Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BR1164

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
29-06-2011
Datum publicatie
12-07-2011
Zaaknummer
216697
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gezien het voorgaande en de zekere mate van beoordelingsvrijheid van de inschrijvingen die het gevolg is van de onderhavige wijze van aanbesteden, moet worden geoordeeld dat de beoordelingscommissie van de gemeente Nijkerk in redelijkheid tot de waardering van het plan voor de borging van de kwaliteitseisen heeft kunnen komen, terwijl niet aannemelijk is geworden dat de beoordelingscommissie buiten het vooraf bekendgemaakte toetsingskader andere aspecten heeft laten meewegen bij de puntentoekenning.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2011/83
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 216697 / KG ZA 11-281

Vonnis in kort geding van 29 juni 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOOT HOLDING B.V.,

gevestigd te Ede,

eiseres,

advocaat mr. A.M. Serra te Nijmegen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE NIJKERK,

zetelend te Nijkerk,

gedaagde,

advocaat mr. J.E. Palm te Den Haag.

Partijen zullen hierna Noot en de gemeente Nijkerk genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Noot

- de wijziging van eis

- de pleitnota van de gemeente Nijkerk.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Op 3 maart 2011 heeft de Gemeente Nijkerk de aanbesteding van de opdracht

“Leerlingenvervoer” op www.aanbestedingskalender.nl aangekondigd. De opdracht betreft het leerlingenvervoer in de gemeente Nijkerk met ingang van 1 augustus 2011, alsmede het gym- en zwemvervoer van leerlingen van scholen uit de gemeente. De opdracht bestaat uit 3 percelen, te weten:

? perceel 1: leerlingenvervoer naar bestemmingen binnen de gemeenten Almere, Amersfoort, Bilthoven, Doorn, Huizen, Soest, Utrecht en Zeist (ongeveer 80 tot 100 leerlingen)

? perceel 2: leerlingenvervoer naar bestemmingen binnen de gemeenten Arnhem, Apeldoorn, Barneveld, Ede, Ermelo, Haren (Gr.), Harderwijk, Nunspeet, Nijkerk, Oisterwijk en Zwolle (ongeveer 80 leerlingen).

? Perceel 3: gym- en zwemvervoer.

Het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) en de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijn (Wira) zijn van toepassing verklaard op de onderhavige aanbestedingsprocedure.

2.2. In het kader van de aanbestedingsprocedure is in opdracht van de gemeente Nijkerk een bestek opgesteld (Bestek EU-aanbesteding leerlingen-gym-zwemvervoer gemeente Nijkerk d.d. 3 maart 2011). Bij het bestek hoort Programma van Eisen (PvE). In het bestek is – voor zover thans van belang – het volgende opgenomen:

1.1.3. Procedure en planning

De openbare procedure bestaat uit één fase. De inschrijvers worden uitgenodigd om in te schrijven op basis van de door de opdrachtgever toegezonden aanbestedingsdocumenten. Aan de hand van gunningcriteria bepaalt de opdrachtgever aan wie de opdracht wordt gegund.

(…)

1.2. Voorbehoud

(…)

De opdrachtgever verwijst in dit kader nadrukkelijk zowel naar de Aanbestedingsvoorwaarden als de inkoopvoorwaarden van de gemeente Nijkerk zoals deze als bijlage 2 bij de aanbestedingsdocumenten zijn gevoegd.

Door het doen van een inschrijving conformeert de inschrijver zich aan alle door de opdrachtgever in deze aanbestedingsdocumenten opgestelde bepalingen. (…)

2.4 Gunningcriterium

De opdracht met betrekking tot het leerlingenvervoer (percelen 1 en 2) wordt gegund aan de inschrijver die per perceel de ‘economisch meest voordelige inschrijving” heeft gedaan. Dit gunningcriterium is in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt. (…)

2.5.3 Voorwaarden voor inschrijving

(…)

12. Met het doen van een inschrijving conformeert men zich aan de Aanbestedingsvoorwaarden (…) van

de gemeente Nijkerk, die als bijlage 2 deel uitmaken van dit bestek (…)

4. Gunning leerlingenvervoer

De opdracht wordt per perceel gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving. Daarbij kunnen inschrijvers een aanbieding doen per perceel.

Bij de beoordeling gelden de volgende gunningcriteria:

• G1: Prijs per perceel

• G2: Borging kwaliteitseisen

• G3: Communicatie

• G4: Opleiding

• G5: Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

De verhouding tussen de gunningcriteria G1, G2, G3, G4 en G5 is respectievelijk 800:75:75:25:25. (…)

4.2 G2: Borging van de kwaliteitseisen

In het Programma van Eisen (A) voor het leerlingenvervoer is uitvoerig beschreven aan welke minimumeisen het leerlingenvervoer van de opdrachtgever moet voldoen. Met dit Programma van Eisen verwacht de opdrachtgever kwalitatief goed vervoer voor haar leerlingen. Opdrachtgever vereist hiertoe een verklaring instemming Programma van Eisen.

Inschrijver dient in zijn inschrijving een plan van aanpak bij te voegen op welke wijze hij de nakoming van deze kwaliteitseisen borgt. Dit plan van aanpak wordt ter beoordeling voorgelegd aan het beoordelingsteam. In het plan van aanpak maakt u onderscheid in de processen die plaatsvinden bij onder andere de implementatie, uitvoering, coördinatie en administratie van het leerlingenvervoer. Binnen deze processen dient u de risico’s en de kwetsbare elementen te benoemen alsmede de maatregelen die u zowel preventief als reactief inzet om ervoor zorg te dragen dat de processen zonder problemen verlopen. Tenslotte beschrijft u hoe u gaat handelen in situaties waarin onverhoopt zich toch problemen voordoen.

De inschrijver is vrij in de opzet van dit plan van aanpak (maximaal 2x A4).

Het plan van aanpak dat volgens het beoordelingsteam de beste borging biedt van de kwaliteitseisen scoort het maximum aantal punten op dit gunningcriterium (te weten 75). Aspecten die het beoordelingsteam in haar oordeel meeneemt, zijn de mate waarin inschrijver risico’s en problemen/calamiteiten weet te benoemen en de wijze waarop deze worden geborgd en de mate waarin en de wijze waarop interne controle en toezicht op de uitvoering wordt georganiseerd tijdens de uitvoering van het onderhavige contract.

4.3 G3: Communicatie

(…) De inschrijver dient bij de offerte een communicatieplan bij te voegen, waarbij wordt ingegaan op alle aspecten (wijze waarop dit plaatsvindt en hoe dit wordt geborgd) van communicatie binnen het leerlingenvervoer, zoals de communicatie met ouders/verzorgers, leerlingen, scholen, gemeente Nijkerk, begeleiders digitale communicatie etcetera.

De inschrijver is vrij in de opzet van dit communicatieplan (maximaal 2x A4)

Het plan wat volgens het beoordelingsteam de beste communicatie garandeert, scoort het maximum aantal punten op dit gunningcriterium (te weten 75).

