Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ6610

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-05-2011
Datum publicatie
31-05-2011
Zaaknummer
204404
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser c.s. legt aan haar vordering ten grondslag dat gedaagde c.s. is tekort geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht. Zij heeft daardoor schade geleden en vordert deze van gedaagde c.s. Zij verwijt gedaagde c.s. dat zij haar niet heeft gewezen op het feit dat de ISO- en VCA-certificaten en lopende werken niet konden worden overgenomen.

Mocht aangenomen moeten worden dat tussen eiser c.s. en gedaagde c.s. geen overeenkomst tot stand is gekomen, dan beroept eiser c.s. zich subsidiair op onrechtmatig handelen door gedaagde c.s. Volgens eiser c.s. heeft gedaagde c.s. gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betamelijk is door haar niet uitdrukkelijk kenbaar te maken dat de certificaten en de lopende werken niet automatisch mee zouden overgaan en een en ander op juridisch juiste wijze in de activaovereenkomst op te nemen. Gedaagde c.s. had volgens eiser c.s. ook moeten waken voor de belangen van eiser c.s., ook omdat betrokkene in Draad Hoveniers B.V. een aandelen- en financieel belang had.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2011/283
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 204404 / HA ZA 10-1601

Vonnis van 18 mei 2011

in de zaak van

[eiser]

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DRAAD HOVENIERS B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

eisers,

advocaat mr. A.H.H.M. Roelofs te ‘s-Hertogenbosch,

tegen

[gedaagden],

gedaagden,

advocaat mr. W.F. Hendriksen te Zevenaar.

Partijen zullen hierna [eiser] c.s. en [gedaagde] c.s. genoemd worden. Eiseres sub 1 zal [eiser] genoemd worden. Gedaagde sub 1 zal worden aangeduid als mr. [gedaagde] en gedaagde sub 2 als [gedaagde] B.V.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- Het tussenvonnis van 1 december 2010

- Het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 14 februari 2011

- De antwoordakte na eiswijziging, tevens akte na comparitie van [gedaagde] c.s. van 2 maart 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] is indirect bestuurder van Draad Hoveniers B.V., die zich bezig houdt met het verrichten van cultuurtechnische, milieutechnische en groenvoorzieningswerkzaamheden.

2.2. Mr. [gedaagde] is advocaat en indirect bestuurder van [gedaagde] B.V., die een rechtspraktijk uitoefent.

2.3. [eiser] is van 2000 tot 2007 in dienst geweest bij Draad Groen B.V., als ‘bedrijfsleider groen’. Deze vennootschap is op 28 maart 2007 in staat van faillissement verklaard, op aanvraag van [betrokkene] Groenvoorziening B.V. De heer [betrokkene], bestuurder van [betrokkene] Groenvoorziening B.V., maakte daarbij gebruik van de diensten van mr. [gedaagde].

2.4. [betrokkene] en [eiser] hebben vervolgens gezamenlijk overleg gevoerd om de activiteiten van Draad Groen B.V. over te nemen van de curatoren. Mr. [gedaagde] was als advocaat van [betrokkene] bij die onderhandelingen, maar partijen verschillen van mening over de vraag of [gedaagde] c.s. ook in opdracht van [eiser] daarbij betrokken was.

2.5. In een e-mail van 30 maart 2007 heeft mr. [gedaagde] aan de curatoren van Draad Groen B.V. onder meer het volgende geschreven:

‘Ons kenmerk: [betrokkene]/Draad (CR/ow)

Geachte confrère,

Hedenmiddag hadden wij nog een telefonisch onderhoud. We hebben toen gesproken over de (mogelijke) overname door mijn cliënte, [betrokkene] Groenvoorziening B.V., van de activa van Draad Groen B.V. (…)’

2.6. In een e-mail van 31 maart 2007 heeft [betrokkene] aan mr. [gedaagde] een e-mail gestuurd:

Naar mijn overleg met [ ] [[eiser], de rechtbank] wil ik graag morgen een afspraak met u en de curator om mijn standpunt duidelijk te laten uit een zetten. Ik denk dat dit dan maar een laatste poging moet zijn om Draad groen te overnemen. De curator overschat naar mijn mening de contracten die er zijn. Volgens mijn zijn opdrachtgevers vrij om de werkzaamheden door een ander bedrijf te laten uitvoeren. (…)

2.7. Mr. [gedaagde] heeft op 3 april 2007 een e-mail gezonden aan [betrokkene] en [eiser] met de volgende tekst:

Bijgaand het concept van de brief met het bod.

