Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ6593

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-05-2011
Datum publicatie
31-05-2011
Zaaknummer
206108
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot schadevergoeding.

Gesteld wordt dat gedaagden toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst.

De rechtbank draagt gedaagde Beheer op te bewijzen:

dat over de opschortende voorwaarde, eruit bestaande dat gedaagde Beheer aanvullende financiering zou verkrijgen van een bedrag van € 40.000,00, overeenstemming is bereikt met eiseres,

dat haar die aanvullende financiering van € 40.000,00 is geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 206108 / HA ZA 10-1912

Vonnis van 18 mei 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] INVESTMENTS & PARTICIPATIONS B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. W.A.J. Hagen te Arnhem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] BEHEER B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

2. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. C.A. Hage te Ede.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] c.s. genoemd worden. Gedaagde sub 1 zal worden aangeduid als [gedaagde] Beheer en gedaagde sub 2 als [[gedaagde]].

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 december 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 14 maart 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] en [gedaagde] Beheer houden ieder 50% van de aandelen in Cent Shops Holding B.V. (CSH). Cent Shops Holding B.V. houdt op haar beurt alle aandelen in Cent Shops The Netherlands B.V. (CSN). CSN exploiteerde een winkel in Wageningen. [[gedaagde]] is bestuurder en aandeelhouder van [gedaagde] Beheer.[voornaam eiseres] [eiseres] is bestuurder een aandeelhouder van [eiseres].

2.2. Partijen zijn hun samenwerking in CSH en CSN gestart in 2006. Ter financiering van hun onderneming bracht [[gedaagde]] dan wel [gedaagde] Beheer een lening aan CSN van € 60.000,00 in. Een derde participant, [ ] [betrokkene], bracht een lening aan CSN van € 28.570,00 in. [eiseres] stond borg voor een lening van de Rabobank van € 63.570,00 en voor de waarborgsom voor de verhuurder van € 31.430,00. Verder bracht [eiseres] de franchiseformule ‘nine-t-nine-cents’ in. Deze formule werd door CSH in franchise gegeven aan franchisees, waarvoor de franchisees een vergoeding betaalden.

2.3. In 2007 heeft [gedaagde] Beheer een aanvullende lening vertrekt aan CSN van € 100.000,00, waarmee ook de lening van [betrokkene] werd afbetaald die zijn participatie beëindigde.

2.4. Tot medio 2009 werd de winkel gedreven conform de franchiseformule ‘nine-t-nine-cents’, waarbij alle producten voor 99 cent werden aangeboden. De winkel heeft van meet af aan slechte resultaten geboekt.[voornaam eiseres] [eiseres] had de feitelijke leiding over de winkel. In 2009 zijn partijen met elkaar in gesprek geraakt over een beëindiging van de samenwerking, omdat de resultaten onverminderd slecht bleven. In dat kader is tussen partijen afgesproken dat [[gedaagde]] per 1 oktober 2009 de feitelijke leiding over de winkel zou overnemen van [eiseres]. [[gedaagde]] heeft per 1 oktober een nieuwe winkel geopend in het pand dat CSN huurde.

2.5. In het kader van de gesprekken tussen partijen over de beëindiging van de samenwerking heeft de accountant van CSN tussentijdse cijfers opgesteld per 30 september 2009. Uit die cijfers volgt dat [eiseres], via haar vennootschap Brimpex, een vordering op CSN had van € 48.000,00 ter zake van een btw verrekening en een vordering van ca. € 8.000,00 ter zake van provisie van franchisees.

2.6. In februari 2010 zijn de onderhandelingen tussen [eiseres] en [gedaagde] c.s. in een stroomversnelling geraakt. De accountant van CSN, de heer H. [betrokkene 2] van ATD Accountants, heeft daarbij bemiddeld. Op 9 februari 2010 heeft [betrokkene 2] aan [eiseres] en [gedaagde] c.s. een e-mail gezonden met daarbij een aangepaste afrekening per 30 september 2009, waarin de schulden op de balans per 30 september 2009 en de accountantskosten zijn opgenomen. Uit deze berekening volgt dat de afrekening uiteindelijk zou resulteren in een betaling van [eiseres] aan [gedaagde] Beheer van een bedrag van € 40.000,00.