4.4. G4: Opleiding

De opdrachtgever vindt de opleiding van de chauffeurs erg belangrijk en wil graag inzage hebben in de wijze waarop de inschrijver hiermee omgaat. De inschrijver dient bij de offerte een personeelsplan te voegen, waarbij wordt ingegaan op alle aspecten (wijze waarop dit plaatsvindt en hoe dit wordt geborgd) met betrekking tot motivering en opleiding van het personeel (inclusief het personeel van eventuele onderaannemers). Onderwerpen die in het plan terug moeten komen zijn onder andere opleidingen, kennis van de doelgroep en de wijze waarop de inschrijver ervoor zorg draagt de chauffeurs zich maximaal inzetten voor het onderhavige contract.

De inschrijver is vrij in de opzet van dit personeelsplan (maximaal 1x A4).

Het plan wat volgens het beoordelingsteam de beste opleiding en motivering garandeert, scoort het maximum aantal punten op dit gunningcriterium (te weten 25).

4.5 G5: Maatschappelijk verantwoord ondernemen

De opdrachtgever wenst een inschrijver te contracteren die een actieve bijdrage levert aan het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO).

De inschrijver geeft aan in hoeverre er maatregelen worden genomen ter bevordering van de maatschappelijke verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een betere balans tussen menselijke aspecten binnen en buiten het bedrijf, milieu en winst (kortweg: People, Planet en Profit). Bij MVO spelen alle kernprocessen van het bedrijf een rol, van inkoop en productie tot personeelsbeleid en marketing.

De inschrijver is vrij in de opzet van dit plan (maximaal 1x A4).

Het plan wat volgens het beoordelingsteam de beste bijdrage levert aan het Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, scoort het maximum aantal punten op dit gunningcriterium (te weten 25).

4.6. Wijze van beoordelen

Voor de beoordeling van de criteria G2 tot en met G5 wordt een beoordelingsteam geformeerd. Dit team bestaat uit drie werknemers van de opdrachtgever, met expertise op het gebied van (leerlingen)vervoer en/of inkoop.

In deze paragraaf is een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de gunning plaatsvindt. De opdrachtgever behoudt zich het recht voor om ten aanzien van de opgave van de inschrijvers nadere vragen te stellen of een onderbouwing te vragen.

De beoordelaars beoordelen onafhankelijk van elkaar de offertes, volgens onderstaande systematiek, waarbij elk lid van het beoordelingsteam één stem heeft.

Per criterium beoordeelt de beoordelaar aan de hand van de volgende categorieën:

Tabel 1 - Beoordelingscategorieën

De individuele beoordelingen worden tijdens het beoordelingsoverleg samengenomen en leiden tot een totaalscore per subcriterium per inschrijving. Hierbij zijn de volgende zaken van toepassing:

a) de score van de leden van het beoordelingsteam dienen te allen tijde in twee aangesloten categorieën te vallen (beoordelingen in categorie 1 en 3 is niet mogelijk).

b) De puntentoekenning wordt vervolgens: (aantal stemmen * score categorie @) + (aantal stemmen * score categorie @) = tussenscore per criterium.

Indien in beginsel niet wordt voldaan aan genoemd punt a, zal discussie binnen het beoordelingsteam alsnog moeten leiden tot beoordelingen in twee aaneengesloten categorieën.

De inschrijver met de hoogste tussenscore op een criterium krijgt voor het betreffende subcriterium het maximum aantal te behalen punten.

De overige inschrijvers worden hieraan gerelateerd aan de hand van de volgende formule:

Tussenscore inschrijver

Hoogste tussenscore

*

maximaal te behalen punten

4.7. Maximum scores gunningcriteria

Tabel 2 - Maximum scores gunningcriteria

(…)

B2 Aanbestedingsvoorwaarden

Artikel 1 Definities

(…)

Aanbestedingsdocumenten:

Alle documenten die in de onderhavige procedure bekend zijn gemaakt aan partijen. In ieder geval zijn hieronder begrepen: de aankondiging van de opdracht, het Bestek, Programma van Eisen (A) en (B), de Nota’s van Inlichtingen en schriftelijke correspondentie van de aanbestedende dienst aan de inschrijvers of Bestekhouders. (…)

Artikel 2 Toepasselijkheid

1. Deze aanbestedingsvoorwaarden zijn van toepassing op de aanbestedingsprocedure die door de aanbestedende dienst wordt geïnitieerd. Algemene voorwaarden van inschrijvers zijn uitgesloten.

2. (…)

3. (…)

4. Iedere inschrijver wordt geacht door zijn (voornemen tot) inschrijving op de aanbestedingsprocedure in te stemmen met de aanbestedingsvoorwaarden. (…)

Artikel 9 (Voornemen tot) gunning

1. (…)

2. De opdracht zal voorlopig worden gegund door schriftelijke mededeling van dit voornemen, in ieder geval per fax of elektronisch, aan de inschrijvers van de aanbestedingsprocedure. De datum van dagtekening van deze schriftelijke mededeling geldt als datum van het voornemen van gunning.

3. De gunning is definitief indien:

a. Geen van de inschrijvers binnen een periode van vijftien (15) kalenderdagen na bekendmaking van het voornemen tot gunning een gerechtelijke procedure aanhangig heeft gemaakt, dan wel een definitief voornemen daartoe schriftelijk aan de aanbestedende dienst kenbaar heeft gemaakt en deze mededeling de aanbestedende dienst tijdig heeft bereikt; of

b. De overeenkomst tussen de aanbestedende dienst en de inschrijver met de economisch meest voordelige aanbieding is ondertekend. (…)’.

2.3. In verband met de onderhavige aanbesteding zijn er een aantal Nota’s van Inlichtingen. In de Nota van Inlichtingen van 30 maart 2011 staat onder meer:

Tabel 3 - Nota van inlichtingen

2.4. Op 18 april 2011 heeft Noot haar inschrijving betreffende de percelen 1, 2 en 3 bij de gemeente Nijkerk ingediend. Ten aanzien van gunningcriterium G2 (borging kwaliteit) heeft Noot een plan van aanpak ingediend. In dit plan van aanpak is het volgende te lezen:

‘Borging kwaliteit in het vervoerproces

Wij zullen het Leerlingenvervoer voor de gemeente Nijkerk uitvoeren met voertuigen die zijn uitgerust met datacommunicatie-apparatuur. Hiermee zijn tijdens de uitvoering van de ritten de voertuigposities op basis van GPS-coördinaten bij onze centrale bekend en hebben de centralisten zicht op de daadwerkelijk gerealiseerde in- en uitstaptijden van de leerlingen. Dit betekent onder meer dat wij beter dan voorheen in staat zijn om het vervoerproces op basis van actuele informatie te monitoren en daar waar nodig bij te sturen en ouders en scholen over afwijkingen te informeren. Ook zullen wij u snel (via de Beheertool, zie G3 Communicatie) volledig en exact informeren over de gerealiseerde kwantiteiten en kwaliteiten.

Monitoring

Door realtime ritmonitoring op de centrale, rittenstaten, afwijkingenregistratie via de rittenstaat, klachten en controles wordt de kwaliteit van de uitvoering bewaakt. Op basis hiervan vindt indien nodig bijsturing plaats. Ons personeel wordt op verwachte en onverwachte momenten geaudit terwijl zij met het werk bezig zijn.

