Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ8690

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
23-06-2011
Datum publicatie
23-06-2011
Zaaknummer
05/900513-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht bewezen dat de verdachten, een man en een vrouw, in de nacht van 12 op 13 mei 2010 in Nijmegen het latere slachtoffer twee keer in zijn woning hebben bezocht. De eerste keer hadden zij de bedoeling om de auto van het slachtoffer weg te nemen. In de woning werden medicijnen van de vrouw in het bier van het slachtoffer gedaan. Toen het slachtoffer naar boven ging om te slapen, hebben de man en de vrouw de auto van het slachtoffer weggenomen en aan een drugsdealer gegeven in ruil voor cocaine. Later in de nacht zijn de man en de vrouw teruggegaan naar de woning van het slachtoffer. De vrouw heeft de handen van het slachtoffer, dat nog boven op zijn bed lag, aan elkaar vastgebonden. Vervolgens hebben de man en de vrouw het slachtoffer naar de badkamer gesleept en in een met water gevulde bad gegooid. Daar heeft de man het hoofd van het slachtoffer onder water geduwd en is de vrouw op het slachtoffer gaan zitten om hem onder water te houden. Uiteindelijk is het slachtoffer in het bad met een mes om het leven gebracht. De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van de man en de vrouw die voorafgingen aan het steken van het slachtoffer gericht waren op de dood van de verdachte. Daarom acht de rechtbank bewezen dat de man en de vrouw met voorbedachte raad hebben gehandeld en ook dat zij het slachtoffer met opzet hebben gedood. Dat niet duidelijk is geworden wie van hen uiteindelijk het mes heeft gehanteerd, maakt dat niet anders. De rechtbank gaat derhalve niet mee in het verzoek van beide advocaten om hun clienten vrij te spreken. Verder heeft de rechtbank bewezen geacht dat de vrouw op 13 mei 2010 een huisgenoot met een mes of een vork in zijn schouder heeft gestoken. De rechtbank legt aan beide verdachten een gevangenisstraf op voor de duur van 9 jaren, met aftrek van de tijd die zij in verzekering en in voorarrest hebben doorgebracht. Daarnaast legt de rechtbank aan beide verdachten de maatregel van terbeschikkingstelling op. Omdat voor beide daders een behandeling geadviseerd is, beveelt de rechtbank ook dat zij van overheidswege zullen worden verpleegd. Deze straf is overeenkomstig de eis van de officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/900513-10

Datum zitting : 9 juni 2011

Datum uitspraak : 23 juni 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboorteplaats en -naam],

thans gedetineerd in PIV Breda, Kloosterlaan 172 te Breda.

Raadsman : mr. F.M.J. Wijnakker, advocaat te Nijmegen.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (citroen/[nummer]) en/of autosleutels en/of autopapieren en/of een of meer andere goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

E. [slachtoffer1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen E. [slachtoffer1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader de woning van die [slachtoffer1] zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) een hoeveelheid (bedwelmende) medicijnen en/of drugs (cocaine en/of tramadol en/of Oxazepam en/of een of meer andere soortgelijke middelen) in [slachtoffer1]s drank (bier) heeft/hebben gedaan en/of waarna die [slachtoffer1] (vervolgens) van die drank met (bedwelmende) medicijnen en/of drugs heeft gedronken en/of bewusteloos en/of bedwelmd is geraakt;

2.

zij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade E. [slachtoffer1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, althans na een (kort) tevoren genomen besluit, E. [slachtoffer1]

bedwelmd heeft/hebben en/of bewusteloos heeft/hebben gemaakt door in diens drank (bedwelmende) medicijnen en/of drugs (tramadol en/of oxazepam en/of cocaine en/of een of meer andere soortgelijke middelen) toe te voegen en/of waarna die [slachtoffer1] van die drank met (bedwelmende) medicijnen en/of drugs heeft gedronken en/of die [slachtoffer1] bedwelmd/bewusteloos is geraakt en/of (vervolgens) de handen en/of polsen en/of enkels van die [slachtoffer1] heeft/hebben vastgebonden en/of (met kracht) tegen het lichaam van die

