Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ8628

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-06-2011
Datum publicatie
21-06-2011
Zaaknummer
05-703220-10
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2012:BX9606, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zestien jaar gevangenisstraf voor dubbele verkrachting, vijf afpersingen in vereniging, poging tot diefstal met geweld in vereniging en verboden wapenbezit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

Promis II

Parketnummer : 05/703220-10 en 05/900474-10

Datum zitting : 12 oktober 2010, 4 januari 2011, 29 maart 2011 en 7 juni 2011

Datum uitspraak : 21 juni 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte]

geboren op : [geboortedatum] ,

adres : [adres]

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid, Ir.Molsweg 5

Arnhem.

Raadsman: mr. M.P. Nan, advocaat te Arnhem.

Officier van justitie mr. H. Timmer.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Na een door de rechtbank toegestane vordering nadere omschrijving tenlastelegging is aan verdachte tenlastegelegd dat:

Onder parketnummer 05/900474-10:

1.

hij op of omstreeks 01 mei 2010 te Nijkerk,

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen

die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

die [slachtoffer 1] , te weten het in de vagina brengen van zijn, verdachtes, penis en/of

het in de mond brengen/laten nemen van zijn, verdachtes, penis bij/door die

[slachtoffer 1] , welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld

of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk

dreigend een pistool aan die [slachtoffer 1] heeft getoond en/of heeft gericht op die

[slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: "Trek (snel) je

broek naar beneden" en/of "Trek al je kleren uit" en/of "Nu wil ik dat juliie

mij allebei gaan pijpen", althans woorden van dergelijke aard of strekking;

(zaak 1)

2.

hij op of omstreeks 01 mei 2010 te Nijkerk,

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van

handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten het in de vagina brengen van zijn,

verdachtes, penis en/of het in de anus brengen van zijn, verdachtes, penis

en/of het in de vagina brengen van zijn, verdachtes, vingers en/of het in de

mond brengen/laten nemen van zijn, verdachtes, penis bij/door die [slachtoffer 2]

, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met

geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte

opzettelijk dreigend een pistool aan die [slachtoffer 2] heeft getoond en/of

heeft gericht op die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 2] (dreigend) de woorden

heeft toegevoegd: "Meekomen"en/of "Ga hier maar zitten en trek je broek maar

uit" en/of "Ga maar liggen en doe je benen wijd" en/of "Kleed jullie maar

helemaal uit", althans woorden van dergelijke aard of strekking;

(zaak 1)

3.

hij op of omstreeks 01 mei 2010 te Voorthuizen, op de openbare weg te weten de

[adres] tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 1]

heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (inhoudende o.a.

een pinpas en/of een OV-jaarkaart), in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan die [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging

met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of diens mededader opzettelijk

dreigend een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft

gericht en/of gericht heeft gehouden op het lichaam van die [benadeelde partij 1] en/of

die [benadeelde partij 1] de woorden heeft toegevoegd: "Geef me je geld", althans woorden

van dergelijke aard of strekking;

(zaak 2)

althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt:

[medeverdachte] op of omstreeks 01 mei 2010 te Nijkerk, op de openbare weg te

weten de [adres] tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [benadeelde partij 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee

(inhoudende o.a.een pinpas en/of een OV-jaarkaart), in elk geval van enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 1] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) en/of

aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat die [medeverdachte] en/of diens mededader opzettelijk dreigend

een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht

en/of gericht heeft gehouden op het lichaam van die [benadeelde partij 1] en/of die

[benadeelde partij 1] de woorden heeft toegevoegd: "Geef me je geld", althans woorden van

dergelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 01 mei

2010 te Nijkerk en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen

en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest

door die [medeverdachte] een wapen ter beschikking te stellen en/of voor de

kentekenplaat van de vluchtauto te gaan staan;

4.

hij op of omstreeks 09 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg te weten de

[adres] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 2] heeft gedwongen tot de

afgifte van een portemonnee (inhoudende een bedrag van ongeveer 80 euro), in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte en/of diens mededader opzettelijk dreigend een mes heeft getoond

aan die [benadeelde partij 2] en/of die [benadeelde partij 2] met een mes, althans een dergelijk

voorwerp, in de rug heeft geprikt, en/of die [benadeelde partij 2] de woorden heeft

toegevoegd: "Geef alles wat je hebt en zo snel mogelijk" althans woorden van

dergelijke aard of strekking;

(zaak 3)

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:

[medeverdachte] op of omstreeks 09 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg te

weten de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 2] heeft

gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (inhoudende een bedrag van

ongeveer 80 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan die [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die die [medeverdachte]

en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte] en/of diens

mededader opzettelijk dreigend een mes heeft getoond aan die [benadeelde partij 2] en/of

die [benadeelde partij 2] met een mes, althans een dergelijk voorwerp, in de rug heeft

geprikt, en/of die [benadeelde partij 2] de woorden heeft toegevoegd: "Geef alles wat je

hebt en zo snel mogelijk" althans woorden van dergelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 09 april

2010 te Nijkerk en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen

en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest

door die [medeverdachte] naar de plaats des misdrijfs te vervoeren en/of die [medeverdachte]

een wapen ter beschikking te stellen voor de overval en/of op de

uitkijk te staan tijdens de overval;

5.

hij op of omstreeks 09 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg te weten de

[adres] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 3] heeft gedwongen tot de afgifte

van een geldbedrag en/of een GSM, in elk geval van enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met

geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of diens mededader opzettelijk

(dreigend) een mes heeft getoond aan die [benadeelde partij 3] en/of daarbij die [benadeelde partij 3] (dreigend)

de woorden heeft toegevoegd: "Geef me alles wat je hebt en/of Geef me alles

wat je hebt, geld, telefoon, alles", althans woorden van dergelijke aard of

strekking;

(zaak 3)

althans, indien het vorenstaande onder 5 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 09 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg te weten de

[adres] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een

geldbedrag en/of een GSM, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die de

[benadeelde partij 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of

aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van

het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

hierin bestond(en) dat verdachte en/of diens mededader opzettelijk (dreigend)

een mes heeft getoond aan die [benadeelde partij 3] en/of daarbij die [benadeelde partij 3] (dreigend) de woorden

heeft toegevoegd: "Geef me alles wat je hebt en/of Geef me alles wat je hebt,

geld, telefoon, alles", althans woorden van dergelijke aard of strekking;

meer subsidiair:

[medeverdachte] op of omstreeks 09 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg

te weten de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 3] heeft

gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een GSM, in elk geval van

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die de [benadeelde partij 3] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) en/of

aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat die [medeverdachte] en/of diens mededader opzettelijk (dreigend)

een mes heeft getoond aan die [benadeelde partij 3] en/of daarbij die [benadeelde partij 3] (dreigend) de woorden

heeft toegevoegd: "Geef me alles wat je hebt en/of Geef me alles wat je hebt,

geld, telefoon, alles", althans woorden van dergelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 09 april

