Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3891

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-04-2011
Datum publicatie
10-05-2011
Zaaknummer
213256
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Het gaat in deze zaak om het volgende. De gemeente heeft het leerlingenvervoer in haar gemeente voor de periode 2011-2014 (onderverdeeld in drie percelen) aanbesteed. Als gunningscriterium geldt de economisch meest voordelige inschrijving. Bij de beoordeling gelden de volgende gunningscriteria: G1: (Gewogen) Prijs per perceel, G2: Communicatie, G3: Borging kwaliteitseisen PvE, G4: Implementatieplan en G5: Routeplan. Voor de beoordeling van de criteria G2 tot en met G5 is een beoordelingsteam geformeerd, dat bestond uit drie werknemers van de gemeente met expertise op het gebied van (leerlingen)vervoer en/of inkoop. De eindscore werd vastgesteld na beoordeling van de schriftelijke informatie en de toelichting daarop in een door de inschrijver gehouden presentatie.

Willemsen-de Koning heeft zich op het standpunt gesteld dat de beoordeling(systematiek) niet transparant is en in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2012/3
Module Aanbesteding 2011/155
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 213256 / KG ZA 11-130

Vonnis in kort geding van 20 april 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WILLEMSEN - DE KONING B.V.,

gevestigd te Velp, gemeente Rheden,

eiseres,

advocaat mr. T.G. Zweers-te Raaij te Zwolle,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE EDE,

zetelend te Ede,

gedaagde,

advocaten mrs. T. van Wijk en J.H.J. Bax te Nijmegen,

in welke procedure heeft verzocht te worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van gedaagde:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NOOT HOLDING B.V.,

gevestigd te Ede,

eiseres in het incident,

advocaat mr. A.M. Serra te Nijmegen.

Partijen zullen hierna Willemsen-de Koning, de gemeente en Noot genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de wijziging van eis van Willemsen-de Koning

- de incidentele conclusie houdende vordering tot voeging van Noot

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Willemsen-de Koning

- de pleitnota van de gemeente

- de pleitnota van Noot.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De overgelegde stukken

2.1. Willemsen-de Koning heeft bij faxbericht van 5 april 2011 (12:36 uur) producties 7 tot en met 9 en bij faxbericht van 5 april 2011 (15:20 uur) productie 10 overgelegd. Bij faxbericht van 5 april 2011 (18:58 uur) heeft de gemeente bezwaar gemaakt tegen het overleggen van deze producties, nu deze niet, zoals in artikel 6.2 van het Procesreglement kort gedingen rechtbanken sector civiel/familie is bepaald, binnen 24 uur (één werkdag) voor de zitting zijn ingediend. Ter zitting heeft de gemeente hieraan nog toegevoegd dat, als er een nieuw verweer wordt gevoerd op basis van deze stukken, zij zich hier niet op heeft kunnen voorbereiden. Dienaangaande wordt als volgt overwogen.

2.2. De advocaat van Willemsen-de Koning heeft desgevraagd verklaard dat zij niet eerder beschikte over de als productie 7 tot en met 10 overgelegde stukken. Vastgesteld moet worden dat de stukken, die beperkt van omvang zijn, reeds bekend waren bij de gemeente. Daar komt bij dat een partij er in een kort gedingprocedure op voorbereid dient te zijn, dat ter zitting nieuwe argumenten worden gebruikt gebaseerd op overgelegde of bekende stukken. De stelling van de gemeente dat de stukken te laat zijn overgelegd en buiten beschouwing dienen te worden gelaten, wordt dan ook verworpen.

3. De feiten

3.1. De gemeente heeft op 10 november 2010 op www.aanbestedingskalender.nl de openbare Europese aanbesteding aangekondigd voor leerlingenvervoer in de gemeente Ede gedurende de periode 2011-2014. Op 11 december 2010 is de aankondiging gerectificeerd.

De opdracht is verdeeld in drie percelen. Elk perceel heeft betrekking op het vervoer van leerlingen binnen één of meerdere gemeenten. Er kon voor een of meerdere percelen worden ingeschreven. Het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao) en de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen (Wira) zijn van toepassing op deze aanbestedingsprocedure.

3.2. In het bestek van deze aanbesteding, gedateerd 9 november 2010, kenmerk 0677-B-E, is – voor zover thans van belang – het volgende opgenomen:

1 Inleiding

(…)

1.5 Indiening en opening inschrijvingen

(…)

De inschrijving dient in 4-voud te worden aangeleverd, waarvan één exemplaar als origineel dient te worden gewaarmerkt. Daarnaast dient één digitaal exemplaar op cd-rom of USB-stick te worden bijgevoegd. De digitale versie (waarop de handtekeningen mogen ontbreken) bevat dezelfde informatie als de papieren versie, plus het routeplan.

4 Gunningscriteria

De opdracht wordt per perceel gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving. Daarbij kunnen inschrijvers een aanbieding doen per perceel.

Bij de beoordeling gelden de volgende gunningscriteria:

• G1: (Gewogen) Prijs per perceel;

• G2: Communicatie

• G3: Borging kwaliteitseisen PvE;

• G4: Implementatieplan.

• G5: Routeplan.

De verhouding tussen de criteria G1, G2, G3, G4 en G5 is respectievelijk 550 : 100 : 150 : 100 : 100.

(…)

4.2. G2: Communicatie

De gemeente Ede hecht veel waarde aan een goede communicatie met alle betrokkenen. In het communicatieplan gaat u in op alle aspecten van communicatie binnen het leerlingenvervoer. Opdrachtgever hecht veel belang aan een goede communicatie tussen alle betrokken partijen. Hierbij kunt u denken aan communicatie met: ouders/verzorgers, scholen, opdrachtgever, begeleiders, cliëntenraad, digitale communicatie, et cetera.

De inschrijver is vrij in de opzet van dit communicatieplan. Het plan wat volgens het beoordelingsteam de beste communicatie garandeert, scoort het maximum aantal punten op dit gunningscriterium (te weten 100).

4.3. G3: Borging van de kwaliteitseisen PvE en klachtenprocedure

In bijlage document A is uitvoerig in het programma van Eisen (PvE) beschreven welke minimumeisen worden gesteld aan het leerlingenvervoer van de opdrachtgever. Met dit Programma van Eisen verwacht de opdrachtgever kwalitatief goed vervoer voor haar leerlingen. Opdrachtgever vereist hiertoe een verklaring instemming Programma van Eisen.

