Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ9176

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
22-06-2011
Datum publicatie
24-06-2011
Zaaknummer
726886 Cv Expl. 10-6726
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partijen hebben in onderling overleg het dienstverband beëindigd. De werkgever heeft in een brief een beëindigingsregeling geformuleerd. In geschil is hoe hetgeen daarin is opgenomen terzake van de pensioenaanspraken van de werknemer moet worden uitgelegd. Werknemer stelt dat werkgever de pensioenpremie tot 65 jaar dient door te betalen, werkgever stelt dat die plicht eindigt bij 60 jaar.

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer noch uit de formulering van de brief, noch uit de overige door de werkgever aangevoerde omstandigheden behoefde af te leiden dat een aanspraak tot 60 jaar bestond. Doorbetaling door de werkgever is niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2011-0526
PJ 2011/165
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Wageningen

zaakgegevens 726886 \ CV EXPL 10-6726 \ MB\392\mvl

uitspraak van 22 juni 2011

vonnis

in de zaak van

[werknemer]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

gemachtigde mr. A.M.G. Nagelkerke

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Struik Foods B.V.

gevestigd te Nijkerk

gedaagde partij

gemachtigde dr. mr. M. Heemskerk

Partijen worden hierna [werknemer] en Struik genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 10 december 2010 met producties

- de conclusie van antwoord met producties

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek met een productie.

2. De feiten

2.1. [werknemer], geboren op [dag en maand] 1945, is op 1 oktober 1997 op grond van een schriftelijke arbeidsovereenkomst in dienst getreden bij California B.V. (hierna: ‘California’).

2.2. In 2001 heeft Struik de aandelen van California overgenomen. [werknemer] is op grond van een (nieuwe) schriftelijke arbeidsovereenkomst per 18 juni 2001 als staffunctionaris Law & Labelling in dient getreden van Struik.

2.3. In het kader van de overname van California door Struik is een overeenkomst tussen de beide vennootschappen, de vakbonden en de ondernemingsraad van California tot stand gekomen. In artikel 5.2 is vastgelegd dat de werknemers als gevolg van de overname van California door Struik geen pensioenschade lijden.

2.4. [werknemer] is per 18 juni 2001 deelnemer geworden in de bij Struik geldende pensioenregelingen. Het betreft de pensioenregeling van het bedrijfstakpensioenfonds van de Vleeswaren- en Snackindustrie 2002 (hierna: ‘de pensioenregeling’), een excedentpensioenregeling voor werknemers die meer verdienen dan het in de pensioenregeling genoemde maximumloon (hierna: ‘de excedentpensioenregeling’) en een overgangsregeling voor prepensioen.

2.5. Op de pensioenregeling is het pensioenreglement voor de Vleeswaren- en Snackindustrie (hierna: ‘het pensioenreglement’) van toepassing. Op grond van artikel 2 lid 3 onder a van het pensioenreglement eindigt de deelname aan de pensioenregeling bij het bereiken van een leeftijd van 60 jaar.

2.6. Op de excedentpensioenregeling is een separaat pensioenreglement van toepassing (hierna: ‘het excedentpensioenreglement’). De pensioenleeftijd in de excedentpensioenregeling bedraagt op grond van artikel 23 van het excedentpensioenreglement 65 jaar.

2.7. De pensioenverzekeraar zowel met betrekking tot de pensioenregeling als de excedentpensioenregeling is Nationale Nederlanden (hierna: ‘NN’).

2.8. Op 3 juli 2003 is door Struik aan [werknemer] door Struik voorgerekend wat zijn pensioen zal zijn indien hij veertig dienstjaren bij California/Struik zou hebben gewerkt. Er wordt bij die berekening uitgegaan van premiebetaling door Struik voor zowel de pensioenregeling als de excedentpensioenregeling tot het bereiken door [werknemer] van de 65-jarige leeftijd. Uitgegaan wordt van een opbouw van pensioen bij Struik van € 6.479,00 (bruto per jaar), zodat het totale pensioenbedrag vrijwel overeenkomt met het bedrag dat [werknemer] bij California zou hebben ontvangen.

2.9. Op de jaarlijks aan [werknemer] verstrekte pensioenopgaven (over de jaren 2003 tot en met 2005) wordt een lager bedrag aan bij Struik opgebouwde pensioenrechten vermeld (€ 3.147,40 bruto per jaar) dan dat op 3 juli 2003 aan [werknemer] is voorgerekend. Op de pensioenopgaven wordt verwezen naar het pensioenreglement. Indien van het op de pensioenopgaven weergegeven bedrag wordt uitgegaan, wordt een lager totaalbedrag aan pensioen opgebouwd dan bij California zou zijn gebeurd.