2010 te Nijkerk en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen

en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest

door die [medeverdachte] naar de plaats des misdrijfs te vervoeren en/of die [medeverdachte]

een wapen ter beschikking te stellen voor de overval en/of op de

uitkijk te staan tijdens de overval;

meest subsidiair:

[medeverdachte] op of omstreeks 09 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg

te weten de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een geldbedrag en/of een GSM, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde partij 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal

werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging

met geweld tegen die [benadeelde partij 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte]

en/of diens mededader opzettelijk (dreigend) een mes heeft getoond

aan die [benadeelde partij 3] en/of daarbij die [benadeelde partij 3] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd:

"Geef me alles wat je hebt en/of Geef me alles wat je hebt, geld, telefoon,

alles", althans woorden van dergelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 09 april

2010 te Nijkerk en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen

en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest

door die [medeverdachte] naar de plaats des misdrijfs te vervoeren en/of die [medeverdachte]

een wapen ter beschikking te stellen voor de overval en/of op de

uitkijk te staan tijdens de overval;

Onder parketnummer 05/703220-10:

1.

hij op of omstreeks 13 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg, de

[adres] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 4] heeft gedwongen

tot de afgifte van een GSM (Sony Ericsson)en/of een ID-kaart en/of een

fietssleutel, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

die [benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte opzettelijk dreigen een pistool, althans een op een pistool

gelijkend voorwerp, heeft gericht en/of gericht heeft gehouden op het lichaam

van die [benadeelde partij 4] en of die [benadeelde partij 4] daarbij (dreigend) de woorden heeft toegevoegd:

Geef alles wat je hebt, mobiel, sleutels en portemonnee", althans woorden van

dergelijke aard of strekking;

(zaak 4)

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

[medeverdachte] op of omstreeks 13 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg

te weten de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 4] heeft

gedwongen tot de afgifte van een GSM (Sony erocsson) en/of een ID-kaart en/of

een fietssleutel, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan die [benadeelde partij 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte]

en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte] opzettelijk

dreigend een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, heeft

gericht en/of gericht heeft gehouden op het lichaam van die [benadeelde partij 4] en of die

[benadeelde partij 4] daarbij (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: Geef alles wat je hebt,

mobiel, sleutels en portemonnee", althans woorden van dergelijke aard of

strekking, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of

omstreeks 13 april 2010 te Nijkerk en/of elders in Nederland opzettelijk

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk

behulpzaam is geweest door die [medeverdachte] naar de plaats des misdrijfs te

vervoeren en/of die [medeverdachte] een wapen ter beschikking te stellen voor de

overval;

2.

hij op of omstreeks 24 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg te weten de

[adres] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 5] heeft gedwongen tot de

afgifte van een geldbedrag van 20 euro, althans enig geldbedrag,, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 5] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte

opzettelijk dreigend een pistool heeft gericht en/of gericht heeft gehouden op

het lichaam van die [benadeelde partij 5] en/of die [benadeelde partij 5] (dreigend) de woordenheeft

toegevoegd: "Stop, sta stil" en/of " Geef me je portemonnee", althans woorden

van dergelijke aard of strekking;

(Zaak 5)

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:

[medeverdachte] op of omstreeks 24 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg

te weten de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [benadeelde partij 5] heeft

gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 20 euro, althans enig

geldbedrag, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

die [benadeelde partij 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte]

en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte] opzettelijk

dreigend een pistool heeft gericht en/of gericht heeft gehouden op het lichaam

van die [benadeelde partij 5] en/of die [benadeelde partij 5] (dreigend) de woordenheeft toegevoegd:

"Stop, sta stil" en/of " Geef me je portemonnee", althans woorden van

dergelijke aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 24 april

2010 te Nijkerk en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen

en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest

door die [medeverdachte] naar de plaats des misdrijfs te vervoeren en/of die [medeverdachte]

een wapen ter beschikking te stellen voor de overval;

3.

hij op of omstreeks 05 juni 2010 te Harderwijk, op de openbare weg te weten de

[adres] , ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen goederen en/of

geld, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 6] , in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die

voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te

doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 6] , te plegen

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere

deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het

bezit van het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met verdachtes

mededader(s), althans alleen, opzettelijk dreigend een pistool, althans een op

een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [benadeelde partij 6] heeft gericht en/of gericht

heeft gehouden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(zaak 8)

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 april 2010

tot en met 16 juni 2010 te Nijkerk en/of Harderwijk, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

(een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten (een) nabootsing(en) van

(een) Colt Combat Commander te weten een Colt Special Combat, dat/die door

zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een)

Colt Combat Commander, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

(zaak 12).

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 7 juni 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.P. Nan, advocaat te Arnhem.

Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. H. Timmer.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

• [slachtoffer 1] , ter zake feit 1 van parketnummer 05/900474-10;

• [slachtoffer 2] , ter zake feit 2 van parketnummer 05/900474-10;

• [benadeelde partij 4] , ter zake feit 1 van parketnummer 05/703220-10;

• [benadeelde partij 5] , ter zake feit 2 van parketnummer 05/703220-10;

• [benadeelde partij 6] , ter zake feit 3 van parketnummer 05/703220-10;

3. De beslissing inzake het bewijs

Onder parketnummer 05/900474-10:

Ter zake feit 1(bewezenverklaring)

Nu verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en zijn raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, is ter zake van feit 1 sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zijn:

- Het proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] ;

- De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 juni 2011.

Ter zake feit 2 (bewezenverklaring)

Vaststaande feiten

Op 1 mei 2010 heeft verdachte te Nijkerk [slachtoffer 2] gedwongen zijn penis in haar mond te nemen. Hierbij bedreigde hij haar door een pistool te tonen en dit op haar te richten. Daarnaast zei hij haar dreigend: "Meekomen", "Ga hier maar zitten en trek je broek maar uit", "Ga maar liggen en doe je benen wijd" en"Kleed jullie maar helemaal uit". Verdachte heeft [slachtoffer 2] op handen en knieën gedwongen en heeft vervolgens gepoogd [slachtoffer 2] op die wijze te penetreren.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het lichaam van [slachtoffer 2] ook seksueel is binnengedrongen door zijn penis in haar vagina en anus te brengen en zijn vingers in haar vagina te brengen. De officier verwijst hierbij naar de verklaring van de aangeefster en [slachtoffer 1] .

