet zodanig

heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was dat motorrijtuig

(personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die

weg kon overzien en/of waarover die weg vrij was en is gebotst tegen, althans

in aanrijding is gekomen met een personenauto (Fiat), welke personenauto op

de door verdachte bereden rijstrook voor verdachte uit reed, althans

(voorgesorteerd) stil stond teneinde een - vanuit verdachtes rijrichting

bezien - links van die weg gelegen zijweg, althans uitrit in te rijden,

waarbij/waarna hij, verdachte, met zijn, verdachtes, motorrijtuig

(personenauto) naar links heeft gestuurd en/althans naar links is uitgeweken

en/of (vervolgens) met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig

(personenauto) geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer

bestemde weggedeelte van die weg is terechtgekomen terwijl een toen aldaar

tegemoetrijdende personenauto (Toyota) zeer dicht was genaderd en/of

(vervolgens) tegen die tegemoetrijdende personenauto (Toyota) is gebotst of

aangereden,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat

daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale

bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 29 september 2010 te Tiel als bestuurder van een voertuig

(personenauto), daarmee rijdende op de weg, Provincialeweg N834,

de snelheid van zijn, verdachtes, motorrijtuig (personenauto) niet zodanig

heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was dat motorrijtuig

(personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg

kon overzien en/of waarover die weg vrij was en is gebotst tegen, althans in

aanrijding is gekomen met een personenauto (Fiat), welke personenauto op de

door verdachte bereden rijstrook voor verdachte uit reed, althans

(voorgesorteerd) stil stond teneinde een - vanuit verdachtes rijrichting

bezien - links van die weg gelegen zijweg, althans uitrit in te rijden,

waarbij/waarna hij, verdachte, met zijn, verdachtes, motorrijtuig

(personenauto) naar links heeft gestuurd en/althans naar links is uitgeweken

en/of (vervolgens) met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig

(personenauto) geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer

bestemde weggedeelte van die weg is terechtgekomen terwijl een toen aldaar

tegemoetrijdende personenauto (Toyota) zeer dicht was genaderd en/of

(vervolgens) tegen die tegemoetrijdende personenauto (Toyota) is gebotst of

aangereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd

veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd

gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 4 juli 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. T. Kemper, advocaat te Oss.

De officier van justitie, mr. S. Planting, heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en dat hij ter zake van het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot betaling van een geldboete ten bedrage van € 350,--, subsidiair te vervangen door 7 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft verder een ontzegging van de rijbevoegdheid geëist voor de duur van 3 maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3a. De beslissing inzake het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 29 september 2010 heeft verdachte als bestuurder van een personenauto, gereden over de openbare weg, Provincialeweg N834 te Tiel. Op deze weg reed voor de auto van verdachte eveneens een personenauto, van het merk Fiat. Tussen de auto van verdachte en de Fiat voor hem, was de rijstrook vrij. Verdachte zag te laat dat deze Fiat afremde, heeft zelf te laat geremd en is met zijn auto tegen de Fiat gebotst. Verdachte heeft daarbij met zijn auto naar links gestuurd en is (vervolgens) met zijn auto op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg terechtgekomen. Op dat moment was een op die (voor het tegemoetkomend verkeer bestemde) weghelft tegemoet rijdende personenauto (merk: Toyota) zeer dicht genaderd. Verdachte is tegen die Toyota gebotst.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. Volgens de officier van justitie kan wel wettig en overtuigend bewezen worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, omdat er geen sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde is door de raadsman betoogd dat een enkele verkeersovertreding onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te komen. Nu er geen sprake is van bijkomende feiten of omstandigheden die ervoor zorgen dat er sprake is van gevaarzettend gedrag, dient verdachte ook te worden vrijgesproken van het subsidiair tenlastegelegde.

Beoordeling van de standpunten en conclusie

Verdachte heeft te laat geremd en is daardoor met de Fiat in aanrijding gekomen, in die zin dat hij de Fiat die voor hem bijna tot stilstand was gekomen, aan de linkerachterzijde heeft geraakt of geschampt. Naar het oordeel van de militaire kamer staat hiermee dus vast dat verdachte de snelheid van zijn auto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was zijn auto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover die weg vrij was, zoals omschreven in de tenlastelegging.

Niet kan worden vastgesteld wat de oorzaak is van het feit dat verdachte de remmende Fiat te laat heeft opgemerkt. Uit de enkele omstandigheid dat verdachte te laat heeft geremd omdat hij te laat zag dat de Fiat remde, kan naar het oordeel van de militaire kamer niet volgen dat de verdachte zich zeer, althans aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig heeft gedragen. Er is niet gebleken van bijkomende omstandigheden die dat oordeel wel zouden kunnen rechtvaardigen. De militaire kamer zal verdachte daarom van het primair tenlastegelegde vrijspreken.