2.8. In een e-mail van 4 april 2007 heeft [eiser] in reactie op de e-mail van 3 april 2007 aan mr. [gedaagde] geschreven:

Dag [gedaagde sub 1],

Ik mis in de brief bij werk en goodwill de referenties, vaste contracten en naam. ISO en ICA, moet zijn ISO en VCA. Bij de derde bieding wat uitbreiden met werken, ook erbij bv Intervet Boxmeer daar zit wegenbouw met onderhoudscontract.

2.9. In een fax van 4 april 2007 heeft mr. [gedaagde] aan de curator van Draad Groen B.V. onder meer het volgende geschreven:

Ons kenmerk: [betrokkene]/Draad (CR/ow)

(…)

Onder onderhandenwerk/goodwill verstaat cliënte in ieder geval de lopende projecten, het klantenbestand, werk in portefeuille, de volledige administratie en de ten behoeve van Draad Groen aangelegde data (zowel fysiek als geautomatiseerd) de ISO en VCA-certificaten, de bestekadministratie, de projectadministratie, de uitgerekende werken, met de referenties, vaste contracten en de naam etc., alles in de meest ruime zin van het woord. (…)

2.10. Het concept van de activaovereenkomst van 5 april 2007, opgesteld door de curatoren van Draad Groen B.V., vermeldt als kopende partij:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [betrokkene] Groen B.V., of nader te noemen meester, gevestigd te , te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer R. [betrokkene] hierna te noemen: “Koper 1”; en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [betrokkene] B.V. of nader te noemen meester te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [betrokkene 3] hierna te noemen: “Koper 2 (…)

2.11. In een fax van 6 april 2007 heeft mr. [gedaagde] aan de curator van Draad Groen B.V. onder meer het volgende geschreven:

Ons kenmerk: [betrokkene]/Draad (RW/ow)

(…)

Ik heb het concept van de activaovereenkomst inmiddels kunnen bekijken. Dit concept noopt tot maken van een aantal opmerkingen. (…)

2.12. Op 12 april 2007 hebben Draad Hoveniers B.V. i.o. en [betrokkene] B.V. de activaovereenkomst ondertekend, waarmee zij de activa van Draad Groen B.V. hebben overgenomen. In deze activaovereenkomst, die wederom was opgesteld door de curatoren, is als koper opgenomen:

De in oprichting zijnde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Draad Hoveniers B.V. i.o., gevestigd te [woonplaats], te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de in oprichting zijnde besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Chrimo Beheer B.V., te dezen vertegenwoordigd door de heer [ ] [eiser], hierna te noemen: “Koper 1”; en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [betrokkene] B.V. of nader te noemen meester, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [betrokkene 3], hierna te noemen; “Koper 2” anderzijds (…)

2.13. Verder is in deze overeenkomst onder meer het volgende opgenomen:

Artikel 5 Goodwill/handelsnaam

5.1. Curatoren verkopen per 6 april 2007 en leveren per 10 april 2007 aan Kopers, gelijk Kopers kopen en aanvaarden de goodwill, waaronder het klantenbestand, lopende projecten, het gebruik van de handelsnaam Draad, intellectuele eigendomsrechten, referenties, certificaten en de vergunningen etc. van de Draad-vennootschappen.

5.2. De onder 5.1. bedoelde activa worden verkocht en geleverd c.q. het gebruiksrecht wordt verstrekt zonder enige garantie en/of vrijwaring en uitsluitend voorzover die activa in eigendom aan de Draad-vennootschappen toebehoren.