2.7. Op 16 februari 2010 heeft [betrokkene 2] om 15:25 uur een e-mail gezonden aan [eiseres] met de volgende inhoud:

Heb net [voornaam gedaagde] [gedaagde]] gesproken en hem uitgelegd hetgeen jij in de laatste email had gezet met daarbij de nieuwe berekening wat uitkomt op € 37.483,--

[voornaam gedaagde] gaat akkoord, uiteraard ervan uitgaande dat de Rabobank hem gaat financieren (voor de snelheid is dat het beste ) dat jij € 37.483,-- gaat aflossen op het bestaande krediet dus niet

Het afgeronde bedrag van € 36.500

Als het aan [voornaam gedaagde] ligt wil hij nog liever gisteren dan vandaag naar de notaris

Ik hoor van je

2.8. Op 16 februari 2010 heeft [betrokkene 2] om 16:11 uur een e-mail gestuurd aan de heer J. [betrokkene 3] en mevrouw P. [betrokkene 4] van de Rabobank, [gedaagde] c.s. en [eiseres] met de volgende inhoud:

Beste [ ] [[betrokkene 3], de rechtbank] en [ ] [[betrokkene 4], de rechtbank],

Het uit elkaar gaan van[voornaam eiseres] [[eiseres], de rechtbank] en [voornaam gedaagde] [gedaagde]] komt nu echt tot een einde, het ligt in de bedoeling dat woensdag de knoop wordt doorgehakt

Het heeft langer geduurd dat we allemaal hadden gedacht.

Zoals eerder aan jullie medegedeeld gaat de Cent Shops The Netherlands naar [voornaam gedaagde] en[voornaam eiseres] neemt de Cent Shops Holding over

De laatste stand van zaken is dat[voornaam eiseres] € 37.483,-- gaat aflossen op het bestaande krediet, zodat het krediet blijft staan op € 25.500 (afgerond)

[voornaam gedaagde] zou graag de bestaande krediet van de Cent Shops The Netherlands verlagen tot 40.000, zodat hij een speling heeft tussen 25.500 en 40.000 en overname van de bankgarantie waarvoor[voornaam eiseres] nu borg staat

Wij hebben reeds de jaarcijfers 2007-2008-2009 gemaild naar jullie en een opgave van de woz-waarde van de woning van [voornaam gedaagde]

[betrokkene 4] heeft nog gevraagd om de stand van debiteuren en voorraad per 1 oktober 2009 Er zijn geen debiteuren op 1 oktober en misschien is het beter dat we de actuele stand doorgeven wat voorraad betreft

Is het wenselijk ivm aanvraag krediet dat wij een prognose aanleveren voor 2010 voor [voornaam gedaagde]

Ik hoor van jullie

2.9. Op 18 februari 2010 heeft [betrokkene 2] aan [eiseres] een e-mail gestuurd:

Heb net [voornaam gedaagde] gesproken, is akkoord € 37.000

Wil jij [betrokkene 3] inlichten dat de kogel door de kerk is, ik heb het idee dat [betrokkene 3] niet eerder iets doet voordat hij weet wat er gaat gebeuren

Ik zal [betrokkene 3] ook een email sturen, maar jullie moeten de opdracht geven van ontbinding etc en hoe verder

Mooi dat er nu een eind aan gekomen is en dat jullie allebei verder kunnen

2.10. In e-mails van 22 februari 2010, gewisseld tussen [betrokkene 2] en [eiseres], staat dat de Rabobank nog stukken moet krijgen, dat [[gedaagde]] bij [betrokkene 2] op kantoor langs zou komen om de laatste benodigde stukken in te leveren en dat [betrokkene 2] ervoor zou zorgen dat de stukken dan naar de Rabobank gaan.