[slachtoffer1] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of (met kracht) die [slachtoffer1] heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) naar een bad heeft/hebben gesleurd en/of (vervolgens) in een bad heeft/hebben geduwd en/of die [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal onder water heeft/hebben geduwd en/of tegen hard voorwerp heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of (vervolgens) E. [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal met een mes althans een soortgelijk scherp steekvoorwerp/snijvoorwerp in het lichaam (o.a. in de

borststreek en/of de kin/keelstreek) en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft/hebben gestoken en/of gesneden, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

zij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk E. [slachtoffer1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk bedwelmende medicijnen en/of drugs (tramadol en/of oxazepam en/of cocaine en/of een of meer andere soortgelijke

middelen) in de drank van die [slachtoffer1] heeft/hebben gedaan en/of waarna die [slachtoffer1] van die drank heeft gedronken en/of bedwelmd en/of bewusteloos is geraakt en/of verdachte en/of verdachtes mededader(s) (vervolgens) opzettelijk E. [slachtoffer1] heeft/hebben vastgebonden en/of de handen/polsen en/of enkels van die E. [slachtoffer1] heeft/hebben vastgebonden en/of (vervolgens) die E. [slachtoffer1] (met kracht) tegen het lichaam en/of een of meer lichaamsdelen heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of E. [slachtoffer1] (met kracht) heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) meegesleurd naar/in een bad en/of (vervolgens) in dit bad heeft/hebben geduwd en/of tegen hard voorwerp heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of (vervolgens) [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal onder water

heeft/hebben geduwd en/of die [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal met een mes althans een soortgelijk scherp steekvoorwerp/snijvoorwerp in het lichaam (o.a. in de borststreek en/of de kin/keelstreek) en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft/hebben gestoken en/of gesneden, tengevolge waarvan voornoemde E. [slachtoffer1] is overleden, welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten

diefstal (in vereniging) uit een woning, ([adres]) van een mobiele telefoon en/of een (aantal) bankpas(sen) en/of een portemonnee en/of enig geldbedrag en/of een rijbewijs en/of een hoeveelheid drank en/of etenswaar en/of medicijnen en/of een of meer andere goederen, geheel of ten dele toebehorende aan E. [slachtoffer1], althans een ander dan verdachte en/of verdachtes mededader, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

meer subsidiair:

zij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk E. [slachtoffer1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) opzettelijk E. [slachtoffer1] heeft/hebben bedwelmd en/of bewusteloos heeft/hebben gemaakt door in diens drank (bedwelmende) medicijnen en/of drugs (tramadol en/of cocaine en/of oxazepam en/of een of meer andere

soortgelijke middelen) toe te voegen en/of waarna die [slachtoffer1] van die drank met (bedwelmende) medicijnen en/of drugs heeft gedronken en/of bedwelmd/bewusteloos is geraakt en/of die [slachtoffer1] heeft/hebben vastgebonden en/of de handen/polsen en/of enkels van die [slachtoffer1] heeft/hebben vastgebonden en/of (vervolgens) (met kracht) tegen het lichaam van die [slachtoffer1] heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt

en/of die [slachtoffer1] (met kracht) heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) in/naar een bad heeft/hebben gesleurd en/of (vervolgens) in dat bad heeft/hebben geduwd en/of die [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal onder water heeft/hebben geduwd en/of tegen hard voorwerp heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of (vervolgens) E. [slachtoffer1] meermalen, althans eenmaal met een mes althans een soortgelijk scherp steekvoorwerp/snijvoorwerp in het lichaam

(o.a. in de borststreek en/of de kin/keelstreek) en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft/hebben gestoken en/of gesneden, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

meest subsidiair:

zij in of omstreeks de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon en/of een aantal bankpassen en/of een rijbewijs en/of een portemonnee en/of een geldbedrag en/of een hoeveelheid drank en/of etenswaar en/of een hoeveelheid

