Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ1296

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-03-2011
Datum publicatie
14-04-2011
Zaaknummer
200198
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ten aanzien van het gezag zijn partijen blijkens het ouderschapsplan overeengekomen dat er voor de minderjarige's vierde verjaardag door partijen samen zal worden bekeken of er gezamenlijk gezag vastgelegd kan worden. Dit hangt af van het verloop van de communicatie tussen partijen en het verloop van de omgangsregeling en de daarbij behorende zorg- en opvoedingstaken in de komende jaren. Naar de rechtbank begrijpt moet het verzoek van de vader thans met het ouderlijk gezag over de minderjarige te worden belast hiermee als ingetrokken worden aangemerkt, zodat de rechtbank over het gezag geen beslissing meer hoeft te geven.

Ten overvloede merkt de rechtbank nog het volgende op nu partijen in het ouderschapsplan zijn overeengekomen: ‘Indien moeder iets mocht overkomen en niet meer in staat is zorg te dragen voor de minderjarige of komt te overlijden, zal de kinderrechter contact opnemen met vader. Deze zal vragen en nagaan of de vader de zorg voor de minderjarige kan en wil dragen. Indien de vader niet in staat is of zelf afziet van de zorg over de minderjarige zal deze worden toegewezen aan de door de moeder benoemde en inmiddels geregistreerde voogd.’ Ten onrechte verkeren partijen in de veronderstelling dat de kinderrechter in een dergelijke situatie contact opneemt met de vader. Het is aan de vader om, conform hetgeen partijen thans hebben afgesproken, bij zichzelf na te gaan of hij dan de zorg voor de minderjarige op zich kan en wil nemen. Mocht dit het geval zijn en mocht hij op dat moment niet met het gezag over de minderjarige belast zijn, dan zal de vader een verzoek bij de rechtbank in moeten dienen om met het gezag over de minderjarige te worden belast.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector Familie en Jeugd

Zaakgegevens: 200198 / FA RK 10-11215

Datum uitspraak: 4 maart 2011

beschikking

in de zaak van

[Vader] (nader te noemen: de vader),

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. H.J.R.M. Boersma te Wadenoijen,

tegen

[Moeder] (nader te noemen: de moeder),

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. K.J.M. Slangen te Amersfoort.

Het verloop van de procedure

Gezien de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 6 mei 2010;

- de beschikking van deze rechtbank van 22 juni 2010;

- een brief van mr. S.A. van der Heiden van 28 juli 2010;

- een faxbericht van mr. H.J.R.M. Boersma d.d. 27 augustus 2010;

- het verweerschrift, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 16 november 2010;

- het verkort proces-verbaal van deze rechtbank van de terechtzitting met gesloten deuren van 26 november 2010;

- een faxbericht van mr. H.J.R.M. Boersma van 13 december 2010;

- een faxbericht van deze rechtbank aan mr. H.J.R.M. Boersma d.d. 15 december 2010;

- een brief, met bijlage, van mr. K.J.M. Slangen d.d. 9 februari 2011;

- een faxbericht van mr. H.J.R.M. Boersma d.d. 10 februari 2011.

De feiten

Uit de - inmiddels beëindigde - affectieve relatie tussen partijen is geboren de minderjarige:

- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].

De moeder is van rechtswege belast met het ouderlijk gezag.

Bij beschikking van deze rechtbank van 22 juni 2010 is mr. S.A. van der Heiden benoemd tot bijzonder curator over de minderjarige.

Blijkens het proces-verbaal van het kort geding van 13 augustus 2010 zijn partijen ter zitting een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige overeengekomen, totdat in de bodemprocedure anders is beslist.

Het verzoek

De vader verzoekt, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, de navolgende zorg- en contactregeling vast te stellen:

- tot 1 november 2010 op maandag, donderdag en zondag van 18.30 tot 20.00 uur, waarbij de vader tevens in de gelegenheid zal zijn om de minderjarige een keer per week in bad te doen en/of met hem te wandelen

- vanaf 1 november 2010 tot 1 februari 2011 verblijft de minderjarige bij de vader in de even weken op zaterdag en in de oneven weken op zondag van 11.00 tot 15.00 uur

- vanaf 1 februari 2011 tot 1 april 2011 verblijft de minderjarige bij de vader in de even weken op zaterdag en in de oneven weken op zondag van 9.00 tot 16.00 uur

- vanaf 1 april 2011 tot 1 november 2011 verblijft minderjarige bij de vader gedurende drie weekeinden achtereenvolgens van zaterdag 17.00 tot zondag 17.00 uur, steeds met onderbreking van één weekeinde

- vanaf 1 november 2011 tot 1 april 2012 verblijft de minderjarige bij de vader eenmaal per veertien dagen gedurende het weekeinde van vrijdag 17.00 tot zondag 17.00 uur, alsmede gedurende de kerstvakantie een week aaneengesloten

- vanaf 1 april 2012 verblijft de minderjarige bij de vader een weekeinde per veertien dagen alsmede de helft van de (school)vakanties en de feestdagen, alsmede op de verjaardagen van de vader en de grootouders van vaderszijde gedurende vier uur

- voorts ter nadere vaststelling te bepalen verblijft de minderjarige bij de vader de even jaren met Pasen, Koninginnedag en Kerstmis en in de oneven jaren met Pinksteren en Oud en Nieuw en van 5 op 6 december, alsmede wanneer Hemelvaart voorafgaat aan het weekeinde dat de minderjarige bij de vader verblijft vanaf woensdagavond 17.00 tot zondagavond 17.00 uur.