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft naar voren gebracht dat het verdachte niet is gelukt zijn penis in de vagina van [slachtoffer 2] te brengen, zodat er in dat opzicht slechts sprake is geweest van een poging. Voorts ontkent verdachte zijn penis in de anus van de aangeefster te hebben gebracht en ontkent hij zijn vingers in haar vagina te hebben gebracht. Hiertoe wijst de verdediging op het feit dat door aangeefsteren getuige [slachtoffer 1] later niet meer over deze handelingen is gesproken.

Beoordeling van de standpunten

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of verdachte het lichaam van [slachtoffer 2] ook seksueel is binnengedrongen door zijn penis in haar vagina en anus te brengen en zijn vingers in haar vagina te brengen.

Om deze vraag te beantwoorden acht de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden van belang. Aangeefster [slachtoffer 2] heeft in haar aangifte verklaard dat verdachte zijn penis circa 2 centimeter in haar vagina heeft gebracht. Ook heeft aangeefster verklaard dat verdachte zijn vingers in haar vagina heeft gebracht. Ten slotte heeft de aangeefster verklaard dat verdachte zijn penis in haar anus heeft gebracht en dat dat pijn deed en dat ze daarbij schreeuwde. Deze verklaring wordt ondersteund door de aangifte van [slachtoffer 1] , die gezien heeft dat de aangeefster op handen en knieën op de grond zat, met daar achter verdachte. [slachtoffer 1] weet niet zeker of verdachte zijn penis in de anus of vagina heeft gebracht, en heeft verklaard dat [slachtoffer 2] op dit moment begon te schreeuwen. Dit geschreeuw is ook gehoord door twee toevallige voorbijgangers, de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] waarbij de laatste expliciet verklaart het idee te hebben gehad dat het meisje zo schreeuwde omdat het haar pijn deed. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij inderdaad geprobeerd heeft eerst de vagina van de voorzijde te penetreren, maar dat het niet is gelukt omdat hij maar 1 cm binnen is geweest . Voorts heeft hij geprobeerd de vagina van [slachtoffer 2] van achteren ‘op zijn hondjes’ te penetreren, maar dat dit ook niet lukte. Hij weet niet zeker of het daadwerkelijk de vagina betrof, maar ging daar vanuit door zijn ‘richtinggevoel’.

De rechtbank is van oordeel dat er geen reden is om aan de betrouwbaarheid van de aangifte van aangeefster te twijfelen, te meer daar deze op cruciale punten overeenstemt met de verklaring van medeaangeefster [slachtoffer 1] en toevallige passanten. Weliswaar dacht verdachte dat hij van de voorzijde niet de vagina heeft gepenetreerd nu hij maar een gering stukje naar binnen is gegaan, maar ook als de penis slechts 1 cm in de vagina is, is sprake van penetratie.

Datzelfde geldt voor de penetratie achterlangs. De rechtbank acht hierbij bewezen dat verdachte toen het niet de vagina maar de anus van [slachtoffer 2] betrof, nu verdachte zelf niet zeker weet of het wel de vagina was en het gelet op het geschreeuw van [slachtoffer 2] aannemelijker is dat het daadwerkelijk de anus was – zoals aangeefster verklaart- nu dit in de regel pijnlijker is. Ook in dit geval is de rechtbank van oordeel dat een zeer geringe penetratie van de anus beschouwd kan worden als seksueel binnendringen. Het feit dat [slachtoffer 2] later bij forensisch medisch onderzoek en bij haar ouders niet meer expliciet over dit feit verklaart, doet aan de betrouwbaarheid van haar verklaring in haar aangifte niet af.

Verder is er gelet op het voorgaande geen reden om aan het overige deel van de verklaring van [slachtoffer 2] – de penetratie met de vingers- te twijfelen, zodat de rechtbank ook dit onderdeel van de tenlastelegging bewezen acht.

Dit alles leidt de rechtbank tot de conclusie dat bewezen wordt verklaard dat verdachte het lichaam van [slachtoffer 2] seksueel is binnengedrongen door zijn penis in haar vagina en anus te brengen en zijn vingers in haar vagina te brengen.

Ter zake feit 3 primair (bewezenverklaring)

Vaststaande feiten

Op 1 mei 2010 heeft medeverdachte [medeverdachte] op de [adres] [benadeelde partij 1]

gedwongen tot afgifte van zijn portemonnee (inhoudende o.a. een pinpas en een OV-jaarkaart). Hierbij bedreigde hij aangever door een imitatiepistool op het lichaam van [benadeelde partij 1] te richten en te zeggen ‘geef me je geld’. Het imitatiepistool was eigendom van verdachte. Verdachte stond gedurende de afpersing voor de kentekenplaat van de auto.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend. Hij stelt dat verdachte medepleger is van deze afpersing nu hij wist dat [medeverdachte] een overval ging plegen. Het was niet de eerste keer dat verdachte daarbij was. Daarnaast acht de officier van justitie van belang dat verdachte is uitgestapt en voor het kenteken van de auto is gaan staan om herkenning te voorkomen.

Standpunt van de verdediging

De verdediging voert aan dat vrijspraak dient te volgen voor het primair tenlastegelegde, nu verdachte slechts aanwezig was maar geen actieve rol vervulde. Daarom is sprake van medeplichtigheid zoals subsidiair tenlastegelegd.

Beoordeling van de standpunten

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of het handelen van verdachte beschouwd kan worden als enige vorm van mededaderschap.

Hierbij acht de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden van belang. Medeverdachte [medeverdachte] reed samen met verdachte en [getuige 3] in Nijkerk rond in een auto en vertelde dat hij een overval wilde plegen. [medeverdachte] stapte uit en heeft de afpersing onder bedreiging van een vuurwapen gepleegd. Verdachte stond gedurende de afpersing voor de kentekenplaat van de auto. Na de afpersing heeft [medeverdachte] met de pinpas van aangever in totaal € 310,- opgenomen. Van dit geld is cocaïne gekocht, waarvan in ieder geval zowel [medeverdachte] als verdachte hebben gebruikt.

