Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BR1234

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-07-2011
Datum publicatie
12-07-2011
Zaaknummer
05/509003-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

8 jaar gevangenisstraf voor twee woningovervallen, dreiging met doorgeladen pistool, telefonische bedreiging en poging tot zware mishandeling in het huis van bewaring

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

Promis II

Parketnummer : 05/702850-10

Data zittingen : 11 november 2009, 27 januari 2010, 21 april 2010, 12 mei 2010, 4 augustus 2010, 27 oktober 2010, 17 november 2010, 9 februari 2011, 4 mei 2011 en 28 juni 2011

Datum uitspraak : 12 juli 2011

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

thans gedetineerd in PI Mid. Holland, HvB De Geniepoort, Maatschapslaan 1

Alphen aan den Rijn.

Raadsman: mr F.G.W.M. Huijbers, advocaat te Nijmegen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Onder parketnummer 05/509003-09:

1.

hij op of omstreeks 31 juli 2009 te Druten een vuurwapen van categorie III

onder 1, te weten een pistool, merk FN Browning, kaliber 9 mm., en/of munitie

van categorie II onder 4, te weten 12 patronen 9 mm. met expanderende koppen,

voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

2.

hij op of omstreeks 31 juli 2009 te Nijmegen [slachtoffer] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin

bestaande dat verdachte opzettelijk dreigend een (doorgeladen) pistool tegen

de nek, althans in de richting, van die [slachtoffer] heeft gehouden;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 juli 2009

t/m 18 augustus 2009 te Nijmegen en/of Arnhem, althans in Nederland, zijn

(ex-)vriendin [ex-vriendin] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het

leven gericht, althans met zware mishandeling, hierin bestaande dat verdachte:

- in of omstreeks de periode tussen 17 en 31 juli 2009 opzettelijk voornoemde

[ex-vriendin] dreigend via de telefoon de woorden heeft toegevoegd :"ik

maak je af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of

- op of omstreeks 18 augustus 2009 opzettelijk voornoemde [ex-vriendin]

dreigend, vanuit het Huis van Bewaring te Arnhem, via de telefoon mondeling

heeft toegevoegd "dat als hij, verdachte, uit de gevangenis zou komen en hij

haar ([ex-vriendin]) met een andere man zou zien lopen, hij die [ex-vriendin] en die man

zou afmaken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking

Onder parketnummer 05/900720-09:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 27 juli 2009 op 28 juli 2009 in de gemeente

Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en/of een

hoeveelheid sieraden en/of een of meer bankpas(sen), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij1] en/of [benadeelde partij2], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde partij1] en/of [benadeelde partij2], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s)

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), de woning van die (slapende) [benadeelde partij1] en/of die [benadeelde partij2] (gelegen aan de [adres]) via een

geopend dakraam is/zijn binnengeklommen/gedrongen en/of (vervolgens) die [benadeelde partij1] heeft/hebben geslagen en/of onder dreiging van een of meer

vuurwapen(s), althans een of meer op (een) vuurwapen(s) gelijkend(e)

voorwerp(en) tegen die [benadeelde partij1] en/of die [benadeelde partij2] zei(den)/riep(en) "geld,

geld geld" en/of (vervolgens) de woning van die [benadeelde partij1] en/of die [benadeelde partij2]

heeft/hebben doorzocht en/of (daarbij) zei(den)/riep(en) "kluis kluis kluis"

en/of (nadat de kluis door die [benadeelde partij1] was geopend) met een of meer

bankpas(sen) voornoemde woning heeft/hebben verlaten om te gaan pinnen,

terwijl die [benadeelde partij1] en/of die [benadeelde partij2] gedurende die tijd door verdachte en/of

diens mededader(s) onder schot werden gehouden, althans met verdachte en/of

diens mededader(s) in de woning moesten blijven, en aldus een (zeer) dreigende

situatie voor die [benadeelde partij1] en/of die [benadeelde partij2] heeft/hebben gecreëerd;

(dossier, incident 2)

2.