2.10. In januari 2005 zijn Struik en [werknemer] overeengekomen de arbeidsovereenkomst te beëindigen per 25 januari 2005. [werknemer] was toen bijna 60 jaar.

2.11. De voorwaarden die gelden bij die beëindiging zijn neergelegd in een brief van Struik van 24 januari 2005. [werknemer] heeft onder meer een ontslagvergoeding ontvangen van € 141.111,00.

2.12. De brief van 24 januari 2005 vermeldt met betrekking tot de pensioenopbouw:

Uw pensioen en excedentpremie zullen tot de leeftijd van 65 jaar jaarlijks door Struik Foods worden voldaan, rekening houdend met (eventuele) jaarlijkse CAO-stijgingen, zolang u nog in leven bent. De opgebouwde pensioenaanspraken, gedurende uw WW-uitkering, via het Fonds Voorheffing Pensioenen zullen ten goede komen aan Struik Foods Voorthuizen B.V. u zult hiervoor een afstandsverklaring moeten ondertekenen.

2.13. In een e-mail van 16 april 2009 schrijft de gemachtigde van [werknemer] aan (de heer [X], hierna: ‘[X], van) Struik:

(…)

Zoals u weet is tussen Struik en de heer [werknemer] een beëindigingsovereenkomst gesloten. Onderdeel van die overeenkomst is de afspraak dat tot 65-jarige leeftijd de pensioenopbouw zal worden voortgezet, rekening houdend met de jaarlijkse CAO-stijgingen.

Nu heeft de heer [werknemer] aan de hand van de door de pensioenverzekeraar verstrekte pensioenopgaven [bemerkt] dat er met de verdere pensioenopbouw vanaf ontslagdatum geen rekening is gehouden met de CAO-stijgingen.

(…)

2.14. In een e-mail van 27 april 2009 heeft [X] geantwoord:

Middels deze mail bevestig ik uw (onderstaand) e-mailbericht.

Wij zijn al maanden (bijna een jaar) met Nationale Nederlanden in gesprek i.v.m. een mogelijke wijziging van ons contract per 01-01-2008 / 01-01-2009 (?)

Hierdoor staat ons huidige contract “On Hold” bij NN.

(…)

2.15. In een e-mail van 14 september 2009 schrijft ([Y] namens) NN aan [werknemer]:

Op uw verzoek heb ik nog even gekeken naar de pensioenopbouw onder bovengenoemd polisnummer.

Van de heer [X] van Struik heb ik uw salarisgegevens ontvangen van 1 januari 2005 tot en met 1 januari 2009. Deze salariswijzigingen zullen echter niet worden doorgevoerd in bovengenoemd polisnummer omdat de opbouw binnen deze pensioenregeling loopt tot de leeftijd 60. Dit conform het pensioenreglement van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Vleeswaren en Snackindustrie. Omdat u in 2005 60 bent geworden is de laatste salarisaanpassing gedaan per 1 januari 2005.

2.16. Struik heeft de premie voor het excedentpensioen van [werknemer] tot diens 65-jarige leeftijd doorbetaald.

3. De vordering en het verweer

3.1. [werknemer] vordert, samengevat weergegeven:

a. voor recht te verklaren dat, in afwijking van het pensioenreglement, tussen partijen is overeengekomen dat de opbouw van ouderdomspensioen ten behoeve van [werknemer] door Struik is toegezegd tot de 65-jarige leeftijd;

b. voor recht te verklaren dat door niet nakoming van deze afspraak ten behoeve van [werknemer] een bedrag van € 4.140,72 bruto per jaar, danwel een door de kantonrechter te bepalen bedrag, te weinig aan pensioen is opgebouwd;

c. Struik te veroordelen tot vergoeding van de door [werknemer] als gevolg van voormelde tekortkoming geleden en te lijden schade, op te maken bij staat, benodigd om te voorzien in een levenslang ouderdomspensioen van € 4.140,72 per jaar;

d. Struik te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.500,00 aan buitengerechtelijke kosten;

e. Struik te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over alle gevorderde bedragen vanaf de dag van opeisbaarheid;

f. Struik te veroordelen in de kosten van deze procedure.