Om het handelen van verdachte als medeplegen te kunnen aanmerken moet er sprake zijn geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , gericht op de uitvoering van het delict. De rechtbank overweegt als volgt. Het was niet de eerste keer dat verdachte met [medeverdachte] rondreed in de auto, bij welke gelegenheid door [medeverdachte] een voorbijganger werd afgeperst met een wapen van verdachte. Toch ging verdachte wederom met de medeverdachte op pad en had daarbij ook nu weer het imitatiepistool - dat ook deze keer werd gebruikt voor de afpersing- aanwezig in zijn auto. Hoewel [medeverdachte] de daadwerkelijke afpersing uitvoerde, speelde verdachte een gelijkwaardige en actieve rol: hij bracht [medeverdachte] naar de plaats van het misdrijf, had het wapen aanwezig in zijn auto, ging tijdens de afpersing voor de kentekenplaten van de auto staan om herkenning te voorkomen en reed daarna weer samen met medeverdachte [medeverdachte] weg. Ten slotte werd door zowel [medeverdachte] als verdachte gebruik gemaakt van de cocaïne, die werd gekocht met de opbrengst van de afpersing. Deze omstandigheden duiden naar het oordeel van de rechtbank op een nauwe en bewuste samenwerking en een gelijkwaardige rolverdeling. Op grond van deze feiten, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank het primair tenlastegelegde dan ook bewezen.

Ter zake feit 4 en feit 5 primair (vrijspraak) en subsidiair (bewezenverklaring)

Vaststaande feiten

Op 9 april 2010 heeft medeverdachte [medeverdachte] op de [adres] [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] afgeperst. Hij dwong [benadeelde partij 2] tot afgifte van zijn portemonnee met daarin een geldbedrag van circa 80 euro en [benadeelde partij 3] tot de afgiste van zijn GSM en een geldbedrag. Hierbij bedreigde [medeverdachte] [benadeelde partij 2] met een mes, waarmee hij hem in zijn rug prikte. Dit mes was eigendom van verdachte. Medeverdachte [medeverdachte] zei tegen [benadeelde partij 2] :“Geef alles wat je hebt en zo snel mogelijk”. Verdachte stond op enige afstand in zijn auto te wachten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht bij beide feiten het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Hij kwalificeert de rol van verdachte als die van medepleger. Verdachte bestuurde de auto en wist wat [medeverdachte] van plan was, stelde zijn mes en de gummiknuppel ter beschikking en heeft op hem gewacht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gesteld dat verdachte vrijgesproken moet worden. Dit was de eerste keer dat het rondjes rijden met de auto leidde tot een afpersing door [medeverdachte] . Verdachte wilde dit niet, en heeft verklaard dat [medeverdachte] aan de handrem heeft getrokken. Dit betekent dat verdachte niet strafbaar is als medepleger, maar ook niet als medeplichtige, nu hij noch op de hulpverlening, noch op het misdrijf van de afpersing opzet had, aldus de raadsman.

Beoordeling van de standpunten

Verdachte reed in zijn eigen auto rond met [medeverdachte] in Nijkerk. [medeverdachte] vertelde verdachte dat hij een afpersing wil plegen. Verdachte parkeerde de auto en [medeverdachte] is uitgestapt, met medeneming van een mes van verdachte. Verdachte heeft de lichten van de auto uitgedaan en is blijven wachten op [medeverdachte] . Na de beroving zijn verdachte en [medeverdachte] weer samen weggereden. Uit het dossier kan voorts niet worden afgeleid dat verdachte heeft meegeprofiteerd van de buit.

Om het handelen van verdachte als medeplegen te kunnen aanmerken moet er sprake zijn geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] , gericht op de uitvoering van het delict. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het handelen van verdachte bij deze afpersing niet als medeplegen kan worden geduid. Hierbij is voor de rechtbank van belang dat het de eerste keer was dat medeverdachte [medeverdachte] een afpersing pleegde tijdens het rondjes rijden met de auto samen met verdachte. Daarbij is de rechtbank van oordeel dat de rol van verdachte slechts faciliterend is. De afpersing wordt door [medeverdachte] bedacht en geïnitieerd, de uitvoeringshandelingen worden door hem gepleegd, en alleen hij profiteert van de opbrengst. Het enige wat verdachte heeft gedaan, is met gedoofde lichten op [medeverdachte] wachten en vervolgens vervoeren, wetende dat [medeverdachte] mensen ging beroven. Daarom is de rechtbank van oordeel dat verdachte medeplichtig is aan de afpersingen. Daarom zal de rechtbank verdachte bij beide feiten vrij spreken van het primair ten laste gelegde en het subsidiair tenlastegelegde bewezen verklaren.

Onder parketnummer 05/703220-10

Ter zake feit 1 primair (vrijspraak) en subsidair (bewezenverklaring)

Vaststaande feiten

Op 13 april 2010 heeft medeverdachte [medeverdachte] op de [adres] te Nijkerk, [benadeelde partij 4] gedwongen tot afgifte van een telefoon, identiteitskaart en fietssleutel onder bedreiging van een imitatiepistool en de woorden “Geef alles wat je hebt, mobiel, sleutels en portemonnee". Verdachte was eigenaar van het imitatiepistool. Tijdens de beroving heeft verdachte in de auto op [medeverdachte] gewacht.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de rol van verdachte te kwalificeren is als medeplegen van afpersing. Hij bestuurde de auto en wist wat [medeverdachte] van plan was, stelde zijn imitatiewapen ter beschikking en heeft op hem gewacht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gesteld dat verdachte vrijgesproken moet worden van zowel het primair als subsidiair tenlastegelegde. Wat betreft het primair ten laste gelegde medeplegen brengt de verdediging naar voren dat verdachte enkel aanwezig was, maar geen enkele uitvoeringshandeling heeft gepleegd. Ook kan de subsidiair tenlaste gelegde medeplichtigheid niet bewezen worden, nu de verweten handelingen niet hebben plaatsgevonden: verdachte heeft [medeverdachte] niet naar de plaats van het misdrijf vervoerd nu deze met de fiets is gegaan, en heeft ook geen wapen verschaft nu dit wapen in de auto lag voor andere doeleinden.

Beoordeling van de standpunten

Verdachte reed, niet voor de eerste keer, met medeverdachte [medeverdachte] rond in de auto van verdachte en bespraken het plan een afpersing te plegen. De auto werd door verdachte geparkeerd en [medeverdachte] nam een pistool van verdachte mee en zijn fiets die achterin de auto lag. [medeverdachte] is toen naar de plaats van het misdrijf gefietst, terwijl verdachte in de auto op hem wachtte. Na de afpersing is [medeverdachte] teruggekomen en zijn ze samen vertrokken. [medeverdachte] heeft de telefoon die hij bij de afpersing had verkregen vervolgens aan [getuige 3] gegeven. Deze handelingen kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet worden geduid als medeplegen, maar slechts als medeplichtigheid.Immers.de rol van verdachte is slechts faciliterend en niet inwisselbaar van aard geweest, nu hij in de auto is blijven wachten en nadien ook niet heeft meegedeeld in de buit. De ondersteunende rol van verdachte ziet op het doelbewust afgeven van zijn imitatiewapen aan [medeverdachte] terwijl hij wist dat daarmee een beroving zou gaan plaatsvinden. De rechtbank acht overigens niet bewezen dat verdachte [medeverdachte] naar de plaats van het misdrijf heeft vervoerd. [medeverdachte] is immers het laatste stuk met de fiets gegaan, zodat het verband tussen het besturen van de auto door verdachte en het plegen van de overval te ver verwijderd is.