hij in of omstreeks de nacht van 25 juli 2009 op 26 juli 2009 te Lienden, in

elk geval in de gemeente Buren, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen 12.500 euro, althans een (grote) hoeveelheid geld en/of een

of meer pinpas(sen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [benadeelde partij3] en/of [benadeelde [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij4], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij3] en/of die [benadeelde partij5] en/of

die [benadeelde partij4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf

en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

en/of zijn mededader(s) de woning van die [benadeelde partij3] en/of die [benadeelde partij5]

en/of die [benadeelde partij4] (gelegen aan de [adres]) is/zijn

binnengedrongen en/of die [benadeelde partij3] en/of die [benadeelde partij5] en/of die [benadeelde partij4] met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

heeft/hebben bedreigd en/of zei(den)/riep(en) "waar is de kluis, we willen

geld zien, het is geen grap", althans woorden van gelijke aard of strekking,

en/of (vervolgens) voornoemd (vuur)wapen op/in de richting van het hoofd van

die [benadeelde partij5] en/of die [benadeelde partij3] heeft/hebben gericht en/of gericht

gehouden en/of (vervolgens) voornoemde woning heeft/hebben doorzocht terwijl

voornoemde [benadeelde partij3] en/of [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij4] onder dreiging van

dat (vuur)wapen aan de keukentafel moesten blijven zitten, en aldus een (zeer)

dreigende situatie voor die [benadeelde partij3] en/of die [benadeelde partij5] en/of die [benadeelde partij4] heeft/hebben gecreëerd;

(dossier, incident 1)

Onder parketnummer 05/702850-10:

1.

hij op of omstreeks 12 juni 2010 te Arnhem, in Penitentiaire Inrichting

Arnhem-Zuid, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans

alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een

persoon genaamd [benadeelde partij6] (mede-gedetineerde), opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [benadeelde partij6] eenmaal en/of

meermalen heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt/getrapt, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 12 juni 2010 te Arnhem, in Penitentiaire Inrichting

Arnhem-Zuid, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans

alleen, opzettelijk mishandelend een persoon ([benadeelde partij6], mede-gedetineerde)

eenmaal en/of meermalen heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt/getrapt,

waardoor voornoemde [benadeelde partij6] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

Ter terechtzittingen van 12 mei 2010 en 27 oktober 2010 zijn de zaken van de officier van justitie in het arron¬dissement Arnhem, onder bovenstaande parketnummers bij afzonderlijke dagvaardingen aanhangig gemaakt, gevoegd.

De zaak is laatstelijk op 28 juni 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. F.G.W.M. Huijbers, advocaat te Nijmegen.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

• Dhr. [benadeelde partij1] ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/900720-09;

• Mevr. [benadeelde partij2] ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/900720-09;

• Dhr. [benadeelde partij3] ten aanzien van feit 2 van parketnummer 05/900720-09;

• Mevr. [benadeelde partij5] ten aanzien van feit 2 van parketnummer 05/900720-09;

• Dhr. [benadeelde partij6] ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/702850-10.

Als officier van justitie was aanwezig mr. T. Feuth.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Onder parketnummer 05/509003-09:

Feit 1

Nu verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en zijn raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, is ter zake van feit 1 sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zijn:

- Het proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de verklaring van verbalisant [verbalisant] aangaande het vuurwapen, p. 50-51.

- De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 november 2009.

Feit 2

Vaststaande feiten

Op 31 juli 2009 heeft verdachte te Nijmegen een pistool tegen de nek van [slachtoffer] gehouden.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat het pistool doorgeladen was.

Standpunt van de verdediging

Verdachte stelt dat hij de munitie uit het pistool had gehaald.

Beoordeling van de standpunten door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het wapen had doorgeladen. Niet alleen verklaart aangever, die zegt drie jaar lid te zijn geweest van een schietvereniging en zelf meerdere wapens heeft (gehad), dat de haan van het vuurwapen gespannen was, ook is, blijkens de bevindingen van de verbalisant, op camerabeelden te zien dat verdachte het wapen doorlaadt.

Feit 3

Vaststaande feiten

In de periode tussen 17 en 31 juli 2009 heeft verdachte te Nijmegen tegen [ex-vriendin] via de telefoon gezegd: ‘ik maak je af’. Op 18 augustus 2009 heeft verdachte vanuit het Huis van Bewaring te Arnhem gebeld naar [ex-vriendin].

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht ook bewezen dat verdachte haar in dit telefoongesprek heeft gezegd: ‘als ik je met een andere man zou zien lopen, maak ik jullie allebei af’.

Standpunt van de verdediging

Verdachte ontkent dit gezegd te hebben.