medicijnen en/of een of meer andere goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan E. [slachtoffer1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen E. [slachtoffer1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader(s) de woning van die E. [slachtoffer1] is/zijn binnen gegaan en/of (vervolgens) (bedwelmende) medicijnen en/of drugs (tramadol en/of oxazepam en/of cocaine en/of een of meer soortgelijke middelen) in de drank (bier) van E. die [slachtoffer1] heeft/hebben gedaan en/of waarna die [slachtoffer1] van die drank met die (bedwelmende) medicijnen en/of drugs heeft gedronken en/of bedwelmd en/of bewusteloos is geraakt en/of (vervolgens) verdachte en/of verdachtes mededader(s) de handen/polsen en/of de enkels van die [slachtoffer1] heeft/hebben vastgebonden en/of (vervolgens) die [slachtoffer1] (met kracht) tegen

het lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of geschopt en/of getrapt en/of (met kracht) heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens) naar een bad heeft/hebben gesleurd en/of (vervolgens) in een bad heeft/hebben geduwd en/of tegen hard voorwerp heeft/hebben gegooid en/of geduwd en/of (vervolgens) meermalen, althans eenmaal met een mes althans een soortgelijk scherp steekvoorwerp/snijvoorwerp in het lichaam (o.a. in de borststreek en/of

kin/keelstreek) en/of een of meer (andere) lichaamsdelen heeft/hebben gestoken en/of gesneden, terwijl voormeld feit de dood van die E. [slachtoffer1] ten gevolge heeft gehad;

3.

zij op of omstreeks 13 mei 2010, in elk geval in of omstreeks de periode van 13 mei 2010 tot en met 16 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan W.F. [slachtoffer2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk die W.F. [slachtoffer2] met een (volle) bierfles tegen het hoofd heeft geslagen en/of gegooid en/of (vervolgens) met een mes, althans een soortgelijk scherp steek en/of snij voorwerp en/of een vork, althans een soortgelijk scherp voorwerp

meermalen, althans eenmaal in de schouder, althans het lichaam heeft gestoken en/of gesneden van die W.F. [slachtoffer2], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

zij op of omstreeks 13 mei 2010, in elk geval in of omstreeks de periode van 13 mei 2010 tot en met 16 mei 2010 te Nijmegen, in elk geval in de gemeente Nijmegen, althans in Nederland, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten W.F. [slachtoffer2]), met een (volle)bierfles tegen het hoofd heeft geslagen en/of gegooid en/of met een mes, althans een soortgelijk scherp steek en/of snij voorwerp en/of een vork, althans een soortgelijk scherp voorwerp meermalen, althans eenmaal in de schouder, althans het lichaam heeft gestoken en/of gesneden, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 9 juni 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. F.M.J. Wijnakker, advocaat te Nijmegen.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder 1, 2 primair en 3 subsdiair tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negen (9) jaren en voorts dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege zal worden opgelegd.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen laarzen verbeurd worden verklaard, dat het inbeslaggenomen mes zal worden onttrokken aan het verkeer en dat de overige inbeslaggenomen goederen, met uitzondering van het mes waarmee het slachtoffer is gestoken, zullen worden teruggegeven aan de rechthebbende(n).

Verdachte en haar raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Feit 1

In de periode van 12 op 13 mei 2011 hebben verdachte en haar medeverdachte [medeverdachte] zich naar de woning van [slachtoffer1] (hierna: [slachtoffer1]) te Nijmegen begeven. [slachtoffer1] was eigenaar van een Citroën C3 voorzien van het kenteken [nummer]. Verdachte vroeg aan [slachtoffer1] of ze in bad mocht. Hierop is [slachtoffer1] naar boven gelopen om het bad vol te laten lopen. Terwijl [slachtoffer1] boven was, heeft [medeverdachte] de sleutels van diens auto gepakt. Even later kwam [slachtoffer1] weer beneden en gaf hij de papieren van zijn auto aan [medeverdachte] om te bekijken. In het bier van [slachtoffer1] zijn medicijnen gedaan. [slachtoffer1] heeft van dat bier gedronken. [slachtoffer1] ging weer naar boven om te slapen. Verdachte en [medeverdachte] hebben daarop de woning verlaten en zijn met de Citroën weggereden. Zij hadden de autopapieren ook bij zich en hebben de auto met sleutels en papieren aan een drugsdealer gegeven in ruil voor cocaïne.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit tezamen met medeverdachte [medeverdachte] heeft gepleegd.