Anderzijds staat wel vast dat verdachte de Fiat te laat heeft gezien en daardoor te laat zijn snelheid zodanig heeft verminderd dat hij een botsing kon voorkomen. De Fiat moet voor verdachte wel tijdig waarneembaar zijn geweest, zodat verdachte daarop zijn rijgedrag moet hebben kunnen afstemmen, en dat feitelijk ook had moeten doen. Dat geldt temeer nu, zoals verdachte zelf heeft verklaard, het op dat moment druk op de weg was. Daarmee staat vast dat verdachte niet de maximaal te vergen zorg heeft betracht die van hem mocht worden verwacht. Naar het oordeel van de militaire kamer werd door de gedragingen van verdachte gevaar op de weg veroorzaakt. Temeer nu verdachte zelf heeft aangegeven dat er veel tegenliggers waren en ook vóór verdachte verkeersdeelnemers reden, waar verdachte ook is tegen op gebotst, is er naar het oordeel van de militaire kamer sprake van daadwerkelijk gevaarzettend gedrag.

3b. De bewezenverklaring

De militaire kamer acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 29 september 2010 te Tiel als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Provincialeweg N834, de snelheid van zijn, verdachtes, motorrijtuig (personenauto) niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover die weg vrij was en is gebotst tegen, een personenauto (Fiat), welke personenauto op de door verdachte bereden rijstrook voor verdachte uit reed, waarbij hij, verdachte, met zijn, verdachtes, motorrijtuig (personenauto) naar links heeft gestuurd en (vervolgens) met dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (personenauto) geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg is terechtgekomen terwijl een toen aldaar tegemoetrijdende personenauto (Toyota) zeer dicht was genaderd en (vervolgens) tegen die tegemoetrijdende personenauto (Toyota) is gebotst door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sancties

Bij de beslissing over de straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 9 juni 2011.

De militaire kamer overweegt in het bijzonder het navolgende.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Door de officier van justitie is voor de afdoening van dit feit betaling van een geldboete ten bedrage van € 350,- en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 3 maanden geëist. De officier van justitie heeft bij het bepalen van de eis rekening gehouden met de gevolgen van het feit voor het slachtoffer, alsmede met het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit en hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk.

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de strafmaat heeft de raadsman de militaire kamer verzocht er rekening mee te houden dat verdachte een first-offender is en dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk.

Beoordeling van de standpunten en conclusie

Verdachte heeft niet tijdig gezien dat zijn voorganger afremde. Daardoor remde hij zelf te laat en is hij met zijn voorganger in aanraking gekomen. Vervolgens is hij op de andere weghelft terechtgekomen en aldaar op een hem tegemoet komende auto gebotst. De bestuurster van de tegemoetkomende auto heeft hierbij lichamelijk letsel opgelopen. Verdachte heeft door zijn handelen gevaar op de weg veroorzaakt en dit gevaar heeft zich ook verwezenlijkt.

In het voordeel van verdachte houdt de militaire kamer rekening met het feit dat hij nooit eerder met justitie in aanraking is geweest en met het feit dat hij zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk.

Alle omstandigheden in aanmerkingen nemende, is de militaire kamer van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf en maatregel niet voldoende recht doen aan de bewezenverklaring en de omstandigheden waaronder dit plaatsvond, waarbij in het bijzonder acht wordt geslagen op de ingrijpende gevolgen zowel op de korte als op de (middel)lange termijn die het handelen van verdachte voor het slachtoffer heeft gehad. De militaire kamer zal dan ook een hogere straf opleggen dan door de officier van justitie is geëist.

Mede gelet op de afdoening voor soortgelijke zaken acht de militaire kamer een geldboete van € 750,-- passend en geboden. Gelet op de ernst van het feit zal de militaire kamer daarnaast aan verdachte opleggen een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van vier maanden, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Deze voorwaardelijke ontzegging die zal worden opgelegd, dient als waarschuwing voor verdachte om (meer) voorzichtigheid in het verkeer te betrachten en daarmee verkeersdelicten als de onderhavige te voorkomen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177, 178, en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het overige tenlastegelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

A. Een betaling van een geldboete van € 750,-- (zevenhonderdvijftig euro),

bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door de duur van 15 dagen hechtenis.

B. Ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 4 (vier) maanden,

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Aldus gewezen door:

mr. E. de Boer (voorzitter), mr. T.P.E.E. van Groeningen (rechter) en kolonel mr. B.F.M. Klappe (militair lid),

in tegenwoordigheid van mr. B.C.C. van den Bosch, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 juli 2011.