Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ3353

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-05-2011
Datum publicatie
04-05-2011
Zaaknummer
05/900609-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt twee 20-jarige mannen tot gevangenisstraffen van respectievelijk 40 en 32 maanden met aftrek van voorarrest. In de nacht van 14 mei 2010 zijn zij samen met twee destijds minderjarige jongens de woning van een vriend van één van de verdachten binnengedrongen om daar spullen zoals een flatscreen, een Playstation 3 en spellen voor die Playstation weg te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/900609-10

Datum zitting : 2 februari 2011 en 20 april 2011

Datum uitspraak : 4 mei 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1991 te Sarajevo (Bosnië en Herzegovina),

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

thans gedetineerd in PI Overijssel, HvB Karelskamp, Bornsestraat 333

Almelo.

Raadsman : mr. B.P.J. van Riel, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 14 mei 2010, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (tussen - ongeveer - 04.00 uur en 06.00 uur) te Velp, althans in de gemeente Rheden, in een woning gelegen aan de [adres] aldaar, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een televisietoestel (52 inch, merk Sony) en/of laptop (merk MSI, type Mega Book) en/of een Playstation 3 en/of twee Playstation controllers en/of een toetsenbord en/of een muis en/of een wake-up-light (merk Philips) en/of een sleutelbos en/of een of meer Playstationspellen en/of een portemonnee met inhoud en/of een UPC digitale ontvanger en/of een spaarpot en/of een usb-stick en/of een mobiele telefoon (merk Samsung) en/of 13, althans een of meer modelauto's en/of een zakmes (merk Victorinox), in elk geval enig goed of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s)

- de/een door die [slachtoffer] bewoonde woning met (een bivakmuts) bedekt gelaat

is/zijn binnengedrongen en/of

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, heeft/hebben geslagen en/of geschopt

en/of (daarbij) tegen die [slachtoffer] heeft/hebben geschreeuwd: "hou je bek!",

althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] tegen de grond heeft/hebben gewerkt en/of

- de mond van die [slachtoffer] heeft/hebben dichtgeplakt en/of

- het hoofd en/of de ogen van die [slachtoffer] (met een doek) heeft/hebben bedekt

en/of met tape op het hoofd en/of de ogen heeft/hebben geplakt en/of

- die [slachtoffer] (met tie-rips) heeft/hebben vastgebonden en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] vastgebonden en/of met bedekt hoofd en/of bedekte ogen

heeft/hebben achtergelaten en/of

- die [slachtoffer], bij zijn/hun vertrek, heeft/hebben toegevoegd dat ze terug zouden

komen en/of dat ze hem zouden pakken als hij de politie zou bellen, althans

woorden van gelijke aard of strekking en/of (aldus) een, voor die [slachtoffer],

bedreigende situatie heeft/hebben gecreëerd;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op laatstelijk 20 april 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. B.P.J. van Riel, advocaat te Arnhem.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd:

* [slachtoffer]

De officier van justitie, mr. K. Hermans, heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van € 2.160,- wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 31 dagen hechtenis.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Feiten

Op 14 mei 2010 wordt ’s nachts tussen 04.19 uur en 05.14 uur in de woning van [slachtoffer] (verder: aangever) aan de [adres] te Velp, ingebroken. Meerdere personen met bivakmutsen hebben de volgende goederen meegenomen:

• een 52 inch-televisietoestel van het merk Sony;

• een laptop van het merk MSI, type Mega Boek;

• een Playstation 3;

• twee witte controllers;

• een toetsenbord;

• een computermuis;

• een Wake-up Light van het merk Philips;

• een sleutelbos;

• meerdere Playstationspellen;

• een portemonnee met inhoud;

• een UPC digitale ontvanger;

• een spaarpot;

• een usb-stick;

• een mobiele telefoon van het merk Samsung;

• 12 modelauto’s; en

• een zakmes van het merk Victorinox.