2.11. Op 23 maart 2010 heeft [betrokkene 4] (van de Rabobank) een e-mail gestuurd aan [betrokkene 2]:

Even een update ivm de splitsing van de Cent Shops

Voor het deel van [voornaam eiseres] [eiseres] zijn we klaar en kunnen we offerte maken, echter met deel van [[gedaagde]] zijn we nog bezig.

Op de woning van [voornaam gedaagde] zitten namelijk al 3 hypotheekinschrijvingen tgv de ING voor 60k+50k+170k=280k Graag ontvangen we een afschrift van de meest actuele WOZ-waarde van zijn woning, naar je eerder aangaf heeft deze een waarde van EUR 351.000,-

Op basis van die gegevens zullen we de financieringen splitsen, maar zal er geen uitbreiding plaatsvinden voor albert. Mocht er uit een recente taxatie blijken dat de executiewaarde rond 380.000,- ligt pas dan zullen we uitbreiding overwegen. Zoals het er nu uitziet houdt [voornaam gedaagde] de bankgarantie van EUR 31.430,- en krijgt hij een krediet van EUR 32.750,-

Alvast bedankt voor de medewerking en we zien de WOZ verklaring of taxatie graag tegemoet.

2.12. In een brief van 30 maart 2010 van de Rabobank aan CSH, ter attentie van [eiseres], doet de Rabobank een financieringsvoorstel aan CSH voor een bedrag van € 50.000,00. In die brief staat verder:

Deze offerte is onlosmakelijk verbonden met de offerte van Cent Shops The Netherlands B.V. met offertenummer 3070.2010.00655. Dit betekent dat de financieringen alleen zullen worden verstrekt indien beide offertes worden geaccepteerd.

2.13. [eiseres] heeft de offerte geaccepteerd. De offerte van CSN is niet in het geding gebracht. [[gedaagde]] heeft in latere correspondentie geschreven dat de offerte door hem ook is aanvaard, maar stelt daarbij een voorbehoud te hebben gemaakt.

2.14. In een e-mail van 13 april 2010 van [betrokkene 2] aan [eiseres] staat:

[voornaam gedaagde] heeft ons medegedeeld dat hij afziet van de financiering bij de rabobank en dus niet naar de notaris wil

Ik zal namens [voornaam gedaagde] de Rabobank hiervan op de hoogte brengen.

2.15. Op 21 april 2010 heeft [eiseres] aan [gedaagde] Beheer een brief gezonden:

Vandaag heb je me laten weten ATD Accountants opdracht te willen geven om het faillissement aan te vragen van de WML/Cent Shop the Netherlands BV waarin ik, middels de Cent Shop Holding, 50% aandelen bezit. Dit verbaast me enigszins, daar je vanaf 1 oktober 2009 tot voor 1 week terug, de intentie had de aandelen volledig over te nemen, getuige diverse mails en de getekende leningovereenkomsten van de Rabobank van begin april 2010.

Alvorens ik mijn medewerking verleen aan het faillissement, wens ik inzicht te krijgen in de gehele bijgewerkte administratie vanaf 1 oktober tot en met heden, zodat ik een oordeel kan vormen over de levensvatbaarheid van de vennootschap. Ik verzoek je dan ook vriendelijk, doch zeer dringend, deze gegevens aan te leveren die nodig zijn om de juistheid van de kosten en de volledigheid van de opbrengsten, alsmede de balansrechten en verplichtingen te analyseren.

