Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3844

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
10-05-2011
Datum publicatie
10-05-2011
Zaaknummer
05/703222-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eerste zaak internetrechter: ruim 3,5 jaar cel

10 mei 2011

De rechtbank heeft een 26-jarige man veroordeeld voor in totaal vier strafbare feiten en hem van één feit vrijgesproken. Verdachte is veroordeeld tot drieënhalf jaar gevangenisstraf voor drie strafbare feiten: samen met een ander plegen van een gewapende overval op een taxichauffeur in september 2010 in Arnhem, medeplichtigheid aan een gewapende overval op een taxichauffeur begin oktober 2010 in Arnhem en een woninginbraak in Andelst in augustus 2010. In een aparte strafzaak ging het om een tweede woninginbraak in Zetten.

Taxiovervallen

Bij de overvallen werden de taxichauffeurs bedreigd met een wapen (in ieder geval een daarop lijkend voorwerp), dat in beide gevallen door verdachte werd geleverd. Verdachte ontkende iedere betrokkenheid. Maar de rechtbank vindt zijn schuld bewezen op grond van de verklaringen van de mededader, die de feiten heeft bekend, en deels op de verklaring van een getuige tegen wie verdachte heeft gezegd dat hij had meegedaan aan de eerste overval. Bovendien is er een getuige die heeft verklaard dat hij een telefoon van verdachte heeft gekocht die later van één van de taxichauffeurs bleek te zijn. De rechtbank neemt deze feiten hoog op. Taxichauffeurs verdienen hun geld door klanten te vervoeren en zijn geheel op zichzelf aangewezen wanneer een klant hen overvalt. Door dit soort overvallen worden zij bedreigd in hun bestaan.

Woninginbraken

Daarnaast vindt de rechtbank bewezen dat verdachte een inbraak heeft gepleegd in Andelst. Verdachte ontkent dat weliswaar, maar in de woning zijn bloedsporen gevonden waarvan het Nederlands Forensisch Instituut heeft aangetoond dat het dna-materiaal van verdachte betreft. Verdachte heeft geen enkele verklaring gegeven voor het aantreffen van dit bloed op een deur die bij de inbraak is vernield, zodat de rechtbank het ervoor houdt dat verdachte ook de inbreker was. In een aparte strafzaak wordt verdachte veroordeeld tot tien weken gevangenisstraf voor een woninginbraak in Zetten.

Straf wijkt van af van eis officier van justitie

De officier van justitie had een gevangenisstraf van in totaal vijf jaar gevraagd voor beide strafzaken. De rechtbank legt een lagere gevangenisstraf op, omdat de rechtbank weliswaar bewezen acht dat verdachte een vuurwapen heeft geleverd voor het plegen van de overvallen,, maar vrijspreekt van het leveren van een specifiek omschreven vuurwapen (dat apart was tenlastegelegd). Niet vastgesteld kan worden of het een echt vuurwapen was, en, zo ja, welk soort vuurwapen het was en dat is wel noodzakelijk voor een bewezenverklaring van dit feit.

Internetrechter

Deze zaak is de eerste zaak die gevolgd is door de Internetrechter. Belangstellenden hadden de mogelijkheid via de website www.dg.nl/internetrechter de rechtszaak te volgen, hun mening te geven over het verloop van de rechtszaak, vragen te stellen aan de rechter, officier van justitie en advocaat en aan te geven tot welke uitspraak zij zouden komen als zij rechter zouden zijn en waarom. In totaal hebben 25 mensen ‘uitspraak gedaan’. 52% van de bezoekers van de site kwam tot een lagere straf dan de eis van de officier van justitie, 8% strafte zwaarder en 40% legde een lagere straf op.

In juni wordt opnieuw een zaak gevolgd door de Internetrechter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis

Parketnummer : 05/703222-10

Data zittingen : 15 februari 2011 en 26 april 2011

Datum uitspraak : 10 mei 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum en plaats],

thans gedetineerd in PI Overijssel, HvB Karelskamp, Bornsestraat 333, Almelo.

Raadsman : mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam.