Journaal

Iedere dag wordt door de centrale een journaal bijgehouden met bijzondere voorvallen. Dit systeem is geautomatiseerd. De centrale kan op voertuig- of chauffeursniveau, digitaal aantekeningen maken, welke verzameld worden in een dagrapportage. Dit journaal wordt dagelijks door het management bekeken en aan de hand van de inhoud wordt eventueel actie ondernomen. Ook kan met een druk op de knop de historie worden opgevraagd van een personeelslid of van een voertuig. Ook hebben onze medewerkers de mogelijkheid om via een inlogportaal op onze website, meldingen te maken over voertuigen.

Managementgegevens.

Het systeem genereert een aantal rapporteringen die worden gebruikt ten behoeve van onze interne managementinformatie op grond waarvan eventueel bijsturing in onze organisatie plaatsvindt, zoals in de personeelsplanning. Via de Beheertool ontvangt de opdrachtgever alle gevraagde informatie ten aanzien van kwantiteiten, kwaliteiten, financiën, incidenten en klachten.

Monitoring kwaliteit extra dienstverlening

De uitvoering van de ritten met voertuigen die zijn uitgerust met datacommunicatieapparatuur betekent ook dat wij een extra kwaliteitsimpuls kunnen realiseren in de vorm van belservices. Onze centrale zal bewaken of de belservices volledig en tijdig worden uitgevoerd.

Overige aspecten kwaliteitsborging (samengevat):

• Beoordeling van managementgegevens met betrekking tot het op tijd ophalen en afzetten van de leerlingen. Dit kan aanleiding zijn om de ritplanning aan te passen.

• Beoordeling van gerealiseerde in- en uitstaptijden per chauffeur ten opzichte van de planning;

• Overzichten die gemaakt worden op basis van het aantal klachten per categorie

• Signalen van de opdrachtgever, de Cliëntenraad en (eventueel) het Leerlingenplatform

• Beoordeling van de resultaten van de kwaliteitsmeting door middel van de “vliegende brigades” (niet aangekondigde controles in de voertuigen uitgevoerd in het werkgebied).

Implementatie

Noot heeft (evenals haar dochterbedrijven) in de loop der jaren een groot aantal contracten verworden en opgestart. Dat betekent echter niet dat wij een implementatie- en opstartproces beschouwen als een routineklus, zelfs al zijn wij op dit moment de partij die het Leerlingenvervoer van de gemeente Ede al uitvoert. Integendeel; ons uitgangspunt is dat juist een goede en gedegen voorbereiding voorwaarde is om vanaf de start een goede prestatie te kunnen leveren. Dat wij veel ervaring hebben met het Leerlingenvervoer en ander groepsvervoer, betekent wel dat wij ons hierbij niet snel laten verrassen. Bij elke opstart/implementatie van een nieuw contract gebruiken wij ons Basis-implementatieplan. Dat wordt vervolgens eerst vertaald naar het implementatieplan voor het concrete project, rekening houdend met alle bijzonderheden die daarmee gemoeid zijn.

Standaard onderdelen van het implementatieplan zijn het personeelsplan en het voertuiginzetplan. Een succesvolle start en uitvoering van het vervoer staat of valt immers met de beschikbaarheid van de juiste mensen en middelen. Achter tabblad 21 hebben wij ons activiteitenschema, met risico’s en maatregelen, toegevoegd.

Risico’s en preventief handelen

Mutaties in het vervoer

De mogelijkheid bestaat dat er mutaties in het vervoer plaats vinden. Hierdoor zou er een tekort (of overschot) aan beschikbare middelen kunnen ontstaan. Dankzij de omvang van ons personeelsbestand en de hoeveelheid beschikbare voertuigen, kunnen wij hier direct op inspelen. Daarbij kunnen wij op elk moment een beroep doen op onze dochterbedrijven (Deto, Gomes, Regiotaxi De Vallei en Personenvervoer Waterberg).

Voertuiguitval

De kans op uitval door voertuigen wordt vergroot, wanneer gebruik gemaakt wordt van ‘oudere’ voertuigen. Omdat onze voertuigen in de regel na vijf jaar vervangen worden, is de kans op uitval van te veel voertuigen tegelijk vrijwel nihil. Uit ervaring kunnen wij stellen dat door deze manier van werken wij nooit hinder hebben ondervonden van niet beschikbare voertuigen.

Personeel

Wij zullen bij gunning het personeel van de huidige opdrachtnemer overnemen. Ook leggen wij contact met lokale UWV WERK-bedrijven om in de personeelsbehoefte te kunnen voorzien. In geval van krapte kunnen wij bedrijfsbreed putten uit een zeer groot bestand (800) aan chauffeurs.

Veranderde eisen van de opdrachtgever

Zoals in het bestek is aangegeven, kan het zijn dat de eisen kunnen veranderen in de toekomst. Onze systemen zijn ingericht om flexibel in te springen op deze veranderingen. Zo kunnen wij in korte tijd herziene randvoorwaarden implementeren of toevoegingen doen aan de bestaande eisen.

Griepepidemieën

De kans bestaat altijd dat zich een epidemie voordoet (ook nu weer actueel). Door een nauwe en betrokken samenwerking met onze Arbodienst trachten wij altijd tijdig in te springen op deze situatie.

Weersomstandigheden

Op de omstandigheden op de weg door slecht weer is, door het vaak lokale karakter, niet direct te anticiperen. Wij hebben echter duidelijke protocollen vastgelegd in ons kwaliteitshandboek, hoe te handelen bij slechte weersomstandigheden.

Dataverbinding met de voertuigen

Al onze voertuigen staan in directe verbinding met de centrale. Gezien de kwetsbaarheid van de verbindingen doen wij momenteel, in samenwerking met een grote leverancier van de dataterminals onderzoek naar het uitvoeren van apparatuur met dubbele dataverbindingen.

Veiligheids- en calamiteitenplan

Ons beleid op het gebied van veiligheidszaken hebben wij neergelegd in een veiligheidsplan. Dit plan omvat: Veiligheid van voertuigen, veiligheid bij in- en uitstappen, verkeersveiligheid en veiligheid rolstoelvervoer. Het binnen onze organisatie gehanteerde calamiteitenplan zorgt er voor dat alle direct betrokkenen, chauffeurs en centralisten, goed weten hoe zij moeten handelen.

Problemen of calamiteiten op de centrale

Wij beschikken over dubbel uitgevoerde telefoon- en internetverbindingen. Onze logistieke systemen zullen draaien op twee servers, waarbij fulltime ‘mirroring’ plaatsvindt.

Problemen of calamiteiten onderweg

Doet een calamiteit, van welke aard ook, zich toch voor, dan is het noodzakelijk om snel en adequaat te reageren. Voor deze gevallen hebben wij ook in ons handboek een apart hoofdstuk “Handelen bij calamiteiten” opgenomen. Alle chauffeurs, centralisten en relevante kantoormedewerkers hebben dit in hun bezit en worden frequent op de inhoud hiervan gewezen. In elk voertuig is een calamiteitenkaart aanwezig, deze is toegevoegd achter tabblad 22.

2.5. Bij brief d.d. 18 mei 2011 heeft de gemeente Nijkerk het volgende aan Noot laten weten:

‘Geachte heer [betrokkene],

U heeft een offerte uitgebracht in het kader van de Europese aanbesteding Leerlingen-, Gym- en Zwemvervoer gemeente Nijkerk, nummer 2011/S 46-075615.

