Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3364

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-05-2011
Datum publicatie
04-05-2011
Zaaknummer
05/901016-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt twee 20-jarige mannen tot gevangenisstraffen van respectievelijk 40 en 32 maanden met aftrek van voorarrest. In de nacht van 14 mei 2010 zijn zij samen met twee destijds minderjarige jongens de woning van een vriend van één van de verdachten binnengedrongen om daar spullen zoals een flatscreen, een Playstation 3 en spellen voor die Playstation weg te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/901016-10

Datum zitting : 2 februari 2011 en 20 april 2011

Datum uitspraak : 4 mei 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1991 te Rheden,

adres : [adres],

plaats : [woonplaats],

thans gedetineerd in PI Arnhem - De Berg, Arnhem Noord, Wilhelminastraat 16

Arnhem.

Raadsman : mr. R.D.J. Visschers, advocaat te Elst.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 14 mei 2010, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (tussen - ongeveer - 04.00 uur en 06.00 uur) te Velp, althans in de gemeente Rheden, in een woning gelegen aan de [adres] aldaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een televisietoestel (52 inch, merk Sony) en/of laptop (merk MSI, type Mega Book) en/of een Playstation 3 en/of twee Playstation controllers en/of een toetsenbord en/of een muis en/of een wake-up-light (merk Philips) en/of een sleutelbos en/of een of meer Playstationspellen en/of een portemonnee met inhoud en/of een UPC digitale ontvanger en/of een spaarpot en/of een usb-stick en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of 13, althans een of meer modelauto's en/of een zakmes (merk Victorinox), in elk geval enig goed of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- de/een door die [slachtoffer] bewoonde woning met (een bivakmuts) bedekt gelaat

is/zijn binnengedrongen en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben geslagen en/of geschopt

en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft/hebben geschreeuwd: "hou je bek!",

althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] tegen de grond heeft/hebben gewerkt en/of

- de mond van die [slachtoffer] heeft/hebben dichtgeplakt en/of

- het hoofd en/of de ogen van die [slachtoffer] (met een doek) heeft/hebben bedekt

en/of met tape op het hoofd en/of de ogen heeft/hebben geplakt en/of

- die [slachtoffer] (met tie-rips) heeft/hebben vastgebonden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] vastgebonden en/of met bedekt hoofd en/of bedekte ogen

heeft/hebben achtergelaten en/of

- die [slachtoffer], bij zijn/hun vertrek, heeft/hebben toegevoegd dat ze terug zouden

komen en/of dat ze hem zouden pakken als hij de politie zou bellen, althans

woorden van gelijke aard of strekking en/of (aldus) een, voor die [slachtoffer],

bedreigende situatie heeft/hebben gecreëerd;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 20 april 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. R.D.J. Visschers, advocaat te Elst.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd:

* [slachtoffer].

De officier van justitie, mr. K. Hermans, heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van € 2.160,- wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 31 dagen hechtenis.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Feiten

Op 14 mei 2010 wordt ’s nachts tussen 04.19 uur en 05.14 uur in de woning van [slachtoffer] (verder: aangever) aan de [adres] te Velp, ingebroken. Meerdere personen met bivakmutsen hebben de volgende goederen meegenomen:

• een 52 inch-televisietoestel van het merk Sony;

• een laptop van het merk MSI, type Mega Boek;

• een Playstation 3;

• twee witte controllers;

• een toetsenbord;

• een computermuis;

• een Wake-up Light van het merk Philips;

• een sleutelbos;

• meerdere Playstationspellen;

• een portemonnee met inhoud;

• een UPC digitale ontvanger;

• een spaarpot;

• een usb-stick;

• een mobiele telefoon van het merk Samsung;

• 12 modelauto’s; en

• een zakmes van het merk Victorinox.

Toen aangever de inbrekers overliep, werd hij geschopt, geslagen en tegen de grond gewerkt. Daarbij schreeuwden zij ‘Hou je bek’. Zijn mond werd dichtgeplakt met tape. Hij kreeg een doek over zijn gezicht en die doek werd met tape vastgeplakt. Om zijn polsen werden tie-wraps gebonden. Na de diefstal werd aangever zo achtergelaten. Bij het verlaten van de woning hebben de personen gedreigd dat ze terug zouden komen en hem zouden pakken als aangever de politie zou bellen.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte één van de personen is die heeft ingebroken in de woning van aangever en aldaar geweld heeft gebruik tegen aangever en hem heeft bedreigd. De officier van justitie baseert zijn standpunt op de verklaringen van getuige [mededader1] (verder: [mededader1]). Deze verklaring is geloofwaardig nu deze verklaringen op een groot aantal punten overeenkomen met de aangifte. Zijn verklaringen worden tevens ondersteund door andere bewijsmiddelen. Daarnaast baseert de officier van justitie zijn standpunt op de inhoud van de verklaringen van getuigen (getuige2) en [getuige1]. Verdachte zelf blijft hieromtrent zwijgen, terwijl de bewijsmiddelen tegen hem dusdanig zijn dat een uitleg van verdachte op zijn plaats is.

