Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ2564

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
06-04-2011
Datum publicatie
29-04-2011
Zaaknummer
196263
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ter comparitie is afgesproken dat de rechtbank eerst een oordeel zal geven over de juridische geschilpunten, in het bijzonder over de inhoud van de overeenkoms m.b.t. de bouw van een schipt, de vraag of de overeenkomst tussen partijen nadien is aangepast en de vraag op welke basis de werkzaamheden waaronder het meerwerk dienen te worden afgerekend. Tot deze en dergelijke geschilpunten bepaalt de rechtbank zich in dit vonnis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 196263 / HA ZA 10-268

Vonnis van 6 april 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROSHIP SERVICES B.V.,

gevestigd te Heerewaarden, gemeente Maasdriel,

eiseres,

advocaat mr. J.P.J.M. Naus te Nijmegen,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. A.P.E. de Ruiter te Zwolle.

Partijen zullen hierna Euroship Services en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 mei 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 17 februari 2011. In dat proces-verbaal is abusievelijk niet vermeld dat [gedaagde] ook eiser in reconventie en Euroship Services ook verweerster in reconventie is en in zoverre is het proces-verbaal onvolledig. De comparitie had ook betrekking op de procedure in conventie en in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen zijn op 20 oktober 2005 met elkaar een overeenkomst (“Agreement for the Construction of a new boat”, hierna: de overeenkomst) aangegaan met betrekking tot de bouw van een schip, genaamd de [X]. Bijlage 1 bij de overeenkomst vermeldt als “Guide price” een bedrag van € 347.000,- en bijlage 3 bij de overeenkomst vermeldt als “Delivery Date “February 2006”, met als handgeschreven toevoeging “will be later upon mutual agreement”.

2.2. In opdracht van Euroship Services heeft het Belgische bedrijf Ament Gebroeders BVBA (hierna: Ament) bepaalde werkzaamheden ten behoeve van de bouw van de [X] verricht.

2.3. Bij mail van 21 september 2007 heeft Euroship Services “the latest update on working hours and purchase cost of Ament” toegezonden aan [gedaagde] en [gedaagde] verzocht een betaling van € 50.000,00 te doen. Aan dat verzoek heeft [gedaagde] niet voldaan.

2.4. Op 5 november 2007 heeft Euroship Services aan [gedaagde] een “Project update and project cost up November 1 st 2007” toegezonden. Volgens dat stuk waren de totale kosten voor de bouw van de [X] tot dat moment € 591.570,-, waarvan [gedaagde] € 385.060,- had betaald, zodat nog € 206.510,- diende te worden betaald.

2.5. [gedaagde] heeft de volgende deelbetalingen gedaan tot dat bedrag van in totaal € 385.060,-:

datum bedrag

31 augustus 2004 € 5.000,-

5 juli 2005 € 34.200,-

13 december 2005 € 34.200,-

26 januari 2006 € 34.200,-

21 februari 2006 € 68.400,-

3 mei 2006 € 68.400,-

19 januari 2007 € 90.660,-

22 mei 2007 € 50.000,-

2.6. In december 2007 (volgens Euroship Services) dan wel januari 2008 (volgens [gedaagde]) heeft Euroship Services de werkzaamheden aan de [X] gestaakt.

2.7. Op 31 januari 2008 heeft Euroship Services aan [gedaagde] een bedrag van € 219.794,28 gefactureerd met als omschrijving “Extra labour cost and extra material cost resulting form your instructions to perform additional works and purchase additional materials for your project [X]” en “To be paid, balance of cost up to jan. 1st 2008-02-01”. Deze factuur is onbetaald gebleven.

2.8. De [X] bevindt zich thans op het bedrijfsterrein van Ament, en wel op een gedeelte daarvan dat Euroship Services vanaf januari 2008 huurt voor een bedrag van € 175,- per maand.

2.9. Bij vonnis in kort geding van 2 december 2008 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank is de vordering van [gedaagde] om Euroship Services te veroordelen tot afgifte van de [X] aan hem afgewezen.

2.10. Op verzoek van [gedaagde] heeft deze rechtbank een voorlopig deskundigenonderzoek bevolen met benoeming van de heer de heer P. van Oosterhout te Rotterdam als deskundige. Deze deskundige, kennelijk verbonden aan BMT De Beer B.V. te Rotterdam, heeft zijn opdracht omschreven als “betreffende onder andere het bestaan, de omvang en de prijs van het meerwerk met betrekking tot de bouw van het motorschip “[X]”.

