Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ1719

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
06-04-2011
Datum publicatie
19-04-2011
Zaaknummer
204650
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De algemene voorwaarden zijn op de tussen Medistore en Docshop gesloten koopovereenkomst van toepassing.

Het beroep op de door Docshop gestelde (nadere) overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een zelfstandig, bevrijdend, verweer. Docshop beroept zich immers op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde terugleveringsafspraak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 204650 / HA ZA 10-1653

Vonnis van 6 april 2011

in de zaak van

[eiseres]

in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van

MEDISTORE GMBH,

wonende te [woonplaats] (Duitsland),

eiseres,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DOCSHOP SPORT EUROPE B.V.,

gevestigd te Zevenaar,

gedaagde,

advocaat mr. M.P.H. van Maanen Winters te Zwolle.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Docshop worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 november 2010;

- het proces-verbaal van comparitie van 14 februari 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] treedt op als curator van het Duitse bedrijf Medistore GmbH (‘Medistore’). Medistore is op 25 april 2007 failliet verklaard. Medistore handelde in geneesmiddelen.

2.2. In 2004 heeft Medistore 18.690 pakjes van het geneesmiddel “Practo-Clyss” aan Docshop geleverd.

2.3. Medistore heeft Docshop voor deze levering vier facturen (met nummers 402516, 402923, 403266 en 403943) gezonden met een totaalbedrag van € 125.223,00. Docshop heeft dit bedrag niet aan Medistore voldaan.

2.4. Medistore heeft na de levering een deel van de geneesmiddelen bij Docshop teruggehaald, omdat Medistore die geneesmiddelen aan een derde had verkocht.

2.5. Bij de gedingstukken bevinden zich de algemene voorwaarden van Medistore. Artikel 7 van deze algemene voorwaarden luidt:

Warenrücksendugen dürfen nur nach unserer schriftlichen Zustimmung vorgenommen und müssen frachtfrei abgefertigt werden. Bei Rücksendung infolge fehlerhafter Bestellung werden 10% des Warenwertes als Kostenanteil einbehalten.

2.6. Bij de gedingstukken bevinden zich voorts een brief van Docshop aan Medistore van 30 mei 2004 en een brief van Docshop aan Medistore van 4 maart 2005.

De brief van 30 mei 2004 houdt, voor zover hier van belang, in:

In Anfang diesem Jahr haben wir grossere Mengen Practo-Clyss bei Medistore angekauft.

(…)

Es betrifft hier 18.690 Stück, welche an uns gegen die reguliere Preis von Euro 6,70 berechnet worden sind mit Ihre Rechnungen 402516, 402933 [de rechtbank begrijpt: 402923], 403266 und 403943.

Wir haben wir das folgende verabredet:

- Die waren sind in unser Expeditionslager aufgeschlagen. Wir werden versuchen diese Waren an unser Kundenkreis an zu bieten und versuchen die Waren zu verkaufen.

- Medistore kann jeder Zeit diese Waren, oder Teile davon zurück geliefert bekommen.

- Wir haben das Recht nicht verkaufte Waren an Ihnen zurück zu liefern gegen die an uns berechnette Preis von Euro 6,70.

De brief van 4 maart 2005 houdt, voor zover hier van belang, in:

Anlässlich die bei uns im Expeditionslager aufgeschlagene Artikel Practo-Clyss, informieren wir Ihnen wie folgt. So wie letztes Jahr verabredet haben wir versucht Ihre Waren zu verkaufen an unsere kunden. Wie auch bereits verschiedene Malen telefonisch besprochen ist es unmöglich dieze Waren zu verkaufen gegen den regulieren Preis. Jeden Tag wird das Problem grosser, weil den äusserste Verfalldatum immer näher kommt und, wie Sie wissen, bereits unter einem Jahr liegt. Auf diesem Moment, unter Abzug der an Medistore zurück gelieferte Waren, stehen noch 16.380 Practo-Clyss in unserem Expeditionslager.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert veroordeling van Docshop tot betaling van een bedrag van

€ 125.223,00, te vermeerderen met de Duitse handelsrente van 8% boven het basisrentepercentage althans een in goede justitie vast te stellen rente, te berekenen vanaf 30 dagen na de respectievelijke factuurdatum althans vanaf een in goede justitie te bepalen dag. Verder vordert [eiseres] veroordeling van Docshop tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten - voorhands begroot op een bedrag van € 5.000,00 - en de proceskosten.