Beoordeling van de standpunten door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte op 18 augustus 2009 telefonisch aan [ex-vriendin] heeft gezegd: ‘als ik je met een andere man zou zien lopen, maak ik jullie allebei af’. Dit is de verklaring van aangeefster. In een verhoor enkele weken na het telefoongesprek heeft verdachte verklaard dat het mogelijk is dat hij dit gezegd heeft. Dat heeft hij herhaald ter terechtzitting. Mede in de context van de eerdere bedreiging overweegt de rechtbank dat op grond van deze ondubbelzinnige verklaring van aangeefster, waar verdachte enkel twijfelende verklaringen tegenover zet, wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte deze bedreiging geuit heeft. De rechtbank houdt verdachte aan zijn eerdere verklaringen, die consistent zijn met de verklaring van aangeefster.

Onder parketnummer 05/900720-09:

Feit 1

Nu verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en zijn raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, is ter zake van feit 1 sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zijn:

- Het proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van [benadeelde partij1], p. 128-136;

- De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 augustus 2010.

Feit 2

Vaststaande feiten

In de nacht van 25 juli 2009 op 26 juli 2009 heeft verdachte samen met een ander een overval gepleegd op [benadeelde partij3], [benadeelde partij5] en [benadeelde partij4]..Hierbij zijn pinpassen weggenomen die toebehoorden aan de slachtoffers. Met die pinpassen is een hoeveelheid geld gepind door verdachte. Verdachte en zijn mededader zijn binnengedrongen in de woning van de aangevers, gelegen aan de [adres] te Lienden. De aangevers zijn vervolgens bedreigd met een vuurwapen waarbij werd gezegd: ‘waar is de kluis, we willen geld zien, het is geen grap’. Het vuurwapen is op het hoofd van [benadeelde partij5] en [benadeelde partij3] gericht. Vervolgens is de woning doorzocht, terwijl de drie aangevers aan de keukentafel moesten blijven zitten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte en zijn mededader bij deze overval €12.400,- hebben gestolen, nu aangever [benadeelde partij3] dit in zijn aangifte heeft verklaard.

Standpunt van de verdediging

Verdachte bekent zijn aandeel in deze overval maar ontkent dat €12.400,- is gestolen.

Beoordeling van de standpunten door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat diefstal van het bedrag van 12.400,- niet bewezen kan worden. Enkel aangever [benadeelde partij3] verklaart over de diefstal van dit bedrag. Hij geeft een nauwkeurige en gedetailleerde beschrijving van de gebeurtenissen en verklaart dat de overvallers het huis doorzochten, maar klaarblijkelijk niet het grote geldbedrag konden vinden dat zij veronderstelden aanwezig te zijn. Vervolgens doet hij alsof hij een hartaanval krijgt en beschrijft dat op dat moment één van de overvallers de keuken binnen komt, waar zij allemaal verblijven, met een plastic zak waarin € 12.400,- zou zitten, die hij had verborgen in de kast in de woonkamer. [benadeelde [benadeelde partij5] en [benadeelde partij4] beschrijven eveneens de situatie dat [benadeelde partij3] een hartaanval nadoet en dat de overvallers toen erg in paniek raken en zich uit de voeten maken. Beiden maken echter geen gewag van de plastic zak met geld. Nu hun aangiftes zeer gedetailleerd en consistent zijn, en zij gezien de omstandigheden ter plaatse de vondst van de plastic zak met geld hadden moeten kunnen opmerken, is de rechtbank van oordeel dat dit onderdeel van het tenlastegelegde niet met de vereiste mate van zekerheid bewezen kan worden geacht.

Onder parketnummer 05/702850-10:

Vaststaande feiten

Op 12 juni 2010 is [benadeelde partij6] in het Huis van Bewaring Arnhem -Zuid mishandeld door in ieder geval de gedetineerde [gedetineerde]. Deze [gedetineerde] heeft [benadeelde partij6] met kracht tegen hoofd en lichaam geschopt en met zijn vuist tegen diens hoofd geslagen.

Bij [benadeelde partij6] is door twee artsen letsel vastgesteld, bestaande onder andere blauwe plekken, een blauw oog, en een gebroken neusbotje.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bewezen dat verdachte samen met een ander op 12 juni 2010 in de Penitentiaire Inrichting Arnhem-Zuid een poging heeft gedaan [benadeelde partij6] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

Standpunt van de verdediging

Verdachte heeft naar voren gebracht in een vechtpartij te zijn beland, maar niet schuldig te zijn aan poging tot zware mishandeling in vereniging of mishandeling in vereniging.