In deze brief berichten wij u over de uitkomst van de offertebeoordeling.

Afwijzing

Naar aanleiding van uw inschrijving op deze aanbesteding moeten wij u tot onze spijt berichten dat de keus niet op uw organisatie is gevallen.

Beoordeling

De beoordeling van uw offerte heeft plaatsgevonden op basis van de in het aanbestedingsdocument beschreven eisen en de gunningscriteria met de daaraan verbonden wegingsfactoren.

Uitkomst van de offertebeoordeling

Op de volgende overzichten zijn de totaalscores van de verschillende offertes weergegeven. Dit is een definitieve score gebaseerd op de beoordeling door het beoordelingsteam.

Perceel 1

Tabel 4 - Score offertes perceel 1

Perceel 2

Tabel 5 - Score offertes perceel 2

Nadere toelichting

Indien u een nadere toelichting wenst kunt u telefonisch contact opnemen met mevrouw [betrokkene 1] of de heer [betrokkene 2] (…).

Bezwaartermijn

In het kader van de bezwaartermijn¹ zal de definitieve opdracht 15 dagen na datum van deze brief worden verstrekt. (…)’.

----------------

¹ Iedere belanghebbende die het niet met de gunningbeslissing eens is, kan binnen bovengenoemde termijn van 15 kalenderdagen een kort geding starten, bij gebreke waarvan de Inschrijver geacht wordt zich neer te leggen bij het besluit. In het belang van een snelle en goede voortgang wordt iedere belanghebbende verzocht om de Opdrachtgever tijdig op de hoogte te stellen van het aanwenden van een rechtsmiddel, bij voorkeur door het opsturen van de concept dagvaarding.

2.6. Op 25 mei 2011 heeft de heer [ ] [betrokkene], directeur van Noot (hierna te noemen: [betrokkene]), met de gemeente Nijkerk gesproken over de uitkomst van de beoordeling.

2.7. Vervolgens heeft [betrokkene] op 27 mei 2011 onder meer het volgende aan de gemeente Nijkerk geschreven:

‘(…) Op 18 mei 2011 ontvingen wij uw brief waarmee ons werd medegedeeld dat de aanbesteding Leerlingenvervoer van de gemeente Nijkerk (2 percelen) niet door ons is gewonnen. (…) Op woensdag 25 mei hebben wij een bespreking gehad over voornoemd besluit. Naar aanleiding van het besluit en genoemde bespreking vraag ik uw aandacht voor het volgende:

De door ons behaalde score op het aspect Kwaliteit (137,5 punten van de maximaal 200 te scoren punten) is bepalend geweest voor de afwijzing voor perceel 2, aangezien wij op het aspect prijs de maximale score hebben gehaald. Het verschil met de partij aan wie voorlopig is gegund is 52,5 punten.

Om ons nader te kunnen beraden op het vervolg vragen wij u om nadere en meer gedetailleerde informatie over de inhoud en totstandkoming van uw besluit:

1. Hoe heeft Noot Holding BV en hoe heeft de (voorlopig) winnende aanbieder gescoord op deze vier sub-subgunningscriteria behorende bij de subgunningscriteria “Borging kwaliteitseisen” en “Opleiding”?

2. Hoe waren deze scores per individueel lid van de beoordelingscommissie en wat was daarbij de gedocumenteerde argumentatie per lid? Hoe was dit bij de partij aan wie voorlopig is gegund.

3. Welke meet- of toetsingsinstrumenten zijn gehanteerd bij het beoordelen van de vier subgunningscriteria en de subsubgunningscriteria. Welk weging hadden de subsubgunningscriteria?

4. Hoe was de beoordelingscommissie samengesteld; wie hadden daarin zitting en welke functies bekleden deze personen bij de opdrachtgever?

Tijdens onze bespreking is door u naar voren gebracht dat bij de beoordeling van onze offerte op de gunningscriteria kwaliteit een meer algemeen gevoelen heeft meegewogen.

5. Graag vernemen wij van u nadere schriftelijke informatie op grond van welke argumenten dit gevoelen tot stand is gekomen en wat hiervan het effect is geweest op de toegekende scores bij de gunningscriteria (per gunningscriterium).

Met het oog op de termijn van 15 dagen verzoek ik u om een zo spoedig mogelijke reactie, die wij graag uiterlijk op maandag 30 mei a.s. ontvangen’.

2.8. In reactie hierop heeft de gemeente Nijkerk Noot op 30 mei 2011 onder meer het volgende geschreven:

‘Geachte heer [betrokkene],

Op 25 mei jl. hebben wij met u gesproken over de uitkomst van de offertebeoordeling in het kader van de aanbesteding Leerlingen-, Gym- en Zwemvervoer van de gemeente Nijkerk.

Naar aanleiding van dit gesprek vraagt u om aanvullende informatie over de inhoud en totstandkoming van het besluit.

(…)

Beantwoording vragen brief.

In uw brief vraagt u om een nadere onderbouwing van ons besluit tot gunning. U stelt ons een vijftal vragen. Hieronder willen we daar verder op ingaan.

Vraag 1

Hierin verzoekt u ons om de scores op het onderdeel Kwaliteit van u en de inschrijver, die wij de opdracht willen gunnen.

In onderstaande tabellen vindt u deze scores voor de percelen 1 en 2. (…)

Perceel 1

Tabel 6 - Scores perceel 1

Perceel 2

Tabel 7 - Scores perceel 2

Vraag 2

U verzoekt in uw 2e vraag om de scores per individueel lid van het beoordelingsteam.

Namens het college heeft een beoordelingsteam alle offertes beoordeeld. De offertes zijn door de leden van het beoordelingsteam individueel bekeken. Het eindoordeel, zoals dat in de tabellen bij vraag 1 is aangegeven, is een oordeel van het gehele beoordelingsteam.

Bij de beoordeling is uitgegaan van het schema zoals staat aangegeven in het bestek onder 4.6. (…)

Uit de individuele beoordeling is het gezamenlijk oordeel gevormd.

Deze is voor wat betreft uw offerte als volgt:

G2: Hiervoor heeft u een “voldoende”gescoord (score 3);

G3: Hiervoor heeft u 1x “goed”en 2x “uitstekend” gescoord (gemiddelde score 9);

G4: Hiervoor heeft u een “uitstekend” gescoord (score 10);

G5: Hiervoor heeft u 1x “goed” en 2 x “uitstekend” gescoord (gemiddelde score 9);

Vraag 3

In uw vraag 3 informeert u naar de meet- en toetsingscriteria die zijn gehanteerd.

Bij de beoordeling van subgunninscriteria is uitgegaan van de score methodiek zoals is weergegeven in het bij vraag 2 weergegeven schema.

Zoals in het bestek is weergegeven hebben de subgunningscriteria de volgende weging:

Tabel 8 - Weging subgunningscriteria

Vraag 4

In antwoord op uw vraag naar de samenstelling van het beoordelingsteam kunnen wij u berichten dat het beoordelingsteam bestond uit de volgende functionarissen:

• Adviseur Onderwijs en Welzijn, afdeling Samenlevingszaken;

• Adviseur Welzijn, afdeling Samenlevingszaken;

• Inkoopadviseur, afdeling Bedrijfsvoering & Advisering.