Inschrijver dient in zijn inschrijving een plan van aanpak bij te voegen op welke wijze hij de nakoming van deze kwaliteitseisen borgt. Dit plan van aanpak wordt ter beoordeling voorgelegd aan het beoordelingsteam.

In het plan van aanpak maakt u onderscheid in de processen die plaatsvinden bij onder andere de implementatie, uitvoering, coördinatie en administratie van het leerlingenvervoer. Binnen deze processen dient u de risico’s en kwetsbare elementen te benoemen alsmede de maatregelen die u zowel preventief als reactief inzet om ervoor zorg te dragen dat de processen zonder problemen verlopen. Tenslotte beschrijft u hoe u gaat handelen in situaties waarin onverhoopt zich toch problemen voordoen.

De inschrijver is vrij in de opzet van dit plan van aanpak. Het plan van aanpak dat volgens het beoordelingsteam de beste borging biedt van de kwaliteitseisen scoort het maximum aantal punten op dit gunningscriterium (te weten 150). Aspecten (subcriteria) die het beoordelingsteam in haar oordeel meeneemt, zijn:

• De mate waarin inschrijver de risico’s weet te benoemen en de wijze waarop hij deze risico’s borgt tijdens de uitvoering van het onderhavige contract.

• De mate waarin en de wijze waarop inschrijver maatregelen treft indien zich problemen en/of calamiteiten voordoen tijdens de uitvoering van het onderhavige contract.

• De mate waarin en de wijze waarop inschrijver interne controle en toezicht op de uitvoering organiseert tijdens de uitvoering van het onderhavige contract.

• De wijze waarop u invulling geeft aan de klachtenprocedure.

4.4 G4: Implementatieplan

1. De vervoerder voegt een implementatieplan bij de inschrijving worden waarin de inschrijver aangeeft hoe deze het leerlingenvervoer wenst te implementeren;

2. In het implementatieplan zijn de maatregelen en acties beschreven die nodig zijn voordat het vervoer van start kan gaan. Een onderdeel van het plan is een gedetailleerde tijdsplanning die de acties beschrijft die de inschrijver zal ondernemen om een goede implementatie vorm te geven;

3. Het implementatieplan besteedt aandacht aan de inrichting van de centrale, het werven van nieuw personeel, opleiding en instructie van het personeel en de eventuele aanschaf of aanpassing van voertuigen;

4. Tijdens de uitvoering van de implementatie dient de opdrachtgever periodiek in kennis gesteld te worden van de uitvoering van het implementatieplan.

Met het bij de inschrijving gevoegde implementatieplan kunnen extra punten voor het subgunningscriterium ‘kwaliteit’ worden verdiend. Het plan wordt door een beoordelingscommissie beoordeeld op basis van de hierboven vastgestelde criteria.

Het “implementatieplan” van de inschrijver zal worden beoordeeld door een ervaren en deskundig beoordelingsteam. Ieder lid van het beoordelingsteam zal de volgende subcriteria beoordelen volgens de systematiek zoals omschreven in paragraaf 4.6. Het ontbreken van een “implementatieplan” leidt onherroepelijk tot een onvoldoende en een score van 0 punten.

Onderstaande aspecten worden beoordeeld:

• Realiseerbaarheid: hoe realiseerbaar is de inschrijving, worden, in de ogen van de beoordelingscommissie, realistische doelen gesteld;

• Tijdsplanning: is de tijdsplanning die door de inschrijver wordt aangehouden in de ogen van de beoordelingscommissie realistisch?

• Inrichting van centrale: hoe wil de inschrijver de centrale vormgeven, wordt gebruik gemaakt van reeds aanwezige infrastructuur of moet nieuwe worden aangelegd?

• Werven van nieuw personeel: hoe denkt de inschrijver nieuw personeel te werven en hoe wil deze kwaliteit van het personeel waarborgen?

• Opleiding en instructie van personeel: moet extra opleiding aan het personeel worden gegeven of is iedereen conform het Programma van Eisen begeleidt? Hoe wil de inschrijver de instructie van het personeel, bijvoorbeeld chauffeurs over te rijden routes, vormgeven?

• Aanschaf of aanpassen van materieel: moet de vervoerder nieuw materieel aanschaffen of huidig materieel aanpassen om aan het Programma van Eisen te voldoen?

De individuele gemiddelde eindcijfers van de leden van het beoordelingsteam worden samengenomen en vertaald naar een gemiddeld eindcijfer van het gehele beoordelingsteam. De gemiddelde eindcijfers worden vertaald naar de maximale score op het gunningcriterium G4, te weten 100 punten. Het hoogste gemiddelde eindcijfer krijgt de maximale score, de anderen worden daarvan afgeleid.

4.5 G5: Routeplan

De inschrijver is vrij in de opzet van het routeplan. Het routeplan van aanpak dat volgens het beoordelingsteam de beste borging biedt van de kwaliteitseisen, zoals genoemd in het Programma van Eisen en de specificaties zoals gegeven in de leerlingenlijst scoort het maximum aantal punten op dit gunningcriterium (te weten 100).

4.6 Wijze van beoordelen

Voor de beoordeling van de criteria G2 tot en met G5 wordt een beoordelingsteam geformeerd. Dit team bestaat uit drie werknemers van opdrachtgever, met expertise op het gebied van (leerlingen)vervoer en/of inkoop. Naast de beoordeling van de schriftelijke offerte zal een presentatie/toelichting door de inschrijver plaatsvinden. De presentatie dient verzorgd te worden door de projectleider die verantwoordelijk is voor de implementatie en uitvoering van het leerlingenvervoer van de gemeente Ede. Tijdens de presentatie wordt van de inschrijver verwacht dat een toelichting wordt gegeven op de gunningcriteria G2 tot en met G5. Alle elementen dienen hierbij aan de orde te komen. De eindscore wordt vastgesteld na beoordeling van de schriftelijke informatie en de toelichting daarop in de presentatie.