Beoordeling van de standpunten door de rechtbank

De twee genoemde PIW'ers hebben verklaard dat niet alleen [gedetineerde], maar ook verdachte [benadeelde partij6] heeft geslagen. Dit stemt overeen met de genoemde aangifte van [benadeelde partij6], die ook verdachte aanwijst als één van zijn aanvallers.

De rechtbank acht op basis van bovenstaande verklaringen bewezen dat verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte heeft gepoogd opzettelijk zwaar letsel toe te brengen aan [benadeelde partij6]. Door [benadeelde partij6] meermalen met veel kracht tegen het hoofd en lichaam te slaan en stompen was de kans op zwaar lichamelijk letsel aanmerkelijk. De rechtbank verwijst daarbij naar de verklaring van eerder genoemde [getuige] dat hij een dergelijke gewelduitbarsting tijdens zijn 25-jarige ervaring in het gevangeniswezen niet eerder heeft meegemaakt. Met dit handelen heeft verdachte deze aanmerkelijke kans voor lief genomen. Dat uiteindelijk geen zwaar lichamelijk letsel is toegebracht aan [benadeelde partij6] komt niet doordat verdachte en zijn medeverdachte uit zichzelf met de mishandeling zijn gestopt, maar door het feit dat medewerkers van de penitentiaire instelling ingrepen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

Onder parketnummer 05/509003-09:

1.

hij op 2009 te Druten een vuurwapen van categorie III

onder 1, te weten een pistool, merk FN Browning, kaliber 9 mm., en/of munitie

van categorie II onder 4, te weten 12 patronen 9 mm. met expanderende koppen,

voorhanden heeft gehad;

2.

hij op 31 juli 2009 te Nijmegen [slachtoffer] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, hierin

bestaande dat verdachte opzettelijk dreigend een (doorgeladen) pistool tegen

de nek, van die [slachtoffer] heeft gehouden;

3.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 17 juli 2009

t/m 18 augustus 2009 te Nijmegen en Arnhem, zijn

(ex-)vriendin [ex-vriendin] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het

leven gericht, hierin bestaande dat verdachte:

- in de periode tussen 17 en 31 juli 2009 opzettelijk voornoemde

[ex-vriendin] dreigend via de telefoon de woorden heeft toegevoegd :"ik

maak je af", en- op 18 augustus 2009 opzettelijk voornoemde [ex-vriendin]

dreigend, vanuit het Huis van Bewaring te Arnhem, via de telefoon mondeling

heeft toegevoegd "dat als hij, verdachte, uit de gevangenis zou komen en hij

haar ([ex-vriendin]) met een andere man zou zien lopen, hij die [ex-vriendin] en die man

zou afmaken",

Onder parketnummer 05/900720-09:

1.

hij in of omstreeks de nacht van 27 juli 2009 op 28 juli 2009 in de gemeente

Arnhem, tezamen en in vereniging met een ander met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld en/of een

hoeveelheid sieraden en een of meer bankpassen,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij1] en/of [benadeelde partij2]

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld

en bedreiging met geweld tegen voornoemde [benadeelde partij1], gepleegd

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden

dat hij, verdachte, en zijn mededader de woning van die (slapende) [benadeelde partij1] en/of die [benadeelde partij2] (gelegen aan de [adres]) via een

geopend dakraam zijn binnengeklommen/gedrongen en(vervolgens) die [benadeelde partij1] heeft/hebben geslagen en onder dreiging van een vuurwapen tegen die [benadeelde partij1] en die [benadeelde partij2] riepen "geld,

geld geld" en (vervolgens) de woning van die [benadeelde partij1] en die [benadeelde partij2]

hebben doorzocht en(daarbij) riepen "kluis kluis kluis"

en (nadat de kluis door die [benadeelde partij1] was geopend) met een of meer

bankpas(sen) voornoemde woning hebben verlaten om te gaan pinnen,

terwijl die [benadeelde partij1] en/of die [benadeelde partij2] gedurende die tijd door diens mededader onder schot werden gehouden, en aldus een (zeer) dreigende

situatie voor die [benadeelde partij1] en die [benadeelde partij2] heeft/hebben gecreëerd;