Standpunt verdediging

De verklaringen van getuige [mededader1] dienen te worden uitgesloten voor het bewijs in de strafzaak tegen verdachte. Aan de totstandkoming van deze verklaringen kleven dusdanige gebreken dat deze een grove en doelgerichte schending van artikel 6 EVRM opleveren. Deze geconstateerde schending dient niet slechts door te werken in de strafzaak tegen die [mededader1], maar ook in de strafzaak tegen verdachte, aangezien er sprake is van een ernstige inbreuk op de beginselen van goede procesorde. Tevens heeft [mededader1] niet consistent danwel strijdig met de aangifte en telefoongegevens verklaard. Ook de verklaring [getu[getuige1] dient te worden uitgesloten van het bewijs nu het proces-verbaal van 3 november 2010 op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. Uit de telefoongegevens is enkel af te leiden dat verdachte vermoedelijk thuis verbleef. Dat alles maakt dat onvoldoende bewijs voorhanden is dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft gepleegd.

Beoordeling rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [mededader1] kunnen en moeten worden gebezigd voor het bewijs, daargelaten dat de beweerdelijke onrechtmatigheid zich niet richt op verdachte maar op [mededader1]. Ten overstaan van de rechter-commissaris heeft [mededader1] namelijk verklaard dat hij bij de politie geen dingen heeft verklaard die niet waar waren omdat politie hem zaken voorhield en hij is bij de politie gaan verklaren omdat hij met een schone lei verder wilde. Deze verklaring ten overstaan van de rechter-commissaris heeft [mededader1] in vrijheid kunnen afleggen en een dergelijk verhoor is met alle mogelijke strafvorderlijke waarborgen omkleed. Verder heeft [mededader1] zich niet zelf beroepen op het feit dat zijn verklaring bij de politie onjuist tot stand is gekomen. Het primaire verweer van de raadsman wordt verworpen.

Het subsidiaire verweer van de raadsman omtrent de verklaringen van [mededader1] wordt eveneens verworpen. [mededader1] heeft ten overstaan van de rechter-commissaris zijn verklaring op essentiële punten herhaald; hij heeft de woningbraak samen met verdachte, [medeverdachte 05-900609-10] en [mededader2] gepleegd, het initiatief is van [medeverdachte 05-900609-10] gekomen, ze zijn binnengekomen omdat verdachte op het dak is geklommen, een raam heeft opgemaakt en vervolgens voor de andere drie de deur heeft opengedaan. Verder komen de verklaringen van [mededader1] (zoals afgelegd bij politie) op essentiële punten overeen met de aangifte; aangever is vastgebonden met tie-wraps, gekneveld met tape, geslagen en geschopt. Dat [mededader1] in details niet steeds hetzelfde verklaard, zoals over waar en wanneer er is overlegd over de overval, doet daaraan niet af.

Wat betreft de verklaring [getu[getuige1] is de rechtbank van oordeel dat het feit dat getuige betoogd heeft dat hij niet alles wat in het proces-verbaal van verhoor van 2 november 2010 is gerelateerd, heeft gezegd, niet maakt dat het gehele proces-verbaal uitgesloten dient te worden voor het bewijs. Feit blijft dat getuige ten overstaan van de rechter-commissaris heeft herhaald dat hij telefonisch van verdachte heeft gehoord dat er iets was gebeurd en dat dit ernstig was. Daarbij komt dat [getuige1] en verdachte op 13 oktober 2010 een telefoongesprek hebben gevoerd waarin [getuige1] verdachte zegt dat hij zijn telefoon moet opschonen, maar berichten moet bewaren die voor verdachte een alibi kunnen zijn. Verdachte deelt [getuige1] mede dat hij ‘kankerknetter’ wordt als hij een sirene hoort. Dat [getuige1] niet weet wat er gebeurd zou zijn en wat er zo ernstig zou zijn, acht de rechtbank gelet op dit gesprek niet aannemelijk.

Gelet op de aangifte en de verklaringen van [mededader1] en [getuige1], is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich tezamen en in vereniging met [medeverdachte 05-900609-10], [mededader2] en [mededader1] schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld en bedreiging met geweld.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 14 mei 2010, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (tussen - ongeveer - 04.00 uur en 06.00 uur) te Velp, in een woning gelegen aan de [adres] aldaar, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een televisietoestel (52 inch, merk Sony) en laptop (merk MSI, type Mega Book) en een Playstation 3 en twee Playstation controllers en een toetsenbord en een muis en een wake-up-light (merk Philips) en een sleutelbos en een of meer Playstationspellen en een portemonnee met inhoud en een UPC digitale ontvanger en een spaarpot en een usb-stick en een mobiele telefoon (merk Samsung) en 12, modelauto's en een zakmes (merk Victorinox), geheel toebehorende aan [slachtoffer] welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en zijn mededaders