(…)

In deze paragraaf is een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de gunning plaatsvindt. De opdrachtgever behoudt zich het recht voor om ten aanzien van de opgave van de inschrijvers nadere vragen te stellen of een onderbouwing te vragen.

De beoordelaars beoordelen onafhankelijk van elkaar de offertes, volgens onderstaande systematiek, waarbij elk lid van het beoordelingsteam één stem heeft.

Per criterium beoordeelt de beoordelaar aan de hand van de volgende categorieën:

Categorie Oordeel Score

1 Uitstekend 10

2 Goed 7

3 Voldoende 3

4 Onvoldoende 1 0

1 Van toepassing indien beschrijving geheel of gedeeltelijk ontbreekt of onvoldoende beschreven.

De individuele beoordelingen worden tijdens het beoordelingsoverleg samengenomen en leiden tot een gewogen gemiddelde score per subcriterium per inschrijving. Hierbij zijn de volgende zaken van toepassing:

a) de score van de leden van het beoordelingsteam dienen te allen tijde in twee aangesloten categorieën vallen (beoordelingen in categorie 1 en 3 niet mogelijk).

b) de puntentoekenning wordt vervolgens: (aantal stemmen * score categorie @) = (aantal stemmen * score categorie @) = tussenscore per criterium.

Indien in beginsel niet wordt voldaan aan genoemd punt a, zal discussie binnen het beoordelingsteam alsnog moeten leiden tot beoordelingen in twee aaneengesloten categorieën. Hierbij kan ook de presentatie een rol spelen.

De inschrijver met de hoogste tussenscore op een criterium krijgt voor het betreffende subcriterium het maximum aantal te behalen punten. De overige inschrijvers worden hieraan gerelateerd aan de hand van de volgende formule:

tussenscore inschrijver

* maximaal te behalen punten

hoogste tussenscore

4.7 Maximum scores gunningscriteria

Gunningcriterium Maximum score

G1: (gewogen) prijs 550

G2: Communicatie 100

G3: Borging van de kwaliteitseisen PvE

(maximaal 37,5 punten per subcriterium) 150

G4: Implementatieplan 100

G5: Routeplan 100

G1 + G2 + G3 + G4 + G5 1.000

Tabel 4.2: puntenoverzicht subgunningsscriteria

3.3. Tevens is een programma van eisen opgesteld, gedateerd 9 november 2010, met als kenmerk 0677-PvE-E.

3.4. Op 9 december 2010 is een nota van inlichtingen verschenen. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:

Nr. Hoofdstuk/

paragraaf/

bijlage Vraag Antwoord

21 4.2 Hoe, op basis van welke beoordelingsregels, beoordeelt u welk communicatieplan ‘de beste communicatie garandeert’? In dit artikel staat beschreven welke onderdelen door het beoordelingsteam worden beoordeeld. De inschrijver met het plan dat volgens de beoordelaars het beste ingaat op de onderwerpen en de beste totaalscore heeft behaald, krijgt het maximale aantal punten. De overige beoordelingen worden hieraan gerelateerd.

25 4.5 Worden er in het kader van de beoordeling geen eisen gesteld aan het routeplan op basis waarvan een eenduidige beoordeling gegarandeerd is? Zoals in deze paragraaf staat beschreven dient de planning te voldoen aan de gestelde eisen in het bestek. Hierop zal door het beoordelingsteam worden beoordeeld.

3.5. Op de aanbesteding hebben vijf partijen inschreven, waaronder Willemsen-de Koning en Noot, die vervolgens een (mondelinge) presentatie hebben gegeven.

3.6. Bij brief van 1 maart 2011 heeft de gemeente Willemsen-de Koning, voor zover thans van belang, het volgende medegedeeld:

(…)

In onderstaande tabel kunt u cijfermatig zien hoe uw inschrijving in vergelijking tot de overige inschrijvingen is gewaardeerd.

Perceel 1

Criterium Uw inschrijving Winnaar

G1 550,00 491,13

G2 70,00 100,00

G3 103,66 150,00

G4 65,43 100,00

G5 30,00 100,00

Totaal 819,09 941,13

Positie 2 1

Perceel 2

Criterium Uw inschrijving Winnaar

G1 550,00 383,77

G2 70,00 100,00

G3 103,66 150,00

G4 65,43 100,00

G5 30,00 100,00

Totaal 819,09 833,77

Positie 2 1

Perceel 3

Criterium Uw inschrijving Winnaar

G1 550,00 481,25

G2 70,00 100,00

G3 103,66 150,00

G4 65,43 100,00

G5 30,00 100,00

Totaal 819,09 931,25

Positie 2 1

Hierbij deel ik u mede dat de opdracht die het onderwerp is van bovengenoemde aanbesteding niet aan uw organisatie wordt gegund. Uit de ontvangen aanbiedingen hebben wij derhalve geconcludeerd dat inschrijver Noot Holding B.V. de economisch meest voordelige aanbieding heeft gedaan voor de percelen 1, 2 en 3. Uw organisatie eindigt op de tweede plaats op alle percelen.

Zoals u uit de tabellen kunt afleiden heeft u voor G1 (Prijs) de maximale score behaald. Dit heeft te maken met het feit dat u de laagste prijs heeft geoffreerd.

Met betrekking tot het onderdeel G2 (Communicatieplan) heeft het beoordelingsteam geconcludeerd dat in uw offerte dit onderdeel wat minder uitgebreid omschreven is dan in de offerte van de inschrijver met de hoogste score op dit onderdeel. Enkele punten worden niet uitgebreid genoeg beschreven. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk of ouders bij het invullen van online formulieren een eigen inlog krijgen. Uw inschrijving gaat in op een berichtenservice (via sms), maar er wordt niet vermeld of hier eventueel kosten aan verbonden zijn. Deze twee punten werden wel duidelijk in uw presentatie. Daarnaast is er sprake van een informatiebrief / -pakket voor ouders. Dit was echter niet bijgevoegd. Ook is het protocol over contact tussen de ouders, chauffeurs en centrale onduidelijk. De inschrijver met de hoogste score heeft de genoemde aspecten ook in de inschrijving opgenomen en is hierbij meer concreet geweest in de beantwoording. Uw communicatieplan wordt als goed beoordeeld. Het is een volledig plan waarin u alle gevraagde gegevens hebt beschreven, alleen wat minder uitgebreid dan de winnaar op dit onderdeel.