Officier van justitie : mr. T. Feuth

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 29 september 2010 tot en met 30 september

2010 in de gemeente Arnhem, op de openbare weg (te weten de Hoflaan en/of de

dr. J.C. Hartogslaan), tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk

te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, N. [slachtoffer1] heeft

gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (te weten ongeveer 270 euro)

en/of (daarbij)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een

navigatiesysteem (TomTom 730) en/of een mobiele telefoon (merk Nokia), in elk

geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer1], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke afpersing en/of diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer1], gepleegd met het

oogmerk om die afpersing en/of die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s), terwijl hij/zij in de taxi van die [slachtoffer1]

zat(en), een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die

[slachtoffer1] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of (daarbij) zei(den):

"geef geld, geef geld" en/of "geef geld anders schiet ik", althans woorden van

gelijke aard of strekking, en/of (daarbij) die [slachtoffer1] (bij de kleding)

heeft/hebben vastgepakt, en/of (nadat die [slachtoffer1] uit de taxi was gestapt) die

[slachtoffer1] meerdere malen, althans eenmaal, al dan niet met een hard voorwerp,

(met kracht) op/tegen het hoofd heeft/hebben geslagen en/of gestompt, en aldus

een (zeer) dreigende situatie voor die [slachtoffer1] heeft/hebben gecreëerd;

2.

M.W.C. [medeverdachte] in of omstreeks de periode van 30 september 2010 tot en met 1

oktober 2010 in de gemeente Arnhem, op de openbare weg (te weten de

Kapelstraat), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans

alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld, W.J. [slachtoffer2] heeft

gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud (te weten ongeveer 50

euro en/of een rijbewijs en/of een bankpas en/of een of meer andere pasje(s)),

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde

[slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn

mededader(s) en/of aan verdachte, en/of (daarbij)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

(contact)sleutel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

voornoemde [slachtoffer2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte]

en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte,

welke afpersing en/of diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of

gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer2], gepleegd met

het oogmerk om die afpersing en/of die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan die [medeverdachte]

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die

[medeverdachte], terwijl hij in de taxi van die [slachtoffer2] zat, een vuurwapen, althans

een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen/in de richting van (de arm van)

die [slachtoffer2] heeft (aan)gehouden en/of (daarbij) zei: "geef me je geld", althans

woorden van gelijke aard of strekking, en aldus een dreigende situatie voor

die [slachtoffer2] heeft gecreëerd,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 29

september 2010, althans in de maand septembeer 2010 in de gemeente Arnhem

en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door aan

die [medeverdachte] het bij voornoemde overval gebruikte (vuur)wapen te leveren;

3.

hij op of omstreeks 29 september 2010, althans in de maand september 2010 in

de gemeente Arnhem, althans in Nederland, een wapen van categorie II of III,

te weten een vuurwapen (omgebouwde Colt), heeft overgedragen aan M.W.C.

[medeverdachte];

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

4.

hij op of omstreeks 08 augustus 2010 te Andelst, in elk geval in de gemeente

Overbetuwe, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (gelegen

aan de [adres]) heeft weggenomen een boormachine en/of een I-phone

en/of twee laptops en/of twee fotocamera's en/of 200 euro, althans een

hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

G. [slachtoffer3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de

plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak,

verbreking en/of inklimming (een deur werd geforceerd);

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 15 februari 2011 en 26 april 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar en 9 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Ten aanzien van de feiten onder 1, 2 en 3:

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Feit 1

In de nacht van woensdag 29 september op donderdag 30 september 2010 is de taxichauffeur N. [slachtoffer1] op de Hartogslaan te Arnhem door twee mannen overvallen.

Omstreeks 23.55 uur zijn op de taxistandplaats Willemsplein te Arnhem, twee mannen in [slachtoffer1]'s taxi gestapt. Eén van hen ging op de passagiersstoel zitten, de andere achter [slachtoffer1] op de achterbank. Op de Hartogslaan richtte de man op de voorste stoel een pistool of in ieder geval iets dat op een pistool leek, op de taxichauffeur en zei “geld, geld”. De man op de achterbank zei “geef geld”. Het wapen was donkergrijs van kleur en [slachtoffer1] zag dat de overvaller op enig moment het wapen doorlaadde waarbij hij een ijzeren klik hoorde. De man op de achterbank greep de kraag van de blouse van [slachtoffer1] en trok daar aan. De man voorin zei tegen [slachtoffer1]: “geef geld anders schiet ik”. [slachtoffer1] worstelde zich los en vluchtte uit zijn taxi. De man op de achter¬bank pakte het navigatiesysteem uit de taxi. Nadat [slachtoffer1] was uitgestapt, voelde hij een harde klap op zijn hoofd en begon hij te bloeden. Direct daarna voelde hij nog een harde klap. Een van de mannen zei opnieuw “geef geld”. De man die eerder op de achterbank zat begon aan de zakken van zijn colbertjasje te trekken. [slachtoffer1] nam daarop een envelop met daarin € 270, - uit de borstzak van zijn blouse en wierp die op de grond. [slachtoffer1] is (naast het geldbedrag) zijn navigatie, type TomTom type 730, en zijn telefoon, type Nokia N95, kwijt.

