Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ8704

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
23-06-2011
Datum publicatie
23-06-2011
Zaaknummer
05/900514-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat de verdachten, een man en een vrouw, in de nacht van 12 op 13 mei 2010 in Nijmegen het latere slachtoffer twee keer in zijn woning hebben bezocht. De eerste keer hadden zij de bedoeling om de auto van het slachtoffer weg te nemen. In de woning werden medicijnen van de vrouw in het bier van het slachtoffer gedaan. Toen het slachtoffer naar boven ging om te slapen, hebben de man en de vrouw de auto van het slachtoffer weggenomen en aan een drugsdealer gegeven in ruil voor cocaine. Later in de nacht zijn de man en de vrouw teruggegaan naar de woning van het slachtoffer. De vrouw heeft de handen van het slachtoffer, dat nog boven op zijn bed lag, aan elkaar vastgebonden. Vervolgens hebben de man en de vrouw het slachtoffer naar de badkamer gesleept en in een met water gevulde bad gegooid. Daar heeft de man het hoofd van het slachtoffer onder water geduwd en is de vrouw op het slachtoffer gaan zitten om hem onder water te houden. Uiteindelijk is het slachtoffer in het bad met een mes om het leven gebracht. De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van de man en de vrouw die voorafgingen aan het steken van het slachtoffer gericht waren op de dood van de verdachte. Daarom acht de rechtbank bewezen dat de man en de vrouw met voorbedachte raad hebben gehandeld en ook dat zij het slachtoffer met opzet hebben gedood. Dat niet duidelijk is geworden wie van hen uiteindelijk het mes heeft gehanteerd, maakt dat niet anders. De rechtbank gaat derhalve niet mee in het verzoek van beide advocaten om hun clienten vrij te spreken. Verder heeft de rechtbank bewezen geacht dat de vrouw op 13 mei 2010 een huisgenoot met een mes of een vork in zijn schouder heeft gestoken. De rechtbank legt aan beide verdachten een gevangenisstraf op voor de duur van 9 jaren, met aftrek van de tijd die zij in verzekering en in voorarrest hebben doorgebracht. Daarnaast legt de rechtbank aan beide verdachten de maatregel van terbeschikkingstelling op. Omdat voor beide daders een behandeling geadviseerd is, beveelt de rechtbank ook dat zij van overheidswege zullen worden verpleegd. Deze straf is overeenkomstig de eis van de officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/900514-10

Datum zitting : 9 juni 2011

Datum uitspraak : 23 juni 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum en -plaats]

thans gedetineerd in Zwolle PPC, Huub van Doornestraat 15

Zwolle.

Raadsman : mr. M.R. Roethof, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (citroen/[nummer]) en/of autosleutels en/of autopapieren en/of een of meer andere goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

E. [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen E. [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader de woning van die [slachtoffer] zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) een hoeveelheid (bedwelmende) medicijnen en/of drugs (cocaine en/of tramadol en/of Oxazepam en/of een of meer andere soortgelijke middelen) in [slachtoffer]s drank (bier) heeft/hebben gedaan en/of waarna die [slachtoffer] (vervolgens) van die drank met (bedwelmende) medicijnen en/of drugs heeft gedronken en/of bewusteloos en/of bedwelmd is geraakt;

2.

hij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade E. [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, E. [slachtoffer]

bedwelmd heeft/hebben en/of bewusteloos heeft/hebben gemaakt door in diens drank (bedwelmende) medicijnen en/of drugs (tramadol en/of oxazepam en/of cocaine en/of een of meer andere soortgelijke middelen) toe te voegen en/of waarna die [slachtoffer] van die drank met (bedwelmende) medicijnen en/of drugs heeft gedronken en/of die [slachtoffer] bedwelmd/bewusteloos is geraakt en/of (vervolgens) de handen en/of polsen en/of enkels van die [slachtoffer] heeft/hebben vastgebonden en/of (met kracht) tegen het lichaam van die