Op alle onderdelen binnen het criterium G3 (Borging kwaliteitseisen PvE) scoort u lager dan de winnaar.

• Bij het benoemen van risico’s wordt door het beoordelingsteam geconstateerd dat uw inschrijving veel risico’s goed en helder benoemt. Hierbij worden enkele zaken wel door u benoemd, maar helaas niet verder uitgewerkt. Bijvoorbeeld het inspectiepatroon en maatregelen bij overschrijding van de ophaal/afzet marges. Als positief worden beoordeeld uw ISO-certificering en de software Smartwheels. De inschrijver met de hoogste score geeft op dit onderdeel o.a. een duidelijke beschrijving over de communicatie met scholen/instellingen die digitaal gefaciliteerd worden. Tevens kunnen de ouders online en realtime meekijken waar de bus met hun kind rijdt. Mede hierdoor scoort deze inschrijver iets hoger.

• Bij het onderdeel maatregelen bij problemen en calamiteiten vindt het beoordelingsteam het positief dat u nieuw aangemelde leerlingen de volgende dag al in het vervoer opneemt. In uw inschrijving is echter geen uitgebreid calamiteitenplan toegevoegd. U geeft slechts een beknopte omschrijving. In de inschrijving van de winnaar op dit onderdeel, wordt naast een uitgebreide omschrijving van alle maatregelen ook ingegaan op een noodknop in het voertuig en wordt aangegeven dat elk voertuig over een calamiteitenkaart beschikt. Dit alles maakt dat u een lagere score haalt op dit onderdeel.

• Bij het onderdeel interne controle en toezicht scoort uw inschrijving voldoende tot goed. Met name de automatiseringssystemen en de instructie voor chauffeurs wordt als positief ervaren.

• Op het onderdeel klachtenprocedure scoort u hoog. Het enige punt van aandacht volgens het beoordelingsteam is dat er weinig onderscheid is gemaakt tussen een melding en een klacht. De beoordeling door een onafhankelijk persoon en de nabelronde worden als positief ervaren. Van alle inschrijvingen haalt u op dit onderdeel de hoogste score.

De winnaar heeft voor onderdeel G3 in totaliteit een uitgebreidere en gedetailleerdere beschrijving gegeven op de gevraagde onderdelen. Hierdoor is dit beter beoordeeld door het beoordelingsteam.

Bij G4 (Implementatieplan) behaalt uw inschrijving een relatief lagere score ten opzichte van de winnaar op dit onderdeel.

• De realiseerbaarheid van uw inplementatieplan wordt als goed ervaren.

• Op het onderdeel tijdsplanning scoort u goed. Deze is in de ogen van de beoordelingscommissie realistisch. De planning voor het ombouwen en gebruiksklaar maken van de voertuigen wordt echter als redelijk krap ervaren.

• De inrichting van de centrale wordt als goed beoordeeld. Feit dat de infrastructuur reeds aanwezig is en dat de planners goede lokale kennis hebben wordt als uitermate positief ervaren.

• Bij de werving van personeel scoort u voldoende tot goed. In de ogen van de beoordelingscommissie is dit punt niet uitgebreid genoeg omschreven ten opzichte van de andere inschrijvers.

• Bij de opleiding en instructie van personeel haalt u een iets lagere score dan de inschrijver met de hoogste score. In de ogen van het beoordelingsteam, wordt onvoldoende ingegaan op het overnemen van chauffeurs van de huidige vervoerder van de gemeente Ede. Daarnaast is niet geheel duidelijk hoe het personeelsbestand is opgebouwd en hoeveel nieuwe chauffeurs geworven dienen te worden.

• Bij het onderdeel aanschaf of aanpassen materiaal scoort u goed. De beoordelingscommissie had graag wat meer informatie gelezen over bijvoorbeeld het inbouwen van de dataterminal.

Op onderdeel G5 (Routeplan) scoort u voldoende. In uw routeplan zijn enkele afwijkingen geconstateerd ten opzichte van het programma van Eisen. In perceel 1, route 60 is de reistijd 69 minuten, terwijl de maximale reistijd voor perceel 1 60 minuten is. In zowel perceel 1 (route 64) als perceel 3 (route 5 en 6) worden Cluster 3 (ZMLK) en cluster 4 (ZMOK) leerlingen gecombineerd. In het Programma van Eisen is aangegeven dat cluster 4 leerlingen niet met andere groepen/type leerlingen vervoerd mogen worden. Dit zijn enkele punten waardoor het beoordelingsteam uw routeplan lager beoordeeld heeft dan het routeplan van de winnaar.

3.7. De gemeente heeft de opdracht voorlopig gegund aan Noot, die ook de huidige vervoerder is.

4. Het geschil

in het incident tot voeging

4.1. Noot heeft verzocht te worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van de gemeente en heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van Willemsen-de Koning in haar vorderingen dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Willemsen-de Koning, met veroordeling van Willemsen-de Koning in de kosten van de hoofdzaak.

4.2. De gemeente en Willemsen-de Koning hebben geen verweer gevoerd tegen de vordering tot voeging.

in de hoofdzaak

4.3. Willemsen-de Koning vordert dat de voorzieningenrechter

primair

1. de gemeente gebiedt op straffe van verbeurte van een dwangsom de voorlopige gunning aan Noot in te trekken en – indien zij nog steeds tot gunning van de opdracht (perceel 1, 2 en/of 3) inzake de uitvoering van leerlingenvervoer Gemeente Ede 2011-2014 wenst over te gaan – die opdracht (perceel 1, 2 en/of 3) aan Willemsen-de Koning te gunnen,

2. de gemeente gebiedt op straffe van verbeurte van een dwangsom de voorlopige gunning aan Noot in te trekken en gebiedt dat zij de opdracht (perceel 1, 2 en/of 3) inzake de uitvoering van leerlingenvervoer Gemeente Ede 2011-2014, aan geen ander gunt dan aan Willemsen-de Koning, indien zij de opdracht nog steeds wenst te gunnen,

subsidiair

1. de gemeente gebiedt op straffe van verbeurte van een dwangsom de voorlopige gunning aan Noot in te trekken en tot een herbeoordeling over te gaan en bepaalt dat een door de voorzieningenrechter aan te wijzen beoordelingscommissie van onafhankelijke deskundigen, althans door Willemsen-de Koning en de gemeente gezamenlijk aan te wijzen onafhankelijke deskundigen, de inschrijvingen van Willemsen-de Koning en Noot, althans alle inschrijvingen, voor de percelen 1, 2 en 3 op het gunningscriterium kwaliteit zal herbeoordelen, conform de inhoud van dit vonnis,