Bij de telefoon van [slachtoffer1], telefoonnummer [nummer], hoort IMEI-nummer [nummer]. Op 13 oktober is in het toestel met dit IMEI nummer een sim-kaart geplaatst met telefoonnummer [nummer] t.n.v. [naam]. Deze Nokia telefoon is op 14 april 2011 bij [naam] aangetroffen.

Feit 2

In de nacht van 30 september op 1 oktober 2010 is W.J. [slachtoffer2] op de Kapelstraat te Arnhem in zijn taxi onder bedreiging van een wapen, overvallen door de passagier die naast hem zat. Deze man haalde een grijs pistool, althans een voorwerp dat daarop leek, uit zijn broekzak en zei: "geef me je geld." Hij zwaaide met het wapen, waarvan [slachtoffer2] enorm schrok. [slachtoffer2] pakte daarop zijn portemonnee met daarin € 50,-, een rijbewijs, een bankpasje, een pasje van de woningstichting en een pasje van Menzis, en gaf dat aan de overvaller. Deze pakte ook de contactsleutel van de auto.

Standpunt van de officier van justitie

Do officier heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten gelet op de bewijsmiddelen in het dossier.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Daartoe stelt de verdediging dat de verklaringen van [medeverdachte] en [getuige1] niet betrouwbaar zijn en daarom niet kunnen bijdragen tot het bewijs, voorts dat ten aanzien van de feiten 2 en 3, naast de verklaring van [medeverdachte] geen ander steunbewijs voorhanden is.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank hanteert – in samenhang met hetgeen onder de feiten is vastgesteld – het volgende tot het bewijs, zakelijk weergegeven:

Ten aanzien van feit 1:

a) De door de medeverdachte M.W.C. [medeverdachte] afgelegde verklaring. [medeverdachte] verklaart dat hij samen met een persoon genaamd [verdachte] of [verdachte] de overval op de Hartogslaan in Arnhem heeft gepleegd. Het plan voor de overval kwam van [medeverdachte]. [verdachte] had een wapen bij zich dat hij vóór de overval aan [medeverdachte] gaf. Zij namen op het Willemsplein in Arnhem een taxi. [medeverdachte] ging op de passagiersstoel zitten en [verdachte] op de achterbank, achter de chauffeur, zoals zij vooraf hadden afgesproken. Aan¬gekomen op de Hartogslaan, haalde [medeverdachte] het wapen uit zijn zak, richtte dat op [slachtoffer1] en zei “geld, geld”. Nadat [slachtoffer1] uit de taxi wist te komen heeft [medeverdachte] hem met de kolf van het wapen op het hoofd geslagen. [medeverdachte] zag dat [slachtoffer1] daarop een aantal mapjes op de grond gooide, die hij vervolgens opraapte. In die mapjes zat bijna € 300, -. Bij [medeverdachte] thuis aangekomen, toonde [verdachte] hem een Nokia n-serie telefoon en zei dat hij die uit de taxi had weggenomen. [verdachte] heeft de telefoon later verkocht. [medeverdachte] verklaart dat hij van een politiefoto de verdachte herkent als de door hem bedoelde [verdachte] of [verdachte].

b) De verklaring van getuige [getuige1] dat hij de verdachte op de luchtplaats van het politiebureau tegenkwam. De verdachte heeft toen aan hem gezegd dat hij samen met [medeverdachte] een taxichauffeur had overvallen. De verdachte zou daarbij achter de chauffeur hebben gezeten en [medeverdachte] hebben geholpen. [medeverdachte] zou die chauffeur ook hebben geslagen.

c) De bevindingen van de politie dat op 13 oktober 2010 een andere sim-kaart in het gestolen telefoontoestel van [slachtoffer1] is gedaan. Het nieuwe telefoonnummer staat op naam van [naam].

d) De verklaring van [naam] dat hij, nog vóór Sinterklaas, van verdachte een zwarte Nokia N95 telefoon heeft gekocht voor € 50,-.