(…)

Artikel 7 Koopprijs en betaling

7.1. De Totale koopprijs voor de in artikelen 2 t/m 5 genoemde activa bedraagt € 346.500. De koopprijs kan als volgt worden gespecificeerd:

Voorraden en transportmiddelen: € 165.060

Inventaris en machines: € 14.940

Vorderingen op derden: € 115.000

Goodwill wegenbouw: € 26.000

Goodwill Groen etc.: € 25.000

Totaal: € 346.500

2.14. Op 10 mei 2007 heeft de gemeente [woonplaats] aan Draad Hoveniers B.V. i.o. een brief gestuurd met onder meer de volgende inhoud:

Op 10 mei 2007 heb ik met u gesproken over de ontstane situatie omtrent het groenonderhoud in het centrum van [woonplaats]. Met het faillissement van Draad Groen B.V. is het contract inzake het onderhoud van de plantsoenen in het centrum van [woonplaats], wijk 2 bestek 62100300, komen te vervallen. Ondanks het feit dat de curator u heeft aangewezen als de partij die de doorstart van de failliete firma Draad Groen verzorgt, dient de gemeente zich te houden aan de geldende Europese aanbestedingsregels. Om deze reden heb ik met u de volgende afspraken gemaakt. Het restant van 2007 gebruikt de gemeente [woonplaats] om een nieuwe Europese aanbesteding voor te bereiden. U heeft zich bereid verklaard het groenonderhoud in de wijk Centrum voor de periode t/m 31 december 2007 te verzorgen tegen de met Draad Groen B.V. overeengekomen tarieven. (…)

2.15. Draad Hoveniers B.V. heeft het werk van de gemeente [woonplaats] na 2007 niet gegund gekregen.

2.16. Met een factuur van 23 mei 2007 heeft [gedaagde] aan Draad Hoveniers B.V. zijn werkzaamheden van 21 maart 2007 tot 12 april 2007 in rekening gebracht. Het gaat om een bedrag van € 17.372,85 excl. btw. In een e-mail van 23 mei 2007 aan Draad Hoveniers B.V., ter attentie van [eiser], heeft mr. [gedaagde] deze factuur als volgt toegelicht:

De werkzaamheden die zijn verricht in verband met het aanvragen van het faillissement van Draad Groen B.V. en vervolgens in verband met het overnemen van de activa van deze vennootschap zijn gefactureerd aan [betrokkene] Groenvoorziening B.V., omdat deze vennootschap tenslotte ook het faillissement heeft aangevraagd en [betrokkene] Groenvoorzieningen B.V. partij is bij de activa overeenkomst. [ ] [betrokkene] heeft mij vandaag verzocht de betreffende facturen op naam van Draad Groenvoorziening B.V. te stellen. Dit zou met jou zijn gecommuniceerd. (…)

2.17. Draad Hoveniers B.V. heeft bij de Raad van Discipline een klacht, met verschillende klachtonderdelen, ingediend tegen mr. [gedaagde]. De raad heeft de klacht ongegrond bevonden. Het Hof van Discipline heeft in zijn uitspraak van 14 september 2009 twee klachtonderdelen gegrond geacht. De overige vier klachtonderdelen werden ongegrond bevonden. Zijn uitspraak luidt, voor zover relevant, als volgt:

3. De klacht

De klacht houdt het volgende in:

a. verweerder heeft klaagster niet geïnformeerd dat de ISO-VCA-certificaten geen onderdeel van de transactie konden uitmaken, waardoor bij klaagster ten onrechte het idee is ontstaan dat die belangrijke certificaten wel in de overname betrokken waren.

(…)

c. Verweerder heeft klaagster niet geïnformeerd dat de lopende werken niet automatisch mee over gingen, waarvan klaagster wel uitging (schade: € 10.000,-)

5. De beoordeling

Klachtonderdelen a en c

(…)

5.2. De grief slaagt. In het midden kan blijven welke rechtskennis verweerder aan [betrokkene] en [eiser] mocht toedichten toen zij zich bij hem vervoegden. In elk geval mocht hij niet stilzwijgend ervan uitgaan dat zij het kwestieuze zouden inzien van de uitvoerbaarheid van een voorstel dat hij, hun juridisch adviseur, namens hen aan de curator deed, en dat vervolgens werd neergelegd in de overname-overeenkomst; als hij al reden had dat voorstel aan de curator te doen, was hij gehouden [betrokkene] en [eiser] erop te wijzen dat de uitvoerbaarheid ervan minst genomen kwestieus was.