Ter zake feit 2 primair (vrijspraak) en subsidiair (bewezenverklaring)

Vaststaande feiten

Op 24 april 2010 heeft medeverdachte [medeverdachte] aan de [adres] te Nijkerk [benadeelde partij 5] gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van € 20,-. Hierbij bedreigde [medeverdachte] [benadeelde partij 5] met het pistool van verdachte en zei hem “Stop, sta stil” en “Geef me je portemonnee”. Verdachte heeft [medeverdachte] naar de plaats van het misdrijf vervoerd en was eigenaar van het imitatiepistool, dat hij aan [medeverdachte] heeft gegeven. Hij is in de auto op [medeverdachte] blijven wachten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. De officier kwalificeert de verdachte als medepleger van deze afpersing. Hiertoe acht de officier van justitie van belang dat dit de derde keer was dat verdachte met [medeverdachte] op pad was, waarbij die een afpersing pleegde met gebruik van imitatiepistool van verdachten. Ook wijst de officier van justitie erop dat verdachte wederom in de auto volgens afspraak blijft wachten op [medeverdachte] .

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken voor het primair ten laste gelegde medeplegen van dit feit. De raadsman heeft erop gewezen dat [medeverdachte] het idee van de afpersing heeft bedacht, is weggelopen en ongeveer 20 minuten is weggebleven. De raadsman acht verdachte medeplichtig in plaats van medepleger.

Beoordeling van de standpunten

Verdachte reed in zijn auto met medeverdachte [medeverdachte] in Nijkerk rond, toen [medeverdachte] zei een man te willen beroven. Verdachte heeft hierop de auto geparkeerd en [medeverdachte] is uitgestapt, met medeneming van het imitatiepistool van verdachte, dat verdachte nog in de auto aanwezig had, terwijl [medeverdachte] die maand reeds twee keer eerder met dat wapen een afpersing had gepleegd. Verdachte wist dat [medeverdachte] ook nu weer iemand ging beroven. Hierop heeft medeverdachte [medeverdachte] de afpersing gepleegd, waarna hij terug is gekomen bij de auto en verdachte en medeverdachte [medeverdachte] samen zijn vertrokken.

Dit handelen kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gekwalificeerd als medeplegen, nu de rol van verdachte niet meer dan ondergeschikt en faciliterend van aard is geweest. Immers, verdachte heeft feitelijk de beroving niet gepleegd en heeft ook niet gedeeld in de opbrengst daarvan

gelet op het voorgaande spreekt de rechtbank verdachte vrij van het primair ten laste gelegde en zal het subsidiair tenlastegelegde bewezen verklaren.

Ter zake feit 3

Nu verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en zijn raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, is ter zake van feit 3 sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zijn:

- Het proces-verbaal van aangifte, inhoudende de verklaring van [benadeelde partij 6] ;

- De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 juni 2011.

Ter zake feit 4

Nu verdachte het bewezenverklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en zijn raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, is ter zake van feit 4 sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering. Daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zijn:

- Het proces-verbaal van wapenherkenning;

- De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 juni 2011.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

Onder parketnummer 05/900474-10:

1.

hij op 01 mei 2010 te Nijkerk,

door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen

die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[slachtoffer 1] , te weten het in de vagina brengen van zijn, verdachtes, penis

het in de mond laten nemen van zijn, verdachtes, penis door die

[slachtoffer 1] , welke bedreiging met geweld

of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk

dreigend een pistool aan die [slachtoffer 1] heeft getoond en heeft gericht op die

[slachtoffer 1] en die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: "Trek snel je

broek naar beneden" en "Trek al je kleren uit" en "Nu wil ik dat jullie

mij allebei gaan pijpen", althans woorden van dergelijke aard of strekking;

(zaak 1)

2.

hij op 01 mei 2010 te Nijkerk, door bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , te weten het in de vagina brengen van zijn, verdachtes, penis en het in de anus brengen van zijn, verdachtes, penis

en het in de vagina brengen van zijn, verdachtes, vingers en het in de

mond laten nemen van zijn, verdachtes, penis door die [slachtoffer 2]

, welke bedreiging met geweld hierin heeft bestaan dat verdachte

opzettelijk dreigend een pistool aan die [slachtoffer 2] heeft getoond en

heeft gericht op die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 2] (dreigend) de woorden

heeft toegevoegd: "Meekomen"en "Ga hier maar zitten en trek je broek maar

uit" en "Ga maar liggen en doe je benen wijd" en "Kleed jullie maar

helemaal uit", althans woorden van dergelijke aard of strekking;

(zaak 1)

3.

hij op 01 mei 2010 te Voorthuizen, op de openbare weg te weten de

[adres] tezamen en in vereniging met een anderen met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde partij 1]

heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (inhoudende o.a.

een pinpas en/of een OV-jaarkaart), geheel toebehorende aan die [benadeelde partij 1] welke bedreiging met geweld hierin bestond dat diens mededader opzettelijk

dreigend een op een vuurwapen gelijkend voorwerp heeft gericht en op het lichaam van die [benadeelde partij 1] en die [benadeelde partij 1] de woorden heeft toegevoegd: "Geef me je geld",

(zaak 2)

4.

[medeverdachte] op 09 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg te

weten de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [benadeelde partij 2] heeft

gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (inhoudende een bedrag van

ongeveer 80 euro, geheel toebehorende aan die [benadeelde partij 2] , welk geweld en welke

bedreiging met geweld hierin bestonden dat die [medeverdachte] opzettelijk dreigend een mes heeft getoond aan die [benadeelde partij 2] en die [benadeelde partij 2] met een mes, in de rug heeft

geprikt, en die [benadeelde partij 2] de woorden heeft toegevoegd: "Geef alles wat je

hebt en zo snel mogelijk bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 09 april

2010 te Nijkerk opzettelijk middelen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest

door die [medeverdachte] naar de plaats des misdrijfs te vervoeren en die [medeverdachte]

een wapen ter beschikking te stellen voor de overval

5.

[medeverdachte] op of omstreeks 09 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg

te weten de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde partij 3] heeft

gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag en een GSM, in elk geval van

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [benadeelde partij 3] welke bedreiging met geweld hierin

bestond dat die [medeverdachte] opzettelijk dreigend een mes heeft getoond aan die [benadeelde partij 3] en daarbij die [benadeelde partij 3] dreigend de woorden heeft toegevoegd: Geef me alles wat je hebt,

geld, telefoon, alles bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 09 april

2010 te Nijkerk opzettelijk middelen

heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest

door die [medeverdachte] naar de plaats des misdrijfs te vervoeren en die [medeverdachte]

een wapen ter beschikking te stellen voor de overval

Onder parketnummer 05/703220-10:

1.