Toen aangever de inbrekers overliep, werd hij geschopt, geslagen en tegen de grond gewerkt. Daarbij schreeuwden zij ‘Hou je bek’. Zijn mond werd dichtgeplakt met tape. Hij kreeg een doek over zijn gezicht en die doek werd met tape vastgeplakt. Om zijn polsen werden tie-wraps gebonden. Na de diefstal werd aangever zo achtergelaten. Bij het verlaten van de woning hebben de personen gedreigd dat ze terug zouden komen en hem zouden pakken als aangever de politie zou bellen.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich gemotiveerd op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte één van de personen is die heeft ingebroken in de woning van aangever en aldaar geweld heeft gebruik tegen aangever en hem heeft bedreigd. De officier van justitie baseert zijn standpunt op de verklaringen van getuige [mededader1] (verder: [mededader1]). Deze verklaring is geloofwaardig nu deze verklaringen op een groot aantal punten overeenkomen met de aangifte. Zijn verklaringen worden tevens ondersteund door andere bewijsmiddelen. Daarnaast stelt de officier van justitie dat het scenario dat verdachte heeft geschetst in zijn verklaringen, niet verifieerbaar is en dus terzijde geschoven moet worden.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de verklaringen van[mededader1] niet kunnen worden gebruikt als basis voor een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit; hij verklaart wisselend over verschillende dingen. Daarnaast heeft verdachte verklaringen gegeven voor de feiten dat één van zijn mobiele telefoons in de betreffende nacht een zendmast in de buurt van de woning heeft aangestraald, dat de gestolen mobiele telefoon in het bezit was van zijn zus en dat hij aanwezig was bij de verkoop van de gestolen Playstation. Verdachte dient te worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich tezamen en in vereniging met [medeverdachte 05/901016-10]),[mededader2] (verder: [mededader2]) en[mededader1], schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld en bedreiging met geweld. De rechtbank komt daartoe op grond van het volgende, in onderlinge samenhang bezien.

De rechtbank acht de verklaring van[mededader1] consistent en derhalve bruikbaar voor het bewijs. De rechtbank laat haar oordeel daarop dan ook in overwegende maten steunen.

[mededader1] heeft omtrent de betrokkenheid van verdachte verklaard dat verdachte degene was die met het plan was gekomen om bij aangever in te breken. Ze waren met z’n vieren. De twee anderen waren [medeverdachte] en [mededader2]. De verkoop van de gestolen goederen zou door verdachte en [mededader2] geregeld worden. Hij heeft ten overstaan van de rechter-commissaris verklaard waarom hij is gaan verklaren, namelijk uit vrije wil en blijft op het belangrijkste punt bij die verklaring, namelijk dat hij heeft samen met verdachte, [medeverdachte] en [mededader2] bij aangever heeft ingebroken en dat en ze aangever hebben geschopt, geslagen en vastgebonden.

Verbalisanten hebben vastgesteld dat de gestolen Playstation van aangever, het registratienummer 0274304236789669 had. Deze Playstation was vanaf 14 mei te 21.18 uur via provider UPC ten aanzien van het IP-adres 80.56.37.191 in gebruik in[adres]e [adres] te Arnhem. Getuige [getuige1], wonende aan die [adres], heeft hieromtrent verklaard dat hij met [getuige2] op Marktplaats.nl een Playstation had gezien en deze wilden zij kopen voor [getuige2]. [getuige1] belde met nummer 06-[x] naar de verkoper en zij spraken af op een parkeerterrein in Arnhem. Aldaar herkende [getuige1] de verkoper, het was verdachte. Tevens herkende hij de foto van de chauffeur van de auto waarmee verdachte was gekomen toen hem de foto van [mededader2] werd getoond. Die avond heeft hij samen met [getuige2] de Playstation geïnstalleerd in zijn woning aan de [adres] te Arnhem. De Playstation had twee witte joysticks. De rechtbank is van oordeel dat verdachte degene is geweest die de gestolen Playstation en de twee witte controllers heeft doorverkocht aan [getuige2]. Dat verdachte, aldus zijn verklaring, slechts in de auto heeft gezeten en dat een andere inzittende van die auto de Playstation aan [getuige2] heeft verkocht, acht de rechtbank, gelet op de verklaring van [getuige1], niet aannemelijk.