(…)

2.16. Op 1 juni 2010 heeft de raadsman van [eiseres] [gedaagde] Beheer gesommeerd de overeenkomst van februari 2010 na te komen. In een reactie van 8 juni 2010 schrijft [gedaagde] Beheer dat hij de overeenkomst niet zal nakomen, omdat volgens hem geen (definitieve) overeenkomst tot stand is gekomen. Vervolgens zijn partijen opnieuw in onderhandeling getreden teneinde de samenwerking in der minne te beëindigen. Dat is niet gelukt. Op 7 september 2010 is het faillissement van CSN uitgesproken, op verzoek van aan [gedaagde] Beheer gelieerde vennootschappen.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert samengevat – na wijziging van eis, bij vonnis:

primair

(i) [gedaagde] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 57.500,-- ten titel van schadevergoeding, te vermeerderen met de daarover verschuldigde wettelijke rente vanaf 30 juni 2010 althans vanaf de datum van dagvaarding,

subsidiair

(ii) [gedaagde] c.s. hoofdelijk te veroordelen om mee te werken aan de levering van 9000 aandelen elk nominaal groot € 1,-- in het kapitaal van Cent Shops Holding BV, al dan niet door ondertekening van de benodigde volmacht(en) en al dan niet op basis van de overgelegde akte, en voorts alles te doen dat levering van die aandelen mogelijk maakt, een en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- per dag voor iedere dag dat gedaagde na betekening van het onderhavige vonnis, nalaat om aan deze veroordeling te voldoen,

(iii) [gedaagde] c.s. hoofdelijk te veroordelen om mee te werken aan de levering van 18000 aandelen elk nominaal groot € 1,-- in het kapitaal van Cent Shops The Netherlands BV, al dan niet door ondertekening van de benodigde volmacht(en) en al dan niet op basis van de overgelegde akte, en voorts alles te doen dat levering van die aandelen mogelijk maakt, een en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- per dag voor iedere dag dat gedaagde na betekening van het onderhavige vonnis, nalaat om aan deze veroordeling te voldoen,

(iv) te bepalen dat bij gebreke van voldoening aan deze uitspraak door gedaagde deze uitspraak in deze procedure ex art. 3:300 BW in de plaats zal treden van de benodigde medewerking van [gedaagde] c.s. aan de in (ii) en (iii) omschreven leveringen,

(v) [gedaagde] c.s. hoofdelijk te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen € 57.500,00 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 30 juni 2010, althans vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening,

(vi) hoofdelijke veroordeling van [gedaagde] c.s. om de helft van de gemaakte notariële kosten te vergoeden op dit moment ten bedrage van € 624,00 te vermeerderen met de te maken notariële kosten in verband met de veroordelingen onder (ii) en (iii),

primair en subsidiair

(vii) hoofdelijke veroordeling van [gedaagde] c.s. om de door [eiseres] geleden schade te vergoeden, bestaande uit de extra afsluitprovisie van € 475,00 tot aan de dag der voldoening van de veroordeling onder (v),

(viii) hoofdelijke veroordeling van [gedaagde] c.s. om de buitengerechtelijke kosten te vergoeden, begroot op twee punten van het liquidatietarief,

(ix) [gedaagde] c.s. hoofdelijk in de proceskosten te veroordelen.

3.2. [eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] c.s. toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, zoals deze is vastgelegd in de e-mails van februari 2010. Primiar vordert zij vergoeding van de schade die zij door deze tekortkoming heeft geleden, te weten het verschil tussen het bedrag dat [eiseres] heeft betaald aan de bank en de verhuurder (€ 95.000,00) en hetgeen hij op grond van de overeenkomst tussen partijen had moeten betalen (€ 37.500,00). Dat is een bedrag van € 57.500,00. Subsidiair vordert [eiseres] nakoming van de overeenkomst.

3.3. [gedaagde] c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiseres] stelt primair dat een overeenkomst is aangegaan met [gedaagde] privé en niet met [gedaagde] Beheer. [[gedaagde]] heeft dat betwist en gewezen op het feit dat [gedaagde] Beheer de aandelen in CSH houdt en dat hij de door [eiseres] gestelde overeenkomst dus ook niet in privé kan zijn aangegaan. Vast staat dat [gedaagde] Beheer die aandelen houdt en niet [gedaa[voornaam gedaagde]b[gedaagde] privé. Nu de door [eiseres] gestelde overeenkomst ziet op de overdracht van aandelen en de afrekening tussen partijen daarop is gebaseerd en verder nergens uit blijkt dat [[gedaagde]] zich in privé naast [gedaagde] Beheer heeft verbonden voor de nakoming van de overeenkomst, zal de rechtbank de vorderingen jegens [[gedaagde]] afwijzen.