[medeverdachte] op 13 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg

te weten de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde partij 4] heeft

gedwongen tot de afgifte van een GSM (Sony ericsson) en een ID-kaart en

een fietssleutel, geheel toebehorende aan die [benadeelde partij 4] , welke

bedreiging met geweld hierin bestond dat die [medeverdachte] opzettelijk

dreigend een op een pistool gelijkend voorwerp, heeft gericht op het lichaam van die [benadeelde partij 4] en die [benadeelde partij 4] daarbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: “Geef alles wat je hebt,

mobiel, sleutels en portemonnee bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 13 april 2010 te Nijkerk opzettelijk middelen heeft verschaft door die [medeverdachte] een wapen ter beschikking te stellen voor de

overval;

2.

[medeverdachte] op of omstreeks 24 april 2010 te Nijkerk, op de openbare weg

te weten de [adres] , tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde partij 5] heeft

gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 20 euro geheel toebehorende aan

die [benadeelde partij 5] , welke bedreiging met geweld hierin bestond dat die [medeverdachte] opzettelijk dreigend een pistool heeft gericht op het lichaam

van die [benadeelde partij 5] en die [benadeelde partij 5] (dreigend) de woordenheeft toegevoegd:

"Stop, sta stil" en" Geef me je portemonnee", althans woorden van

dergelijke aard of strekking, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 24 april

2010 te Nijkerk opzettelijk gelegenheid, middelen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door die [medeverdachte] naar de plaats des misdrijfs te vervoeren en die [medeverdachte]

een wapen ter beschikking te stellen voor de overval;

3.

hij op 05 juni 2010 te Harderwijk, op de openbare weg te weten de

[adres] , ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om

tezamen en in vereniging met een ander

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen goederen en

geld, geheel toebehorende aan [benadeelde partij 6] en daarbij die

voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen die [benadeelde partij 6] , te plegen

met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

tezamen en in vereniging met verdachtes

mededader opzettelijk dreigend een op

een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [benadeelde partij 6] heeft gericht

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(zaak 8)

4.

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 01 april 2010

tot en met 16 juni 2010 te Nijkerk en Harderwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, een wapen van categorie I onder 7°, te weten een nabootsing van

een Colt Combat Commander te weten een Colt Special Combat, die door vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde met een

Colt Combat Commander, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

(zaak 12).

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Onder parketnummer 05/900474-10:

Ten aanzien van feit 1:

Verkrachting.

Ten aanzien van feit 2:

Verkrachting.

Ten aanzien van feit 3:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 4:

Medeplichtigheid aan afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 5:

Medeplichtigheid aan afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Onder parketnummer 05/703220-10:

Ten aanzien van feit 1:

Medeplichtigheid aan afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplichtigheid aan afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 3:

Poging tot diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Ten aanzien van feit 4:

Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

4b. De strafbaarheid van het/de feit(en)

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid of feit aannemelijk geworden – ook niet uit de Pro Justitia rapportage opgemaakt door [psycholoog] psycholoog en [psychiater] psychiater – waardoor de strafbaarheid van verdachte wordt opgeheven of uitgesloten. Verdachte is dus strafbaar.

6a. De motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 jaren, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. De officier van justitie komt tot deze eis vanwege de grote impact van de door verdachte gepleegde feiten op de slachtoffers en de maatschappij. De officier van justitie acht voorts veel strafvermeerderende factoren van toepassing. Zo zijn beide meisjes meermalen verkracht. en waren ze minderjarig. Een van hen is door verdachte ontmaagd. Er is gedreigd met een wapen en een van hen heeft haar ID-kaart moeten afgeven.

Standpunt van de verdediging

De raadsman stelt voor een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 5 jaar, nu voor diverse feiten slechts medeplichtigheid bewezen kan worden. Hij heeft daarnaast bepleit rekening te houden met diverse strafverlichtende omstandigheden. Hij wijst onder meer op de jonge leeftijd van verdachte, het nagenoeg blanco strafblad en het feit dat de feiten in korte tijd gepleegd zijn. Daarnaast wijst hij ook op het feit dat verdachte zijn medewerking heeft verleend aan het politie-onderzoek.

Beoordeling van standpunten

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 19 februari 2011;

- een Pro Justitia rapportage opgemaakt door [psycholoog] psycholoog en [psychiater] psychiater, betreffende verdachte, gedateerd 6 mei 2011; en

- een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, betreffende verdachte, gedateerd 30 september 2010.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich in korte periode schuldig gemaakt aan negen zeer ernstige strafbare feiten, die allen een geweldskarakter hebben. Hij heeft in de nacht na Koninginnedag 2010 twee minderjarige meisjes volstrekt willekeurig en impulsief onder bedreiging van een imitatiewapen op brute wijze verkracht. Verdachte heeft zijn penis afwisselend in de vagina’s van beide meisjes en de anus van een van hen gebracht. Daarnaast heeft hij bij een van de meisjes een tampon uit haar vagina verwijderd en zijn vingers in haar vagina gebracht. Ten slotte dwong verdachte de slachtoffers, na de vaginale en anale verkrachtingen, hem samen oraal te bevredigen, met elkaar te zoenen en elkaar oraal te bevredigen. De rechtbank rekent de verdachte deze feiten buitengewoon zwaar aan. Verdachte heeft bij de verkrachtingen door zijn bruut en mensonterend handelen een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, de persoonlijke levenssfeer en de persoonlijke bewegingsvrijheid van beide slachtoffers, die in de fase van ontluikende seksualiteit zaten. Eén van de meisjes is door verdachte met deze verkrachting nietsontziend ontmaagd. Hij heeft de slachtoffers vernederd, zoals bijvoorbeeld ook blijkt uit de brute manier waarop hij bij een van hen een tampon uit de vagina trekt alvorens haar te verkrachten. Niet alleen heeft hij de beide meisjes op verschillende manieren verkracht, ook moesten zij allebei toezien op wat hun vriendin overkwam. Ook dwong hij ze met elkaar te zoenen en seksuele handelingen bij elkaar en bij hem uit te voeren. Verdachte gebruikte geen condoom, zodat hij beide slachtoffers ook lange tijd in onzekerheid heeft gebracht over besmetting met seksueel overdraagbare aandoeningen of HIV. Bovendien heeft hij de slachtoffers gedreigd dat hij één van hen koud zou maken als ze weg zouden lopen, nu hij de beschikking had over de ID-kaart van het betreffende meisje, [slachtoffer 1] . Zij is nog lange tijd bang geweest dat verdachte haar nog zou opzoeken. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke gruwelijke handelingen nog lange tijd, zo niet levenslang, last kunnen houden van de nadelige psychische consequenties. Ook in dit geval ondervinden de beide slachtoffers thans nog de gevolgen, zoals bleek uit de slachtofferverklaringen ter terechtzitting .Daarnaast leiden dergelijke feiten tot grote verontwaardiging en maatschappelijke onrust, zeker in een kleine gemeenschap als Nijkerk.