5.3.Verweerder stelt dat gedaan te hebben, klaagster betwist die stelling. De daaruit resulterende onzekerheid komt voor risico van verweerder. Dat een door een advocaat zelf geformuleerd voorstel mogelijk onuitvoerbaar zal blijken, is voor diens client belangrijke informatie, die schriftelijk aan de client behoort te worden bevestigd, wat verweerder naar eigen zeggen niet heeft gedaan.

5.3. Het voorgaande brengt tevens mee dat (voor wat betreft de overname van lopende werken, klachtonderdeel c) verweerder zich niet met vrucht kan beroepen op het in 4.3. geciteerde e-mailbericht van [betrokkene] aan hem van 31 maart 2007. Weliswaar blijkt daaruit dat [betrokkene] in dat stadium meende dat “opdrachtgevers vrij zijn om de werkzaamheden door een ander bedrijf te laten uitvoeren”, maar het voorstel van verweerder aan de curator (om de lopende werken wel in de transactie te begrijpen) is van later datum, 4 april. Wat daaromtrent in de tussenliggende dagen is besproken tussen verweerder en [betrokkene] is wederom in geschil, en het bewijsrisico ter zake ligt wederom bij verweerder.

5.5. Op grond van het voorgaande oordeelt het hof – anders dan de raad – de klachtonderdelen a en c gegrond.

2.18. Met een brief van 9 maart 2010 heeft Draad Hoveniers B.V. [gedaagde] c.s. aansprakelijk gesteld voor de schade die zij heeft geleden als gevolg van het handelen van [gedaagde] c.s., zoals dat is neergelegd in de klachtonderdelen a en c bij de Hof van Discipline. [gedaagde] c.s. heeft, via haar assurantietussenpersoon, aansprakelijkheid van de hand gewezen.

3. Het geschil

3.1. [eiser] c.s. vordert, na wijziging van haar eis, samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

(i) te verklaren voor recht primair dat [gedaagde] c.s. tekort is geschoten in de nakoming van de met [eiser] c.s. bestaande overeenkomst van opdracht, dan wel subsidiair dat [gedaagde] c.s. onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] c.s. bij de overname van activa van het failliete Draad Groen B.V., alsmede

(ii) [gedaagde] c.s. hoofdelijk te veroordelen om aan [eiser] c.s. te voldoen de door haar geleden schade, thans begroot op een bedrag van € 352.053,00, althans een bedrag in goede justitie te bepalen, althans nader op te maken bij Staat, en

(iii) [gedaagde] c.s. hoofdelijk te veroordelen om aan [eiser] c.s. te voldoen de wettelijke handelsrente over het toe te wijzen schadebedrag, vanaf 12 april 2007 tot aan de dag der algehele voldoening, en

(iv) [gedaagde] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 4.000,00,

(v) [gedaagde] c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, daaronder begrepen het nasalaris.

3.2. [eiser] c.s. legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] c.s. is tekort geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht. Zij heeft daardoor schade geleden en vordert deze van [gedaagde] c.s. Zij verwijt [gedaagde] c.s. dat zij haar niet heeft gewezen op het feit dat de ISO- en VCA-certificaten en lopende werken niet konden worden overgenomen.

Mocht aangenomen moeten worden dat tussen [eiser] c.s. en [gedaagde] c.s. geen overeenkomst tot stand is gekomen, dan beroept [eiser] c.s. zich subsidiair op onrechtmatig handelen door [gedaagde] c.s. Volgens van Moorselaar c.s. heeft [gedaagde] c.s. gehandeld in strijd met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betamelijk is door haar niet uitdrukkelijk kenbaar te maken dat de certificaten en de lopende werken niet automatisch mee zouden overgaan en een en ander op juridisch juiste wijze in de activaovereenkomst op te nemen. [gedaagde] c.s. had volgens [eiser] c.s. ook moeten waken voor de belangen van [eiser] c.s., ook omdat [betrokkene] in Draad Hoveniers B.V. een aandelen- en financieel belang had.