2.

hij in of omstreeks de nacht van 25 juli 2009 op 26 juli 2009 te Lienden tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een

of meer pinpassen geheel of ten dele toebehorende

aan [benadeelde partij3] en/of [benadeelde partij5] en/of [benadeelde partij4],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij3] en die [benadeelde partij5] en

die [benadeelde partij4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden

en/of gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

en/of zijn mededader de woning van die [benadeelde partij3] en die [benadeelde partij5]

en/of die [benadeelde partij4] (gelegen aan de [adres] zijn

binnengedrongen en die [benadeelde partij3] en die [benadeelde partij5] en die [benadeelde partij4] met een vuurwapen,

hebben bedreigd en riepen"waar is de kluis, we willen

geld zien, het is geen grap",

en (vervolgens) voornoemd (vuur)wapen op/in de richting van het hoofd van

die [benadeelde partij5] en die [benadeelde partij3] hebben gericht

en (vervolgens) voornoemde woning hebben doorzocht terwijl

voornoemde [benadeelde partij3] en [benadeelde partij5] en [benadeelde partij4] onder dreiging van

dat (vuur)wapen aan de keukentafel moesten blijven zitten, en aldus een (zeer)

dreigende situatie voor die [benadeelde partij3] en die [benadeelde partij5] en die [benadeelde partij4] hebben gecreëerd;

Onder parketnummer 05/702850-10:

hij op 12 juni 2010 te Arnhem, in Penitentiaire Inrichting

Arnhem-Zuid, tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een

persoon genaamd [benadeelde partij6] (mede-gedetineerde), opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [benadeelde partij6] meermalen heeft geslagen en/of gestompt en geschopt/getrapt, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Onder parketnummer 05/509003-09:

Ten aanzien van feit 1:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

& de munitie

Ten aanzien van feit 2:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Ten aanzien van feit 3:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

Onder parketnummer 05/900720-09:

Ten aanzien van feit 1:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van feit 2:

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Onder parketnummer 05/702850-10:

Ten aanzien van feit 1:

Het medeplegen van poging tot zware mishandeling

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6a. De motivering van de sanctie(s)

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft primair gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf. Subsidiair heeft hij een gevangenisstraf van 4 jaar geëist in combinatie met TBS met dwangverpleging.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gevraagd geen behandelverplichting op te leggen, noch in de vorm van TBS noch in de vorm van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke strafdeel. Daarnaast heeft de verdediging gewezen op het nagenoeg blanco strafblad van verdachte.

Beoordeling van de standpunten door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Hierbij is ook acht geslagen op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 2 oktober 2010 en een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, betreffende verdachte, gedateerd 30 september 2010.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft in de zomer van 2009 vijf misdrijven begaan, die alle een gewelds-component hebben. Hij heeft twee woningovervallen gepleegd met een mededader . Daarnaast heeft verdachte illegaal een pistool in bezit gehad, waarmee hij in een discotheek de bedrijfsleider heeft bedreigd door dit pistool doorgeladen in zijn nek te leggen. Ten slotte heeft hij tweemaal zijn ex-vriendin telefonisch bedreigd met de dood.

De rechtbank rekent verdachte met name de woningenovervallen zwaar aan. Verdachte heeft samen met een mededader twee gezinnen overvallen. Dit gebeurde in de eigen woning, tijdens de nachtelijke uren. Bij een van de overvallen lagen de slachtoffers te slapen. Door verdachte en zijn medeverdachte werd gedreigd, waarbij gebruik werd gemaakt van een pistool. De slachtoffers werden gegijzeld, nu een van de overvallers met hun pinpassen en pincodes ging pinnen, terwijl de ander met het vuurwapen bij hen bleef. De ervaring leert dat dergelijke gebeurtenissen langdurig grote gevolgen hebben voor de slachtoffers, zoals ook blijkt uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaringen. Een gewapende overval in het eigen huis tijdens de nachtelijke uren leidt tot gevoelens van onveiligheid en angst. Aan deze consequenties is verdachte voorbijgegaan in het belang van zijn geldelijk gewin. Daarnaast heeft verdachte met een doorgeladen pistool een man bedreigd en telefonisch zijn ex-vriendin bedreigd. Ook dit zijn feiten die voor gevoelens van onveiligheid zorgen. Ten slotte heeft verdachte in vereniging geprobeerd een medegedetineerde zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Enkel het ingrijpen van het personeel van de penitentiaire inrichting heeft ervoor kunnen zorgen dat het bij een poging is gebleven, maar het slachtoffer is desondanks wel ernstig gewond geraakt.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een gevangenisstraf.