Ten aanzien van feit 2.

a) De verklaring van de medeverdachte [medeverdachte] die verklaart dat hij op 30 september 2010 een taxichauffeur op de Kapelstraat in Arnhem met een wapen heeft overvallen en daarbij een portemonnee heeft buitgemaakt. Voorts verklaart [medeverdachte] dat hij, nadat hij tegen verdachte had gezegd dat hij een overval wilde gaan plegen, van verdachte een wapen had gekregen om daarmee de overval te plegen.

Betrouwbaarheid verklaringen van [medeverdachte] en [getuige1].

De verdediging heeft de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte] en [getuige1] betwist. Beiden zijn verslaafd en onbetrouwbaar en kunnen hun eigen motieven hebben om valse belastende verklaringen af te leggen.

De rechtbank overweegt als volgt. [getuige1] is op verzoek van de verdediging ter zitting gehoord. Wat betreft zijn verklaring over hetgeen de verdachte aan hem op de luchtplaats van het politiebureau zou hebben gezegd over verdachtes betrokkenheid bij de taxioverval op [slachtoffer1], heeft [getuige1] zijn eerder bij de politie afgelegde verklaring, onder ede, herhaald. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige1]. Hij noemt details, onder meer dat verdachte (bij feit 1) achter de chauffeur was gaan zitten en dat [medeverdachte] degene was die de chauffeur heeft geslagen. Deze elementen komen overeen met de verklaring van [medeverdachte].

Anders dan de verdediging heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de betrouw¬baarheid van de verklaringen van [medeverdachte], dat hij samen met de verdachte de taxioverval op de Hartogslaan heeft gepleegd met gebruik van een wapen van de verdachte. Dat geldt ook voor de verklaring van [medeverdachte] dat hij voor de taxioverval op de Kapelstraat een wapen had gekregen van de verdachte. De rechtbank volgt de verdediging niet in haar stelling dat [medeverdachte] op deze punten tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd bij de politie. Zo sluit de verklaring van [medeverdachte] dat hij het wapen van de verdachte kreeg in de woning van [getuige2], niet uit dat [getuige2] geen wapen heeft gezien. [medeverdachte] heeft immers niet verklaard dat [getuige2] daarbij aanwezig was.

De verklaring van [naam] dat hij van verdachte een Nokia telefoon heeft gekocht (welke telefoon de gestolen telefoon van [slachtoffer1] blijkt te zijn), komt overeen met de verklaring van [medeverdachte] dat verdachte die telefoon heeft meegenomen en verkocht.

Op die manier vinden de gebruikte bewijsmiddelen over en weer steun bij elkaar, hetgeen de rechtbank ertoe brengt de ontkenning van verdachte niet geloofwaardig te achten.

De rechtbank hecht daarom geloof aan de verklaringen van [medeverdachte], die immers ook over zichzelf en over [getuige1] belastend heeft verklaard. De verdediging heeft ook geen plausibele verklaring gegeven (behalve de algemene stelling dat verklaringen van junks niet betrouwbaar zijn) waarom [medeverdachte] verdachte erbij zou willen lappen.

Ten aanzien van feit 3.

Onder 3 is verdachte ten laste gelegd het overdragen (dat wil zeggen het afgeven) van het bij de overvallen (feiten 1 en 2) gebruikte vuurwapen aan [medeverdachte]. Hoewel de rechtbank blijkens het voorgaande bewezen acht dat verdachte een (vuur)wapen, of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan [medeverdachte] heeft gegeven om daarmee de overvallen te plegen, is dit wapen nooit gevonden. Daarom kan de rechtbank niet bepalen wat voor soort (vuur)wapen dit is en in welke categorie als bedoeld in de Wet wapens en munitie het valt.

Er is, anders gezegd, onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat het in de tenlastelegging bedoelde wapen een (vuur)wapen is van categorie II of III als bedoeld in de Wet wapens en munitie zodat verdachte daarvan wordt vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 4.

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 8 augustus 2010 is tussen 19.45 uur en 23.15 uur ingebroken in de woning van G.[slachtoffer3] aan de [adres] te Andelst. Hierbij zijn bloedsporen aangetroffen. Bij de inbraak werden een schroefboormachine, een iPhone, een geldkistje met ongeveer € 200, -, twee laptop computers en twee fotocamera’s buitgemaakt. Een buitendeur van de woning was licht beschadigd en de deur naar de studeerkamer was geheel vernield.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht dit feit bewezen op grond van het aantreffen van dna-materiaal van verdachte en het ontbreken van een plausibele, alternatieve verklaring daarvoor.