3.2. [werknemer] legt aan zijn vordering ten grondslag de stelling dat hij met Struik in het kader van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst overeengekomen is dat Struik de premie ten behoeve van de pensioenregeling tot 65-jarige leeftijd zou betalen. Struik heeft dat echter nagelaten.

3.3. Struik voert gemotiveerd verweer waarop hierna, waar nodig, wordt ingegaan.

4. De beoordeling

Brief 24 januari 2005

Algemeen

4.1. In de door Struik opgestelde brief is vastgelegd dat “uw pensioen en excedentpremie” tot de 65-jarige leeftijd zullen worden doorbetaald. Struik voert aan dat niet is opgeschreven en bedoeld ‘de pensioenpremie’ en evenmin ‘de pensioen- en excedentpremie’. Struik voert aan dat is toegezegd dat aan [werknemer] pensioen wordt doorbetaald conform het pensioenreglement (derhalve tot 60 jaar) alsmede het excedentpensioen (tot 65 jaar) en prepensioen. Struik voert voorts aan dat [werknemer] ook niet mocht verwachten dat de pensioenpremie tot 65 jaar zou worden doorbetaald, omdat evident was dat zulks in strijd was met het pensioenreglement dat bij hem bekend was, althans kon zijn.

4.2. De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van partijen dat Struik de afspraken in de brief heeft geformuleerd, waarna [werknemer] zijn akkoord heeft gegeven. Over de daarvoor (mogelijk) gevoerde onderhandelingen is niets gesteld of gebleken, zodat van de (formulering in de) brief moet worden uitgegaan, die gelezen moet worden mede in het licht van de overige door partijen gestelde omstandigheden. Daarbij is de tekst van de bepaling van belang en de betekenis die [werknemer] en Struik over en weer daaraan mochten toekennen en wat zij op grond daarvan mochten verwachten.

Tekstueel

4.3. Op grond van de tekst van de brief van 24 januari 2005 kon [werknemer] naar het oordeel van de kantonrechter aannemen dat Struik zowel de pensioenpremie als de excedentpensioenpremie tot 65 jaar zou doorbetalen. Er is tekstueel in de brief geen onderscheid gemaakt tussen ‘uw pensioen’ en ‘excedentpremie’. Dat spreek tegen de uitleg van Struik als zou ten aanzien van de eerste term bedoeld zijn te verwijzen naar elders vastgelegde afspraken en (louter) ten aanzien van de excedentpensioenpremie dient te worden aangesloten bij verderop in de zin vermelde 65-jarige leeftijd. Struik heeft de excedentpensioenpremie, zo is onweersproken, ook conform doorbetaald. De in de brief opgenomen zin laat zich lezen als wordt gedoeld op beide termen (zowel ‘uw pensioen’ als ‘excedentpremie’) de voorwaarde, althans de toezegging, van doorbetaling tot de 65-jarige leeftijd van toepassing te verklaren.

4.4. Struik voert nog aan dat met ‘uw pensioen’ (mede) wordt verwezen naar het prepensioen. Zonder nadere toelichting, die door Struik niet is gegeven, valt die uitleg echter niet te rijmen met de stelling van Struik in sub 7.9 van de conclusie van antwoord dat de prepensioenpremie na datum uitdiensttreding van [werknemer] ten onrechte door Struik is doorbetaald. Het was derhalve niet de bedoelding van Struik om overeen te komen dat de premie voor het prepensioen tot 65 jaar door te betalen, dat gold louter voor de excedentpensioenpremie.

Partijbedoeling

4.5. Struik stelt dat evident is dat het nooit de bedoeling van partijen is geweest [werknemer] op het punt van pensioen in een betere positie te brengen dan in de situatie dat hij bij Struik was blijven werken, doch louter om hem in een situatie te brengen die gelijk was aan die wanneer hij in dienst van Struik was gebleven.

4.6. Deze stelling wordt door [werknemer] niet betwist, doch deze omstandigheid biedt geen grond om uit te gaan van de uitleg zoals die door Struik aan de bepaling in de brief wordt gegeven. Immers, uit de standpunten van partijen volgt nu juist dat zij zijn uitgegaan van verschillende ideeën over de positie die [werknemer] zou hebben ingeval hij bij Struik in dienst was gebleven. Struik ging met betrekking tot de lengte van de verplichting tot betaling van pensioenpremie uit van het pensioenreglement, derhalve tot 60 jaar.