Het IMEI-nummer van de gestolen mobiele telefoon van aangever is [x] Verbalisanten hebben vastgesteld dat de zus van verdachte, [zus verdachte], vanaf 17 mei 2010 gebruik maakte van een toestel met dat IMEI-nummer. Zij ontving 8 sms-berichten van het servicenummer van T-mobile. In de periode daarna, tot 4 juni 2010, maakte zij gebruik van een toestel met een ander IMEI-nummer. Vanaf 4 juni 2010 tot aan 14 september 2010 maakte zij weer gebruik van het toestel met het IMEI-nummer [x] De rechtbank is daardoor van oordeel dat de in de tenlastelegging als gestolen vermelde mobiele telefoon na de diefstal is gebruikt door de zus van verdachte. Zij heeft omtrent het bezit van de telefoon verklaard dat zij de betreffende mobiele telefoon heeft gekregen van haar broer, verdachte. Daarbij had haar broer gezegd dat de telefoon van diefstal afkomstig was, vrienden van hem hadden die gestolen bij een woninginbraak. Dat verdachte heeft verklaard dat hij niet tegen zijn zus heeft gezegd dat de telefoon van diefstal afkomstig was, doet niet af aan de inhoud van de verklaring van de zus. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten te twijfelen aan de verklaring van de zus.

Bij huiszoeking van de woning van verdachte zijn een Philips Wake-up Light en zes Playstationspellen gevonden. De moeder van verdachte, [moeder verdachte], heeft verklaard dat zij de Wake-up Light van haar zoon heeft gekregen; deze had hij bij de Mediamarkt gekocht, er zat geen doos bij. De rechtbank schuift de verklaring van verdachte dat hij de lamp van [mededader2] heeft gekocht, terzijde. Verdachte heeft immers tegen zijn moeder gezegd dat hij de lamp bij de Mediamarkt had gekocht. Gelet op deze inconsistenties en het eerder overwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte ook deze lamp heeft gestolen bij aangever en vervolgens aan zijn moeder heeft gegeven.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 14 mei 2010, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (tussen - ongeveer - 04.00 uur en 06.00 uur) te Velp, in een woning gelegen aan de [adres] aldaar, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een televisietoestel (52 inch, merk Sony) en laptop (merk MSI, type Mega Book) en een Playstation 3 en twee Playstation controllers en een toetsenbord en een muis en een Wake-up Light (merk Philips) en een sleutelbos en meerdere Playstationspellen en een portemonnee met inhoud en een UPC digitale ontvanger en een spaarpot en een usb-stick en een mobiele telefoon (merk Samsung) en 12, modelauto's en een zakmes (merk Victorinox), geheel toebehorende aan [slachtoffer] welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en zijn mededaders

- de door die [slachtoffer] bewoonde woning met (een bivakmuts) bedekt gelaat

is binnengedrongen en

- die [slachtoffer] meermalen, hebben geslagen en geschopt

en(daarbij) tegen die [slachtoffer] hebben geschreeuwd: "hou je bek!",

en

- (vervolgens) die [slachtoffer] tegen de grond hebben gewerkt en

- de mond van die [slachtoffer] hebben dichtgeplakt en

- het hoofd en de ogen van die [slachtoffer] (met een doek) hebben bedekt

en met tape op het hoofd en de ogen hebben geplakt en

- die [slachtoffer] (met tie-wraps) hebben vastgebonden en

- (vervolgens) die [slachtoffer] vastgebonden en met bedekt hoofd en bedekte ogen

hebben achtergelaten en

- die [slachtoffer], bij hun vertrek, hebben toegevoegd dat ze terug zouden

komen en dat ze hem zouden pakken als hij de politie zou bellen, althans

woorden van gelijke aard of strekking en (aldus) een, voor die [slachtoffer],

bedreigende situatie hebben gecreëerd;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat verdachte ter zake van de diefstal met geweldpleging moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar. De officier van justitie is tot deze strafeis gekomen rekening houdend met de omstandigheid dat verdachte en zijn medeverdachten de overval planmatig hebben opgezet en verdachte kan worden aangewezen als de initiator. Daarnaast is fors geweld tegen aangever gebruikt. Verdachte heeft zich enkel laten leiden door eigen financieel gewin en heeft geen oog gehad voor de gevolgen voor aangever. Verdachte dient bestraft te worden naar de normen van het volwassen strafrecht. Op het begane delict staat een maximumstraf van 12 jaar, hetgeen maatschappelijk gezien de ernst van een dergelijke beroving illustreert, en dat maakt dat een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar recht doet aan de ernst van het feit. Dat verdachtes minderjarige medeverdachte een aanzienlijk lagere straf heeft gekregen doet daaraan niets af. Dat is eigen aan de aard van de jeugdstrafrechtspleging.