3.2. [eiseres] legt aan haar vordering een aan de in 2.2 genoemde levering ten grondslag liggende bestelling van Docshop, door de rechtbank aangemerkt als een tussen partijen gesloten koopovereenkomst, ten grondslag en stelt dat Docshop is tekortgeschoten in de nakoming van haar uit die bestelling voortvloeiende betalingsverplichtingen.

3.3. Docshop voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Partijen zijn overeengekomen dat op hun geschil Nederlands recht van toepassing is.

4.2. [eiseres] stelt dat Docshop bij Medistore een bestelling had geplaatst voor de 18.690 geleverde pakjes van het geneesmiddel Practo-Clyss en vordert daarom betaling van Docshop van de daarvoor toegezonden facturen.

4.3. Docshop heeft het navolgende aangevoerd. Wijlen de heer [betrokkene] (‘[betrokkene]’), destijds directeur en enig aandeelhouder van Medistore, heeft de heer [betrokkene 2] (‘[betrokkene]’) van Docshop in de loop van 2004 gemeld dat hij omhoog zat met een grote partij van het geneesmiddel Practo-Clyss, waarvan de vervaldatum 1 januari 2006 was. Dit was een probleem, omdat afnemers/apothekers gewoonlijk een resterende gebruikstermijn van tenminste achttien maanden verlangen. Dit bemoeilijkte de verkoop dus. [betrokkene] heeft zich hierop bereid verklaard te proberen de geneesmiddelen, of een gedeelte daarvan, af te zetten op de Europese markt. Afgesproken werd dat de geneesmiddelen door Medistore aan Docshop zouden worden geleverd en in het depot van Docshop zouden worden opgeslagen. Voorts werd afgesproken dat Docshop de geneesmiddelen die zij niet had kunnen verkopen aan het einde van de gebruiksduur van de geneesmiddelen tegen de oorspronkelijke prijs aan Medistore terug zou leveren en dat Docshop alleen de aan haar gefactureerde geneesmiddelen die zij zelf had kunnen verkopen aan Medistore behoefde te betalen. Omdat [betrokkene] in mei 2004 al ernstig ziek en nauwelijks aanspreekbaar was, heeft Docshop de in 2.6. genoemde brief van 30 mei 2004 - waarin de tussen parijen gemaakte afspraak is opgenomen - aan Medistore gezonden. Later heeft Docshop ook de tweede in 2.6. genoemde brief aan Medistore gezonden. Medistore heeft vóór het einde van de gebruiksduur van de geneesmiddelen reeds een deel van de geneesmiddelen bij Docshop teruggehaald, omdat Medistore dit deel aan een derde had verkocht. Docshop heeft de afname van dit deel van de geneesmiddelen aan Medistore in rekening gebracht. Docshop is er niet in geslaagd het resterende deel van de geneesmiddelen te verkopen. Hierom heeft Medistore de resterende geneesmiddelen bij Docshop opgehaald en heeft Docshop deze bij Medistore in rekening gebracht. Docshop beroept zich daarom op verrekening en betwist het door [eiseres] gevorderde bedrag verschuldigd te zijn.

4.4. [eiseres] betwist dat de door Docshop gestelde (nadere) overeenkomst tussen partijen is gesloten. Zij betwist niet dat partijen met elkaar hebben gesproken over de verkoop van de geneesmiddelen, maar wel dat de door Docshop gestelde afspraak tussen partijen is gemaakt. [eiseres] betwist voorts de in 2.6. genoemde brieven van Docshop te hebben ontvangen en dat het resterende deel van de geneesmiddelen door Docshop is teruggeleverd aan Medistore.

4.5. [eiseres] heeft in het kader van de betwisting van de door Docshop gestelde (nadere) overeenkomst tussen partijen ook een beroep gedaan op het in 2.5. weergegeven artikel 7 van de algemene voorwaarden van Medistore, waaruit volgt dat Medistore niet in het algemeen bereid was geneesmiddelen zonder haar voorafgaande schriftelijke toestemming terug te nemen. Docshop heeft aangevoerd dat een beroep op de algemene voorwaarden [eiseres] niet kan baten, omdat in de tussen partijen gevoerde procedure voor het Landesgericht Kleve (Duistland) bij vonnis van 11 december 2009 - welk vonnis zich bij de gedingstukken bevindt - is geoordeeld dat die algemene voorwaarden niet van toepassing zijn en dat dit, nu [eiseres] in dit vonnis heeft berust, tussen partijen vaststaat.