4.7. [werknemer] is (zo volgt ook uit de e-mail van 16 april 2009), mede op grond van de toezegging dat hij geen pensioenschade zou lijden ten opzichte van de situatie dat hij bij California in dienst zou zijn gebleven en de daarbij aansluitende berekening door Struik van 3 juli 2003, er steeds vanuit gegaan dat hij recht had op doorbetaling door Struik van de pensioenpremie tot 65 jaar. [werknemer] wijst daarbij op de – door Struik verstrekte – vergelijkende berekening van 3 juli 2003 waarin inderdaad geen verschil in pensioenaanspraak tussen Struik en California ontstaat indien Struik de premie doorbetaalt tot 65 jaar. Daaruit kan dan worden afgeleid dat wel een verschil ontstaat indien Struik tot 60 jaar de premie voldoet, terwijl was toegezegd dat geen pensioenschade zou ontstaan. [werknemer] meende derhalve, op grond van de toezegging en daarbij aansluitende berekening, dat zou worden doorbetaald tot 65 jaar, zodat hetzelfde bedrag aan pensioen zou worden opgebouwd als bij California zou zijn gebeurd.

4.8. Op grond daarvan wordt gepasseerd de stelling dat (beide) partijen hebben bedoeld [werknemer] een aanspraak op betaling van de pensioenpremie door Struik tot 60 jaar te geven.

Wat [werknemer] mocht verwachten

4.9. Struik voert aan dat [werknemer] diende te begrijpen dat de tekst van de brief niet aldus moest worden opgevat dat een aanspraak op betaling van pensioenpremie na het bereiken van de 60-jarige leeftijd bestond omdat deze afspraak afweek van, in strijd was met, het pensioenreglement.

4.10. In de brief wordt niet geciteerd uit, noch expliciet verwezen naar het pensioenreglement. De specifieke bepaling daaruit (artikel 2 lid 3 onder a) op grond waarvan betaling van de pensioenpremie bij 60 jaar zou stoppen is niet genoemd. Dat [werknemer] in zijn algemeenheid op enig moment kennis had kunnen nemen van het pensioenreglement en de bedoelde bepaling, maakt naar het oordeel van de kantonrechter niet dat hij moest begrijpen dat met de regeling niet zou (kunnen) worden afgeweken van het pensioenreglement. Dit geldt temeer gezien de hiervoor genoemde verwachting van [werknemer] dat hij geen pensioenschade zou leiden en (derhalve) het op 3 juli 2003 voorgerekende bedrag aan pensioen zou opbouwen.

4.11. Ook de, op het uitgangspunt van pensioenpremiebetaling tot 60 jaar gebaseerde, aan [werknemer] verstrekte pensioenoverzichten maken naar het oordeel van de kantonrechter niet dat [werknemer] wist of behoorde te weten dat Struik voor de beëindigingsregeling bedoelde aan te sluiten bij het pensioenreglement (voor zover [werknemer] de inhoud daarvan al kende). De pensioenoverzichten zijn als gevolg van de door Struik aan [werknemer] op 3 juli 2003 verstrekte berekening en de - in ieder geval door [werknemer] in dat kader geplaatste - toezegging dat geen pensioenschade zou ontstaan als gevolg van de overname van California door Struik, onvoldoende om te oordelen dat [werknemer] niet mocht aannemen dat Struik de pensioenpremie zou doorbetalen. Daarbij is mede van belang dat op de pensioenoverzichten niet expliciet de pensioenleeftijd is vermeld, terwijl uit de berekening uit 2003 wel zonder meer, dat is ook onweersproken, is af te leiden dat daarvoor wordt uitgegaan van premiebetaling tot 65 jaar.

4.12. Daarbij komt dat uitgangspunt is dat het partijen in het kader van beëindiging van de arbeidsovereenkomst vrij staat afspraken te maken over de voorwaarden van die beëindiging. Die specifieke afspraken kunnen afwijken van eerdere afspraken of regelingen die tussen partijen golden, of dergelijke afspraken/regelingen aanvullen.

4.13. In het onderhavige geval werd de afspraak door Struik vastgelegd op het moment dat [werknemer] al bijna 60 jaar was. In het licht van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en het naderende pensioen van [werknemer] was het belang bij het nauwkeurig vastleggen van afspraken dienaangaande des te groter. Aan hetgeen daarover in de brief is opgenomen moet derhalve een groot belang worden toegekend.