Vraag 5

Uit de tabellen bij de beantwoording van vraag 1 is duidelijk dat het grootste verschil in puntenaantal tussen u en de inschrijver, die wij de opdracht willen gunnen, veroorzaakt wordt door de beoordeling van vraag G2. Uw beantwoording van deze vraag is door ons inhoudelijk als “voldoende” beoordeeld. U laat een basiskwaliteit zien, maar geeft geen aspecten die positief onderscheidend zijn ten opzichte van andere aanbieders. De reden dat u geen “goed” heeft gescoord heeft daarnaast ook te maken met expliciete of impliciete verwijzingen in de tekst naar een andere gemeente als opdrachtgever of zaken die op dit moment niet actueel zijn. Dit komt op ons over als onzorgvuldig en weinig specifiek voor Nijkerk.

Voorbeelden daarvan zijn:

• Expliciete verwijzing naar Ede (‘..zelfs al zijn wij op dit moment de partij die het Leerlingenvervoer van de gemeente Ede al uitvoert”)

• “Signalen van … de Cliëntenraad en (eventueel) het Leerlingenplatform”. U stelt expliciet voor om ook voor dit contract een cliëntenraad in te stellen. Onze gemeente heeft echter geen cliëntenraad en overweegt deze ook niet in te stellen.

• Griepepidemieën (“ook nu weer actueel”). Op het moment van offerte uitbrengen is er geen griepepidemie aan de orde. Zoals door u tijdens de bespreking van 25 mei jl. aangegeven was dat ten tijde van de aanbesteding voor Ede (eind vorig jaar) wel het geval.

Bezwaartermijn

Gelet op het feit dat u deze brief ontvangt twee dagen voor het einde van de bezwarentermijn, die wij in onze brief van 18 mei hadden gesteld, hebben wij besloten om de bezwarentermijn te verlengen tot uiterlijk 3 juni 2011. (…)’.

2.9. Op 2 juni 2011 om 1:25 uur heeft de heer [betrokkene] onder meer het volgende aan de heer [betrokkene 2] van de gemeente Nijkerk gemaild:

‘(…) Betreft: uw besluit d.d. 18 mei 2011 inzake afwijzing Noot Holding BV (Ede)

Geacht College,

Met uw brief gedateerd 18 mei 2011 en de aanvullende brief gedateerd 30 mei 2011 hebt u ons uw besluit kenbaar gemaakt inzake de gunning op de aanbesteding van het leerlingenvervoer (percelen 1 en 2) voor uw gemeente.

Uw besluit behelst onder meer dat de offerte van Noot Holding BV uit Ede voor perceel 1 en perceel 2 wordt afgewezen. Wij kunnen ons met uw besluit niet verenigen. Wij hebben derhalve besloten om een gerechtelijke procedure aan te spannen. Zoals voorgeschreven in de aanbestedingsvoorwaarden (B2) onder artikel 9 lid 3a van het bestek brengen wij u hierbij op de hoogte van ons definitief besluit. De dagvaarding ter zake kunt u op zo kort mogelijke termijn tegemoet zien. (…)’.

2.10. Noot heeft de dagvaarding op 6 juni 2011 aan de gemeente Nijkerk laten betekenen.

3. Het geschil

3.1. Noot vordert, na wijziging van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad

– samengevat – veroordeling van de gemeente Nijkerk om perceel 2 aan haar te gunnen en subsidiair om de inschrijvingen voor perceel 2, dan wel die van Noot, volledig althans wat betreft subgunningscriterium G2 (Borging kwaliteit) te doen herbeoordelen door een nieuwe beoordelingscommissie die onafhankelijk is van de gemeente. Wat betreft perceel 1 vordert Noot primair herbeoordeling zoals subsidiair met betrekking tot perceel 2 is gevorderd.

Ten aanzien van beide percelen vordert Noot (meer) subsidiair dat de gemeente Nijkerk wordt veroordeeld om haar reeds bekendgemaakte gunningsbeslissing nader te motiveren. Een en ander op straffe van een dwangsom en met veroordeling van de gemeente Nijkerk in de proceskosten.

3.2. Noot stelt dat de gemeente Nijkerk in strijd met artikel 4 Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira) haar bekendgemaakte gunningsbeslissing niet (voldoende) heeft gemotiveerd in de brieven van 18 en 30 mei 2011 ten aanzien van de subgunningscriteria G2 tot en met G5. Noot voert daarvoor aan dat in geen van de brieven de naam staat van de winnende inschrijver, voorts dat niet alle relevante redenen zijn vermeld voor de gunningsbeslissing en verder dat de opschortende termijn die de gemeente Nijkerk in acht heeft te nemen voordat zij de beoogde overeenkomst kan sluiten, onduidelijk is omschreven. Met dit kort geding is zij dan ook tijdig opgekomen tegen de voorgenomen gunningsbeslissing van de gemeente Nijkerk, aldus Noot. Evenwel gaat het haar in deze procedure niet zozeer om het verkrijgen van een (nadere) motivering van de bekendgemaakte gunningsbeslissing, maar om toewijzing aan haar van perceel 2 en herbeoordeling van perceel 1. Noot voert daarvoor aan dat de beoordelingscommissie haar ten onrechte voor de percelen 1 en 2 een voldoende heeft toegekend op het onderdeel G2 (Borging kwaliteit), in plaats van de score goed. Volgens Noot is zij eigenlijk de winnaar met betrekking tot perceel 2 en moet dat perceel aan haar worden gegund, omdat zij met de score goed voor G2 in totaal het hoogste aantal punten heeft behaald (voor G1 tot en met G5). Wat betreft perceel 1 dient een herbeoordeling plaats te vinden, aldus Noot, subsidiair ook voor perceel 2, omdat de score goed op het onderdeel G2 daar op zichzelf niet tot gevolg heeft dat zij voor alle onderdelen samen (G1 tot en met G5), de meeste punten heeft.

Voor haar standpunt dat zij voor het onderdeel G2 ten onrechte een voldoende heeft gescoord in plaats van goed, voert Noot aan dat haar inschrijving onderscheidend is ten opzichte van de overige inschrijvingen omdat de voertuigen die zij inzet voor het leerlingenvervoer uitgerust zijn met datacommunicatieapparatuur en GPS, zij gebruikmaakt van een belservice voor de ouders en kinderen en dat zij aan ‘realtime ritmonitoring’ doet. Daarbij heeft zij een jong en omvangrijk wagenpark en een groot personeelsbestand.

Noot voert ook aan dat de puntentoekenning subjectief is geweest, in die zin dat de beoordelingscommissie een algemeen gevoel van onzorgvuldigheid in de inschrijving van Noot in negatieve zin heeft laten meewegen. Niet alleen is de beoordelingscommissie daarmee buiten het toetsingskader van de inschrijvingen getreden zoals dat volgt uit de aanbestedingsdocumenten, maar van onzorgvuldigheden is ook geen sprake, aldus Noot.

