Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ8656

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-06-2011
Datum publicatie
21-06-2011
Zaaknummer
208185
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De onderhavige zaak is een contradictoire burgerlijke zaak waarbij de curatoren van de DSB Bank als eisers zijn betrokken. Ingevolge artikel 1 lid 2 juncto lid 1 Aanwijzingsbesluit rechtbanken DSB-zaken is de rechtbank Zutphen voor de behandeling van deze zaak aangewezen als nevenzittingsplaats van de rechtbank Arnhem.

De rechtbank verwijst de zaak daarom naar de rechtbank Zutphen als nevenzittingsplaats van de rechtbank Arnhem.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 208185 / HA ZA 10-2283

Vonnis van 15 juni 2011

in de zaak van

[eisers]

in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van de naamloze vennootschap

DSB Bank N.V.

eisers,

advocaat mr. B. Bos te Heerhugowaard,

tegen

[gedaagden]

gedaagde,

advocaat mr. F.R. Menso te Alkmaar.

Partijen zullen hierna de curatoren en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van 2 februari 2011

- de aanhouding van de behandeling pro forma tot 12 juni 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De overwegingen

2.1. Bij brief van 12 mei 2011 heeft de griffier van deze rechtbank aan (de advocaten van) partijen medegedeeld dat de behandeling van de zaak pro forma is aangehouden tot 12 juni 2011, met het verzoek haar uiterlijk een dag voor die datum schriftelijk te berichten over de verdere voortgang van de zaak. De griffier heeft van geen van partijen iets vernomen.

2.2. De Raad voor de rechtspraak heeft op 4 mei 2011 een Aanwijzingsbesluit rechtbanken DSB-zaken gegeven (Staatscourant 12 mei 2011, nr. 8307. Dat luidt, voor zover voor de beoordeling van belang:

Artikel 1

1. Voor de behandeling van de in het tweede lid bedoelde zaken wordt

* Amsterdam aangewezen als nevenzittingsplaats van de rechtbanken Alkmaar, Haarlem en Utrecht;

* ’s-Gravenhage aangewezen als nevenzittingsplaats van de rechtbanken Dordrecht, Middelburg en Rotterdam;

* ’s-Hertogenbosch aangewezen als nevenzittingsplaats van de rechtbanken Breda, Maastricht en Roermond;

* Groningen aangewezen als nevenzittingsplaats van de rechtbanken Leeuwarden en Assen en

* Zutphen aangewezen als nevenzittingsplaats van de rechtbanken Almelo, Arnhem en Zwolle-Lelystad.

2. De in het eerste lid bedoelde zaken zijn contradictoire burgerlijke zaken waarbij (een rechtsvoorganger van) DSB Bank N.V. of haar curatoren zijn betrokken.

3. De aanwijzingen geschieden voor de duur van drie jaren, te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 3

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit rechtbanken DSB-zaken

2.3. De onderhavige zaak is een contradictoire burgerlijke zaak waarbij de curatoren van de DSB Bank als eisers zijn betrokken. Ingevolge artikel 1 lid 2 juncto lid 1 Aanwijzingsbesluit rechtbanken DSB-zaken is de rechtbank Zutphen voor de behandeling van deze zaak aangewezen als nevenzittingsplaats van de rechtbank Arnhem.

2.4. De rechtbank zal de zaak daarom verwijzen naar de rechtbank Zutphen als nevenzittingsplaats van de rechtbank Arnhem. Na verwijzing zal de rechtbank Zutphen dienen te beslissen omtrent de vraag of in deze procedure zal worden voortgeprocedeerd en zo ja op welke wijze.wijze

2.5. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, naar de rechtbank Zutphen, als nevenzittingsplaats van de rechtbank Arnhem, ter verdere behandeling en beslissing,

3.2. verwijst daartoe de zaak naar de rolzitting van de rechtbank Zutphen van 27 juli 2011 voor vonnis,

3.3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2011.