4.14. Struik voert aan dat zij, ingeval de afspraak zou zijn gemaakt zoals [werknemer] deze stelt, een dure individuele polis voor [werknemer] diende af te sluiten. Het was niet waarschijnlijk dat Struik dat zou hebben bedoeld. De kantonrechter passeert dat verweer omdat Struik er zelf op wijst dat daarover tussen partijen nimmer is gesproken, zodat onvoldoende is onderbouwd dat [werknemer] wist of behoorde te weten welke (praktische) gevolgen een dergelijke toezegging voor Struik zou hebben. [werknemer] meende, zoals hiervoor overwogen, dat Struik gehouden was de pensioenpremie, ook zonder de overeenkomst, tot 65 jaar te betalen.

4.15. De kantonrechter is van oordeel dat Struik onvoldoende heeft onderbouwd dat [werknemer] niet mocht aannemen dat Struik toezegde de pensioenpremie tot 65 jaar te betalen omdat zulks in strijd was met het pensioenreglement.

Slotsom

4.16. Naar het oordeel van de kantonrechter bestond met betrekking tot de pensioenrechten van [werknemer] een diffuus beeld. Enerzijds hanteerde Struik het pensioenreglement dat de verplichting bevat de pensioenpremie te betalen tot 60 jaar en de aan [werknemer] verstrekte pensioenoverzichten sluiten daarbij aan. Anderzijds zou bij California een hoger bedrag aan pensioen zijn opgebouwd en is door Struik toegezegd dat (werknemers als) [werknemer] geen pensioenschade zou lijden. Daarbij sluit de door Struik in 2003 verstrekte berekening aan.

4.17. De door Struik aan [werknemer] gezonden brief schept, zo volgt uit het voorgaande, op dit punt onvoldoende helderheid. Daardoor heeft de onduidelijkheid voortbestaan. Partijen hebben een afspraak gemaakt waaraan zij een verschillende betekenis toekenden.

4.18. Het lag naar het oordeel van de kantonrechter op de weg van Struik, nu zij klaarblijkelijk onderkende waartoe zij op grond van het pensioenreglement gehouden of zelfs verplicht was, om, als opsteller van de brief en omdat zij als werkgever in deze de meest gerede partij daartoe is, in de formulering van de afspraken met [werknemer] daaraan expliciet aandacht te besteden. Dat heeft Struik nagelaten, zodat [werknemer] aan de zinsnede de door hem gestelde betekenis mocht toekennen. Dat brengt met zich dat Struik aan de afspraak, zoals die door [werknemer] wordt uitgelegd, is gebonden.

Redelijkheid en billijkheid

4.19. Struik voert aan dat toewijzing van de vordering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is omdat in dat geval, in strijd met het pensioenreglement, een hoger pensioen wordt betaald naast de reeds door [werknemer] ontvangen riante beëindigingsvergoeding en (ten onrechte) het extra prepensioen.

4.20. De kantonrechter oordeelt als volgt. Hiervoor is reeds geoordeeld dat het partijen vrij staat om in aanvulling op of in afwijking van bestaande regelingen afspraken te maken. Door Struik is toegezegd dat werknemers van California geen pensioenschade zouden lijden. Partijen hebben afspraken gemaakt over de beëindiging van het dienstverband en het pensioen en [werknemer] heeft, mede op grond daarvan, de afspraak met California op een wijze mogen uitleggen die afwijkt van de bestaande pensioenregeling bij Struik. Dat maakt dat de uitvoering van die afspraak reeds naar zijn aard niet onaanvaardbaar is.

4.21. Voorts volgt uit de stelling van Struik dat extra pensioen voor [werknemer] op zichzelf, indien het ook in de visie van Struik overeengekomen was, mogelijk gemaakt kon en kan worden. Genoemd is de vrijwillige voortzetting, die is thans niet meer mogelijk, en de individuele polis voor [werknemer]. Dat de extra pensioenvoorziening ‘technisch’ niet kan worden vormgegeven, is door Struik dan ook onvoldoende onderbouwd.

4.22. Naar het oordeel van de kantonrechter is extra pensioen voor [werknemer] niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. Dat [werknemer] in het kader van de beëindiging van zijn dienstverband reeds het nodige van Struik heeft ontvangen, maakt niet dat Struik een deel van – zoals hiervoor geoordeeld – de gemaakte afspraak niet behoeft na te komen. Gesteld noch gebleken is overigens dat het Struik aan middelen ontbreekt om het gevorderde te voldoen en dat is gezien de omvang van de onderneming ook niet aannemelijk.

