Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BR0233

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
29-06-2011
Datum publicatie
05-07-2011
Zaaknummer
210507
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisers vorderen – samengevat – een verklaring voor recht dat gedaagde tekortgeschoten is in de nakoming van haar contractuele verplichtingen jegens eisers c.s. althans onrechtmatig heeft gehandeld, waardoor zij schadeplichtig is, welke schade dient te worden opgemaakt bij staat, met veroordeling van gedaagde in de kosten van dit geding.

Eisers leggen aan hun vordering primair ten grondslag dat gedaagde is tekortgeschoten in haar advisering en begeleiding ten aanzien van de gedane investeringen en dat de door haar afgegeven garantie niet wordt nagekomen. De subsidiaire grondslag is onrechtmatig handelen, erin bestaande dat gedaagde misbruik heeft gemaakt van haar positie als SNS Regiobank waardoor zij in de gelegenheid is geweest eisers te bewegen tot het doen van investeringen die uiterst risicovol zijn gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 210507 / HA ZA 11-32

Vonnis van 29 juni 2011

in de zaak van

[eisers]

eisers,

advocaat mr. M.F.J. Martens te ‘s-Hertogenbosch,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde]

gedaagde,

advocaat mr. R. Haouli te ‘s-Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna [eiser] c.s. en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 maart 2011

- het proces-verbaal van comparitie van 15 juni 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In het handelsregister is als bedrijfsomschrijving van [gedaagde] opgenomen:

Het bemiddelen bij het afsluiten van verzekeringen, hypotheken, financieringen, het voeren van beheer over een filiaal van de Nederlandse middenstandsbank spaarbank en het deelnemen in en financieren van en het voeren van directie over andere ondernemingen.

2.2. [eiser] c.s. waren geen relatie van [gedaagde], maar hielden wel een of meer rekeningen bij SNS Regio Bank.

2.3. [eiser] c.s. zijn op 23 mei 2005 een overeenkomst aangegaan met Eco Direct Nederland B.V. (hierna: Eco Direct), genaamd Overeenkomst Eco Garantieplan 2009. Deze had een looptijd van vier jaren. [eiser] c.s. hebben daarin een investering gedaan van € 8.176,00.

Deze overeenkomst is tot stand gekomen door bemiddeling van [gedaagde].

2.4. In verband met de investering op basis van de Overeenkomst Eco Garantieplan 2009 hebben [eiser] c.s. nooit een uitkering ontvangen.

2.5. Op 26 februari 2008 heeft [ ] [betrokkene], financieel adviseur van [gedaagde], aan [eiser] c.s. geschreven:

Zoals telefonisch besproken treft u bijgaand informatie aan inzake ECO DIRECT.

Het mailtje gaat over investeringen in bomen, je koopt dan Teakhout bomen (Banderas Hout).

Stel jullie kopen 1,6 hectare bomen voor een bedrag van € 55.200,00 op dit moment.

In 2011 wordt er dan een bedrag uitgekeerd van € 72.356,00. Echter dit is een verwachting en geen zekerheid qua uit te keren bedrag. Dit hangt af van de waarde van het teakhout in 2011.

Wel is het zo dat ECO DIRECT een contract heeft afgesloten met IKEA. Deze gaat hout afnemen van ECO DIRECT, dus naar verwachting zal de eerste jaren de houtprijs goed zijn. Maar je weet dit dus niet voor 100% zeker.

De Obligatielening is wel 100% gegarandeerd en het rendement is gegarandeerd 8,4%. De rente wordt maandelijks uitgekeerd.

Dus stel er wordt € 100.000,00 ingelegd dan wordt er elke maand een bedrag aan rente uitgekeerd groot € 700,00.

Dus in 4 jaar tijd krijgt u aan rente uitgekeerd een bedrag groot € 33.600,00.

Na 4 jaar krijgt u uw € 100.000,00 gegarandeerd weer uitgekeerd. Uiteraard kunnen we na 4 jaar weer kijken wat er dan aan mogelijkheden zijn.

Zijn er vragen of opmerkingen dan hoor ik dat graag van u.

2.6. Bij de stukken bevindt zich een stuk (hierna: het pamflet) met als opschrift “Obligatielening Plantagegronden II”. In het pamflet staat onder meer

WAAROM DEELNEMEN?