Over de persoon van verdachte en de toerekenbaarheid van de strafbare feiten zijn een viertal pro justitia rapportages uitgebracht. Psychiater [psychiater] en klinisch psycholoog drs. [psycholoog] hebben op respectievelijk 11 juli 2010 en 27 juli 2010 rapportages uitgebracht. Ten tijde van deze rapportages ontkende verdachte de woningovervallen nog. De poging tot zware mishandeling van [benadeelde partij6] in de penitentiaire inrichting was nog niet ten laste gelegd.

[psychiater] concludeerde dat sprake was van cocaïnemisbruik, een posttraumatisch stress syndroom en kenmerken van een borderline persoonlijkheidsstoornis en antisociale kenmerken, recidiverende psychotische depressies en een verdenking op het bestaan van adhd. Ten tijde van de ten laste gelegde delicten achtte [psychiater] vooral de eerste drie aandoeningen actueel. Hij achtte verdachte vanwege zijn angststoornis verminderd toerekeningsvatbaar ten aanzien van het illegale bezit van het voorwapen. Ten aanzien van de bedreiging met het pistool werd hij verminderd toerekeningsvatbaar geacht vanwege cocaïnegebruik, voortvloeiend uit zijn angststoornis en persoonlijkheid. Ten aanzien van de bedreiging van [slachtoffer] achtte [psychiater] verdachte volledig toerekeningsvatbaar. Omdat hij ten tijde van de rapportage de roofovervallen ontkende, werd daar door [psychiater] geen oordeel over gegeven. [psychiater] adviseerde verdachte een voorwaardelijke TBS op te leggen, waarbij verdachte zich als voorwaarde onder behandeling stelt bij een forensisch psychiatrische instelling.

[psycholoog] constateerde dat ten tijde van het tenlastegelegde sprake was van recidiverende depressieve episodes, een posttraumatische stressstoornis en persoonlijkheidsproblematiek. Verdachte functioneert volgens hem op zwakbegaafd niveau. [psycholoog] concludeerde dat verdachte ten aanzien van alle feiten verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Ten aanzien van het wapenbezig hebben vooral angst en persoonlijkheidspathologie een bepalende rol gespeeld. Ten aanzien van de bedreiging met het pistool lijken de persoonlijkheidspathologie en het middelengebruik bepalend te zijn geweest. Ten aanzien van de woningovervallen wees [psycholoog] vooral op de zwakbegaafdheid en antisociale persoonlijkheidskenmerken. Ook [psycholoog] adviseerde aan verdachte een voorwaardelijke TBS op te leggen, waarbij verdachte zich als voorwaarde onder behandeling stelt bij een forensisch psychiatrische instelling.

Op de terechtzitting van 17 november 2010 zijn [psychiater] en [psycholoog] gehoord en geconfronteerd met de bekentenis van de woonovervallen en ten lastelegging van de poging tot zware mishandeling van de medegedetineerde. Beide deskundigen hebben daarop hun advies bijgesteld naar TBS met dwangverpleging.

Op verzoek van de verdediging is een contra-expertise uitgevoerd door psychiater [psychiater2] en psycholoog [psycholoog2]. Zij hebben op 23 juni 2011 rapportages uitgebracht. [psychiater2] concludeerde dat sprake is van een posttraumatische stresstoornis, een depressie met psychotische kenmerken die in volledige remissie is, en misbruik van cocaine. Voorts constateerde hij dat er sprake is van narcistische en antisociale kenmerken, maar stelt hij de diagnose van een persoonlijkheidsstoornis uit. Ten tijde van de feiten was sprake van een posttraumatische stress stoornis en bij enkele feiten was sprake van misbruik van cocaine. [psychiater2] achtte verdachte volledig toerekeningsvatbaar ten aanzien van de poging tot zware mishandeling van [benadeelde partij6] en de aanschaf van verboden wapens. Ten aanzien van de woningovervallen en de bedreiging met het pistool acht hij verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar. [psychiater2] achtte behandeling of begeleiding in een strafrechtelijk kader mogelijk in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een deels voorwaardelijke straf, maar achtte het ook acceptabel als verdachte op eigen initiatief hulpverlening zal moeten zoeken.