[slachtoffer] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of (met kracht) die [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) naar een bad heeft/hebben gesleurd en/of (vervolgens) in een bad heeft/hebben geduwd en/of die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal onder water heeft/hebben geduwd en/of tegen hard voorwerp heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of (vervolgens) E. [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een mes althans een soortgelijk scherp steekvoorwerp/snijvoorwerp in het lichaam (o.a. in de borststreek en/of de kin/keelstreek) en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft/hebben gestoken en/of gesneden, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

hij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk E. [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk bedwelmende medicijnen en/of drugs (tramadol en/of oxazepam en/of cocaine en/of een of meer andere soortgelijke

middelen) in de drank van die [slachtoffer] heeft/hebben gedaan en/of waarna die [slachtoffer] van die drank heeft gedronken en/of bedwelmd en/of bewusteloos is geraakt en/of verdachte en/of verdachtes mededader(s) (vervolgens) opzettelijk E. [slachtoffer] heeft/hebben vastgebonden en/of de handen/polsen en/of enkels van die E. [slachtoffer] heeft/hebben vastgebonden en/of (vervolgens) die E. [slachtoffer] (met kracht) tegen het lichaam en/of een of meer lichaamsdelen heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of E. [slachtoffer] (met kracht) heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) meegesleurd naar/in een bad en/of (vervolgens) in dit bad heeft/hebben geduwd en/of tegen hard voorwerp heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of (vervolgens) [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal onder water

heeft/hebben geduwd en/of die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een mes althans een soortgelijk scherp steekvoorwerp/snijvoorwerp in het lichaam (o.a. in de borststreek en/of de kin/keelstreek) en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft/hebben gestoken en/of gesneden, tengevolge waarvan voornoemde E. [slachtoffer] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten

diefstal (in vereniging) uit een woning, (vossenlaan 25 Nijmegen) van een mobiele telefoon en/of een (aantal) bankpas(sen) en/of een portemonnee en/of enig geldbedrag en/of een rijbewijs en/of een hoeveelheid drank en/of etenswaar en/of medicijnen en/of een of meer andere goederen, geheel of ten dele toebehorende aan E. [slachtoffer], althans een ander dan verdachte en/of verdachtes mededader, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

meer subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk E. [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk E. [slachtoffer] heeft/hebben bedwelmd en/of bewusteloos heeft/hebben gemaakt door in diens drank (bedwelmende) medicijnen en/of drugs (tramadol en/of cocaine en/of oxazepam en/of een of meer andere

soortgelijke middelen) toe te voegen en/of waarna die [slachtoffer] van die drank met (bedwelmende) medicijnen en/of drugs heeft gedronken en/of bedwelmd/bewusteloos is geraakt en/of die [slachtoffer] heeft/hebben vastgebonden en/of de handen/polsen en/of enkels van die [slachtoffer] heeft/hebben vastgebonden en/of (vervolgens) (met kracht) tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt

en/of die [slachtoffer] (met kracht) heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) in/naar een bad heeft/hebben gesleurd en/of (vervolgens) in dat bad heeft/hebben geduwd en/of die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal onder water heeft/hebben geduwd en/of tegen hard voorwerp heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of (vervolgens) E. [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een mes althans een soortgelijk scherp steekvoorwerp/snijvoorwerp in het lichaam

(o.a. in de borststreek en/of de kin/keelstreek) en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft/hebben gestoken en/of gesneden, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

meest subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of een aantal bankpassen en/of een rijbewijs en/of een portemonnee en/of een geldbedrag en/of een hoeveelheid drank en/of etenswaar en/of een hoeveelheid

medicijnen en/of een of meer andere goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan E. [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen E. [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) de woning van die E. [slachtoffer] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) (bedwelmende) medicijnen en/of drugs (tramadol en/of oxazepam en/of cocaine en/of een of meer soortgelijke middelen) in de drank (bier) van E. die [slachtoffer] heeft/hebben gedaan en/of waarna die [slachtoffer] van die drank met die (bedwelmende) medicijnen en/of drugs heeft gedronken en/of bedwelmd en/of bewusteloos is geraakt en/of (vervolgens) verdachte en/of verdachtes mededader(s) de handen/polsen en/of de enkels van die [slachtoffer] heeft/hebben vastgebonden en/of (vervolgens) die [slachtoffer] (met kracht) tegen

het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of (met kracht) heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) naar een bad heeft/hebben gesleurd en/of (vervolgens) in een bad heeft/hebben geduwd en/of tegen hard voorwerp heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal met een mes althans een soortgelijk scherp steekvoorwerp/snijvoorwerp in het lichaam (o.a. in de borststreek en/of

kin/keelstreek) en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft/hebben gestoken en/of gesneden, terwijl voormeld feit de dood van die E. [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 9 juni 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.R. Roethof, advocaat te Arnhem.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder 1 en 2 primair tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen (9) jaren en voorts dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege zal worden opgelegd.

Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat het inbeslaggenomen mes zal worden onttrokken aan het verkeer en dat de overige inbeslaggenomen goederen, met uitzondering van de onder medeverdachte C. [medeverdachte] inbeslaggenomen laarzen, zullen worden teruggegeven aan de rechthebbende(n).

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De feiten

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De bewijsmiddelen zijn:

• Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 20 april 2011;

• Stamproces-verbaal, p 118, passage over eigendom en kenteken auto;

• Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 780-781;

• Proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte], p. 897 en 963;

• Proces-verbaal van verhoor verdachte [naam], p. 658-659;

• Schriftelijk bescheid in de vorm van een lijst met stukken van overtuiging, p. 577;

• Proces-verbaal van bevindingen van de technische recherche, p. 290;

• Schriftelijk bescheid in de vorm van rapport van het NFI betreffende toxicologisch onderzoek aan laarzen, opgemaakt d.d. 25 november 2010;

• Schriftelijk bescheid in de vorm van een rapport toxicologisch onderzoek in het lichaamsmateriaal van E. [slachtoffer], opgemaakt op 21 juni 2010 door het NFI.

Bewijsoverweging

De rechtbank is van oordeel dat uit voormelde bewijsmiddelen blijkt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zich in de nacht van 12 op 13 mei 2010 naar de woning van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) in Nijmegen hebben begeven met de bedoeling om de auto van die [slachtoffer] weg te nemen. Zij wilden die auto verkopen om aan geld te komen voor cocaïne. Onderweg naar de woning heeft [medeverdachte] aan [verdachte] laten weten dat zij [slachtoffer] medicijnen toe wilde dienen. Ze heeft op straat haar medicijnen Oxazepam en Tramadol uit haar tas gepakt en onder haar laarzen fijngemaakt en in een papiertje gestopt. In de woning van [slachtoffer], hebben verdachte, [medeverdachte] en [slachtoffer] samen bier gedronken. [medeverdachte] heeft op enig moment aan [slachtoffer] gevraagd of zij in bad mocht. Toen [slachtoffer] naar boven ging om het bad vol te laten lopen, hebben verdachte en/of [medeverdachte] de fijngemaakte medicijnen in het bier van [slachtoffer] gedaan. Verdachte is op zoek gegaan naar de autosleutels van [slachtoffer]. Nadat hij deze had gevonden, heeft hij ze bij zich gestoken. [slachtoffer] is weer naar beneden gekomen en heeft op verzoek van [medeverdachte] zijn autopapieren aan verdachte gegeven om te bekijken. [slachtoffer] heeft van het bier waarin zich de fijngemaakte medicijnen bevonden, gedronken. Bij een na zijn overlijden ingesteld onderzoek van het femoraalbloed van [slachtoffer], werden Oxazepam en Tramadol aangetroffen. Even later is [slachtoffer] (weer) naar boven gegaan om te gaan slapen. Verdachte en [medeverdachte] hebben daarop de woning van [slachtoffer] verlaten met medeneming van de autosleutels en de autopapieren. Buiten zijn zij in de auto van [slachtoffer] gestapt en zijn zij met die auto weggereden. Zij hebben de auto met sleutels en papieren aan een drugsdealer gegeven, in ruil voor cocaïne.

De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat [slachtoffer] bewusteloos of bedwelmd is geraakt, zodat zij verdachte van dit onderdeel in de tenlastelegging vrij zal spreken.

Feit 2

Nadat feit 1 had plaatsgevonden, zijn verdachte en medeverdachte [medeverdachte] in de nacht van 12 op 13 mei 2011 voor een tweede keer naar de woning van [slachtoffer] te Nijmegen gegaan. In de woning lag [slachtoffer] op een bed in een slaapkamer op de eerste etage . [medeverdachte] is naar [slachtoffer] toegegaan en heeft de polsen/handen van [slachtoffer] aan elkaar vastgebonden met een snoer en een stuk stof. Verdachte is ook naar boven gegaan. Voordat hij naar boven ging heeft hij een groot mes gepakt uit het messenblok in de keuken, naast de koelkast. Nadat [slachtoffer] was vastgebonden, hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hem naar de badkamer gesleurd. In de badkamer is [slachtoffer] in bad geduwd. Verdachte heeft het slachtoffer onder water geduwd en medeverdachte [medeverdachte] is op [slachtoffer] gaan zitten met de bedoeling hem onder water te houden. Vervolgens is [slachtoffer] twee keer met een mes gestoken , onder meer in zijn borststreek.