3.3. De schade die wordt gevorderd bestaat uit de gevolgen van de beëindiging van de lopende werken, onder meer ten gevolge van het ontbreken van certificering en referenties. Deze winstderving wordt door accountant A.A.M. Limbeek van Gibo Accountants en Adviseurs berekend op € 318.204,00. Daarnaast zijn kosten gemaakt om deze winstderving te minimaliseren, zoals de kosten van het behalen van de certificaten, advocaatkosten, kosten van [gedaagde] c.s. die ten onrechte zijn betaald, kosten ten aanzien van de gemeente [woonplaats] en andere adviseurskosten. Deze kosten bedragen € 34.553,00. [eiser] c.s. stelt haar schade op een bedrag van € 277.500,00 ter zake van het werk [woonplaats], € 34.533,00 ter zake van advieskosten en € 40.000,00 ter zake van misgelopen inschrijvingen, leegloop van personeel en noodgedwongen lagere inschrijvingen.

3.4. [gedaagde] c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [gedaagde] c.s. voert in de eerste plaats aan, dat als een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen, deze overeenkomst niet is gesloten tussen mr. [gedaagde] en [eiser] c.s., maar tussen [gedaagde] B.V. en [eiser] c.s.. [eiser] c.s. heeft dat bevestigd op de comparitie van partijen. De vorderingen jegens mr. [gedaagde] liggen derhalve, voor zover deze gebaseerd zijn op wanprestatie, voor afwijzing gereed.

4.2. [gedaagde] B.V. voert verder aan dat zij geen overeenkomst van opdracht heeft gesloten met [eiser] c.s., zodat de vorderingen van [eiser] c.s. op grond van wanprestatie niet kunnen opgaan. [gedaagde] B.V. stelt slechts een overeenkomst te hebben gesloten met [betrokkene] en [betrokkene] Groenvoorziening B.V. Hij wijst daarbij op het feit dat hij aan [betrokkene] heeft gefactureerd, dat hij uitsluitend [betrokkene] van de stand van zaken op de hoogte hield en dat hij zich naar derden toe altijd heeft gepresenteerd als advocaat van [betrokkene] en niet van [eiser] c.s. Ook blijkt uit de specificaties van de declaraties van [gedaagde] c.s. dat hij [eiser] c.s. daarop als derde en niet als cliënt noemt. Volgens [gedaagde] B.V. liepen alle contacten tussen mr. [gedaagde] en [eiser] via [betrokkene]. E-mails gingen hooguit in cc naar [eiser]. De e-mail van 3 april 2007 (r.ov. 2.7), die ook rechtstreeks aan [eiser] is gericht maakt dat volgens [gedaagde] B.V. niet anders, omdat de bijgevoegde brief met de bieding namens [betrokkene] wordt gedaan en niet namens [eiser] c.s.. Dat [eiser] c.s. betrokken was bij de overname maakt haar nog niet een cliënt, aldus [gedaagde] B.V. Draad Hoveniers B.V. i.o. kwam pas kort voor het tekenen van de overeenkomst als kopende partij in beeld en was niet betrokken bij de onderhandelingen.

4.3. [eiser] c.s. heeft gesteld dat zij met [gedaagde] B.V. wel een overeenkomst van opdracht heeft gesloten. Deze overeenkomst is mondeling aangegaan. Zij wijst daarbij op het feit dat [eiser] bij alle besprekingen tussen mr. [gedaagde] en [betrokkene] aanwezig is geweest en dat ook wel eens telefonisch contact heeft plaatsgevonden tussen hem en mr. [gedaagde]. Ook is op 3 april 2007 een e-mail gezonden door mr. [gedaagde] aan [eiser], met daarbij de concept bieding en heeft mr. [gedaagde] het commentaar van [eiser] op de bieding vervolgens verwerkt in het stuk.