2. de gemeente gebiedt om op straffe van verbeurte van een dwangsom – indien uit de hiervoor onder 1. subsidiair bedoelde herbeoordeling blijkt dat de inschrijving van Willemsen-de Koning voor perceel 1, 2 en/of 3 de economisch meest voordelinge inschrijving is – de opdracht te gunnen aan geen ander dan Willemsen-de Koning,

3. de gemeente gebiedt op straffe van verbeurte van een dwangsom de aanbestedingsprocedure te schorsen en geschorst te houden gedurende de tijd gemoeid met de hiervoor onder punt 1. subsidiair bedoelde herbeoordeling,

meer subsidiair

de gemeente gebiedt de aanbesteding van het leerlingenvervoer Gemeente Ede 2011-2014 (perceel 1, 2 en 3) te staken en, indien de gemeente het leerlingenvervoer (perceel 1, 2 en 3) alsnog wenst af te nemen, de gemeente gebiedt opnieuw een aanbestedingsprocedure te voeren, welke heraanbesteding alsdan plaatsvindt overeenkomstig de inhoud van dit vonnis,

uiterst subsidiair

een maatregel treft die hij in goede jusititie passend acht,

primair, subsidiair, meer subsidiair en uiterste subsidiair

de gemeente veroordeelt in de kosten van dit geding, waaronder begrepen het verschuldigde griffierecht en het tot aan deze uitspraak begrote bedrag aan salaris advocaat, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt, deze bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het vonnis, althans vanaf de veertiende dag na de datum van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.

4.4. Willemsen-de Koning legt aan haar vorderingen primair ten grondslag dat haar inschrijving onjuist is beoordeeld en subsidiair dat sprake is van een onrechtmatige aanbestedingsprocedure. Ten aanzien van de beoordeling van de onderdelen G2, G3 en G4 is de beoordelingscommissie buiten het beoordelingskader getreden. Noot zou op deze punten uitgebreider zijn geweest, maar dat betekent niet dat haar een hogere score zou moeten worden toegekend. In het bestek is immers niet opgenomen ‘hoe uitgebreider en gedetailleerder omschreven, hoe hoger de score’.

Verder is bij G2 hetgeen in de presentatie door Noot naar voren is gebracht als aanvulling op de inschrijving meegenomen in de beoordeling van haar inschrijving, hetgeen in strijd is met het bepaalde in paragraaf 4.6 van het bestek.

Daarnaast zijn er fouten gemaakt in de toekenning van de score voor G3. In de brief van 1 maart 2011 heeft de gemeente aangegeven dat Willemsen-de Koning op het subonderdeel klachtenprocedure het hoogst scoort, terwijl in diezelfde brief is vermeld dat Willemsen-de Koning op alle onderdelen van G3 lager heeft gescoord dan de winnaar. De puntentoekenning ten aanzien van G3 is dus kennelijk onjuist geweest.

Ten aanzien van de beoordeling van G4 stelt Willemsen-de Koning dat er niet beoordeeld had mogen worden op ‘het overnemen van chauffeurs van de huidige vervoerder’, omdat Noot, als huidige vervoerder, op dit onderdeel te makkelijk punten kon verdienen.

Tot slot heeft er in de beoordeling van G3, G4 en G5 voor de verschillende onderdelen een onjuiste beoordeling plaatsgevonden, waardoor ten onrechte te weinig punten zijn toegekend aan Willemsen-de Koning.

Dat de aanbestedingsprocedure onrechtmatig zou zijn, is er in gelegen dat de gemeente niet alleen tussenscores heeft toegekend aan de subgunningscriteria, meer kennelijk ook tussen-tussenscores per opgesomd onderdeel in G3. De inschrijvers waren hier niet van op de hoogte. Door het achteraf toekennen van wegingsfactoren aan de onderdelen binnen G3 is het een inschrijver niet duidelijk hoe deze kan scoren en hoe de beoordelingscommissie punten toekent voor die onderdelen, hetgeen in strijd is met het transparantiebeginsel.

Verder zouden er bij de beoordeling van het routeplan (G5) van Willemsen-de Koning afwijkingen zijn geconstateerd voor wat betreft de reistijd en het combineren van leerlingen. Deze informatie is evenwel ontleend aan de ritplanning, zijnde een ander onderdeel van de inschrijving. De informatie uit de ritplanning zegt volgens Willemsen-de Koning niets over de borging van de kwaliteitseisen. Ten slotte voert Willemsen-de Koning nog aan dat de gemeente de afwijzing onvoldoende heeft gemotiveerd.

4.5. De gemeente voert verweer en stelt zich – samengevat – op het standpunt dat Noot beter is ingegaan op de diverse onderwerpen en daardoor als winnaar uit de bus is gekomen.

De gunningscriteria en de wijze van beoordelen zijn duidelijk omschreven in het bestek, zodat een inschrijver, en daarmee dus ook Willemsen-de Koning, wist waar hij aan toe zou zijn. Indien dat niet zo was, had het op de weg van Willemsen-de Koning gelegen om hier vragen over te stellen. Verder geldt dat een aanbestedende dienst bij de beoordeling van de gunningscriteria een zekere mate van beoordelingsvrijheid heeft en dat de voorzieningenrechter slechts marginaal dient te toetsen. De beoordeling van de gemeente voldoet aan deze marginale toets. Tot slot zijn de inschrijvingen in grote mate bedrijfsvertrouwelijk, zodat slechts een beperkte toelichting op de beoordeling van de inschrijvingen kan worden gegeven.