Gezien de ernst en gruwelijkheid van de zaak en mede gelet op de afdoening van soortgelijke zaken acht de rechtbank enkel een gevangenisstraf passend en geboden.

Daarnaast is verdachte in de maanden april, mei en juni 2010 betrokken geweest bij vijf afpersingen. Het patroon is steeds hetzelfde: verdachte en medeverdachte [medeverdachte] rijden rond in de auto, waarna ergens wordt geparkeerd en [medeverdachte] een of meerdere voorbijgangers afperst. Daarvoor gebruikt hij in alle gevallen wapens die eigendom waren van verdachte, waaronder een illegaal imitatiepistool. Tijdens de afpersing blijft verdachte steeds in de auto op medeverdachte [medeverdachte] wachten. Ook is verdachte eenmaal uit de auto gestapt om voor de kentekenplaat van de auto te gaan staan. Tevens is hij betrokken geweest bij een poging tot diefstal met geweld samen met [medeverdachte] , waarbij hij –wederom- is uitgestapt om voor de kentekenplaten te gaan staan, en ook zelf nog op het slachtoffer is afgestapt. Verdachte is betrokken geweest bij deze feiten uit geldelijk gewin. Naar de ervaring leert kunnen de slachtoffers van berovingen nog lange tijd de nadelige psychische gevolgen ondervinden van wat hen is overkomen. Het plegen van een reeks berovingen in een korte tijdsperiode heeft bovendien niet alleen negatieve consequenties voor de direct betrokkenen, maar zorgt ook voor een gevoel van onveiligheid in de samenleving. Uit het dossier valt immers af te leiden dat bij de mensen in de Nijkerkse gemeenschap de angst is ontstaan dat zij wel eens als volgend slachttoffer ten prooi zouden kunnen vallen aan het willekeurig handelen van verdachte en zijn mededader.

Dit alles in overweging genomen is de rechtbank van oordeel dat de feiten zo ernstig zijn, dat alleen een forse gevangenisstraf in aanmerking komt.

Anders dan de officier van justitie kwalificeert de rechtbank de rol van verdachte ten aanzien van een aantal berovingen niet als medeplegen maar als medeplichtigheid. Anderzijds rekent de rechtbank verdachte de gruwelijke verkrachtingen buitengewoon zwaar aan. Weliswaar is het strafblad van verdachte nog nagenoeg blanco, maar deze omstandigheid weegt naar het oordeel van de rechtbank niet zo zwaar dat dit invloed heeft op de strafmaat. Dat verdachte ten tijde van de delicten nog jong was rekent de rechtbank in het nadeel van verdachte mee, nu de rechtbank het des te zorgelijker acht dat verdachte op deze jonge leeftijd is overgegaan tot het plegen van zoveel en zo ernstige feiten in een korte periode.

De rechtbank merkt op dat verdachte geen inzicht heeft willen geven in zijn persoon, daar hij niet wilde meewerken aan het opstellen van rapportages, ook niet in het Pieter Baan Centrum. Gelet op het feit dat de deskundigen geen oordeel hebben kunnen geven over de toerekeningsvatbaarheid van verdachte, kunnen de feiten in volle omvang aan verdachte worden toegerekend. Met name vanwege het ernstige en gruwelijke karakter van de verkrachtingen, in samenhang bezien met de verklaringen van [medeverdachte] en [getuige 3] dat verdachte trots was op de verkrachtingen en blij was dat een droom was uitgekomen, is de rechtbank van oordeel dat de samenleving zo lang mogelijk tegen verdachte moet worden beschermd. Daarom legt de rechtbank, in afwijking van de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf op ter hoogte van na te melden duur.

6b. De beoordeling van de civiele vorde¬ringen, alsmede de gevor¬derde op¬legging van de schadevergoedings¬maat¬regel

De benadeelde partijen hebben overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van hun vorde¬ringen, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

[slachtoffer 1] (ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/900474-10)

De officier van justitie heeft verzocht voor de vordering van [slachtoffer 1] alle posten toe te wijzen, behalve de gederfde inkomsten en reiskosten van de stiefvader. Tevens verzoekt hij het bedrag voor de kosten van de psycholoog te matigen tot € 115,- en de post immateriële schadevergoeding te verlagen tot €5.000,-.

De verdediging verzoekt ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] de immateriële schadevergoeding te matigen tot €3.000,- en de vordering niet-ontvankelijk te verklaren voor de kosten van de psycholoog, vakantie en reiskosten en inkomensverlies van de stiefvader.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/900474-10 een bedrag van € 17.757,05,- aan materiële en immateriële schade. De rechtbank acht de vordering voor wat betreft de kosten van de telefoon, de treinkosten, de kosten van een nieuwe jas en broek en het inkomensverlies van aangeefster toewijsbaar, nu het tenlas¬te¬gelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd. De kosten voor de psycholoog acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van €115,-, omdat voor dit bedrag een onderbouwing is geleverd. Wat betreft het inkomensverlies en de reiskosten van de stiefvader en de kosten voor vakantie en het verzetten van een vakantie acht de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk, nu er een te ver verwijderd verband is tussen het tenlastegelegde feit en deze kosten. De vordering is eveneens niet-ontvankelijk voor kosten voor het verzetten van de vakantie, nu deze niet voldoende zijn onderbouwd.

Ten aanzien van de vordering van €7.500,- voor immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt. Aan [slachtoffer 1] is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank kan in deze strafrechtelijke procedure niet exact vaststellen welk bedrag aan vergoeding voor de geleden immateriële schade juist is. Naar maatstaven van billijkheid beloopt deze schade naar het oordeel van de rechtbank - in het bijzonder in aanmerking genomen het standpunt van de verdediging – in ieder geval een bedrag van €3.000,-. Voorzover de vordering strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade kan deze bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit betekent dat de totale vordering van [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 817,95 aan materiële schade en een bedrag van €3.000,- immateriële schade toewijsbaar is. Dit bedrag van €3.817,95 zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit. Tevens zal ter hoogte van voornoemd bedrag de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte worden opgelegd.