Zij noemt in dat verband drie aspecten. Ten eerste de verwijzing in haar inschrijving naar de gemeente Ede. Volgens Noot gaat het daar niet om een verschrijving, maar heeft zij erop willen wijzen dat zij gebruik zal maken van haar ervaringen als de leerlingenvervoerder in de gemeente Ede. Dat zij in haar inschrijving refereert aan de cliëntenraad – het tweede aspect – moet worden opgevat als een advies aan de gemeente Nijkerk om een dergelijk raad in te stellen, aldus Noot, eveneens ter verdere waarborging van de kwaliteit van het vervoer. En ook de verwijzing naar de griepepidemie is volgens Noot door de beoordelingscommissie ten onrechte als slordig betiteld, omdat ten tijde van het opstellen van de offerte de griepepidemie van de afgelopen winter nog niet volledig voorbij was. Daarbij kan zich altijd een griepepidemie voordoen, aldus Noot, en heeft zij duidelijk willen maken dat zij daarop is voorbereid. Noot neemt voorts het standpunt in dat ook de puntentoekenning voor de subgunningscriteria G3 tot en met G5 niet correct is geschied.

Als spoedeisend belang bij de vorderingen voert Noot aan dat door de litigieuze gunningsbeslissing haar de kans wordt ontnomen op een voor haar belangrijke opdracht.

3.3. De gemeente Nijkerk voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang bij de vorderingen ligt voldoende besloten in de stellingen van Noot.

4.2. Als eerste verweer tegen de vorderingen voert de gemeente Nijkerk aan dat Noot niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vorderingen. De gemeente Nijkerk stelt daartoe dat op grond van de aanbestedingsdocumenten na dagtekening van de brief

van 18 mei 2011 een vervaltermijn van 15 dagen is gaan lopen, coulancehalve verlengd

tot 3 juni 2011, waarbinnen Noot dit kort geding aanhangig had moeten maken. Dat verweer faalt.

4.3. Op de onderhavige Europese aanbestedingsprocedure is de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira) van toepassing. De Wira vormt de implementatie van Richtlijn 2007/66/EG van het Europese Parlement en de Raad van 11 december 2007 met betrekking tot het plaatsen van overheidsopdrachten (PbEU L 335).

Artikel 4 Wira luidt, voor zover hier van belang:

‘1. Een aanbestedende dienst neemt een termijn in acht voordat hij de met de gunningsbeslissing beoogde overeenkomst sluit.

2. De termijn, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op de dag na de datum waarop de mededeling van de gunningsbeslissing is verzonden aan de betrokken inschrijvers en betrokken gegadigden.

3. De termijn, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste vijftien kalenderdagen.’

en artikel 6:

‘1. De mededeling aan iedere inschrijver of gegadigde van een gunningsbeslissing bevat de relevante redenen voor die beslissing, alsmede een nauwkeurige omschrijving van de termijn, bedoeld in artikel 4, eerste lid, die van toepassing is.’

4.4. Op grond van deze uit de Wira geciteerde bepalingen is de aanbestedende dienst verplicht om de gunning van de opdracht en het sluiten van de daarmee beoogde overeenkomst op te schorten met een termijn van minimaal 15 kalenderdagen die begint te lopen de dag na (elektronische) verzending van de gunningsbeslissing en die eindigt op het einde van het laatste uur van de laatste dag van deze termijn. De reden daarvoor is dat de betrokken inschrijvers en gegadigden, voor zover nog niet afgewezen, zo voldoende tijd geboden wordt om de gunningsbeslissing te onderzoeken en te beoordelen of zij beroep willen instellen tegen de beslissing. Om die reden dient de mededeling van de gunningsbeslissing de relevante redenen voor die beslissing te bevatten en een nauwkeurige omschrijving van deze voor de aanbestedende dienst opschortende termijn, bij gebreke waarvan die termijn nog niet aanvangt. Het gaat hier dus om een opschortende termijn die de aanbestedende dienst in acht heeft te nemen alvorens een overeenkomst te sluiten.

In deze bepalingen uit de Wira kan niet mede een vervaltermijn worden gelezen waarbinnen een inschrijver op straffe van niet-ontvankelijkheid het kort geding aanhangig moet hebben gemaakt waarbij hij wil opkomen tegen de gunningsbeslissing.

4.5. Op de onderhavige aanbestedingsprocedure is tevens het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) van 16 juli 2005 van toepassing.

Met het Bao is, op grond van de artikelen 2 en 3 Raamwet EEG-voorschriften, Richtlijn 2004/18/EG van het Europese Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten geïmplementeerd in de Nederlandse rechtsorde.

4.6. Ook het Bao bevat geen vervaltermijn als hiervoor bedoeld. Evenwel verzet noch het Bao noch de Wira zich ertegen dat de aanbestedende dienst in de aanbestedingsstukken een contractuele vervaltermijn bedingt die afgewezen gegadigden en inschrijvers dwingt binnen een zekere termijn een kort geding te beginnen op straffe van verval van het recht zich tegen de gunningsbeslissing te verzetten. Nu de gemeente Nijkerk zich op een dergelijke termijn beroept, ligt de vraag voor of de aanbestedingsstukken zo’n vervaltermijn bevatten. In dat verband is het navolgende van belang.

4.7. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 11 november 2005, NJ 2006, 204 (Van der Stroom/NIC c.s.) het volgende overwogen over de eisen waaraan een aanbestedings-document moet voldoen:

‘Het HvJEG heeft in zijn arrest van 29 april 2004, zaak C-496/99 (Succhi di Frutta), PbEG 2004 C 118, blz. 2, met verwijzing naar eerdere uitspraken uiteengezet wat de betekenis is van de aan het Europese aanbestedingsrecht ten grondslag liggende beginselen van gelijkheid en transparantie. Samengevat en voorzover voor het onderhavige geschil van belang, komt deze uiteenzetting neer op het volgende. Het beginsel van gelijke behandeling van de inschrijvers beoogt de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan de aanbestedingsprocedure voor een overheidsopdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offertes gedane voorstel dezelfde kansen krijgen: voor alle mededingers moeten dezelfde voorwaarden gelden. Het transparantiebeginsel strekt, in samenhang daarmee, ertoe te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen en impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in het aanbestedingsbericht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat, enerzijds, alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en, anderzijds, de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria welke op de betrokken opdracht van toepassing zijn. Een en ander brengt niet alleen mee dat alle aanbieders gelijk worden behandeld, maar ook dat zij in gelijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk inzicht moeten hebben in de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaats heeft, zoals de selectiecriteria.’.

4.8. In artikel 2.5.3 sub 12 van het bestek staat dat men zich met het doen van een inschrijving (onder meer) conformeert aan de Aanbestedingvoorwaarden van de gemeente Nijkerk, die als Bijlage 2 deel uitmaken van het Bestek. In Artikel 1 van de aanbestedings-voorwaarden wordt gedefinieerd wat aanbestedingsdocumenten zijn, te weten alle documenten die in de onderhavige aanbestedingsprocedure bekend gemaakt zijn aan partijen en dat daaronder in ieder geval zijn begrepen (onder meer) het bestek en de schriftelijke correspondentie van de aanbestedende dienst aan (onder anderen) de inschrijvers.

4.9. De vraag is of Noot het bepaalde in artikel 9.3 onder a van de aanbestedings-voorwaarden in samenhang met de brieven van 18 en 30 mei 2011 van de gemeente Nijkerk, heeft moeten opvatten als een vervaltermijn, op grond waarvan zij uiterlijk op 3 juni 2011 op straffe van niet-ontvankelijkheid de gemeente Nijkerk had moeten dagvaarden in dit kort geding.