Standpunt van de verdediging

Verdachte ontkent dit feit te hebben gepleegd en de raadsman heeft vrijspraak bepleit; volgens hem ontbreekt de overtuiging dat verdachte het feit heeft gepleegd, omdat slechts één van de drie, op de plaats delict aangetroffen bloedsporen, is onderzocht.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank hanteert – in samenhang met hetgeen onder de feiten is vastgesteld – het volgende tot het bewijs, zakelijk weergegeven:

a) Het proces-verbaal van sporenonderzoek waarin is vastgelegd dat in de woning, aan de [adres] te Andelst, drie bloedsporen (onder meer het spoor met nr AABX2138NL) zijn veilig gesteld en wel op delen van een geforceerde deur. De veiliggestelde sporen zijn voor DNA onderzoek aan het NFI overhandigd.

b) Het deskundigenrapport van het NFI, en de daarbij behorende bijlage, waarin de deskundige vaststelt dat het spoor met referentie AABX2138NL overeenkomt met een referentiemonster in de landelijke DNA-databank afkomstig van de verdachte. Volgens het NFI is de kans dat het in de woning aangetroffen bloedspoor van een ander dan de verdachte is, kleiner dan één op één miljard.

De rechtbank is door de bevindingen van het NFI over een van de, op de plaats delict in Andelst, aangetroffen bloedsporen overtuigd dat het in de woning aangetroffen bloed van de verdachte is. Verdachte heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat hij niet weet hoe zijn bloed in de betreffende woning terecht kan zijn gekomen. Verdachte verklaarde nooit in de woning in Andelst te zijn geweest. Omdat het veiliggestelde bloedspoor met referentie AABX2138NL is aangetroffen op een stuk van een paneeldeur, die bij de inbraak met grof geweld was vernield, is de rechtbank van oordeel dat het aangetroffen bloedspoor een zogenaamd daderspoor is.

De rechtbank kan daaruit geen andere conclusie trekken dan dat verdachte de inbraak moet hebben gepleegd en daarbij bloed heeft achtergelaten. Dat slechts één van de drie bloedsporen is onderzocht, doet verder geen afbreuk aan de bevindingen van het NFI.

Samenvattend, komt de rechtbank ten aanzien van de bewijsvraag tot de volgende conclusie.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Zo heeft de rechtbank in het als feit 2 ten laste gelegde in de laatste regel toegevoegd: “althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp”, nu deze toevoeging ook voorkomt in de alinea daarvóór.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij in de periode van 29 september 2010 tot en met 30 september

2010 in de gemeente Arnhem, op de openbare weg (te weten de Hoflaan en/of de

dr. J.C. Hartogslaan), tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld, N. [slachtoffer1] heeft

gedwongen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (te weten ongeveer 270 euro)

toebehorende aan voornoemde [slachtoffer1], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin

bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededader, terwijl zij in de taxi van die [slachtoffer1] zaten, een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer1] heeft gericht en gericht gehouden en/of (daarbij) zeiden: "geef geld, geef geld" en "geef geld anders schiet ik", althans woorden van gelijke aard of strekking, en (daarbij) die [slachtoffer1] (bij de kleding) hebben vastgepakt, en (nadat die [slachtoffer1] uit de taxi was gestapt) die [slachtoffer1] meerdere malen, althans eenmaal, met een hard voorwerp, (met kracht) op/tegen het hoofd hebben geslagen en/of gestompt, en aldus een (zeer) dreigende situatie voor die [slachtoffer1] hebben gecreëerd;

en

hij in de periode van 29 september 2010 tot en met 30 september 2010 in de gemeente Arnhem, op de openbare weg (te weten de Hoflaan en/of de dr. J.C. Hartogslaan), tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk

te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening hebben weggenomen een navigatiesysteem (TomTom 730) en een mobiele telefoon (merk Nokia), geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer1], welke diefstal werd

voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat hij, verdachte, en/of zijn mededader, terwijl /zij in de taxi van die [slachtoffer1] zaten, een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die

[slachtoffer1] heeft gericht en gericht gehouden en (daarbij) zei(den):

"geef geld, geef geld" en/of "geef geld anders schiet ik", althans woorden van

gelijke aard of strekking, en (daarbij) die [slachtoffer1] (bij de kleding) hebben vastgepakt, en [slachtoffer1] meerdere malen, althans eenmaal, met een hard voorwerp, (met kracht) op/tegen het hoofd hebben geslagen en/of gestompt, en aldus een (zeer) dreigende situatie voor die [slachtoffer1] hebben gecreëerd;

2.