Op donderdag 13 mei 2010 werd het stoffelijk overschot van [slachtoffer] in het nog met water gevulde bad aangetroffen. Bij onderzoek aan en in het lichaam van [slachtoffer] werden aan de baard- en borststreek scherprandige huidperforaties gevonden. In samenhang met de huidperforatie aan de baardstreek werd een steekkanaal aangetroffen, van ca. 6 cm diep. In samenhang met de huidperforatie aan de borst werd een steekkanaal van minimaal 3,5 cm diep aangetroffen. Laatstgenoemd letsel ging gepaard met klieving van het hart en de linkerlong, met daardoor bloedverlies in de linkerborstholte en een samengevallen linkerlong. [slachtoffer] was overleden als gevolg van het hierdoor opgetreden functieverlies van het hart in combinatie met weefselschade door zuurstoftekort ten gevolge van het bloedverlies.

Standpunt officier van justitie.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [medeverdachte] tesamen en in vereniging [slachtoffer] hebben vermoord, ondanks dat niet kan worden vastgesteld wie de dodelijke steek heeft toegebracht. De officier van justitie heeft daarvoor gewezen op, kort samengevat:

• de verklaringen van verdachte waaruit van een actieve rol van verdachte bij de dood van [slachtoffer] zou blijken;

• de verklaring van [medeverdachte] dat zij [slachtoffer] kende;

• het drogeren van [slachtoffer] door [medeverdachte];

• het vastbinden van [slachtoffer] door [medeverdachte];

• het naar de badkamer brengen van [slachtoffer] door [medeverdachte];

• het zich niet distantiëren van het handelen van verdachte door [medeverdachte].

Standpunt verdediging

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de verklaringen van zowel zijn cliënt als van [medeverdachte] niet consistent zijn en dat de verklaringen van [medeverdachte] voorts teveel leugens en onwaarheden bevatten om tot de overtuiging te kunnen leiden dat zijn cliënt verantwoordelijk is voor de dood van [slachtoffer]. De raadsman meent verder dat ook uit het technisch bewijs de betrokkenheid van zijn cliënt bij de dood van [slachtoffer] niet kan worden afgeleid. Tot slot heeft de raadsman aangevoerd dat uit de bewijsmiddelen niet valt te destilleren dat zijn cliënt medepleger van moord is geweest.

Beoordeling van het verweer

Met betrekking tot de verweren van de verdediging, overweegt de rechtbank als eerste dat zij slechts die onderdelen van de verklaringen van verdachte tot het bewijs heeft gebezigd, waarbij verdachte in andere verklaringen is gebleven, en dat zij slechts die delen van de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] met betrekking tot delictgedragingen tot het bewijs heeft gebezigd, die steun vinden in andere bewijsmiddelen. Het verweer dat er geen bewijs is voor betrokkenheid van verdachte bij de dood van [slachtoffer] of voor medeplegen van moord, vindt zijn weerlegging in de bewijsmiddelen die hierboven zijn weergegeven, bezien in samenhang met de navolgende bewijsmotivering.

Bewijsmotivering

De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van verdachte en zijn medeverdachte die voorafgingen aan het onder water duwen en het steken van [slachtoffer] (het vastbinden van de polsen/handen van [slachtoffer], het meenemen van een mes naar de eerste etage, het meesleuren naar de badkamer van [slachtoffer] en het in het bad duwen van [slachtoffer]), gericht waren op het doden van [slachtoffer]. De rechtbank leidt uit die handelingen voorts af dat verdachte en zijn medeverdachte zich voorafgaand hebben beraden over de levensberoving van [slachtoffer], waarmee de voor moord vereiste voorbedachte raad is gegeven. Dat verdachte en zijn mededader ook opzet op de dood van het slachtoffer hebben gehad, volgt naar het oordeel uit het onder water duwen van [slachtoffer] en het op hem gaan zitten om hem onder water te houden en hun verklaringen daaromtrent. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het handelen van verdachte en zijn medeverdachte voorts dat zij bewust en nauw hebben samengewerkt om [slachtoffer] van het leven te beroven. Dat uit de bewijsmiddelen niet duidelijk is geworden wie uiteindelijk de fatale messteken aan [slachtoffer] heeft toegebracht, maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders, en doet voor de bewezen verklaring niet ter zake.