Standpunt verdediging

De strafeis dient in grote mate gematigd te worden gelet op de straffen die aan de minderjarige medeverdachten zijn opgelegd. Het leeftijdsverschil tussen de jongste medeverdachte en die van verdachte is maar één jaar en negen maanden.

Beoordeling van de strafmaat

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarbij onder meer is gelet op de justitiële documentatie betreffende verdachte van 19 maart 2011, een rapport van psychologisch onderzoek, opgemaakt door drs. [psycholoog], psycholoog, van 21 december 2010, een reclasseringsadvies ten behoeve van rechtszitting, opgemaakt door Reclassering Nederland, van 10 februari 2011.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich samen met drie medeverdachten schuldig gemaakt aan een zeer gewelddadige woninginbraak. De rechtbank merkt verdachte aan als de initiatiefnemer van het plan; hij was de ‘vriend’ van aangever, hij wist dat een deur van de woning nooit afgesloten was en hij wist wat er te halen was in de woning. Eenmaal in de woning wordt het slachtoffer gekneveld, geslagen en geschopt. Ook wordt hij vastgebonden. In die toestand is hij achtergelaten. Slachtoffer mag van geluk spreken dat het uiteindelijke letsel is meegevallen. Verdachte heeft hiermee - enkel en alleen gedreven door zijn hebzucht naar geld - een forse inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en het slachtoffer ondervindt hiervan nog steeds de psychische consequenties. Daarbij geldt dat het delict heeft plaatsgevonden in de woning van het slachtoffer, terwijl de eigen woning bij uitstek de plaats is waar iemand zich veilig moet kunnen voelen. Dergelijke ernstige delicten veroorzaken ook gevoelens van angst en onveiligheid binnen de samenleving in het algemeen. De rechtbank rekent dit verdachte zeer zwaar aan.

De rechtbank is van oordeel dat enkel een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf recht doet aan de ernst van de zaak en acht het niet op zijn plaats aansluiting te zoeken bij de afdoening van de strafzaak tegen verdachtes minderjarige medeverdachte. Nu verdachte niet heeft meegewerkt aan een psychologisch onderzoek, heeft de rechtbank geen aanknopingspunten om aan te nemen dat verdachtes persoon meer aansluit bij die van een minderjarige dan die van een meerderjarige. Gelet op de jonge leeftijd van verdachte is het des te zorgelijk dat hij op die jonge leeftijd al - enkel voor eigen financieel gewin - is overgegaan tot het plegen van zo’n ernstig feit. Mede gelet op de afdoening van soortgelijke zaken, acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek passend en geboden. Deze straf is hoger dan de straf die de rechtbank aan diens meerderjarige medeverdachte heeft opgelegd omdat de rechtbank verdachte als initiatiefnemer van de overval ziet.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven Wake-up Licht en Playstationspellen toebehoren aan [slachtoffer] en aan hem teruggegeven moeten worden.

6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b Sv opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade en vordert een bedrag van € 2.160,-.

Aan de benadeelde partij is door het bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Dit is aan verdachte toe te rekenen, ook al waren andere daders daarbij betrokken. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die genoemd in artikel 6:106 BW, is voldaan. Naar maatstaven van billijkheid moet deze schade worden begroot op € 2.000,-. De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voorzover het gevorderde door zijn mededaders is of wordt voldaan. Voor het overige deel wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal de rechtbank de maatregel van artikel 36f Sr opleggen op de hierna te noemen wijze.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 310, 311 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoer¬legging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de teruggave van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp, te weten

• Philips Wake up Light;

• Playstation 3 spel – The Eye of judgement;

• Playstation 3 spel – Metal Gear Solid;

• Playstation 3 spel – Heavy Rain;

• Playstation 3 spel – Grand Theft Auto IV;

• Playstation 3 spel – Kill Zone II;

• Playstation 3 spel – Saints Row,

aan de rechthebbende, te weten [slachtoffer].

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover één van zijn medeveroordeelden betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [slachtoffer] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan die [slachtoffer], te betalen € 2.000,- (zegge: tweeduizend euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Maatregel van schadevergoeding ad € 2.000,-, subsidiair 30 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer], te betalen € 2.000,-, (zegge: tweeduizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 30 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mrs. N.K. van den Dungen-Dijkstra (voorzitter), L.C.P. Goossens en H.C. Leemreize, in tegenwoordigheid van mr. S.P.H. Brinkman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 mei 2011.