Standpunt verdediging

De raadsman van verdachte acht dit feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat zijn cliënte geen medicijnen heeft fijngemaakt.

Oordeel van de rechtbank

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat, toen verdachte en hij voor de eerste keer naar [slachtoffer1] liepen, verdachte hem vertelde dat zij [slachtoffer1] wilde vergiftigen met medicijnen omdat ze de nieuwe auto van [slachtoffer1] wilde meenemen. Ze wilde die auto verkopen en zo aan geld komen om cocaïne van te kopen. Verdachte zou aan [slachtoffer1] vragen of ze in bad mocht. Als [slachtoffer1] dan het bad vol zou laten lopen, dan zouden [medeverdachte] en zij de autosleutels pakken en er met de auto vandoor gaan. [medeverdachte] vond dat goed. [medeverdachte] zag dat verdachte medicijnen ([verdachte] gebruikt Oxazepam en Tramadol ) uit haar tas pakte en de inhoud van meerdere capsules met een morfinemedicijn op een papiertje deed. Ook zag hij dat verdachte meerdere Oxazepam-tabletten met haar laars fijnmaakte en dat ze dit fijngemalen medicijn bij de morfinemedicijnen op het papiertje deed. Hierna zag hij dat ze het papiertje dichtvouwde en in haar broekzak stak. Bij een doorzoeking van de woning van verdachte werden twee (een paar) dameslaarzen in beslag genomen en veiliggesteld onder de SVO-nummers 3020-12 en 3020-13. Op de zolen en hakken van deze laarzen werd Oxazepam en Tramadol aangetroffen en bij onderzoek van het femoraalbloed van [slachtoffer1] werd Oxazepam en Tramadol aangetoond.

Op grond van deze feiten en omstandigheden, bezien in samenhang met de hierboven door de rechtbank vastgestelde feiten en omstandigheden, acht de rechtbank bewezen dat verdachte de medicijnen heeft fijngemaakt met haar laarzen en dat deze fijngemaakte medicijnen in het bier van [slachtoffer1] zijn gedaan.

De rechtbank is verder van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat [slachtoffer1] bewusteloos of bedwelmd is geraakt, zodat zij verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging zal vrijspreken .

Feit 2

Nadat feit 1 had plaatsgevonden, zijn verdachte en [medeverdachte] in de nacht van 12 op 13 mei 2011 voor een tweede keer naar de woning van [slachtoffer1] te Nijmegen gegaan. In de woning lag [slachtoffer1] op een bed in een slaapkamer op de eerste etage . Verdachte is naar [slachtoffer1] toe gegaan en heeft de polsen/handen van [slachtoffer1] aan elkaar vastgebonden met een snoer en een stuk stof. Verdachte is ook naar boven gegaan. Voordat hij naar boven ging heeft hij een groot mes gepakt uit het messenblok in de keuken, naast de koelkast. Nadat zij [slachtoffer1] had vastgebonden, is [slachtoffer1] op enig moment meegenomen naar de badkamer en in bad geduwd. [medeverdachte] heeft het slachtoffer onder water geduwd Vervolgens is [slachtoffer1] twee keer met een mes gestoken, onder meer in zijn borststreek.

Op donderdag 13 mei 2010 werd het stoffelijk overschot van [slachtoffer1] in het nog met water gevulde bad aangetroffen. Bij onderzoek aan en in het lichaam van [slachtoffer1] werden aan de baard- en borststreek scherprandige huidperforaties gevonden. In samenhang met de huidperforatie aan de baardstreek werd een steekkanaal aangetroffen, van ca. 6 cm diep. In samenhang met de huidperforatie aan de borst werd een steekkanaal van minimaal 3,5 cm diep aangetroffen. Dit letsel ging gepaard met klieving van het hart en de linkerlong, met daardoor bloedverlies in de linkerborstholte en een samengevallen linkerlong. De dood van [slachtoffer1] werd verklaard door het hierdoor opgetreden functieverlies van het hart in combinatie met weefselschade door zuurstoftekort ten gevolge van het bloedverlies.