De rechtbank acht niet bewezen dat [slachtoffer] geslagen, gestompt, geschopt of getrapt is, nu het dossier daarvoor geen bewijsmiddelen bevat. De rechtbank acht voorts niet bewezen dat verdachte en/of [medeverdachte], toen zij Tramadol in het bier van [slachtoffer] deden, reeds het opzet en voornemen hadden om [slachtoffer] van het leven te beroven, zodat de rechtbank ook hiervan zal vrijspreken.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij in de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (citroen/[nummer]) en autosleutels en autopapieren toebehorende aan

E. [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld van geweld tegen E. [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken welk geweld hierin bestond dat verdachtes mededader een hoeveelheid (bedwelmende) medicijnen tramadol en Oxazepam in [slachtoffer]s drank (bier) heeft gedaan, waarna die [slachtoffer] (vervolgens) van die drank met (bedwelmende) medicijnen heeft gedronken;

2.

hij in de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk en met voorbedachten rade E. [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, de handen en/of polsen van die [slachtoffer] heeft/hebben vastgebonden en die [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en (vervolgens) naar een bad heeft/hebben gesleurd en (vervolgens) in een bad heeft/hebben geduwd en die [slachtoffer] onder water heeft/hebben geduwd en/of (vervolgens) E. [slachtoffer] meermalen met een mes in het lichaam (o.a. in de borststreek en de keelstreek) heeft/hebben gestoken, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2:

medeplegen van moord.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten, met name ook niet uit de hierna te noemen multidisciplinaire pro justitia rapportage.

6. De motivering van de sanctie(s)

De officier van justitie heeft ter onderbouwing van zijn eis aangevoerd dat het in het belang van de maatschappij is om verdachte lang op te sluiten. Nu er een, weliswaar zeer kleine, kans op succesvolle behandeling bestaat, is de officier van justitie van mening dat een langdurige gevangenisstraf gecombineerd dient te worden met de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.

De raadsman heeft hiertegen ingebracht dat oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging de facto neerkomt op een veroordeling tot een langdurig verblijf op een long stay afdeling.

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 14 mei 2011, en

• een multidisciplinaire pro justitia rapportage betreffende verdachte, opgemaakt d.d. 8 april 2011 door A.C. Bruijns, psychiater en J.M. Oudejans, psycholoog, beiden verbonden aan het NIFP, locatie Pieter Baan Centrum.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

In de nacht van 12 op 13 mei 2010 hebben verdachte en [medeverdachte] tot twee keer toe een bezoek gebracht aan het latere slachtoffer [slachtoffer] in Nijmegen.

De eerste keer zijn zij naar [slachtoffer] gegaan om zijn auto weg te nemen. Zij wilden die auto verkopen om aan geld te komen voor cocaïne. Onderweg naar de woning heeft verdachte aan [verdachte] laten weten dat zij [slachtoffer] medicijnen toe wilde dienen. Ze heeft op straat de medicijnen Oxazepam en Tramadol onder haar laarzen fijngemaakt en in een papiertje gestopt. In de woning van [slachtoffer], hebben verdachte, [medeverdachte] en [slachtoffer] samen bier gedronken. [medeverdachte] heeft op enig moment aan [slachtoffer] gevraagd of zij in bad mocht. Toen [slachtoffer] naar boven ging om het bad vol te laten lopen, hebben verdachte en/of [medeverdachte] de fijngemaakte medicijnen in het bier van [slachtoffer] gedaan. Verdachte is op zoek gegaan naar de autosleutels van [slachtoffer]. Die vond hij op een haakje bij de voordeur. Verdachte heeft die autosleutels gepakt. [slachtoffer] is weer naar beneden gekomen en heeft van het bier waarin zich de fijngemaakte medicijnen bevonden, gedronken. Op verzoek van [medeverdachte] heeft [slachtoffer] zijn autopapieren aan verdachte gegeven om te bekijken. Even later is hij (weer) naar boven gegaan om te gaan slapen. Verdachte en [medeverdachte] hebben daarop de woning van [slachtoffer] verlaten met medeneming van de autosleutels en de autopapieren. Buiten zijn zij in de auto van [slachtoffer] gestapt en zijn zij met die auto weggereden. Zij hebben de auto met sleutels en papieren aan een drugsdealer gegeven, in ruil voor cocaïne.