4.4. Vast staat dat partijen geen schriftelijke overeenkomst hebben gesloten. De vraag rijst of een mondelinge overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen en of dat uit het feit dat [eiser] bij alle gesprekken tussen mr. [gedaagde] en [betrokkene] aanwezig was en dat aan hem op 3 april 2007 een e-mail is gezonden door mr. [gedaagde], afgeleid kan worden. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Dat [eiser] betrokken was bij de onderhandelingen, aanvankelijk omdat hij voormalige bedrijfsleider was van Draad Groen B.V. en later ook als potentieel aandeelhouder of participant, is onvoldoende om aan te nemen dat met [gedaagde] B.V. een overeenkomst van opdracht was gesloten waardoor [gedaagde] B.V. ook voor [eiser] c.s. ging optreden. Onweersproken is daarover gesteld dat het tot 5 april 2007 nog onduidelijk was in welke hoedanigheid [eiser] betrokken zou zijn na de overname: als werknemer of als participant/bestuurder. Dat [gedaagde] B.V. aan [eiser] c.s. heeft geadviseerd of voor hem heeft opgetreden blijkt nergens uit. Zo zijn er geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat mr. [gedaagde] haar heeft geadviseerd of waaruit blijkt dat mr. [gedaagde] zich naar derden heeft gepresenteerd als haar advocaat. Het feit dat één e-mail, de e-mail van 3 april 3007, rechtstreeks ook aan [eiser] was gericht is daarvoor onvoldoende. Dat Draad Hoveniers B.V. i.o. partij was bij de uiteindelijk getekende overeenkomst, maakt dit niet anders.

4.5. De rechtbank acht bij haar beoordeling ook van belang dat [gedaagde] B.V. aan [eiser] c.s. voor de verrichte werkzaamheden geen factuur heeft gezonden en dat tussen hen ook niet is gesproken over in rekening te brengen tarieven, zoals [eiser] c.s. op de comparitie heeft verklaard. [gedaagde] B.V. heeft haar factuur pas aan [eiser] c.s. gericht nadat daarover tussen [betrokkene] en [eiser] afspraken waren gemaakt. Dat blijkt uit de bij die factuur gevoegde brief, die door [eiser] c.s. niet is bestreden. Hoewel een overeenkomst van opdracht in beginsel om niet kan worden aangegaan, is dat bij een overeenkomst van opdracht met een advocaat slechts bij hoge uitzondering het geval. Daarbij speelt natuurlijk een rol dat een advocaat aansprakelijk kan worden gehouden voor beroepsfouten en daarvoor een deugdelijke verzekering moet sluiten en andere maatregelen moet treffen, die geld kosten.

4.6. Ook het feit dat [gedaagde] B.V. zich jegens derden steeds heeft gepresenteerd als advocaat van [betrokkene] en niet als advocaat van [eiser] c.s. is in dat kader relevant, zeker omdat [eiser] c.s. dat wist, nu hem stukken met die strekking werden toegestuurd. [eiser] c.s. heeft haar standpunt derhalve onvoldoende onderbouwd, gelet op de betwisting daarvan door [gedaagde] B.V. De vorderingen die gebaseerd zijn op wanprestatie zullen dan ook worden afgewezen.

4.7. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat na de overname van de activa tussen Draad Hoveniers B.V. en [gedaagde] B.V. wel een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen, op grond waarvan [gedaagde] B.V. ook werkzaamheden voor Draad Hoveniers B.V. heeft verricht. In dat kader doet het feit dat de vraag of een overeenkomst van opdracht bestond niet aan de orde is geweest in de klachtprocedures bij de Raad van Discipline en het Hof van Discipline niet af aan het voorgaande, nu [gedaagde] zich daarop in de tuchtprocedures niet heeft beroepen.

4.8. Subsidiair heeft [eiser] c.s. haar vorderingen gegrond op onrechtmatig handelen door [gedaagde] c.s.

4.9. [gedaagde] c.s. bestrijdt dat zij onrechtmatig heeft gehandeld, omdat een advocaat slechts onder zeer bijzondere omstandigheden een zorgplicht jegens derden heeft en van bijzondere omstandigheden in dit geval geen sprake is. Daarnaast wijst [gedaagde] c.s. erop dat een advocaat slechts rekening hoeft te houden met de belangen van een dergelijke derde indien die belangen zo nauw betrokken zijn bij de behoorlijke uitvoering van een opdracht dat die derde schade of ander nadeel zou lijden als de advocaat in de uitvoering van die opdracht tekort schiet. Daarvan is volgens [gedaagde] c.s. ook geen sprake.