[psycholoog2] constateerde dat verdachte lijdt aan een posttraumatische stress stoornis. Hoewel er antisociale en narcistische trekken te signaleren zijn, voldoet verdachte niet aan de criteria van een persoonlijkheidsstoornis. Voorts is er sprake van misbruik van alcohol en cocaïne.

[psycholoog2] concludeerde –net als [psychiater2] - dat de poging tot zware mishandeling in de penitentiaire inrichting en het verboden wapenbezit verdachte volledig toegerekend kunnen worden. Voor de overvallen en de beide bedreigingen achtte hij verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar. Hij achtte geen gronden aanwezig om te adviseren dat behandeling of begeleiding in een strafrechtelijk kader plaats zou moeten vinden.

De rechtbank ziet zich geconfronteerd met vier pro justitia-rapportages, waarbij de aanbevelingen van de eerste twee rapportages zoals ter terechtzitting bijgesteld (TBS met dwangverpleging) afwijken van de aanbevelingen van de laatste twee rapportages (niet noodzakelijkerwijs behandeling in een strafrechtelijk kader). De officier van justitie en de verdediging hebben beiden de rechtbank gevraagd de laatste twee rapportages als uitgangspunt te nemen.

De rechtbank overweegt als volgt. De diagnoses en persoonlijkheidskenmerken van verdachte zoals geconstateerd door de eerste twee rapporteurs komen op hoofdlijnen overeen met de constateringen van de laatste twee rapporteurs. De eerste rapporteurs hebben echter de conclusies die zij hieraan verbinden ten aanzien van de op te leggen sanctie later aangepast. Dit gebeurde vooral naar aanleiding van de later gepleegde poging tot zware mishandeling in de penitentiaire inrichting en de bekentenis van verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde overvallen. De rechtbank acht de gewijzigde consequenties zoals [psycholoog] en [psychiater] die ter terechtzitting hebben toegelicht, zonder wijziging in de onderliggende diagnostiek niet geheel navolgbaar.

De rechtbank neemt daarom de bevindingen en conclusies van [psychiater2] en [psycholoog2] over en maakt die tot de hare. Dat betekent dat de rechtbank verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar acht ten aanzien van de overvallen en de beide bedreigingen. De rechtbank houdt rekening met het nagenoeg blanco strafblad van verdachte. Gelet op de straffen zoals die worden opgelegd in soortgelijke zaken, zal de rechtbank de door de officier van justitie geëiste duur van de gevangenisstraf matigen.

6b. Het beslag

Het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven pistool alsmede de bijbehorende munitie, met behulp waarvan de onder parketnummer 05/509003-09 onder 1 en 2 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feiten zijn begaan, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

6c. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van hun vorde¬ringen, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

Dhr. [benadeelde partij1] ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/900720-09;

Aan de benadeelde partij [benadeelde partij1] is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht, welk nadeel bestaat uit zowel materiële als immateriële schade. Dit is aan verdachte toe te rekenen, ook al is een andere dader daarbij betrokken. .

Ten aanzien van de materiële schade vordert [benadeelde partij1] € 2.185,-, zijnde het schadebedrag voor de diefstal van de sieraden voorzover dat niet door de verzekering reeds vergoed is. De sieraden (horloge, armband en ring) zijn getaxeerd op € 3.525,-. Hiervan is door de verzekeraar € 2.500,- vergoed (in verband met eigen risico). Het restant ad € 1.025,- is toewijsbaar. De Swarowski kristallen zijn getaxeerd op € 1.160,-, maar hiervan is de waarde volledig vergoed zodat er in dit opzicht geen schade resteert. Voor het overige wordt de vordering ten aanzien van de materiële schade niet ontvankelijk verklaard.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt. Aan [benadeelde partij1] is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid beloopt deze schade naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval een bedrag van €1.500,-. Voorzover de vordering strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade kan deze bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 2.525,-, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

Mevr. [benadeelde partij2] ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/900720-09;

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt. Aan [benadeelde partij2] is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid beloopt deze schade naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval een bedrag van €1.500,-. Voorzover de vordering strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade kan deze bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 1.500,-, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf het moment van het onstaan van de schade.