Standpunt officier van justitie.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer1] door verdachte en medeverdachte [verdachte] is vermoord, hoewel niet kan worden vastgesteld wie de dodelijke steek heeft toegebracht. De officier van justitie heeft daarvoor gewezen op, kort samengevat:

• de verklaringen van verdachte waaruit van een actieve rol van verdachte bij de dood van [slachtoffer1] zou blijken;

• de verklaring van [verdachte] dat zij [slachtoffer1] kende;

• het drogeren van [slachtoffer1] door [verdachte];

• het vastbinden van [slachtoffer1] door [verdachte];

• het naar de badkamer brengen van [slachtoffer1] door [verdachte];

• het zich niet distantiëren van het handelen van verdachte door [verdachte].

Standpunt verdediging

Verdachte heeft betrokkenheid bij de dood van [slachtoffer1] ontkend. De raadsman van verdachte acht feit 2 niet bewezen omdat het handelen van medeverdachte [medeverdachte] als een volslagen verrassing voor zijn cliënte kwam. Zij heeft geen aandeel in de dood van [slachtoffer1] gehad en ook van medeplegen is volgens de raadsman geen sprake.

Oordeel van de rechtbank

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij [slachtoffer1] samen met verdachte, nadat verdachte diens handen/polsen had vastgebonden, naar de badkamer heeft gesleept en dat verdachte, nadat [slachtoffer1] in het bad was geduwd, op [slachtoffer1] is gaan zitten om hem onder water te houden.

De rechtbank is van oordeel dat de handelingen van verdachte en haar medeverdachte die voorafgingen aan het onder water duwen en het steken van [slachtoffer1] (het vastbinden van de polsen/handen van [slachtoffer1], het meenemen van een mes naar de eerste etage, het meesleuren naar de badkamer van [slachtoffer1] en het in het bad duwen van [slachtoffer1]), gericht waren op het doden van [slachtoffer1]. De rechtbank leidt uit die handelingen voorts af dat verdachte en haar medeverdachte zich voorafgaand hebben beraden over de levensberoving van [slachtoffer1], waarmee de voor moord vereiste voorbedachte raad is gegeven. Dat verdachte en haar mededader ook opzet op de dood van het slachtoffer hebben gehad, volgt naar het oordeel uit het onder water duwen van [slachtoffer1] en het op hem gaan zitten om hem onder water te houden. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het handelen van verdachte en haar medeverdachte voorts dat zij bewust en nauw hebben samengewerkt om [slachtoffer1] van het leven te beroven. Dat uit de bewijsmiddelen niet duidelijk is geworden wie uiteindelijk de fatale messteken aan [slachtoffer1] heeft toegebracht, maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders.

De rechtbank acht niet bewezen dat [slachtoffer1] geslagen, gestompt, geschopt of getrapt is, nu het dossier daarvoor geen bewijsmiddelen bevat. De rechtbank acht voorts niet bewezen dat verdachte en/of [medeverdachte], toen zij Tramadol in het bier van [slachtoffer1] deden, reeds het opzet en het voornemen hadden om [slachtoffer1] van het leven te beroven, zodat de rechtbank ook hiervan zal vrijspreken.

Feit 3

In navolging van de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde, nu de rechtbank de kans dat het slachtoffer [slachtoffer2] door het handelen van verdachte zwaar lichamelijk letsel op zou lopen, gelet de (plaats van) de toegebrachte verwonding, niet aanmerkelijk acht. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van het primair tenlastegelegde feit.

Ter zake van het subsidiair tenlastegelegde feit, is er sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. De bewijsmiddelen zijn:

• Het proces-verbaal van aangifte van W.F [slachtoffer2], p. 976 ev; en

• Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 20 april 2011

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

zij in de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (citroen/[nummer]) en autosleutels en autopapieren toebehorende aan E. [slachtoffer1], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en van geweld tegen E. [slachtoffer1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat verdachtes mededader een hoeveelheid (bedwelmende) medicijnen tramadol en Oxazepam in [slachtoffer1]s drank (bier) heeft gedaan, waarna die [slachtoffer1] (vervolgens) van die drank met (bedwelmende) medicijnen heeft gedronkent;

2.