De rechtbank merkt op in het rapport staat vermeld dat het dateert van 9 februari 2010, maar dat kan niet juist zijn: de opdracht dateert immers van 3 mei 2010, zoals ook in het rapport staat vermeld. Mr. De Ruiter heeft in zijn brief van 9 februari 2011 geschreven dat “het rapport pas vandaag gereed was”, zodat het kennelijk dateert van 9 februari 2011.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Euroship Services vordert – samengevat – de veroordeling van [gedaagde]:

- tot betaling van € 219.794,28 vermeerderd met de contractuele vertragingsrente,

- tot betaling van € 15.000,00 wegens buitengerechtelijke incassokosten,

- tot betaling van € 175,00 per maand vanaf 1 januari 2008 tot en met de maand waarin de boot aan [gedaagde] wordt opgeleverd,

- om na betaling van voornoemde bedragen zijn medewerking te verlenen aan de oplevering van de boot,

- tot betaling van de proceskosten en de nakosten vermeerderd met vertragingsrente.

3.2. Aan deze vorderingen legt Euroship Services het volgende ten grondslag. Op grond van de overeenkomst en talrijke tijdens het productieproces van de [X] door [gedaagde] opgedragen veranderingen, zijnde meerwerkopdrachten, is [gedaagde] een bedrag van € 219.794,28 aan Euroship Services verschuldigd. Ter incasso van die vordering heeft Euroship Services uitgebreide werkzaamheden verricht en kosten gemaakt, die vooralsnog worden begroot op een bedrag van € 15.000,-.

3.3. [gedaagde] voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5. [gedaagde] vordert – samengevat –

de veroordeling van Euroship Services:

- tot afgifte van de [X], op straffe van een dwangsom,

- tot betaling van € 2.550,00 per maand vanaf februari 2006 tot en met de maand waarin de [X] wordt geleverd aan [gedaagde], vermeerderd met vertragingsrente,

- tot betaling van € 30.574,00, vermeerderd met vertragingsrente,

- over te gaan tot certificering van de [X] althans tot betaling van de met certificering gemoeide kosten,

te verklaren voor recht dat Euroship Services is gehouden de [X] te laten voorzien van een Rijnvaartverklaring en van de CE markering als bedoeld in de Europese Richtlijn voor pleziervaartuigen 94/25/EG zoals geamendeerd in 2003/44/EG en ervoor zorg te laten dragen dat de [X] voldoet aan alle overige vereisten waaraan de boot moet voldoen om geregistreerd en in gebruik genomen te kunnen worden, zodat aan de vereisten voortvloeiend uit EG Richtlijn 2006/87,

met veroordeling van Euroship Services in de proceskosten en de kosten van het deskundigenbericht, vermeerderd met vertragingsrente.

3.6. Aan deze vorderingen legt [gedaagde] het volgende ten grondslag. Ingevolge artikel 10 van de overenkomst is [gedaagde] eigenaar van de [X]. Hij vordert de [X] als zijn eigendom op. [gedaagde] heeft aan al zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst voldaan, zodat Euroship Services ten onrechte een beroep doet op haar retentierecht. [gedaagde] derft met ingang van 1 februari 2006 huurinkomsten ten bedrage van € 1.200,- per maand, aangezien hij het huis dat hij voornemens was te verhuren, noodgedwongen zelf bewoont nu de [X] nog niet door hem kan worden bewoond, en maakt opslagkosten ten bedrage van € 1.350,- per maand, derhalve in totaal € 2.550,- per maand. Voorts heeft hij schade geleden ten bedrage van in totaal € 30.574,-, bestaande uit € 7.214,- wegens verhuiskosten, € 13.760,- wegens reiskosten, € 6.000,- wegens extra ontwerpkosten in verband met een fout van Euroship Services en € 3.600,- wegens waardevermindering van zijn auto, die hij zou hebben verkocht als de [X] op tijd gereed zou zijn geweest. Op grond van de overeenkomst is Euroship Services gehouden tot hetgeen Euroship Services vordert in de vorm van de verklaring voor recht.

3.7. Euroship Services voert verweer.

3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

inleiding

4.1. Ter comparitie is afgesproken dat de rechtbank eerst een oordeel zal geven over de juridische geschilpunten, in het bijzonder over de inhoud van de overeenkomst, de vraag of de overeenkomst tussen partijen nadien is aangepast en de vraag op welke basis de werkzaamheden waaronder het meerwerk dienen te worden afgerekend. Tot deze en dergelijke geschilpunten zal de rechtbank zich in dit vonnis dus beperken.

het toepasselijke recht

4.2. Een vraag die eveneens dient te worden beantwoord in dit vonnis, is die naar het toepasselijke recht, nu Euroship Services is gevestigd in Nederland en [gedaagde] woonachtig is in Groot Brittannië. Uit de stellingen van beide partijen, in het bijzonder uit hun uitdrukkelijk beroep op Nederlandse wetsartikelen, volgt dat naar hun oordeel Nederlands recht van toepassing is. De rechtbank sluit zich daarbij aan en zal de zaak beoordelen naar Nederlands recht.