Verklaring voor recht/schade

4.23. Op grond van het vorenstaande liggen de - verder onbestreden - hiervoor onder a. en b. weergegeven onderdelen van de vordering voor toewijzing gereed. Struik voert aan dat de hiervoor onder c. weergegeven vordering in strijd met de wet is en derhalve niet kan worden toegewezen. Struik legt daaraan ten grondslag de stelling dat pensioen niet rechtstreeks aan de werknemer mag worden uitgekeerd. Voorts is het ingevolge de Pensioenwet niet toegestaan voor pensioen bestemde gelden af te kopen.

4.24. De kantonrechter is van oordeel dat toewijzing van de vordering onder c. niet zonder meer inhoudt dat het gevorderde jaarbedrag rechtstreeks aan [werknemer] dient te worden uitgekeerd. Gevorderd is Struik te veroordelen tot vergoeding van de schade van [werknemer]. De wijze waarop dat geschied is daarmee niet gegeven, de mogelijkheid van de door Struik genoemde individuele polis voor [werknemer] is niet uitgesloten.

4.25. Voorts valt niet in te zien waarom Struik niet rechtstreeks aan [werknemer] een schadevergoeding mag betalen die de gevolgen compenseert van de tekortkoming in de uitvoering van de tussen partijen gemaakte afspraak. Zonder nadere toelichting, die door Struik niet is gegeven, is een dergelijke uitkering niet te kwalificeren als het afkopen van pensioengelden.

4.26. De kantonrechter wijst derhalve ook de vordering onder c. toe, behoudens het daarin opgenomen onderdeel dat de schade moet worden opgemaakt bij staat. [werknemer] heeft niet onderbouwd waarom de schade thans niet zou kunnen worden vastgesteld, hij heeft de schade zelf juist op een concreet bruto jaarbedrag becijferd. Struik heeft die berekening verder niet bestreden, zodat de schade daarmee vaststaat.

Uitvoerbaarheid bij voorraad/zekerheid

4.27. Struik heeft verzocht dit vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, omdat een restitutierisico bestaat. De kantonrechter passeert het verzoek van Struik, omdat [werknemer] in de conclusie van repliek expliciet heeft verklaard dat hij onderkent dat de mogelijkheid bestaat dat hij, na een eventueel hoger beroep, bedragen aan Struik moet terugbetalen alsmede dat hij daartoe in staat zal zijn. Dat is door Struik niet bestreden, noch heeft Struik concrete omstandigheden aangevoerd op grond waarvan moet worden aangenomen dat [werknemer] onvoldoende solvabel zal zijn. Gezien het door Struik gestelde over de hoogte van de aan [werknemer] uitgekeerde beëindigingsvergoeding is dat ook niet aannemelijk.

Overige vorderingen

4.28. De onbetwiste vordering tot vermeerdering van het toegewezen bedrag met de wettelijke rente wordt toegewezen.

4.29. De kantonrechter kan op grond van de door [werknemer] overgelegde stukken niet ervan uitgaan dat sprake is van andere kosten dan de kosten ter voorbereiding van de procedure. Deze zijn onderdeel van de proceskosten, waarover een aparte beslissing wordt genomen. Daarom worden de gevorderde buitengerechtelijke kosten afgewezen.

4.30. Struik wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1. verklaart voor recht dat tussen partijen, in afwijking van het pensioenreglement, is overeengekomen dat de opbouw van ouderdomspensioen ten behoeve van [werknemer] door Struik is toegezegd tot de 65-jarige leeftijd;

5.2. verklaart voor recht dat door niet nakoming van deze afspraak een bedrag van € 4.140,72 bruto per jaar te weinig aan pensioen is opgebouwd ten behoeve van [werknemer];

5.3. veroordeelt Struik tot vergoeding van de door [werknemer] als gevolg van voormelde tekortkoming geleden en te lijden schade benodigd om te voorzien in een levenslang ouderdomspensioen van € 4.140,72 bruto per jaar;

5.4. veroordeelt Struik tot betaling van de wettelijke rente over het onder 5.3. genoemde bedragen vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening;

5.5. veroordeelt Struik in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [werknemer] begroot op € 87,93 aan dagvaardingskosten, € 140,00 aan griffierecht en € 800,00 aan salaris voor de gemachtigde;

5.6. verklaart de onder 5.3., 5.4. en 5.5. uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.J. Blaisse en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2011.