4.2. [gedaagde] Beheer bestrijdt dat een overeenkomst tot stand is gekomen. [gedaagde] Beheer voert aan dat geen overeenstemming bestond over de financiële grondslagen van de berekening van de verdeling door de accountant. [gedaagde] Beheer voert aan dat zij de vorderingen van [eiseres] en haar vennootschap Brimpex op CSN steeds heeft betwist, maar dat de accountant in zijn berekeningen van de verdeling toch die vorderingen heeft betrokken.

4.3. [eiseres] betwist dit standpunt van [gedaagde] Beheer. Een van de vorderingen, die met betrekking tot de btw, was al opgenomen in de jaarstukken 2008 en deze jaarstukken zijn door beide partijen goedgekeurd. Dat is door [gedaagde] Beheer niet betwist. De discussie over de andere vordering, die van Brimpex, is volgens [eiseres] door partijen gevoerd voordat overeenstemming werd bereikt. De grondslag voor de afrekening zoals die is overeengekomen is neergelegd in het overzicht dat op 9 februari 2010 door [betrokkene 2] aan partijen is gemaild. Het oorspronkelijke bedrag van € 40.000,00 dat door [eiseres] aan [gedaagde] Beheer zou moeten worden betaald (zie rov. 2.6.) is bij de uiteindelijke overeenkomst aangepast in € 37.483,00. Over die afrekening heeft [gedaagde] Beheer volgens [eiseres] nimmer opmerkingen gemaakt.

4.4. Gelet op de inhoud van de e-mails van februari 2010, waarin niets is opgenomen over de vorderingen of de betwisting daarvan door [gedaagde] Beheer, gaat de rechtbank voorbij aan dit standpunt van [gedaagde] Beheer. Hij heeft dit niet onderbouwd en er is geen steun voor te vinden in de stukken. [gedaagde] Beheer heeft de betwisting van de vorderingen van [eiseres] en Brimpex voorts onvoldoende onderbouwd, door deze niet met bijvoorbeeld stukken of verklaringen te ondersteunen. De brief van de belastingdienst die in dat kader is overgelegd dateert van januari 2009 en betreft (kennelijk) de btw-kwestie, die met de goedkeuring van de jaarstukken van 2008 tussen partijen reeds is vastgesteld. Die jaarstukken hebben na goedkeuring als bindend te gelden tussen partijen, tenzij deze goedkeuring gebaseerd zou zijn op een verkeerde voorstelling van zaken. Dat is echter niet gesteld door [gedaagde] Beheer en evenmin gebleken. De rechtbank zal dit verweer dan ook passeren.

4.5. In de tweede plaats voert [gedaagde] Beheer aan dat de overeenkomst een voorwaardelijk karakter had. [gedaagde] Beheer voert aan dat zij aan de instemming met de overeenkomst de opschortende voorwaarde heeft verbonden dat zij aanvullende financiering zou verkrijgen voor de voortzetting van de winkel. [gedaagde] Beheer heeft daarover op de comparitie verklaard:

De e-mails van februari 2010 moeten zo gelezen worden dat de financiering niet alleen bestond uit de financiering om het krediet over te nemen, maar ook uit een aanvullende financiering van € 40.000,-- om het bedrijf voort te zetten. Dat was een opschortende voorwaarde en die is niet vervuld. Ik heb de aanvullende financiering bij de Rabobank gevraagd en niet gekregen. Ook van de ING kreeg ik de aanvullende financiering niet. Ik heb dit met de accountant besproken.