4.6. Noot heeft tevens verweer gevoerd. Zij voert aan dat de beoordeling van de verschillende inschrijvingen volgens de regels is verlopen, zodat herbeoordeling niet aan de orde is. Volgens Noot gaat het niet om een één op één vergelijking van de verschillende onderdelen van de inschrijvingen, maar om een zelfstandige beoordeling van de verschillende inschrijvingen. Hierbij speelt geen rol dat Noot thans de zittende dienstverlener is. De aspecten en onderdelen waarop in de inschrijving moest worden ingegaan zijn in het bestek helder weergegeven. De beoordeling van de genoemde punten heeft vervolgens, conform hetgeen is beschreven in het bestek, plaatsgevonden. Derhalve valt niet in te zien dat het gelijkheids- of transparantiebeginsel is geschonden. De opdracht moet volgens Noot dan ook aan haar gegund worden en niet aan Willemsen-de Koning.

4.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

in het incident tot voeging

5.1. Om te kunnen worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van de gemeente is vereist dat een mogelijke beslissing ten nadele van de gemeente tot gevolg dreigt te hebben dat de rechten of de rechtspositie van Noot worden benadeeld.

5.2. De voorzieningenrechter laat Noot toe tot voeging aan de zijde van de gemeente aangezien voldoende aannemelijk is geworden dat Noot een eigen belang heeft bij afwijzing van de vorderingen van Willemsen-de Koning.

in de hoofdzaak

5.3. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van Willemsen-de Koning.

5.4. Het gaat in deze zaak om het volgende. De gemeente heeft het leerlingenvervoer in haar gemeente voor de periode 2011-2014 (onderverdeeld in drie percelen) aanbesteed. Als gunningscriterium geldt de economisch meest voordelige inschrijving. Bij de beoordeling gelden de volgende gunningscriteria: G1: (Gewogen) Prijs per perceel, G2: Communicatie, G3: Borging kwaliteitseisen PvE, G4: Implementatieplan en G5: Routeplan. Voor de beoordeling van de criteria G2 tot en met G5 is een beoordelingsteam geformeerd, dat bestond uit drie werknemers van de gemeente met expertise op het gebied van (leerlingen)vervoer en/of inkoop. De eindscore werd vastgesteld na beoordeling van de schriftelijke informatie en de toelichting daarop in een door de inschrijver gehouden presentatie. De beoordelaars hebben onafhankelijk van elkaar de inschrijvingen beoordeeld volgens de in het bestek vermelde systematiek, die inhoudt dat per criterium (aan de hand van de daarmee corresponderende categorieën 1 tot en met 4) de volgende cijfers werden toebedeeld: 10 (uitstekend), 7 (goed), 3 (voldoende) en 0 (onvoldoende). Vervolgens zijn de individuele beoordelingen tijdens het beoordelingsoverleg samengenomen en hebben deze geleid tot een gewogen gemiddelde score per subcriterium per inschrijving. Daarbij dienden de scores van de leden van het beoordelingsteam in twee aaneengesloten categorieën te vallen. De puntentoekenning werd als volgt berekend: (aantal stemmen x score categorie a) + (aantal stemmen x score categorie b) = tussenscore per criterium. De inschrijver met de hoogste tussenscore op een criterium heeft voor het betreffende subcriterium het maximum aantal te behalen punten gekregen. De overige inschrijvers zijn hieraan gerelateerd volgens de formule: (tussenscore inschrijver / hoogste score inschrijver) x maximaal te behalen punten. Het totaal van de tussenscores heeft de eindscore bepaald. Gesteld noch gebleken is dat de onderhavige wijze van aanbesteding als zodanig ongeoorloofd zou zijn.

5.5. Willemsen-de Koning heeft zich op het standpunt gesteld dat de beoordeling(ssystematiek) niet transparant is en in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Zij

heeft daartoe aangevoerd, dat uit de brief van 1 maart 2011 van de gemeente blijkt dat zij niet alleen scores heeft toegekend aan de subgunningscriteria G2 tot en met G5, maar kennelijk ook aan de in het bestek onder G3 opgesomde onderdelen, die daarmee volgens haar sub-subgunningscriteria zijn geworden. De inschrijvers waren hier niet van op de hoogte. Bovendien zijn deze wegingscoëfficiënten elementen die, indien zij van te voren bekend waren geweest, de voorbereiding hadden kunnen beïnvloeden. Verder is als gevolg van deze wijze van toekenning van cijfers voor de diverse subonderdelen van G3 niet meer duidelijk hoe de uiteindelijke score voor G3 is bepaald.

5.6. Volgens jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (hierna: HvJ EG) moet een aanbestedende dienst het beginsel van gelijke behandeling van de inschrijvers respecteren. Dat beginsel beoogt de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan een opdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle inschrijvers bij het opstellen van het in hun offertes gedane voorstel dezelfde kansen krijgen. Het betekent dus dat voor alle mededingers dezelfde voorwaarden moeten gelden. Het transparantiebeginsel heeft in essentie ten doel te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen. Het impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze opdat, enerzijds, alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier interpreteren, en anderzijds, de aanbestedende dienst in staat is om metterdaad na te gaan of de offertes van de inschrijvers beantwoorden aan de criteria welke op de betrokken opdracht van toepassing zijn (vgl. HvJ EG 29 april 2004, zaak C-496/99 P (Succhi di Frutta)). In artikel 2 van het Bao is ook bepaald dat een aanbestedende dienst ondernemers op gelijke en niet-discriminerende wijze behandelt en transparant handelt. Langs deze lijnen zal het onderhavige geschil dan ook mede worden beoordeeld.