de werkzaamheden ingevolge de overeenkomst

4.3. Ten aanzien van de bouw van de [X] stelt Euroship Services zich op het standpunt dat haar verplichting uit hoofde van de overeenkomst bestond uit het vervaardigen van een vaarbaar stalen schip, geschilderd en voorzien van ramen en deuren. Ten tijde van het sluiten van de overeenkomst waren enkele door [gedaagde] vervaardigde schetsen en tekeningen beschikbaar, die nog moesten worden “vertaald” in technische tekeningen. Die schetsen en tekeningen worden weliswaar in de overeenkomst genoemd, maar de inhoud daarvan behoorde niet tot de opgedragen werkzaamheden, aldus Euroship Services.

4.4. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat volgens de overeenkomst de [X] zou worden gebouwd in overeenstemming met de aan de overeenkomst gehechte specificatie, tekeningen en plannen van de hand van [gedaagde].

4.5. Naar het oordeel van de rechtbank kwalificeert de overeenkomst als een overeenkomst tot aanneming van werk in de zin van artikel 7:750 Burgerlijk Wetboek (BW). Ten aanzien van de inhoud en omvang van de werkzaamheden, waartoe Euroship Services zich bij de overeenkomst heeft verbonden, verschillen partijen dus van mening. De vraag, hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers volgens vaste jurisprudentie aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht (HR 13 maart 1981, NJ 1981/635). Daarbij komt aan de taalkundige betekenis en interpretatie van de bewoordingen van de overeenkomst grote betekenis toe (HR 19 januari 2007, NJ 2007/575, LJN: AZ3178)

4.6. De tekst van de overeenkomst luidt, voor zover van belang:

1.1. The Builders agree to construct and the Purchaser agrees to buy the boat described in the Specification as set out in Schedule 1, together with any drawings and plans (“the Boat”), in accordance with the terms of this Agreement.

1.2. Subject to any agreed amendments to the Specification, drawings and plans, the Purchaser shall have the right to reject any workmanship, materials and/or equipment which does not comply herewith.

Schedule 1 luidt als volgt:

SCHEDULE 1 – SPECIFICATION

The Specification for JENAL (the Boat) is as set out in the document “Deliverables” that has already be forwarded to the Builder.

1. Euroships Component Spread-sheet & AMA Spread-sheet – M/S Excel

2. Dimensions Data sheet – M/S Word

3. [ ] [gedaagde] Drawings:

a). Illust: Bow-Locker-Plan – production

b). Illust: Complete Barge – production

c). Illust: Engine-Room – production

d). Illust: Hallway-Plan – production

e). Illust: Kitchen-Galley – production

f). Illust: Lounge/Kitchen-Plan – production

g). Illust: Master-Bedroom-Plan – production

h). Illust: Study/2nd Bedroom-Plan – production

i). Illust: Wheelhouse – production

4. [X] Website

To improve weight distribution and reduce ballast, it has been agreed by the Builders & Purchaser to use 20mm base plate where practical, 10mm elsewhere an 10mm chine plate.

De stukken die als “production” in Schedule 1 staan vermeld, zijn bij de overeenkomst gevoegd.

4.7. Samengevat komt het er volgens de tekst van de overeenkomst op neer dat de [X] zal worden gebouwd als beschreven in de Specification 1, samen met “any drawings and plans”. In Specification 1 wordt verwezen naar het document “Deliverables” en worden voorts andere stukken en de [X] website genoemd. Tot die stukken behoren onder 3a-f de “Drawings” van [gedaagde]. De tekst van de overeenkomst bevat geen enkele aanwijzing dat de “Drawings” van [gedaagde] niet zouden behoren tot de “Drawings” in artikel 1.1 van de overeenkomst. Het feit dat die “Drawings” van [gedaagde] in Schedule 1 uitdrukkelijk staan vermeld, maakt dat juist voor de hand ligt dat die “Drawings” wel zijn bedoeld in artikel 1.1. Nu Euroship Services uitsluitend stelt maar niet onderbouwt dat de inhoud van de overeenkomst afwijkt van hetgeen volgt de uit de meest voor de hand liggende uitleg ervan, is de rechtbank van oordeel dat – overeenkomstig de Haviltex-formule – de inhoud en omvang van de werkzaamheden waartoe Euroship Services zich bij de overeenkomst heeft verplicht, bestaat uit de letterlijke omschrijving in artikel 1.1 van de overeenkomst en in Schedule 1, dat wil zeggen inclusief de “Drawings” van [gedaagde].

het meerwerk

4.8. Volgens Euroship Services heeft [gedaagde] tijdens het productieproces van de [X] uitgebreid meerwerk opgedragen in de vorm van “honderden kleine en grotere aanpassingen”.