* Vast rendement

* Maandelijkse uitbetaling van de rentevergoeding

* Extra zekerheid door een betalingsgarantie die is afgegeven door Cosas Verdes BV

2.7. [eiser] c.s. zijn op of omstreeks 2 april 2008 een overeenkomst tot het verstrekken van een obligatielening aangegaan met Cosas Verdes Finance B.V. (hierna: Cosas Verdes Finance), een zusteronderneming van Eco Direct, genaamd Obligatielening Plantagegronden II. [eiser] c.s. hebben een obligatielening verstrekt van € 150.000,00.

2.8. Op basis van de Obligatielening Plantagegronden II hebben [eiser] c.s. in de periode van 2 mei 2008 tot en met 1 oktober 2008 zesmaal een termijnbedrag ad € 1.050,00 wegens verschenen rente ontvangen, dus in totaal € 6.300,00.

2.9. Op 8 april 2010 zijn Eco Direct, Cosas Verdes Finance en hun moedervennootschap Cosas Verdes B.V. in staat van faillissement verklaard. Behoudens de onder 2.8 bedoelde rentebedragen hebben [eiser] c.s. geen bedragen onder de Overeenkomst Eco Garantieplan 2009 of de Obligatielening Plantagegronden II ontvangen.

3. Het geschil

3.1. [eiser] c.s. vorderen – samengevat – een verklaring voor recht dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van haar contractuele verplichtingen jegens [eiser] c.s. althans onrechtmatig heeft gehandeld, waardoor zij schadeplichtig is, welke schade dient te worden opgemaakt bij staat, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.

3.2. [eiser] c.s. leggen aan hun vordering primair ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in haar advisering en begeleiding ten aanzien van de gedane investeringen en dat de door haar afgegeven garantie niet wordt nagekomen. De subsidiaire grondslag is onrechtmatig handelen, erin bestaande dat [gedaagde] misbruik heeft gemaakt van haar positie als SNS Regiobank waardoor zij in de gelegenheid is geweest [eiser] c.s. te bewegen tot het doen van investeringen die uiterst risicovol zijn gebleken.

3.3. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde] voert het verweer dat [eiser] c.s. niet aan hun stelplicht hebben voldaan ten aanzien van de door hen aan [gedaagde] verweten beroepsfouten.

4.2. Daaromtrent overweegt de rechtbank het volgende. De stelplicht die rust op [eiser] c.s., houdt in dat zij voldoende feiten en omstandigheden dienen te stellen waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde] de op haar rustende verbintenissen die voortvloeien uit de overeenkomsten van opdracht, niet is nagekomen en dat zij deze stellingen, ingeval van voldoende gemotiveerde betwisting daarvan, dient te bewijzen.

4.3. In hun dagvaarding hebben [eiser] c.s. in dat verband uitsluitend gesteld dat [gedaagde] tekort is geschoten in haar advisering en begeleiding ten aanzien van de gedane investeringen. Zij hebben geen feiten en omstandigheden gesteld ter onderbouwing daarvan en in het bijzonder niet gesteld welke verbintenissen in het kader van de advisering en begeleiding op [gedaagde] rustten en in welk opzicht zij tekort is geschoten in de nakoming daarvan. Daarmee was niet voldaan aan de stelplicht.

4.4. Ter comparitie hebben [eiser] c.s. de gelegenheid gehad hun vordering nader te onderbouwen.

Voorafgaand aan de investering op basis van de Overeenkomst Eco Garantieplan 2009, zo volgt uit de verklaring van [eiser] c.s. ter comparitie, heeft de heer [betrokkene] desgevraagd aangegeven dat zij konden investeren in groen, en heeft hij een foldertje van Eco Direct gegeven en alles geregeld. Welk verwijt – in de zin van het tekortschieten van [gedaagde] in haar advisering en begeleiding – [eiser] c.s. aan [gedaagde] maken, is onduidelijk gebleven. Ten aanzien van deze overeenkomst hebben [eiser] c.s. niet aan hun stelplicht voldaan, zodat de vordering in zoverre zal worden afgewezen.

En voorafgaand aan het aangaan van de Obligatielening Plantagegronden II, zo hebben [eiser] c.s. verklaard, heeft [betrokkene] gezegd dat het 100% zeker was en daarbij gewezen op de garantstelling in het pamflet. Volgens het pamflet stond Cosas Verdes B.V. garant. Niet is gesteld of gebleken dat [betrokkene] niet op die vermelding in het pamflet had mogen afgaan. [gedaagde] is in dit opzicht dan ook niet tekortgeschoten.