[slachtoffer 2] (ten aanzien van feit 2 van parketnummer 05/900474-10)

De officier van justitie heeft verzocht voor de vordering van [slachtoffer 2] alle posten toe te wijzen, behalve de gederfde inkomsten van de ouders. Voorts verzoekt hij het bedrag voor immateriële schadevergoeding te matigen tot €5.000,-.

De verdediging verzoekt voor de vordering van [slachtoffer 2] de immateriële schadevergoeding te matigen tot €3.000,- en de vordering niet-ontvankelijk te verklaren voor de gederfde inkomsten van de ouders.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert ten aanzien van feit 2 van parketnummer 05/900474-10 een bedrag van € 8.549,19 aan materiële en immateriële schade. De rechtbank acht de vordering voor wat betreft de kosten van ondergoed, spijkerlegging, hemd en top, shirt, vest, laarsjes, tas, aanschaf telefoon en beltegoed, de reiskosten naar politie en officier van justitie en het inkomensverlies van aangeefster toewijsbaar, nu het tenlas¬te¬gelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd. Wat betreft het inkomensverlies van de stiefvader en de kosten voor vakantie acht de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk, nu er een te ver verwijderd verband is tussen het tenlastegelegde en deze kosten.

Ten aanzien van de gevorderde €7.500,- voor immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt. Aan [slachtoffer 2] is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. De rechtbank kan in deze strafrechtelijke procedure niet exact vaststellen welk bedrag aan vergoeding voor de geleden immateriële schade juist is. Naar maatstaven van billijkheid beloopt deze schade naar het oordeel van de rechtbank - in het bijzonder in aanmerking genomen het standpunt van de verdediging – in ieder geval een bedrag van €3.000,-. Voorzover de vordering strekt tot vergoeding van een hoger bedrag wegens immateriële schade kan deze bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Dit betekent dat de totale vordering van [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 675,65 aan materiële schade en een bedrag van €3.000,- immateriële schade toewijsbaar is. Dit bedrag van €3.675,65 zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het schadeveroorzakende feit. Tevens zal ter hoogte van voornoemd bedrag de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte worden opgelegd.

[benadeelde partij 4] (ten aanzien van feit 1 van parketnummer 05/703220-10)

De officier van Justitie heeft gevraagd de vordering van [benadeelde partij 4] toe te wijzen.

De verdediging heeft verzocht de vordering van [benadeelde partij 4] niet ontvankelijk te verklaren vanwege het verweer tot vrijspraak bij het tenlastgelegde feit.

De rechtbank acht het feit waarop de vordering ziet wel wettig en overtuigend bewezen en is van oordeel dat uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting voldoende is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

[benadeelde partij 5] (ten aanzien van feit 2 van parketnummer 05/703220-10)

De officier van Justitie heeft gevraagd de vordering van [benadeelde partij 5] toe te wijzen.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] is niet betwist door verdachte en komt de rechtbank gegrond voor. De recht¬bank zal de vordering dan ook in haar geheel toewijzen.

[benadeelde partij 6] (ten aanzien van feit 3 van parketnummer 05/703220-10)

De officier van Justitie heeft gevraagd de vordering van [benadeelde partij 6] toe te wijzen.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] is niet betwist door verdachte. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat [benadeelde partij 6] door hetgeen haar is aangedaan immateriële schade heeft geleden en dat hij uit dien hoofde terecht aanspraak maakt op vergoeding van die schade. Zij is van oordeel dat een bedrag van € 600,- aan schadevergoeding, gelet op alle omstandigheden, billijk is. De recht¬bank zal de vordering dan ook in haar geheel toewijzen.

Hoofdelijke toewijzing

De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden ten aanzien van [benadeelde partij 4] , [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] indien en voor zover het gevor¬derde door zijn mededader is of wordt voldaan.

Schadevergoedingsmaatregel

Voor het toewijsbare deel van de vorderingen geldt tevens dat de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht zal toepassen en dus verdachte de verplichting zal opleggen een bedrag, gelijk aan het door de rechtbank toe te wijzen schadebedrag, aan de Staat te betalen ten behoeve van de benadeelde partijen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 45, 48, 55, 57, 91, 242, 310, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht en artikelen 2, 13, 54 en 56 van de Wet wapens en munitie.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van de onder parketnummer 05/900474-10 tenlastegelegde feiten onder feit 4 primair en feit 5 primair en subsidiair, en de onder parketnummer 05/703220-10 tenlastgelegde feiten onder feit 1 primair en feit 2 primair.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het/de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) jaren.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer¬legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1 van parketnummer 05/900474-10).

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 1] , te betalen € 3.817,95,- (zegge achtendertighonderdzeventien euro en vijfennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2010.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Maatregel van schadevergoeding ad € 3.817,95, subsidiair 48 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve benadeelde partij [slachtoffer 1] , te betalen € 3.817,95,- (zegge achtendertighonderdzeventien euro en vijfennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2010, bij gebreke van volledi¬ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 48 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2 van parketnummer 05/900474-10).

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer 2] , te betalen € 3.675,65 (zegge zesendertighonderdvijfenzeventig euro en vijfenzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2010.

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Maatregel van schadevergoeding ad € 3.675,65, subsidiair 46 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 2] , te betalen € 3.675,65 (zegge zesendertighonderdvijfenzeventig euro en vijfenzestig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2010, bij gebreke van volledi¬ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 46 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 4] (feit 1 van parketnummer 05/703220-10).

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover mededader betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij 4] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij 4] te betalen € 227,09 (zegge tweehonderdzevenentwintig euro en negen eurocent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 227,09, subsidiair 4 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van benadeerde partij [benadeelde partij 4] , te betalen € 227,09 (zegge tweehonderdzevenentwintig euro en negen eurocent), bij gebreke van volledi¬ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 9 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] (feit 2 van parketnummer 05/703220-10).

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover mededader betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij 5] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij 5] te betalen € 20,- (zegge twintig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 20,-, subsidiair 1 dag hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde partij 5] , te betalen € 20,- (zegge twintig euro), bij gebreke van volledi¬ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] (feit 3 van parketnummer 05/900474-10).

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover mededader betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij 6] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij 6] te betalen € 600,- (zegge zeshonderd euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 600,-, subsidiair 12 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van benadeelde partij [benadeelde partij 6] , te betalen € 600,- (zegge zeshonderd euro), bij gebreke van volledi¬ge betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 12 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mr. M.M.L.A.T. Doll, rechter, als voorzitter,

mr. M.F. Gielissen, rechter,

mr. G.J.M. van Wijk, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Verhoeven, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 juni 2011.

Zijnde mr. G.J.M. van Wijk buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.