4.6. [eiseres] bestrijdt dat met [gedaagde] Beheer een opschortende voorwaarde is overeengekomen. Deze voorwaarde is door [gedaagde] Beheer volgens [eiseres] nooit gesteld tegenover [eiseres] en hiervan blijkt ook niet uit de gevoerde e-mailcorrespondentie die aan [eiseres] is gezonden. Zij heeft dan ook niet ingestemd met deze voorwaarde en deze is niet overeengekomen tussen partijen, aldus [eiseres].

4.7. Dat [gedaagde] Beheer aanvullende financiering wilde verkrijgen vindt naar het oordeel van de rechtbank steun in de e-mail van de Rabobank aan [betrokkene 2] van 23 maart 2010 (r.ov. 2.11.). Deze e-mail is niet aan [eiseres] gericht. Dat [gedaagde] Beheer iets over deze voorwaarde tegen [eiseres] of de accountant heeft gezegd blijkt echter nergens uit. Van overeenstemming over de voorwaarde is dan ook niet gebleken. Een complicerende factor vormt het feit dat de onderhandelingen over de overeenkomst niet rechtstreeks tussen partijen hebben plaatsgevonden, maar via de accountant. [gedaagde] Beheer heeft voldoende onderbouwd dat de accountant wel op de hoogte was van het feit dat zij aanvullende financiering wenste, gelet op de e-mail van 23 maart 2010. Daarmee is echter niet gezegd dat [gedaagde] Beheer dat ook als voorwaarde voor overeenstemming heeft gesteld en dat [eiseres], al dan niet via de accountant, daarmee heeft ingestemd. [gedaagde] Beheer zal daarom bewijs worden opgedragen van het door hem gestelde feit dat over die voorwaarde ook overeenstemming is bereikt met [eiseres].

4.8. Indien [gedaagde] Beheer slaagt in dat bewijs, dan dient vervolgens vastgesteld te worden of zij terecht een beroep heeft gedaan op de voorwaarde met haar brief van 8 juni 2010 (r.ov. 2.16.). [gedaagde] Beheer heeft niet onderbouwd dat zij de aanvullende financiering van € 40.000,00 niet heeft verkregen en [eiseres] heeft betwist dat dat het geval was. [gedaagde] Beheer zal daarom eveneens bewijs worden opgedragen van het feit dat haar de aanvullende financiering van € 40.000,00 is geweigerd. Slaagt zij eveneens in dat bewijs, dan is geen definitieve overeenkomst tot stand gekomen en zullen de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen.

4.9. Indien [gedaagde] Beheer evenwel niet slaagt in het bewijs dat de opschortende voorwaarde is afgesproken, is een onvoorwaardelijke overeenkomst tot stand gekomen. Nu [gedaagde] Beheer geen andere verweren heeft aangevoerd, zullen in dat geval de primaire vorderingen aan [eiseres] worden toegewezen, zij het slechts tegen [gedaagde] Beheer.

4.10. Indien [gedaagde] Beheer bewijs wil leveren door het horen van getuigen, geldt het volgende. Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.

4.11. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank op een zitting bepaald voor de getuigenverhoren een mondeling tussenvonnis kan wijzen waarbij een verschijning van partijen op diezelfde zitting wordt bevolen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Zij moeten daarom in persoon op de getuigenverhoren verschijnen. Een rechtspersoon moet ter zitting vertegenwoordigd zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot vertegenwoordiging.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. draagt [gedaagde] Beheer op te bewijzen:

(i) dat over de opschortende voorwaarde, eruit bestaande dat [gedaagde] Beheer aanvullende financiering zou verkrijgen van een bedrag van € 40.000,00, overeenstemming is bereikt met [eiseres],

(ii) dat haar die aanvullende financiering van € 40.000,00 is geweigerd,

5.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 25 mei 2011 voor uitlating door [gedaagde] Beheer of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.3. bepaalt dat [gedaagde] Beheer, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.4. bepaalt dat [gedaagde], indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden juni tot en met augustus 2011 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.5. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van een nog aan te wijzen rechter van deze rechtbank in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4,

5.6. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Bokx-Boom en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2011.