M.W.C. [medeverdachte] in de periode van 30 september 2010 tot en met 1

oktober 2010 in de gemeente Arnhem, op de openbare weg (te weten de

Kapelstraat), met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld, W.J. [slachtoffer2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud (te weten ongeveer 50 euro en een rijbewijs en een bankpas en een of meer andere pasje(s)), toebehorende aan voornoemde [slachtoffer2], welke bedreiging met geweld hierin bestond

dat die [medeverdachte], terwijl hij in de taxi van die [slachtoffer2] zat, een vuurwapen, althans

een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen/in de richting van (de arm van)

die [slachtoffer2] heeft gehouden en (daarbij) zei: "geef me je geld", althans

woorden van gelijke aard of strekking, en aldus een dreigende situatie voor

die [slachtoffer2] heeft gecreëerd, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 29

september 2010, althans in de maand september 2010 in de gemeente Arnhem

opzettelijk middelen heeft verschaft door aan die [medeverdachte] het bij voornoemde overval gebruikte (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te leveren;

en

M.W.C. [medeverdachte] in de periode van 30 september 2010 tot en met 1

oktober 2010 in de gemeente Arnhem, op de openbare weg (te weten de

Kapelstraat), met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (contact)sleutel, toebehorende aan voornoemde [slachtoffer2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld hierin bestond dat die [medeverdachte], terwijl hij in de taxi van die [slachtoffer2] zat, een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp tegen/in de richting van (de arm van) die [slachtoffer2] heeft

(aan)gehouden en (daarbij) zei: "geef me je geld", althans woorden van gelijke

aard of strekking, en aldus een dreigende situatie voor die [slachtoffer2] heeft gecreëerd,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 29 september 2010, althans in de maand september 2010 in de gemeente Arnhem opzettelijk middelen heeft verschaft door aan

die [medeverdachte] het bij voornoemde overval gebruikte (vuur)wapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te leveren;

4.

hij op 08 augustus 2010 te Andelst, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) heeft weggenomen een boormachine en een I-phone

en twee laptops en twee fotocamera's en 200 euro, toebehorende aan G. [slachtoffer3], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak,

(een deur werd geforceerd);

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

en

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en op de openbare weg.

Ten aanzien van feit 2:

Medeplichtigheid aan afpersing;

en

Medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg.

Ten aanzien van feit 4:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 26 maart 2011; en

• een Reclasseringsadvies van Iriszorg, gedateerd 5 januari 2011, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft samen met een mededader een gewapende taxioverval gepleegd. Omdat die weigerde zijn geld aan verdachte af te geven, is tegen de taxichauffeur geweld gebruikt door hem met een hard voorwerp op zijn hoofd te slaan. Daarna heeft verdachte zijn wapen uitgeleend aan dezelfde mededader met de bedoeling dat die daarmee nog een gewapende overval zou plegen. Vervolgens pleegde die mededader weer een gewapende taxioverval. Die overvallen vonden binnen twee dagen plaats en maken deel uit van een hele serie van taxiovervallen. Ook pleegde verdachte een woninginbraak. Deze feiten zijn ernstig en veroorzaken grote onrust in zowel de samenleving als bij de slachtoffers. Taxichauffeurs brengen een groot deel van hun tijd door in hun taxi en zijn daarvan afhankelijk voor hun levensonderhoud. Tijdens een rit zijn zij alleen in de taxi met hun klanten en als zij dan worden overvallen, zijn zij geheel overgeleverd aan de grillen van de overvaller zonder dat zij een kant uit kunnen. Zij worden door feiten als hier aan de orde bedreigd in hun bestaan. Hiertegen moet dan ook streng worden opgetreden. Verdachte pleegde alle feiten om te kunnen voorzien in zijn eigen drugsverslaving en de gevolgen voor de slachtoffers speelden daarbij voor verdachte geen rol. Verdachte heeft ook daarna er geen blijk van gegeven dat hij inziet welke financiële en emotionele schade hij met zijn daden heeft toegebracht.

Desondanks zal de rechtbank een straf opleggen die lager is dan door de officier van justitie heeft geëist, omdat de rechtbank één feit minder bewezen acht en daarnaast aansluiting zoekt bij straffen in eerder in vergelijkbare zaken zijn opgelegd.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 48, 57, 63, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 3 tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaar en 6 (zes) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mrs. F.J.H. Hovens (voorzitter), J.J.H. van Laethem en J.M.J.M. Doon,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 mei 2011.