De rechtbank overweegt dat dit verweer van Docshop niet opgaat, reeds omdat het Landesgericht Kleve zich onbevoegd heeft verklaard om van de vordering van [eiseres] kennis te nemen en derhalve de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden op de tussen partijen gesloten koopovereenkomst niet heeft getoetst. Nu voor het overige de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden niet is betwist, zijn deze op de tussen Medistore en Docshop gesloten koopovereenkomst van toepassing.

4.6. Het beroep op de door Docshop gestelde (nadere) overeenkomst moet worden gekwalificeerd als een zelfstandig, bevrijdend, verweer. Docshop beroept zich immers op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde terugleveringsafspraak. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rust op Docshop de last om de door haar aan het verweer ten grondslag gelegde feiten te bewijzen. De rechtbank zal Docshop daarom, overeenkomstig haar aanbod, opdragen te bewijzen dat partijen zijn overeengekomen dat Docshop de haar door Medistore geleverde geneesmiddelen die zij niet had kunnen verkopen voor het verstrijken van de houdbaarheidsdatum (1 januari 2006) tegen de oorspronkelijke prijs aan Medistore terug zou leveren, dat Docshop alleen de aan haar gefactureerde geneesmiddelen die zij zelf had kunnen verkopen aan Medistore behoefde te betalen en dat het resterende deel van de geneesmiddelen door Docshop aan Medistore is teruggeleverd.

4.7. Indien Docshop slaagt in dit bewijs, leidt dit tot de conclusie dat [eiseres] niets meer van Docshop heeft te vorderen, zodat de vordering moet worden afgewezen.

4.8. Indien Docshop niet slaagt in dit bewijs, leidt dit tot de conclusie dat het verweer faalt en de vordering van [eiseres] in beginsel (deels) toewijsbaar is.

4.9. Tussen partijen is niet in geschil dat Docshop (tenminste) een deel van de haar geleverde geneesmiddelen aan Medistore heeft teruggeleverd, omdat Medistore deze geneesmiddelen aan een derde had verkocht. De ten aanzien van deze teruglevering door Docshop aan Medistore gezonden facturen - waaruit de rechtbank afleidt dat Docshop 18.690 – 16.380 = 2.310 pakjes van het geneesmiddel aan Medistore heeft teruggeleverd - zijn niet door [eiseres] betwist. Gelet hierop overweegt de rechtbank alvast dat de vordering van [eiseres] voor een bedrag van 2.310 x € 6,70 = € 15.477,00 moet worden afgewezen.

4.10. Ten aanzien van de door [eiseres] gevorderde Duitse handelsrente van 8% boven het basisrentepercentage overweegt de rechtbank alvast dat dit deel van de vordering, gezien de toepasselijkheid van het Nederlands recht, niet voor toewijzing in aanmerking kan komen.

4.11. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. draagt Docshop op te bewijzen dat partijen zijn overeengekomen dat Docshop de haar door Medistore geleverde geneesmiddelen die zij niet had kunnen verkopen voor het verstrijken van de houdbaarheidsdatum (1 januari 2006) tegen de oorspronkelijke prijs aan Medistore terug zou leveren, dat Docshop alleen de aan haar gefactureerde geneesmiddelen die zij zelf had kunnen verkopen aan Medistore behoefde te betalen en dat het resterende deel van de geneesmiddelen door Docshop aan Medistore is teruggeleverd,

5.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 20 april 2011 voor uitlating door Docshop of zij bewijzen wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door andere bewijsmiddelen,

5.3. bepaalt dat indien Docshop bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken direct in het geding moet brengen,

5.4. bepaalt dat indien Docshop getuigen wil laten horen, de namen van de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op maandagen en vrijdagen in de maanden mei 2011 tot en met juli 2011 direct moeten worden opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.5. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. S.H. Bokx-Boom in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4,

5.6. bepaalt dat Docshop uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle

beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en [eiseres] moet toesturen,

5.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Bokx-Boom en in het openbaar uitgesproken op 6 april 2011.