- de door die [slachtoffer] bewoonde woning met (een bivakmuts) bedekt gelaat

zijn binnengedrongen en

- die [slachtoffer] meermalen, hebben geslagen en geschopt

en (daarbij) tegen die [slachtoffer] hebben geschreeuwd: "hou je bek!",

althans woorden van gelijke aard of strekking en

- (vervolgens) die [slachtoffer] tegen de grond hebben gewerkt en

- de mond van die [slachtoffer] hebben dichtgeplakt en

- het hoofd en de ogen van die [slachtoffer] (met een doek) hebben bedekt

en met tape op het hoofd en de ogen hebben geplakt en

- die [slachtoffer] (met tie-wraps) hebben vastgebonden en

- (vervolgens) die [slachtoffer] vastgebonden en met bedekt hoofd en bedekte ogen

hebben achtergelaten en

- die [slachtoffer], bij hun vertrek, hebben toegevoegd dat ze terug zouden

komen en dat ze hem zouden pakken als hij de politie zou bellen, althans

woorden van gelijke aard of strekking en (aldus) een, voor die [slachtoffer],

bedreigende situatie hebben gecreëerd;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Standpunt officier van justitie

Verdachte komt jong over, maar gezien zijn handelwijze weet verdachte hoe de vork aan de steel zit. De officier van justitie is dan van oordeel dat verdachte ter zake van de diefstal met geweldpleging moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden. Hij is tot deze strafeis gekomen rekening houdend met de omstandigheid dat hij en zijn medeverdachten de overval planmatig hebben opgezet. Daarnaast is fors geweld tegen aangever gebruikt. Verdachte heeft zich enkel laten leiden door eigen financieel gewin en heeft geen oog gehad voor de gevolgen voor aangever.

Standpunt verdediging

De strafeis dient sterk gematigd te worden gelet op de straffen die aan de minderjarige medeverdachten zijn opgelegd. Het leeftijdsverschil tussen de jongste medeverdachte en die van verdachte is maar één jaar en negen maanden. Daarnaast heeft wetenschappelijk onderzoek doen blijken dat adolescenten van 18 jaar nog niet volledig zijn uitgerijpt. Deze adolescenten en dus ook verdachte kunnen de consequenties van hun handelen nog niet volledig overzien. De verdediging verzoekt dan ook rekening te houden met de jeugdige leeftijd van verdachte.

Beoordeling van de strafmaat

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarbij is onder meer gelet op de justitiële documentatie betreffende verdachte van 19 maart 2011.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich samen met drie medeverdachten schuldig gemaakt aan een zeer gewelddadige woninginbraak. Verdachte is met een groepje van vier in een nacht de woning van het slachtoffer binnengedrongen om aldaar een apparaten, computerspellen en andere goederen weg te nemen. Eenmaal binnen wordt het slachtoffer gekneveld, geslagen en geschopt. Ook wordt hij vastgebonden. In die toestand wordt hij achtergelaten. Slachtoffer mag van geluk spreken dat het uiteindelijke letsel is meegevallen. Verdachte heeft hiermee - enkel en alleen gedreven door zijn hebzucht naar geld - een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en het slachtoffer ondervindt hiervan nog steeds de psychische consequenties. Daarbij geldt dat het delict heeft plaatsgevonden in de woning van het slachtoffer, terwijl de eigen woning bij uitstek de plaats is waar iemand zich veilig moet kunnen voelen. Dergelijke ernstige delicten veroorzaken ook gevoelens van angst en onveiligheid binnen de samenleving in het algemeen. De rechtbank rekent dit verdachte zeer zwaar aan.

De rechtbank is van oordeel dat enkel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht doet aan de ernst van de zaak en acht het niet op zijn plaats aansluiting te zoeken bij de afdoening van de strafzaak tegen verdachtes minderjarige medeverdachte. Nu verdachte niet heeft meegewerkt aan een psychologisch onderzoek, heeft de rechtbank geen aanknopingspunten om aan te nemen dat verdachtes persoon meer aansluit bij die van een minderjarige dan die van een meerderjarige. Gelet op de jonge leeftijd van verdachte is het des te zorgelijk dat hij op die jonge leeftijd al - enkel voor eigen financieel gewin - is overgegaan tot het plegen van zo’n ernstig feit. Mede gelet op de afdoening van soortgelijke straffen, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden met aftrek passend en geboden.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b Sv opgave gedaan van de inhoud van de vorde¬ring, strekkende tot vergoeding van geleden schade en vordert een bedrag van € 2.160,-.

Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen, ook al zijn andere daders daarbij betrokken. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 van het Burgelijk Wetboek, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid moet deze schade worden begroot op € 2.000,-. De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voorzover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan. Voor het overige deel wordt de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 32 (tweeëndertig) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover één van de medeveroordeelden betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan die [slachtoffer], te betalen € 2.000,- (zegge: tweeduizend).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk.

Maatregel van schadevergoeding ad € 2.000,-, subsidiair 30 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen € 2.000,-, (zegge: tweeduizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 30 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mrs. N.K. van den Dungen-Dijkstra (voorzitter), L.C.P. Goossens en H.C. Leemreize, in tegenwoordigheid van mr. S.P.H. Brinkman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 mei 2011.