zij in de periode van 12 mei 2010 tot en met 13 mei 2010 te Nijmegen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk en met voorbedachten rade E. [slachtoffer1] van het leven heeft beroofd, hierin bestaande dat verdachte en/of verdachtes mededader opzettelijk na kalm beraad en rustig overleg, de handen en/of polsen van die [slachtoffer1] heeft/hebben vastgebonden en die [slachtoffer1] heeft/hebben vastgepakt en (vervolgens) naar een bad heeft/hebben gesleurd en (vervolgens) in een bad heeft/hebben geduwd en die [slachtoffer1] onder water heeft/hebben geduwd en/of (vervolgens) E. [slachtoffer1] meermalen met een mes in het lichaam (o.a. in de borststreek en de keelstreek) heeft/hebben gestoken, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden;

3.

zij op 13 mei 2010, te Nijmegen, een persoon (te weten W.F. [slachtoffer2]), met een (volle)bierfles tegen het hoofd heeft gegooid en met een mes of een vork in de schouder heeft gestoken of gesneden, waardoor deze letsel heeft bekomen;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2:

medeplegen van moord;

feit 3:

mishandeling.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten, met name ook niet uit de hierna te noemen deskundigenrapportage.

6. De motivering van de sanctie(s)

De officier van justitie heeft ter onderbouwing van zijn eis aangevoerd dat het in het belang van de maatschappij is om verdachte lang op te sluiten. Nu er een, weliswaar zeer kleine, kans op succesvolle behandeling bestaat, is de officier van justitie van mening dat een langdurige gevangenisstraf gecombineerd dient te worden met de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.

De raadsman heeft een gevangenisstraf bepleit met een langdurig voorwaardelijk strafdeel waaraan als bijzondere voorwaarde behandeling in een Forensisch Psychiatrische Afdeling zou dienen te worden verbonden. De raadsman heeft er daarbij op gewezen dat zijn cliënte volgend is geweest en dat zij vanwege haar ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens niet in staat was zich van de daden van de medeverdachte te distantiëren.

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 29 december 2010;

• een multidisciplinaire pro justitia rapportage betreffende verdachte, opgemaakt op 4 oktober 2010 door H.T.J. Boerboom, psychiater en P.G. Smits, GZ-psycholoog/psychotherapeut.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

In de nacht van 12 op 13 mei 2010 hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte] twee keer een bezoek gebracht aan het latere slachtoffer [slachtoffer1] in Nijmegen. Het eerste bezoek was bedoeld om de auto van [slachtoffer1] te ontvreemden. Zij wilden die auto verkopen om aan geld te komen voor cocaïne. Onderweg naar de woning heeft verdachte aan [medeverdachte] laten weten dat zij [slachtoffer1] medicijnen toe wilde dienen. Ze heeft op straat medicijnen, te weten Oxazepam en Tramadol, onder haar laarzen fijngemaakt en in een papiertje gestopt. In de woning van [slachtoffer1], hebben verdachte, [medeverdachte] en [slachtoffer1] samen bier gedronken. Op verzoek van verdachte heeft [slachtoffer1] zijn autopapieren aan [medeverdachte] gegeven om te bekijken. Verdachte heeft op enig moment aan [slachtoffer1] gevraagd of zij in bad mocht. Toen [slachtoffer1] naar boven ging om het bad vol te laten lopen, hebben verdachte en/of [medeverdachte] de fijngemaakte medicijnen in het bier van [slachtoffer1] gedaan. [medeverdachte] is op zoek gegaan naar de autosleutels van [slachtoffer1]. Die vond hij op een haakje bij de voordeur. [slachtoffer1] is weer naar beneden gekomen en heeft van het bier waarin zich de fijngemaakte medicijnen bevonden, gedronken. Even later is hij (weer) naar boven gegaan om te gaan slapen. Verdachte en [medeverdachte] hebben daarop de woning van [slachtoffer1] verlaten met medeneming van de autosleutels en de autopapieren. Buiten zijn zij in de auto van [slachtoffer1] gestapt en zijn zij met die auto weggereden. Zij hebben de auto met sleutels en papieren aan een drugsdealer gegeven, in ruil voor cocaïne.