4.9. [gedaagde] erkent dat sprake is geweest van meerwerk, maar dat was volgens hem veel minder omvangrijk dan Euroship Services stelt: de prijs voor het opgedragen meerwerk bedroeg € 47.681,50, welk bedrag tussen partijen is besproken en door [gedaagde] is geaccordeerd.

4.10. De rechtbank overweegt het volgende. Ten aanzien van het meerwerk zijn de artikelen 2 en 3 van de overeenkomst van belang, die luiden:

2.1. No moderations or changes to the Specification, delivery date and/or price shall be binding for the Parties unless and until set out in writing and signed by both Parties.

3.1 The price of the Boat is the amount set out in Schedule 2 together with the cost of any modifications or changes to the Specification agreed between Parties under Clause 2.1 […]

Aldus hebben partijen in hun overeenkomst vastgelegd op welke wijze aanpassingen en veranderingen in de Specification, de datum van aflevering en de prijs worden overeengekomen: schriftelijk en ondertekend door beide partijen. Euroship Services heeft de geldigheid en toepasselijkheid van deze artikelen niet weersproken. Partijen zijn daaraan dus gebonden. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat – geheel daarmee in lijn – onder de spreadsheet waarnaar Schedule 1 verwijst, handgeschreven is toegevoegd (door [gedaagde]?):

The above figures are the basis of the contract and agreement and might change due to the change in specifications all upon mutual agreement in writing and confirmed.

Dit betekent dus dat voor zover de opdrachten tot meerwerk niet schriftelijk en door beide partijen ondertekend zijn vastgelegd, deze niet als een geldige – conform de overeenkomst gegeven – opdracht tot meerwerk kunnen gelden. Euroship Services heeft niets gesteld dat tot een ander standpunt dwingt. In het bijzonder is niet aangevoerd dat nadere afspraken zijn gemaakt inhoudende dat meerwerk, in afwijking van de overeenkomst, (ook) mondeling overeengekomen kan worden.

de prijs

4.11. Euroship Services stelt dat voor de vervaardiging van het technisch vaarbaar casco de in de overeenkomst vermelde richtprijs van € 347.000,- is overeengekomen. Nadat in december 2006 uitgebreid over het meerwerk is gesproken, is tussen partijen afgesproken dat uiteindelijk op basis van “fair costs” zou worden afgerekend, aldus Euroship Services.

4.12. [gedaagde] daarentegen stelt dat het bedrag van € 347.000,- als vaste prijs is overeengekomen. Hij betwist dat een andere afspraak is gemaakt om op basis van “fair costs” af te rekenen.

4.13. In de overeenkomst is de prijs van € 347.000,- omschreven als “Guide price”. Naar het oordeel van de rechtbank duidt dit op een richtprijs als bedoeld in artikel 7:752 BW en niet op een vaste prijs. Indien een richtprijs is overeengekomen, bepaalt de wet dat de opdrachtgever een redelijke prijs is verschuldigd (lid 1), met dien verstande dat deze met niet meer dan 10% zal mogen worden overschreden, tenzij de aannemer de opdrachtgever zo tijdig mogelijk voor de waarschijnlijkheid van een verdere overschrijding heeft gewaarschuwd om hem de gelegenheid te geven het werk alsnog te beperken of te vereenvoudigen (lid 2).

4.14. Een nadere afspraak om af te rekenen op basis van fair costs, vormt een wijziging van de prijs. Op de gronden waarop zulks onder 4.10 reeds is overwogen ten aanzien van meerwerk, kan ook een dergelijke wijziging van prijs slechts overeengekomen worden, indien dat schriftelijk en door beide partijen ondertekend geschiedt. Niet is gesteld of gebleken dat dat is gebeurd. Een verwijzing naar de gestelde nadere afspraak in correspondentie die nadien is gevoerd, kan niet als een zodanig worden beschouwd. Dit betekent dus de gestelde nadere afspraak om af te rekenen op basis van fair costs, niet als een geldige – conform de overeenkomst gemaakte – nadere afspraak kan gelden.

ten slotte

4.15. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld hun respectieve standpunten nader uiteen te zetten. De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de hierna te noemen rolzitting voor een nadere conclusie aan de zijde van Euroship Services, waarna [gedaagde] daarop bij antwoordakte zal kunnen reageren.

4.16. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verwijst de zaak naar de rol van 11 mei 2011 voor nadere conclusie aan de zijde van Euroship Services,

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2011.