Enkele uren later zijn verdachte en [medeverdachte] terug gegaan naar de woning van [slachtoffer]. [slachtoffer] bleek (nog) op bed te liggen. Verdachte en [medeverdachte] zijn naar boven gelopen. Verdachte had een mes bij zich dat hij uit de keuken van [slachtoffer] had gepakt. Boven heeft [medeverdachte] de polsen/handen van [slachtoffer] vastgebonden. Samen met [medeverdachte] heeft verdachte [slachtoffer] naar de badkamer gesleept. Daar is [slachtoffer] in het bad geduwd en onder water gedrukt. [medeverdachte] is op [slachtoffer] gaan zitten om hem onder water te houden. Verdachte en/of [slachtoffer] hebben [slachtoffer] vervolgens met een mes in de borststreek en de baardstreek gestoken. Ten gevolge van de hierdoor ontstane letsels is [slachtoffer] overleden.

Het voorgaande (roof gevolgd door moord) maakt het gebeurde tot een laffe roofmoord.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige delicten. Hun houding tijdens de delicten getuigt van een koelbloedige gerichtheid op de daden en van een diepschokkende minachting voor het slachtoffer.

Zij hebben niet alleen de integriteit en het vertrouwen van het slachtoffer geschonden, zij hebben ook zijn meest waardevolle bezit –zijn leven- ontnomen. Voorts hebben zij gevoelens van groot verdriet, woede en verslagenheid bij de nabestaanden teweeg gebracht waarmee die nabestaanden nog lang zullen worden geconfronteerd. Bovendien leveren dergelijke ernstige feiten en de wijze waarop deze zijn gepleegd, algemener gezien, in de samenleving gevoelens van grote onveiligheid op, hetgeen ook in de straftoemeting tot uitdrukking moet komen.

Uit voormelde justitiële documentatie blijkt dat verdachte reeds eerder ter zake van misdrijven, waaronder vermogensdelicten, is veroordeeld. Voorts blijkt uit die documentatie dat aan verdachte in 1987 en in 2005 de maatregel van terbeschikkingstelling is opgelegd.

De psychiater en psycholoog hebben gerapporteerd dat verdachte zijn medewerking aan het onderzoek door het Pieter Baan Centrum heeft geweigerd, doch dat hij die weigering niet consequent heeft doorgevoerd. Met behulp van vorige pro justitia rapportages, waaronder twee rapporten van het Pieter Baan Centrum, eerdere milieurapporten en wettelijke aantekeningen van tbs-behandelingen, in combinatie met de eigen indrukken van het onderzoekend team, hebben de psychiater en de psycholoog een aantal diagnoses kunnen stellen.

Zij hebben -onder meer- gerapporteerd dat er bij verdachte sprake is van een zeer zwak gestructureerde persoonlijkheid. Kenmerkend is zijn labiliteit en wispelturigheid op het vlak van de regulatie van het affect en dat van de impulscontrole. Ook op het gebied van de identiteit komt de labiliteit tot uiting. Daarnaast zijn er aan het gedrag diverse antisociale aspecten te onderkennen, met name de geringe gewetensfunctie en het gebrekkig vermogen om zich emotioneel in te leven in de gevoelswereld van de ander. De pathetische presentatie en het egocentrisme vormen de theatrale pool van de persoonlijkheidspathologie. De scheefgroei in de ontwikkeling van de persoonlijkheid is te diagnosticeren als een gemengde persoonlijkheidsstoornis (NAO) met borderline, antisociale en theatrale trekken. Deze is niet los te zien van de aanzienlijke beperkingen van de verstandelijke vermogens van betrokkene. Hoewel het intelligentieniveau niet exact bepaald kon worden, is er geen reden om te betwijfelen dat er gesproken moet worden van een diep zwakbegaafd of licht zwakzinnig niveau van intellectueel functioneren. Naast en in samenhang met de psychopathologie is er sprake van middelenproblematiek, in de zin van afhankelijkheid van cocaïne en misbruik van alcohol.