5.7. Vastgesteld moet worden dat in het bestek niet uitdrukkelijk is bepaald dat de subcriteria onder G3 afzonderlijk zouden worden beoordeeld. Vermeld is dat de ‘aspecten (subcriteria) die het beoordelingsteam in haar oordeel meeneemt, zijn: (…)’, waarna vier subcriteria worden opgesomd. Verder is in de tabel in paragraaf 4.7. van het bestek bij G3 tussen haakjes opgenomen ‘maximaal 37,5 punten per subcriterium’. Uit diezelfde tabel blijkt dat er maximaal 150 punten te behalen waren voor het onderdeel G3. Het had op de weg van de gemeente gelegen om duidelijker aan te geven dat deze (vier) aspecten van onderdeel G3 ieder afzonderlijk zouden worden beoordeeld door het beoordelingsteam. Onvoldoende aannemelijk is echter geworden dat een inschrijver anders zou hebben ingeschreven, indien hij wist dat een afzonderlijke beoordeling van de onder G3 vermelde punten zou plaatsvinden. Dit zou slechts anders zijn, indien het relatieve gewicht van de subonderdelen binnen G3 ten opzichte van elkaar zou verschillen. De gemeente heeft evenwel ter zitting toegelicht dat daarvan geen sprake was. Volgens haar zijn per subcriterium steeds de scores 10, 7, 3 of 0 punten gegeven, gelijk die voor alle gunningscriteria G2 tot en met G5 golden, zodat de beoordeling van alle subcriteria even zwaar heeft gewogen in de score voor G3. Dat blijkt ook overigens uit de tabel in paragraaf 4.7. De gemeente heeft daarbij gemotiveerd aangegeven dat ieder lid van het beoordelingsteam elk aspect (subcriterium) van G3 afzonderlijk en zorgvuldig heeft beoordeeld. Deze beoordelingen zijn uiteindelijk gemiddeld, waarna van alle beoordelingen van de opgesomde aspecten (opnieuw) het gemiddelde is genomen. Hiermee is voldoende duidelijk geworden dat de uiteindelijke eindscore van G3 niet is bepaald op een manier die afwijkt van hetgeen in de aanbestedingsdocumenten was aangekondigd. Vooralsnog valt dan ook niet in te zien dat anders zou zijn ingeschreven, indien uitdrukkelijker was omschreven dat ten aanzien van de subcriteria opgenomen onder G3 dezelfde wijze van beoordelen zou worden gehanteerd als bij G4 (zoals vermeld onder 4.4. van het bestek).

5.8. Willemsen-de Koning heeft voorts op meerdere punten bezwaar gemaakt tegen de inhoudelijke beoordeling van haar inschrijving door de gemeente. Dienaangaande dient vooropgesteld te worden dat een aanbestedende dienst binnen het kader van de door haar vastgestelde en vooraf aangekondigde gunningscriteria bij een wijze van aanbesteding als de onderhavige een zekere mate van vrijheid heeft in de beoordeling. Deze beoordelingsvrijheid brengt met zich dat in dit kort geding slechts plaats is voor een beperkte toetsing van die beoordeling. Alleen als de aanbestedende dienst in redelijkheid niet tot de beoordeling had kunnen komen, is er plaats voor ingrijpen daarin.

5.9. Als eerste heeft Willemsen-de Koning gesteld dat haar inschrijving op meerdere punten als goed is aangemerkt, maar dat zij vervolgens niet het maximaal aantal te behalen punten daarvoor heeft gekregen.

5.10. Ten aanzien hiervan wordt overwogen dat de kwalificatie ‘goed’ volgens het bestek correspondeert met een puntenaantal van zeven, en niet met het maximale aantal te behalen punten van tien, zodat het een verkeerde aanname is van Willemsen-de Koning dat zij het volledig aantal punten had moeten krijgen.

5.11. Verder heeft Willemsen-de Koning gesteld dat in de brief van 1 maart 2011 van de gemeente op meerdere onderdelen is aangegeven dat de inschrijving van Willemsen-de Koning goed, maar minder uitgebreid is dan die van de winnaar (Noot), zodat Willemsen-de Koning daarom niet het maximaal aantal te behalen punten heeft gekregen. Dit terwijl volgens Willemsen-de Koning de uitgebreidheid van de diverse plannen geen beoordelingscriterium is. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

5.12. Vastgesteld kan worden dat de mate van uitgebreidheid niet als zelfstandig criterium is opgenomen in het bestek. Tijdens de zitting heeft de gemeente haar brief van 1 maart jongstleden nog eens toegelicht en daarbij aangegeven dat Noot op verschillende onderdelen uitvoeriger is geweest, in die zin dat zij aan meerdere, andere aspecten heeft gedacht en dat zij daarbij ook dieper is ingegaan op verschillende punten. Ook heeft zij punten zorgvuldiger gemotiveerd. De gemeente heeft dit met enkele voorbeelden geadstrueerd. Nu hiermee voldoende aannemelijk is geworden dat de gemeente de inschrijving van Noot op de inhoud en niet op de omvang ervan heeft beoordeeld, kan de stelling van Willemsen-de Koning niet gevolgd worden.

5.13. Willemsen-de Koning heeft voorts nog gesteld dat uit de brief van 1 maart 2011 zou blijken dat de gemeente in strijd met het bepaalde in paragraaf 4.6 van het bestek zou hebben gehandeld. Zij geeft aan dat uit de zinsnede ‘is hierbij meer concreet geweest in de beantwoording’ kan worden afgeleid dat Noot tijdens de presentatie vragen van de gemeente heeft beantwoord en dat die concreetheid van beantwoording als aanvulling op haar inschrijving is meegenomen in de beoordeling, hetgeen niet zou zijn toegestaan. De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

5.14. Voor zover de redenering van Willemsen-de Koning al gevolgd kan worden, geldt dat in het bestek uitdrukkelijk is vermeld dat de presentatie dient ter toelichting van de gunningscriteria G2 tot en met G5. Kennelijk is de toelichting van Noot op het onderdeel G2 duidelijker geweest en is Noot, zoals hierboven onder 5.12. ook al aan de orde is gekomen, dieper ingegaan op de te beoordelen aspecten. In dit verband is nog van belang dat in paragraaf 4.6 van het bestek is opgenomen dat de opdrachtgever zich het recht voorbehoudt om ten aanzien van de opgave van de inschrijvers nadere vragen te stellen of een onderbouwing te vragen. De stelling van Willemsen-de Koning wordt dan ook niet gevolgd.

5.15. Ten aanzien van de beoordeling van het routeplan (G5) heeft Willemsen-de Koning aangevoerd dat de gemeente afwijkingen zou hebben geconstateerd voor wat betreft de reistijd en het combineren van leerlingen. Deze informatie is evenwel ontleend aan de ritplanning, zijnde een ander onderdeel van de inschrijving. De informatie uit de ritplanning zegt volgens Willemsen-de Koning niets over de borging van de kwaliteitseisen, waarover het in het routeplan gaat. Hieromtrent wordt het volgende overwogen.