4.5. Voor zover [eiser] c.s. hun stelling dat [gedaagde] tekortgeschoten is, (mede) baseren op het feit dat Eco Direct, Cosas Verdes Finance en Cosas Verdes B.V. failliet zijn verklaard, zijn die faillissementen – wat de rol van [gedaagde] bij de beslissing van [eiser] c.s. tot het doen van de investeringen ook is geweest – op zichzelf onvoldoende om tot onrechtmatig handelen van [gedaagde] te kunnen concluderen.

4.6. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat uit de stellingen van [eiser] c.s. niet kan worden geconcludeerd dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomsten van opdracht.

4.7. Voor zover [eiser] c.s. willen betogen dat [gedaagde] zelf een garantieverplichting op zich heeft genomen, gaat dat niet op. Daartoe wordt het volgende overwogen. [eiser] c.s. baseren hun stelling dat [gedaagde] een garantieverplichting op zich heeft genomen, op de onder 2.5 geciteerde brief van [gedaagde]. Aan het begin van die brief wordt verwezen naar informatie inzake Eco Direct. Die informatie betrof, naar [gedaagde] onbetwist heeft gesteld, (in elk geval onder meer) het pamflet. Daarin staat onder het kopje “Waarom deelnemen?” onder meer: “Extra zekerheid door een betalingsgarantie die is afgegeven door Cosas Verdes BV”. De inhoud van de brief in combinatie met die in dat stuk opgenomen tekst maakt volstrekt duidelijk dat [gedaagde] slechts informatie heeft verstrekt met betrekking tot het desbetreffende beleggingsproduct, waartoe behoorde de informatie dat een betalingsgarantie zou zijn afgegeven door Cosas Verdes B.V., en dat [gedaagde] niet een zelfstandige garantieverplichting op zich heeft genomen. Dit is ook hoogst ongebruikelijk voor een adviseur of bemiddelaar. [eiser] c.s. hebben niets gesteld waaruit kan volgen dat zij erop hadden mogen vertrouwen dat [gedaagde] zelf garant stond.

4.8. Dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld, onderbouwen [eiser] c.s. in de dagvaarding met de stelling dat [gedaagde] misbruik heeft gemaakt van haar positie als SNS Regio Bank, waardoor zij in staat is geweest om in het kader van haar assurantieactiviteiten [eiser] c.s. actief te benaderen en te bewegen investeringen te doen die uiterst risicovol zijn gebleken. Ter comparitie hebben [eiser] c.s. daaraan toegevoegd dat het gestelde misbruik óók bestaat uit het feit dat zij er steeds van zijn uitgegaan dat alles via die bank liep en niet via het kantoor van [gedaagde].

4.9. Dat [gedaagde] actief heeft benaderd en heeft bewogen de onderhavige investeringen te doen, volgt niet uit de eigen verklaring van [eiser] c.s. ter comparitie. Voorafgaand aan beide investeringen hebben [eiser] c.s. zelf immers contact gezocht met [gedaagde] omdat zij een hoger rendement op hun vermogen wensten te verkrijgen, terwijl uit de stellingen van [eiser] c.s. evenmin blijkt dat [gedaagde] hen heeft bewogen tot het doen van die investeringen.

En voor wat betreft het verwijt dat [eiser] c.s. er steeds van zijn uitgegaan dat alles via die bank liep en niet via het kantoor van [gedaagde], rijst de vraag – die [eiser] c.s. niet hebben beantwoord – waarop die gedachte was gebaseerd: de brief van 26 februari 2008 is geschreven op briefpapier van [gedaagde] en ondertekend door [betrokkene] namens [gedaagde] en in het dossier heeft de rechtbank geen stukken aangetroffen die duiden op betrokkenheid van SNS Bank. Evenmin is gesteld of gebleken dat [gedaagde] op enigerlei wijze heeft bijgedragen aan het ontstaan van de bedoelde onjuiste gedachte aan de zijde van [eiser] c.s.

4.10. Van onrechtmatig handelen aan de zijde van [gedaagde] is geen sprake, zodat ook op die grond de vordering niet toewijsbaar is.

4.11. [eiser] c.s. zullen worden veroordeeld in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [gedaagde] en tot aan dit vonnis begroot op:

- griffierecht € 568,00

- salaris advocaat € 2.842,00 (2 punten x € 1.421,00, tarief V)

totaal € 3.410,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [gedaagde] en tot aan dit vonnis begroot op € 3.410,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2011.