4.10. Vooropgesteld wordt dat de invulling van de bezwaartermijn in de voetnoot van de brief van 18 mei 2011 afwijkt van de bewoordingen van artikel 9 lid 3 sub a van de aanbestedingsvoorwaarden. Gelet op het hiervoor weergegeven transparantiebeginsel heeft te gelden dat voor zover het bepaalde in de brief van 18 mei 2011 met betrekking tot het maken van bezwaar tegen de gunningsbeslissing een beperking inhoudt van wat voorafgaand aan de inschrijvingen is bekend gemaakt, de inschrijvers dan niet zonder

meer op grond van artikel 2.5.3 sub 12 van de aanbestedingsvoorwaarden gebonden zijn aan het bepaalde in de brief van 18 mei 2011.

4.11. In de voetnoot van de brief van 18 mei 2011 wordt gesproken over het opstarten van een kort geding. Artikel 9 lid 3 van de aanbestedingsvoorwaarden vermeldt dat een inschrijver een gerechtelijke procedure aanhangig moet hebben gemaakt om definitieve gunning te voorkomen, maar biedt ook de mogelijkheid dat een definitief voornemen om een gerechtelijke procedure aanhangig te maken schriftelijk kenbaar wordt gemaakt aan de gemeente Nijkerk. Gelet op deze laatstgenoemde mogelijkheid, heeft de brief van 18 mei 2011 niet te gelden als een inperking van wat voorafgaand aan de inschrijvingen aan de inschrijvers is bekend gemaakt, nu een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver de draagwijdte van artikel 9 lid 3 sub a van de aanbestedingsvoorwaarden en de brief van 18 mei 2011 aldus heeft kunnen opvatten dat hij twee mogelijkheden heeft om definitieve gunning te voorkomen. Ofwel hij moet uiterlijk op de laatste dag van

de bezwaartermijn van 15 dagen een kort geding aanhangig hebben gemaakt, hetgeen impliceert dat de dagvaarding dan moet zijn betekend aan de gemeente Nijkerk, ofwel de gemeente Nijkerk moet uiterlijk op de laatste dag van de bezwaartermijn een schriftelijke kennisgeving van het definitieve voornemen van de inschrijver hebben ontvangen dat hij een kort geding aanhangig zal maken, dus dat hij een kort geding opstart. Een behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijver moest begrijpen dat hij na ommekomst van de bezwaartermijn van 15 dagen niet meer inhoudelijk kan opkomen tegen de gunningsbeslissing en dus dat het hier om een vervaltermijn gaat.

4.12. Gezien haar brief van 27 mei 2011 heeft Noot dat ook zo begrepen. Zij verzoekt in de brief van 27 mei 2011 de gemeente Nijkerk om een spoedige reactie die zij met het oog op de termijn van 15 dagen graag uiterlijk op 30 mei 2011 ontvangt. Na ontvangst van de reactie van de gemeente Nijkerk op 30 mei 2011 heeft zij per e-mail van 1 juni 2011, verzonden op 2 juni 2011 met een beroep op artikel ‘9 lid 3a van het bestek’, dat niet anders opgevat kan worden dan als een verwijzing naar artikel 9 lid 3 sub a van de aanbestedingsvoorwaarden, die immers te gelden hebben als bijlage van het bestek, de gemeente Nijkerk in kennis gesteld van haar voornemen om een gerechtelijke procedure te beginnen tegen de gemeente Nijkerk omdat zij zich niet kan verenigen met het gunningsbesluit, waarbij zij heeft geschreven dat de gemeente de dagvaarding op zo kort mogelijke termijn tegemoet kan zien. De 15-dagentermijn van artikel 9 lid 3 sub a van de aanbestedingsvoorwaarden is aangevangen op 19 mei 2011, de dag na de afwijzingsbrief van 18 mei 2011, zodat de termijn eindigde op 2 juni 2011. Op die dag heeft Noot

per e-mail bezwaar gemaakt tegen de gunningsbeslissing. Mogelijk was 2 juni 2011 als Hemelvaartsdag een vrije dag voor de gemeente Nijkerk, zodat zij op die dag geen kennis heeft kunnen nemen van de e-mail van Noot, maar nu zijzelf bij brief van 30 mei 2011 de bezwaartermijn heeft verlengd tot 3 juni 2011, gaat het onder de gegeven omstandigheden niet aan dat de gemeente zich in dit kort geding erop beroept dat Noot te laat bezwaar heeft gemaakt. De conclusie is dan ook dat Noot in dit kort geding ontvangen kan worden in haar vorderingen. Die zullen hierna inhoudelijk worden behandeld.

4.13. Noot stelt zich op het standpunt dat zij op het onderdeel G2 de score goed had moeten krijgen voor de percelen 1 en 2. In dat verband verwijt zij de beoordelings-commissie dat die heeft miskend dat de inschrijving van Noot onderscheidend is ten opzichte van de overige inschrijvingen. Ook voert zij aan dat de beoordelingscommissie heeft meegewogen dat de inschrijving van Noot onzorgvuldigheden bevat. Daarbij is de beoordelingscommissie niet alleen buiten het toetsingskader getreden zoals dat volgt uit de aanbestedingsstukken, maar van onzorgvuldigheden is ook geen sprake, aldus Noot.

4.14. De geldigheid van een wijze van aanbesteden waarbij op enkele onderdelen een plan moet worden ingediend dat door een commissie zal worden beoordeeld met inachtneming van een aantal aspecten, is niet ter discussie gesteld. Daarvan uitgaande moet vooropgesteld worden dat een aanbestedende dienst binnen het kader van de door haar vastgestelde en vooraf aangekondigde gunningscriteria een zekere mate van beoordelingsvrijheid heeft bij een aanbestedingsprocedure als de onderhavige, waarbij de inschrijvers ter beoordeling van een beoordelingscommissie een aantal plannen moeten schrijven (G2 tot en met G5). Die beoordelingsvrijheid brengt met zich mee dat in dit kort geding slechts plaats is voor een beperkte toetsing van die beoordeling. Alleen als de aanbestedende dienst (de beoordelingscommissie) in redelijkheid niet tot de beoordeling had kunnen komen waartoe zij is gekomen, is er plaats voor ingrijpen door de voorzieningen-rechter. In dat kader wordt het navolgende overwogen.

4.15. Uit het samenstel van de artikel 4.2, 4.6 en 4.7 van het bestek en het antwoord op vraag 6 in de nota van inlichtingen van 30 maart 2011 volgt welke aspecten aan de orde dienden te komen in het plan van aanpak (G2), hoe lang het plan van aanpak mocht zijn en hoe de beoordeling van het plan van aanpak zou geschieden. Uit de brieven van 18 en 30 mei 2011 van de gemeente Nijkerk kan worden opgemaakt dat, zoals voorgeschreven, een beoordelingscommissie van 3 beoordelaars de ingediende plannen van aanpak heeft beoordeeld en punten heeft toegekend op basis van de voorafgaand aan de inschrijvingen bekendgemaakte methodiek van afgeleide scores. Dat de beoordelingscommissie in redelijkheid niet tot de toegekende punten heeft kunnen komen, is op grond van het navolgende niet, althans onvoldoende, gebleken.