4.10. De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat een advocaat bij het uitvoeren van de overeenkomst met zijn cliënt in beginsel slechts rekening behoeft te houden met de belangen van die cliënt en niet met de belangen van de wederpartij of andere derden. De advocaat is immers uit de aard van zijn functie partijdig en dient in beginsel slechts de belangen van zijn cliënt, ook als dat ten koste gaat van belangen van de wederpartij of andere derden. Slechts indien zich bijzondere omstandigheden voordoen ligt dat anders. Die bijzondere omstandigheden kunnen bestaan uit de nauwe verwevenheid van de belangen van de derde bij de uitvoering van de overeenkomst met de cliënt, die maken dat de advocaat deze belangen moet meewegen. Bij de beoordeling van de vraag of daarvan sprake is, zijn de aard van het belang van de derde en de kenbaarheid daarvan, alsmede de voorzienbaarheid en de omvang van de schade van de derde relevant.

4.11. De vraag of in de relatie tussen [gedaagde] B.V. en [betrokkene] of [betrokkene] Groenvoorziening B.V. sprake is van een tekortkoming in de nakoming is in deze procedure niet aan de rechtbank voorgelegd en zij kan daarover dan ook geen oordeel geven. Zelfs indien in die relatie sprake zou zijn van een tekortkoming in de nakoming, maakt dat echter nog niet dat zonder meer onrechtmatig is gehandeld jegens [eiser] c.s. als derde.

4.12. Door [eiser] c.s. zijn geen bijzondere omstandigheden aangedragen waaruit zou moeten volgen dat [gedaagde] c.s. rekening had moeten houden met de belangen van [eiser] c.s. en dat zij dat niet heeft gedaan. Het enkele feit dat [eiser] besprekingen tussen mr. [gedaagde] en zijn cliënt heeft bijgewoond en hij uiteindelijk indirect bestuurder werd van de kopende partij maakt nog niet dat mr. [gedaagde] gehouden was te waken voor de belangen van [eiser] c.s. Het had op de weg van [eiser] c.s. gelegen om zich te verzekeren van rechtsbijstand op het moment dat zij een eigen belang kreeg bij de transactie en er niet voetstoots vanuit te gaan dat [gedaagde] B.V. als vanzelf ook haar belangen zou behartigen. Daarbij komt nog het volgende. [eiser] c.s. kreeg pas in de laatste fase van de onderhandelingen over de overname een eigen belang daarbij, zo volgt uit de concept-overeenkomst van 5 april 2007. De stellingen in de conclusie van antwoord (§ 2.4. en 3.2.) die tot deze conclusie leiden, zijn door [eiser] c.s. niet bestreden. In die concept-overeenkomst wordt uitgegaan van [betrokkene] als kopende partij en niet van [eiser] c.s. Pas na 5 april 2007, onduidelijk is op welk moment, kreeg [eiser] c.s. een eigen belang bij de overname, op een moment dat de overeenkomst reeds in hoofdlijnen was uitonderhandeld en [gedaagde] B.V. - de stellingen van partijen volgend - op de gewraakte punten al had geadviseerd dan wel had moeten adviseren. Dat volgt onder meer uit de e-mails voorafgaande aan de concept-overeenkomst van 5 april 2007 (r.ov. 2.7., 2.8. en 2.9.) en de bespreking van 5 april 2007. Die e-mails en die bespreking zagen (onder meer) op de overname van de certificaten en de lopende werken. Gelet op het voorgaande valt niet in te zien dat sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat [gedaagde] B.V. onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] c.s., althans dat is door [eiser] c.s. onvoldoende onderbouwd.

4.13. De vorderingen op deze grondslag zullen dan ook eveneens worden afgewezen.

4.14. [eiser] c.s. wordt in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten dragen. De kosten aan de zijde van [gedaagde] c.s. worden tot op heden begroot op:

- betaald griffierecht € 4.951,00

- salaris advocaat 4.000,00 (2,0 punten × factor 1,0 × tarief € 2.000,00)

Totaal € 8.951,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van de procedure, tot op heden begroot op € 8.951,00,

5.3. verklaart dit vonnis met betrekking tot de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Bokx-Boom en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2011.