Enkele uren later zijn verdachte en [medeverdachte] terug gegaan naar de woning van [slachtoffer1]. [slachtoffer1] bleek nog op bed te liggen. Verdachte en [medeverdachte] zijn naar boven gelopen. [medeverdachte] had een mes bij zich dat hij uit de keuken van [slachtoffer1] had gepakt. Boven heeft verdachte de polsen/handen van [slachtoffer1] vastgebonden. Samen met [medeverdachte] heeft verdachte [slachtoffer1] naar de badkamer gesleept. Daar is [slachtoffer1] in het bad geduwd en onder water gedrukt. Verdachte is op [slachtoffer1] gaan zitten om hem onder water te houden. Verdachte en/of [medeverdachte] hebben [slachtoffer1] vervolgens met een mes in de borststreek en de baardstreek gestoken. Ten gevolge van de hierdoor ontstane letsels is [slachtoffer1] overleden.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben zich schuldig gemaakt aan zeer ernstige delicten. Hun houding tijdens de delicten getuigt van een koelbloedige gerichtheid op de daden en van een diepschokkende minachting voor het slachtoffer.

Zij hebben niet alleen de integriteit en het vertrouwen van het slachtoffer geschonden, zij hebben ook zijn meest waardevolle bezit -zijn leven- ontnomen. Voorts hebben zij gevoelens van groot verdriet, woede en verslagenheid bij de nabestaanden teweeg gebracht waarmee die nabestaanden nog lang zullen worden geconfronteerd. Bovendien leveren dergelijke ernstige feiten en de wijze waarop deze zijn gepleegd, algemener gezien, in de samenleving gevoelens van grote onveiligheid op, hetgeen ook in de straftoemeting tot uitdrukking moet komen.

Uit voormelde justitiële documentatie blijkt dat verdachte reeds eerder ter zake van misdrijven, waaronder meerdere geweldsdelicten, is veroordeeld.

De deskundigen hebben -onder meer- gerapporteerd dat er sprake is afhankelijkheid van alcohol en cocaïne. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor stemmings- en angstpathologie, tot uitdrukking komend in stemmingswisselingen, vermijding en dwangmatigheid. Er moet rekening worden gehouden met een bipolaire stemmingsstoornis, een obsessieve compulsieve stoornis en een sociale angststoornis. Op het gebied van de persoonlijkheid is er sprake van een persistent en pervasief patroon van disfunctioneren in het contact met zowel het eigen gevoelsleven als in het contact met anderen. Op grond daarvan kan gesproken worden van een persoonlijkheidsstoornis met borderline, anti-sociale, ontwijkende en afhankelijke trekken. Verder kan er waarschijnlijk gesproken worden van zwakbegaafdheid.

Ten tijde van de delicten was er sprake van die persoonlijkheidsstoornis en zwakbegaafdheid en was verdachte sterk onder invloed van verschillende middelen. De kern van de problematiek is dat verdachte een zeer diffuus zelfbeeld en een onrijpe coping heeft ontwikkeld, waarbij ze vervloeit met de omgeving en een beperkt probleemoplossend vermogen heeft.

De psycholoog heeft gerapporteerd dat zijn onderzoek niet heeft geleid tot een aannemelijk verband tussen de geconstateerde stoornis en het onder 2 tenlastegelegde feit. De psycholoog onthoudt zich daarom van een beoordeling van de toerekeningsvatbaarheid op dit punt. De psychiater heeft gerapporteerd dat er geen uitspraak kan worden gedaan over de mate van toerekeningsvatbaarheid betreffende het onder 2 tenlastegelegde, omdat verdachte dit feit ontkend heeft. Met betrekking tot de overige feiten, achten de psycholoog en de psychiater verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar.

De psycholoog heeft voorts gerapporteerd dat het typerend voor de afhankelijke persoonlijkheidstrekken van verdachte is dat zij zich ten aanzien van de diefstal en het verloop van de gebeurtenissen na de moord naar het lijkt volledig liet leiden door haar mededader. Voor wat betreft de diefstal speelt volgens de psycholoog dat zij daarin makkelijk instemde met het initiatief daartoe van de medeverdachte, omdat zij vanuit haar verslaving zelf ook behoefte had aan cocaïne.