4.16. Volgens Noot is haar plan van aanpak onderscheidend ten opzichte van de andere inschrijvingen en had haar plan daarom als goed beoordeeld moeten worden. De gemeente Nijkerk betwist dat. Zij heeft het plan van aanpak een voldoende gegeven omdat Noot in het plan slechts een basiskwaliteit laat zien. De gemeente voert daarvoor aan dat het plan, anders dan door Noot gesteld, geen onderscheidende elementen bevat nu ook tenminste één andere inschrijver gebruikmaakt van datacommunicatieapparatuur en GPS in de vervoermiddelen en een belservice heeft, terwijl ook andere inschrijvers een omvangrijk wagenpark en personeelsbestand hebben. Noot heeft dat als zodanig niet weersproken, zodat er voorshands niet vanuit kan worden gegaan dat Noot zich in dit opzicht onderscheidt van andere inschrijvers. De gemeente Nijkerk heeft in dat verband verder aangevoerd dat de winnende inschrijver met alleen maar nieuwe auto’s/busjes het vervoer zal verzorgen, terwijl uit het plan van aanpak van Noot volgt dat zij gebruikmaakt van een wagenpark dat niet ouder is dan 5 jaar. Ook dat heeft Noot niet gemotiveerd betwist, zodat voorshands kan worden aangenomen dat de winnende inschrijver zich van Noot onderscheidt door het gebruik van nieuw materieel. Dat de gemeente Nijkerk daaraan mede gewicht toekent in het kader van de borging van de kwaliteitseisen, is niet onbegrijpelijk.

4.17. De gemeente voert verder aan dat Noot in haar plan van aanpak geen implementatieproces heeft beschreven en ook niet hoe zij zal gaan handelen in probleemsituaties, anders dan dat zij in het plan van aanpak voor beide aspecten verwijst naar een bijlage die achter de tabbladen 21 en 22 is gevoegd bij het plan van aanpak, dit terwijl het plan van aanpak van Noot zonder de bijlagen al 2 A4-pagina’s lang is en uit het antwoord op vraag 6 in de nota van inlichtingen volgt dat de inschrijvers zich hadden moeten beperken tot 2 A4-pagina’s. De gemeente heeft daarom bij de beoordeling van de kwaliteitsborging geen aandacht besteed aan de bijlagen. De stelling van Noot dat het onmogelijk is om alle gevraagde informatie op slechts 2 A4-pagina’s te schrijven, is door de gemeente weersproken. Zij heeft verklaard dat dat de andere inschrijvers wel is gelukt.

Voor Noot moet als normaal oplettende inschrijver duidelijk zijn geweest dat de gemeente Nijkerk de gevraagde informatie beperkt wilde zien tot 2 A4-pagina’s en dat voor de beoordeling daarvan geen kennis genomen zou worden van bijlagen. Het stond de gemeente dan ook vrij van alle inschrijvers alleen de 2 A4’s in de beoordeling te betrekken en die door middel van de gehanteerde beoordelingsmethodiek met elkaar te vergelijken.

4.18. Voor de toekenning van een voldoende in plaats van de score goed, heeft de gemeente Nijkerk verder laten meewegen dat Noot voor de borging van kwaliteit refereert aan de cliëntenraad en een (eventueel) leerlingenplatform, terwijl er geen cliëntenraad is en ook geen leerlingenplatform en dat instelling ervan niet aan de orde is. Het instellen van zo’n raad of platform zou volgens de gemeente immers betekenen dat zij extra taken en verantwoordelijkheden op zich neemt, terwijl Noot in haar plan van aanpak juist had moeten laten zien dat Noot de controle intern goed georganiseerd heeft. Volgens Noot heeft de gemeente Nijkerk aan dat voorstel een veel te negatieve waardering gegeven en had zij dat voorstel ook gewoon terzijde kunnen laten. De gemeente betwist dat zij Noot daarop uitsluitend negatief heeft afgerekend. Waar het haar blijkens het verklaarde ter zitting om gaat is dat zij wel graag een andere vorm van periodiek overleg met Noot had gezien in het kader van de uitvoering van de opdracht als middel tot kwaliteitsborging, maar dat een haar passend voorstel ontbreekt. In dat perspectief is het niet onbegrijpelijk dat de gemeente Nijkerk dit als een minpunt heeft aangemerkt.

4.19. Ook het gestelde over de griepepidemie in het plan kan volgens de gemeente niet leiden tot de score goed. Noot wijst in haar plan van aanpak op een nauwe en betrokken samenwerking met de Arbodienst, maar zij noemt geen concrete maatregelen die zij met betrekking tot een griepepidemie gaat nemen. Noot moet worden toegegeven dat het bij de beoordeling daarvan niet aankomt op de vraag of er op dit moment wel of niet een griepepidemie is. Waarom het gaat is wat er in een dergelijke geval voor maatregelen getroffen zullen worden. Niet onbegrijpelijk is dat de gemeente Nijkerk het gepresenteerde plan in dit opzicht niet erg sterk vond.

4.20. Gezien het voorgaande en de zekere mate van beoordelingsvrijheid van de inschrijvingen die het gevolg is van de onderhavige wijze van aanbesteden, moet worden geoordeeld dat de beoordelingscommissie van de gemeente Nijkerk in redelijkheid tot de waardering van het plan voor de borging van de kwaliteitseisen heeft kunnen komen, terwijl niet aannemelijk is geworden dat de beoordelingscommissie buiten het vooraf bekendgemaakte toetsingskader andere aspecten heeft laten meewegen bij de puntentoekenning.

4.21. Nu de voorzieningenrechter hier maar beperkte toetsingsruimte heeft, leidt het vorenstaande ertoe dat voor gunning van perceel 2 aan Noot in dit kort geding geen grond is. Dat heeft ook te gelden voor herbeoordeling van de inschrijvingen. Daarbij komt dat Noot haar standpunt dat ook de puntentoekenning voor de subguningscriteria G3 tot en met G5 niet correct is geschied, niet nader heeft uitgewerkt en dat die stelling van Noot ter zitting geen onderwerp is geweest van het partijdebat.

4.22. De gevorderde nadere motivering van de bekendgemaakte gunningsbeslissing kan achterwege blijven omdat Noot daar geen, althans onvoldoende belang bij heeft. Noot heeft zelf verklaard dat het haar niet echt om een nadere motivering is te doen. Daarbij heeft te gelden dat ingeval de brieven van 18 en 30 mei 2011 haar onvoldoende duidelijkheid gaven, Noot door dit kort geding geacht moet worden thans genoegzaam bekend te zijn met de motivering van de gunningbeslissing. Zij weet nu waarom de gemeente Nijkerk minder punten heeft toegekend aan haar inschrijving dan aan die van de winnaar en gebleken is dat zij inmiddels bekend is met de naam van de winnende inschrijver.

4.23. De slotsom is dan ook dat geen van de vorderingen toegewezen zal worden.

Noot zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten zal worden veroordeeld.

De kosten aan de zijde van de gemeente Nijkerk worden begroot op:

Tabel 9 - Kosten

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Noot in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente Nijkerk tot op heden begroot op € 1.384,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.J. Daggenvoorde op 29 juni 2011.