Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ9171

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
10-06-2011
Datum publicatie
24-06-2011
Zaaknummer
742689 - CV EXPL 11-2098
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Levering van energie zonder rechtsgrond; verrijking; vergoeding van het geleverde voor zover dit redelijk is op grond van artikel 6:210 lid 2 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 742689 \ CV EXPL 11-2098 \ 407 so

uitspraak van 10 juni 2011

vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap De Nederlandse Energie Maatschappij B.V.

gevestigd te Rotterdam

eisende partij

gemachtigde mr. P.L.J.M. Guinée

tegen

[gedaagde partij]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna de NEM en [gedaagde partij] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 maart 2011

- de brief van de zijde van de NEM van 4 mei 2011 met producties ten behoeve van de comparitie

- het proces-verbaal van de comparitie van 10 mei 2011.

2. De feiten

2.1. De NEM heeft in de periode van 2 oktober 2007 tot 4 september 2008 gas en elektriciteit geleverd aan het adres [straat en nummer] te [woonplaats], het woonadres van [gedaagde partij].

2.2. Op 30 september 2008 heeft de NEM een eindafrekening opgemaakt. Het totaal van de eindnota bedraagt € 2.783,59. Daarop zijn de eerder in rekening gebrachte termijnbedragen (in totaal € 1.936,00) in mindering gebracht, zodat een nog te betalen bedrag van € 847,59 resteert. In dit bedrag is tweemaal € 84,03 exclusief BTW (in totaal € 200,00 inclusief BTW) aan boete opgenomen.

2.3. De welkomstbrief van 28 augustus 2007, de eindafrekennota en overige correspondentie zijn gericht aan de heer E.A.L. [naam gedaagde].

3. De vordering en het verweer

3.1. De NEM vordert dat de kantonrechter [gedaagde partij] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 661,82, bestaande uit een hoofdsom van € 465,00, € 46,82 aan wettelijke rente tot 21 februari 2011 en € 150,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 21 februari 2011 en met veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten.

3.2. De NEM baseert haar vordering op de eindnota, waarvan € 465,00 onbetaald is gebleven. Zij heeft haar vordering ter incasso uit handen gegeven. Ondanks aanmaningen en sommatie is [gedaagde partij] niet overgegaan tot volledige betaling. Daarom maakt de NEM ook aanspraak op rente en buitengerechtelijke kosten.

Subsidiair, voor het geval wordt aangenomen dat geen overeenkomst met [gedaagde partij] tot stand is gekomen, baseert de NEM haar vordering op artikel 6:203 jo 6:210 lid 2 BW. Zij maakt aanspraak op vergoeding van onverschuldigd geleverde energie, nu dit uit haar aard niet ongedaan gemaakt kan worden.

3.3. [gedaagde partij] voert gemotiveerd verweer.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde partij] betwist dat hij een overeenkomst met de NEM heeft gesloten. Hij beheerst de Nederlandse taal niet. Hij heeft geen schriftelijke overeenkomst waar zijn handtekening onder staat, hij heeft ook nooit een bevestiging van de overeenkomst gehad of een mogelijkheid deze te annuleren. Desondanks heeft de NEM meerdere malen getracht, ook na beëindiging van de energielevering, voorschotbedragen van zijn rekening te incasseren. [gedaagde partij] vindt dit onbehoorlijk en bepleit daarom afwijzing van de vordering.

4.2. De NEM heeft stukken in het geding gebracht, waaruit blijkt dat de welkomstbrief, de eindnota en overige correspondentie op naam staan van E.A.L. [naam gedaagde]. Dit is volgens [gedaagde partij] zijn broer, hetgeen de NEM niet heeft betwist. Dat betekent dat [gedaagde partij] nooit contractspartij van de NEM is geweest. Hij is daarom ook niet gebonden aan eventueel op de overeenkomst toepasselijke voorwaarden.

4.3. Wel staat vast dat de NEM energie (gas en elektriciteit) heeft geleverd aan het woonadres van [gedaagde partij]. Dat [gedaagde partij] in dezelfde periode ook van de Nuon energie geleverd heeft gekregen is niet aannemelijk, nu bekend is dat de netbeheerder slechts levering door één maatschappij tegelijkertijd toelaat. Hieruit volgt dat [gedaagde partij] is verrijkt. Hij heeft in die periode immers geen energie bij een andere maatschappij afgenomen. [gedaagde partij] is daarom, voor zover dit redelijk is, gehouden tot vergoeding van de waarde van de geleverde energie. Het gaat dan om de waarde in het normaal economisch verkeer. De NEM stelt deze waarde op de door haar gehanteerde tarieven, waarvan zij stelt dat deze marktconform zijn. [gedaagde partij] heeft deze redenering op zichzelf niet betwist. Hij heeft echter wel bezwaar gemaakt tegen de gang van zaken en tegen het feit dat hij nooit antwoord heeft gekregen op zijn vragen. In wezen betekent dit dat hij van mening is dat hij iets opgedrongen heeft gekregen wat hij niet wilde. Gelet op wat door middel van maandelijkse incasso van voorschotbedragen en na aanmaningen inmiddels is betaald op het totaal van de energienota, ziet de kantonrechter aanleiding de nog door [gedaagde partij] te betalen vergoeding in redelijkheid te stellen op de helft van hetgeen van de eindnota onbetaald is gebleven nadat daarop de boetebedragen in mindering zijn gebracht. In cijfers betekent dit:

saldo eindnota: € 847,59

af reeds voldaan: € 382,59

af boetes: € 200,00

resteert: € 265,00.

De helft van dit bedrag is € 132,50. Dat moet alsnog door [gedaagde partij] worden voldaan; hij zal tot betaling hiervan worden veroordeeld.

4.4. De gevorderde rente, die niet is weersproken, zal over dit bedrag worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding.

4.5. De buitengerechtelijke kosten moeten gelet op het voorgaande voor rekening van de NEM blijven.

4.6. Nu partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk worden gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd zo dat ieder de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde partij] tot betaling aan de NEM van een bedrag van € 132,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2011 tot aan de dag van voldoening;

verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten zo dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.E.M. Overkamp en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2011.