Dhr. [benadeelde partij3] ten aanzien van feit 2 van parketnummer 05/900720-09;

De gevorderde materiële schadevergoeding van [benadeelde partij3] wordt niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. De diefstal van het geldbedrag is niet bewezen verklaard, zodat dit niet tot schadevergoeding kan leiden. Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding voor medicatie merkt de rechtbank op dat (benadeelde partij3) blijkens zijn eigen verklaring al hartpatiënt was. Niet duidelijk is in hoeverre de noodzaak voor het gebruik van de medicijnen het gevolg is van de onderhavige overval dan wel van de reeds bestaande gezondheidssituatie.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt. Aan [benadeelde partij3] is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. . Naar maatstaven van billijkheid beloopt deze schade naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval een bedrag van €1.500,-. Voorzover de vordering strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade kan deze bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 1.500,-, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf het moment van het onstaan van de schade.

Mevr. [benadeelde partij5] ten aanzien van feit 2 van parketnummer 05/900720-09;

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt. Aan [benadeelde partij5] is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid beloopt deze schade naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval een bedrag van € 1.500,-. Voorzover de vordering strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade kan deze bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 1.500,-, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf het moment van het onstaan van de schade.

Dhr. [benadeelde partij6] ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/702850-10.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt. Aan [benadeelde partij6] is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid beloopt deze schade naar het oordeel van de rechtbank in ieder geval een bedrag van €1.000,-. Voorzover de vordering strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade kan deze bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,-.

Hoofdelijke toewijzing

Ten aanzien van alle civiele vorderingen geldt dat de verdachte niet meer tot vergoeding is gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.

Schadevergoedingsmaatregel

Voor het toewijsbare deel van de vorderingen geldt tevens dat de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht zal toepassen en dus verdachte de verplichting zal opleggen een bedrag, gelijk aan het door de rechtbank toe te wijzen schadebedrag, aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partijen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36b, 36c, 36f, 45, 47, 57, 285, 302, 310, 312 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 26 van de Wet wapens en munitie.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer¬legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen pistool en de munitie

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij dhr. [benadeelde partij1] ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/900720-09

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover meverdachte betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij1] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij1] te betalen € 2.525,- (zegge tweeduizendvijfhonderdvijfentwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2009.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Maatregel van schadevergoeding ad € 2.525,-, subsidiair 35 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde partij1], te betalen € 2.525,- (zegge tweeduizendvijfhonderdvijfentwintig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 35 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij mevr. [benadeelde partij2] ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/900720-09

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover meverdachte betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij2] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij2] te betalen € 1.500,- (zegge vijftienhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2009.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Maatregel van schadevergoeding ad € 1.500,-, subsidiair 25 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde partij2] te betalen € 1.500,- (zegge vijftienhonderd euro), bij gebreke van volledi¬ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 25 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij dhr. [benadeelde partij3] ten aanzien van feit 2 van parketnummer 05/900720-09

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover meverdachte betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij3] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij3] te betalen € 1.500,- (zegge vijftienhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2009.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Maatregel van schadevergoeding ad € 1.500,-, subsidiair 25 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde partij3] te betalen € 1.500,- (zegge vijftienhonderd euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 25 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij mevr. [benadeelde partij5] ten aanzien van feit 2 van parketnummer 05/900720-09

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover meverdachte betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij5] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij5] te betalen € 1.500,- (zegge vijftienhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 juli 2009.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Maatregel van schadevergoeding ad € 1.500,-, subsidiair 25 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde partij5] te betalen € 1.500,- (zegge vijftienhonderd euro), bij gebreke van volledi¬ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 25 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij dhr. [benadeelde partij6] ten aanzien van parketnummer 05/702850-10

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover meverdachte betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij5] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij6] te betalen € 1.000,- (zegge duizend euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Maatregel van schadevergoeding ad € 1.000,-, subsidiair 20 dagen hechtenis.

Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde partij5] te betalen € 1.000,- (zegge duizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 20 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. N.K. van den Dungen-Dijkstra, rechter, als voorzitter,

mr. M.M.L.A.T. Doll, rechter,

mr. F.J.H. Hovens, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Verhoeven, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 juli 2011.

Mrs. N.K. van den Dungen - Dijkstra en M.M.L.A.T. Doll zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.