5.16. In het bestek is onder G5: Routeplan opgenomen dat ‘het routeplan van aanpak dat volgens het beoordelingsteam de beste borging biedt van de kwaliteitseisen, zoals genoemd in het Programma van Eisen (…) het maximum aantal punten [scoort] op dit gunningscriterium (…).’ Hieruit blijkt dat er kwaliteitseisen aan het routeplan worden gesteld, die (nader) zijn uitgewerkt in het Programma van Eisen. Het had de voorkeur verdiend indien de gemeente duidelijk(er) had omschreven wat de bedoeling was van het over te leggen routeplan. De vraag naar de aan G5 te stellen eisen is in de nota van inlichtingen beantwoord met een verwijzing naar de planning, waarmee in dit verband niets anders kan zijn bedoeld dan ritplanning. Verder is in het bestek (paragraaf 1.5) uitdrukkelijk gevraagd om een digitaal exemplaar van de inschrijving met daarbij (dus digitaal) het routeplan, hetgeen door de inschrijvers ook is overgelegd. Het moet aldus voor de normaal oplettende inschrijver duidelijk zijn geweest, dat de ritplanning, die volgens de gemeente gelijk kan worden gesteld aan het routeplan, bij de beoordeling van het onderdeel G5 zou worden meegenomen en iets zou zeggen over de borging van kwaliteitseisen. Van een professionele aanbieder van taxi-/busvervoer mag bovendien verwacht worden dat voor haar duidelijk is hoe ritten gepland dienen te worden, of te wel wat van belang is in verband met een op te maken routeplan van aanpak. Voor de stelling van Willemsen-de Koning bestaat dan ook onvoldoende grond.

5.17. Ten aanzien van de beoordeling van G4 stelt Willemsen-de Koning dat er niet beoordeeld had mogen worden op ‘het overnemen van chauffeurs van de huidige vervoerder’, omdat Noot – als huidige vervoerder – op dit punt te makkelijk punten kon verdienen. Diengaande wordt het volgende overwogen.

5.18. Allereerst moet worden vastgesteld dat het punt ‘overname van personeel’ geen zelfstandig beoordelingsaspect is. Ter zitting heeft de gemeente toegelicht dat dit in het kader van het aspect ‘werven van personeel’ is meegenomen in de beoordeling, terwijl in de brief van 1 maart 2011 dit punt aan de orde komt bij het onderdeel ‘opleiding en instructie van personeel’. Wat hier verder ook van zij, voldoende aannemelijk is geworden dat zowel de inschrijving van Noot als die van Willemsen-de Koning (alsook de andere inschrijvingen) zijn beoordeeld op het onderdeel ‘(werven/overname van) personeel’. Gelet op de omstandigheid dat een inschrijver, indien de opdracht aan hem wordt gegund, de verplichting heeft om een substantieel deel van het personeel van de zittende uitvoerder van de dienst over te nemen, dient het punt ‘overname van personeel’ ook aan de orde te komen en dus beoordeeld te worden door de aanbestedende dienst. Voorts is het onvermijdelijk dat, bij een aanbesteding waarbij de zittende uitvoerder ook mag inschrijven, deze een andere positie inneemt, in die zin dat hij een voorsprong heeft op het onderdeel ‘(werven/overnemen van) personeel’. Dit alles brengt mee dat de gemeente strikt genomen met haar beoordeling van de overname van personeel, dus niet iets anders heeft gedaan dan in het bestek was aangekondigd. De stelling van Willemsen-de Koning dat sprake is van een ongelijke behandeling kan dan ook niet gevolgd worden.

5.19. Dat in de brief van 1 maart 2011 is vermeld dat Willemsen-de Koning op het subonderdeel klachtenprocedure het hoogst scoort, terwijl in diezelfde brief ook staat dat Willemsen-de Koning op alle onderdelen van G3 lager heeft gescoord dan de winnaar, brengt volgens Willemsen-de Koning mee dat de beoordeling, althans de puntentoekenning ten aanzien van G3 niet juist is geweest. De gemeente heeft ter zitting aangegeven dat de vermelding dat Willemsen-de Koning op alle onderdelen (van G3) lager heeft gescoord als een kennelijke schrijffout moet worden beschouwd.

5.20. Overwogen wordt dat de omstandigheid dat Willemsen-de Koning op een van de vier onderdelen van G3 hoger heeft gescoord dan Noot nog niet maakt dat de puntentoekenning – waarin de voorzieningenrechter verder niet zal en kan treden – op dit onderdeel evident onjuist is geweest.

5.21. Tot slot heeft Willemsen-de Koning nog aangevoerd dat de (sub)criteria van G3, G4 en G5 onjuist zouden zijn beoordeeld, waardoor ten onrechte te weinig punten zouden zijn toegekend aan Willemsen-de Koning.

5.22. Gelet op de marginale toetsing die in een kort geding dient plaats te vinden, is het – behoudens in geval van grove fouten en andere evidente misslagen – niet aan de voorzieningenrechter om de beoordeling zoals die door het beoordelingsteam van de gemeente heeft plaatsgevonden over te doen. Deze stelling kan dan ook niet tot toewijzing van de vordering leiden.

5.23. Dat de gemeente de afwijzing onvoldoende heeft gemotiveerd, is, gelet op de brief van 1 maart 2011 en de toelichting die ter zitting is gegeven, onvoldoende aannemelijk geworden.

5.24. Nu uit het voorgaande niet volgt dat de gemeente in haar beoordeling van de inschrijvingen van Willemsen-de Koning en Noot buiten de gunningsvoorwaarden is getreden, de beoordelingen onjuist heeft uitgevoerd, dan wel zich anderszins niet aan de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht heeft gehouden, moeten de vorderingen van Willemsen-de Koning worden afgewezen.

5.25. Willemsen-de Koning zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente en aan de zijde van Noot worden begroot op:

- griffierecht € 568,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.384,00

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

6.1. laat Noot toe als gevoegde partij,

6.2. wijst de vorderingen van Willemsen-de Koning af,

6.3. veroordeelt Willemsen-de Koning in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 1.384,00 en aan de zijde van Noot tot op heden begroot op € 1.384,00,

6.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 20 april 2011.