De psychiater en de psycholoog stellen vast dat er bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een ernstige ontwikkelingsstoornis op het gebied van zijn persoonlijkheid, in combinatie met een duidelijke beperking van zijn verstandelijke vermogens. De ziekelijke stoornis van de geestvermogens wordt gevormd door de verslavingsproblematiek. De labiliteit komt bij de tenlastegelegde feiten naar voren en lijkt door de gebeurtenissen zelf te worden versterkt. Gegeven de verstandelijke beperkingen en de persoonlijkheidspathologie heeft verdachte daarbij onvoldoende mogelijkheden om zijn gedrag tussentijds bij te sturen, beslissingen te heroverwegen en andere keuzes te maken. De psychiater en de psycholoog adviseren de tenlastegelegde feiten in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Indien zij verdachte beter hadden kunnen onderzoeken, zou mogelijk tot een sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid zijn gekomen.

Zij overwegen dat de beperkingen van verdachte ernstig en blijvend zijn, zowel waar het gaat om de verstandelijke beperkingen als om de beperkingen die voortvloeien uit de persoonlijkheidspathologie. Gezien de middelenproblematiek achten zij de kans groot dat betrokkene in de toekomst excessief zal gaan gebruiken en dat dit gebruik de toch al gebrekkige empathische vermogens en de gebrekkige sturings- en controlemogelijkheden verder zal aantasten. Verdachte is niet in staat om zich in de maatschappij zelfstandig te handhaven, en de beperkingen zullen resulteren in een leven en functioneren dat in het teken staat van morele en maatschappelijke verloedering. Evenmin is hij in staat om een stabiele relatie aan te gaan en te onderhouden. Juist omdat hij vanuit zijn behoeftigheid zo weinig kritisch is in de keuze van een partner, is de kans groot dat hij zich vastklampt aan een (even) problematische partner door wie hij zich vervolgens –uit angst voor verlating- op sleeptouw laat nemen. De kans op een delictscenario dat vergelijkbaar is met de toedracht van het huidige tenlastegelegde, waarbij het gebruik van excessief geweld niet geschuwd wordt om aan geld (voor middelen) te komen, is zeer reëel.

De ernst en de omvang van de verstandelijke en pathologische beperkingen, in samenhang met het hoge recidiverisico, vereisen een langdurige en intensieve behandeling in een sterk gestructureerde setting, met maximale mogelijkheden voor toezicht en controle. De psychiater en de psycholoog adviseren om aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege op te leggen. Daarbij hebben zij opgemerkt dat er gegeven de aard en de ernst van de pathologie en de effecten van eerdere langdurige behandeling, geen aanleiding is om ten aanzien van de behandelprognose hooggespannen verwachtingen te koesteren. Op de lange termijn lijkt een vorm van beschermd wonen het hoogst haalbare.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank, in navolging van de officier van justitie, van oordeel dat de feiten een langdurige gevangenisstraf vragen en rechtvaardigen. De rechtbank is voorts van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen tevens het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist. Nu voldaan is aan alle wettelijke voorwaarden daartoe, zal de rechtbank dat ook doen. Nu de psychiater en de psycholoog hebben gerapporteerd dat een langdurige en intensieve behandeling aangewezen is, zal de rechtbank bevelen dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.

Dat zulks mogelijk bij een slechte behandelbaarheid van verdachte zal leiden tot een long stay situatie staat daaraan gelet op het primair beveiligende karakter van de maatregel niet in de weg.

De rechtbank overweegt daarbij voorts nog dat zij -overeenkomstig het bepaalde in artikel 38e, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht- de maatregel oplegt ter zake van een misdrijf dat gericht was tegen en gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon.

Het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven mes betreft een voorwerp, met behulp waarvan het onder 2 tenlastegelegde en bewezenverklaarde feit is begaan, en dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

De overige inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met uitzondering van de laarzen van medeverdachte [medeverdachte], dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbende(n).

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 37a, 37b, 37e, 57, 289, 310 en 312

van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 en 2 primair tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van negen (9) jaren

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat veroordeelde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven mes.

Beveelt de teruggave van de overige inbeslaggenomen goederen aan de rechthebbende(n), met uitzondering van de laarzen van C. [medeverdachte]

Aldus gewezen door:

mrs. L.C.P. Goossens, voorzitter, N.K. van den Dungen-Dijkstra en C. van Linschoten,

in tegenwoordigheid van mr. H.G. Eskes, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 juni 2011.