De kans op een ernstig geweldsdelict wordt door de deskundigen als laag ingeschat. Er zijn bij verdachte wel factoren die de kans op agressief gedrag in het algemeen verhogen, zoals het middengebruik, de instabiliteit in relaties, haar sociale omgeving, de persoonlijkheidproblematiek en het niet eerder tot stand komen van behandeling.

De deskundigen adviseren een zo lang mogelijk voorwaardelijk strafdeel om verdachte in een gesloten setting te behandelen, waarbij het van belang is om naast de verslavingsproblematiek veel aandacht te besteden aan de psychiatrische problematiek. De behandeling zal meerdere jaren in beslag nemen. De psychiater heeft gerapporteerd

- en ter zitting toegelicht- dat, wanneer bewezen wordt dat verdacht een actieve rol heeft gespeeld bij het onder 2 tenlastegelegde feit, een TBS met dwangverpleging moet worden overwogen.

De rechtbank stelt voorop dat zij, anders dan de psycholoog, van oordeel is dat niet de medeverdachte maar verdachte zelf een initiërende en bepalende rol in de diefstal heeft gehad. Verdachte kende het slachtoffer en wist dat hij sinds kort een nieuwe auto had. De medeverdachte kende het slachtoffer niet en wist niet van de auto. Verdachte heeft het plan geopperd om de auto weg te nemen. Ook was zij het die op het idee kwam om verdachte medicijnen toe te dienen. Zij heeft daartoe zelfs medicijnen fijngemaakt met haar laarzen. Deze medicijnen zijn later aan het slachtoffer toegediend. Met betrekking tot de dood van [slachtoffer1], is de rechtbank van oordeel dat de rol van verdachte niet onder heeft gedaan voor die van haar medeverdachte.

Voorts is de rechtbank, anders dan psycholoog en de psychiater, van oordeel dat het risico op een ernstig geweldsdelict wel hoog is. De rechtbank baseert zich daarbij niet alleen op de justitiële documentatie van verdachte, maar ook op het feit dat verdachte enkele uren na de moord het onder 3 bewezenverklaarde feit heeft gepleegd.

Nu de deskundigen verdachte sterk verminderd toerekeningsvatbaar hebben geacht ten aanzien van de feiten 1 en 3, gaat de rechtbank er van uit dat ook feit 2 verdachte in sterk verminderde mate kan worden toegerekend.

De rechtbank is, in navolging van de officier van justitie, van oordeel dat de feiten een langdurige gevangenisstraf rechtvaardigen. De rechtbank is voorts van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen tevens het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist. Nu voldaan is aan alle wettelijke voorwaarden daartoe, zal de rechtbank dat ook doen. Nu de psychiater en de psycholoog hebben gerapporteerd dat een langdurige behandeling aangewezen is, zal de rechtbank bevelen dat verdachte van overheidswege zal worden verpleegd.

De rechtbank overweegt daarbij voorts nog dat zij -overeenkomstig het bepaalde in artikel 38e, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht- de maatregel oplegt ter zake van een misdrijf dat gericht was tegen en gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon.

De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven laarzen betreffen voorwerpen met behulp waarvan het onder 1 bewezen feit is voorbereid. De rechtbank zal deze voorwerpen verbeurd verklaren.

De overige inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met uitzondering van het mes, dienen te worden teruggegeven aan de rechthebbende(n).

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 33, 33a, 37a, 37b, 37e, 57, 289, 300, 310 en 312

van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt vrij van het onder 3 primair tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1, 2 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van negen (9) jaren

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Gelast dat veroordeelde ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat zij van overheidswege zal worden verpleegd.

Verklaart verbeurd de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven laarzen.

Beveelt de teruggave van de overige inbeslaggenomen goederen aan de rechthebbende(n), met uitzondering van het inbeslaggenomen mes.

Aldus gewezen door:

mrs. L.C.P. Goossens, voorzitter, N.K. van den Dungen-Dijkstra en C. van Linschoten,

in tegenwoordigheid van mr. H.G. Eskes, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 juni 2011.