Voorts verzoekt de vader de moeder te veroordelen om schriftelijk toestemming te geven dat de vader de minderjarige bij de burgerlijke stand te Arnhem kan erkennen als zijnde zijn zoon, althans een beschikking af te geven strekkende tot vervangende toestemming van de moeder tot erkenning van de minderjarige als zijnde zijn zoon.

Tenslotte verzoekt de vader te bepalen dat hij na erkenning belast zal zijn met het ouderlijk gezag over de minderjarige.

Het verweer

De moeder verzoekt om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de vader niet ontvankelijk te verklaren in zijn verzoeken, dan wel de verzoeken van de vader af te wijzen.

De beoordeling

Blijkens het faxbericht van mr. H.J.R.M. Boersma van 27 augustus 2010 is de minderjarige met toestemming van de moeder door de vader erkend. Het voorgaande brengt mee dat de rechtbank geen beslissing meer hoeft te geven op het verzoek van de vader voor zover dat op de erkenning van de minderjarige betrekking heeft.

Blijkens het verkort proces-verbaal van deze rechtbank van de terechtzitting met gesloten deuren van 26 november 2010 zijn partijen doorverwezen naar mediation.

Blijkens de brief, met bijlage, van mr. K.J.M. Slangen d.d. 9 februari 2011 en het faxbericht van mr. H.J.R.M. Boersma d.d. 10 februari 2011 hebben partijen in het mediationtraject overeenstemming bereikt. De tussen partijen gemaakte afspraken zijn vastgelegd in een ouderschapsplan, gedateerd 30 januari 2011.

Namens de moeder is bij schrijven van 9 februari 2011 verzocht in een eindbeschikking te bepalen dat het ouderschapsplan, zoals aan de beschikking gehecht, als in de beschikking opgenomen moet worden beschouwd. Namens de vader is bij faxbericht van 10 februari 2011 verzocht de beschikking af te geven conform het schrijven van mr. K.J.M. Slangen van 9 februari 2011.

Ten aanzien van het gezag zijn partijen blijkens het ouderschapsplan overeengekomen dat er voor [minderjarige]’s vierde verjaardag door partijen samen zal worden bekeken of er gezamenlijk gezag vastgelegd kan worden. Dit hangt af van het verloop van de communicatie tussen partijen en het verloop van de omgangsregeling en de daarbij behorende zorg- en opvoedingstaken in de komende jaren. Naar de rechtbank begrijpt moet het verzoek van de vader thans met het ouderlijk gezag over de minderjarige te worden belast hiermee als ingetrokken worden aangemerkt, zodat de rechtbank over het gezag geen beslissing meer hoeft te geven.

Ten aanzien van de omgangsregeling zal de rechtbank overeenkomstig het ouderschapsplan beslissen, nu hetgeen daarin is neergelegd in overeenstemming is met de wens van partijen en in het belang van de minderjarige wordt geacht.

Voorts zal de rechtbank voor het overige overeenkomstig de wens van partijen de inhoud van het ouderschapsplan in deze beschikking opnemen. De rechtbank hecht daartoe een afschrift van dit ouderschapsplan aan deze beschikking, welk ouderschapsplan als hier ingelast dient te worden beschouwd. De rechtbank zal de inhoud daarvan voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

Ten overvloede merkt de rechtbank nog het volgende op nu partijen in het ouderschapsplan zijn overeengekomen: 'Indien moeder iets mocht overkomen en niet meer in staat is zorg te dragen voor [minderjarige] of komt te overlijden, zal de kinderrechter contact opnemen met vader. Deze zal vragen en nagaan of de vader de zorg voor [minderjarige] kan en wil dragen. Indien de vader niet in staat is of zelf afziet van de zorg over [minderjarige] zal deze worden toegewezen aan de door de moeder benoemde en inmiddels geregistreerde voogd.' Ten onrechte verkeren partijen in de veronderstelling dat de kinderrechter in een dergelijke situatie contact opneemt met de vader. Het is aan de vader om, conform hetgeen partijen thans hebben afgesproken, bij zichzelf na te gaan of hij dan de zorg voor [minderjarige] op zich kan en wil nemen. Mocht dit het geval zijn en mocht hij op dat moment niet met het gezag over de minderjarige belast zijn, dan zal de vader een verzoek bij de rechtbank in moeten dienen om met het gezag over de minderjarige te worden belast.

De beslissing

De rechtbank

1. stelt vast als omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige:

[minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats];

- de minderjarige verblijft iedere week tenminste één middag bij de vader;

- andere contactmomenten zullen plaatsvinden in onderling overleg;

- feest- en bijzondere dagen worden in onderling overleg verdeeld;

- de minderjarige krijgt de gelegenheid om de verjaardag van een van zijn ouders bij de betreffende ouder te vieren en hier dan een moment aanwezig te zijn;

2. bepaalt dat de onder 1 genoemde beslissing uitvoerbaar is bij voorraad;

3. bepaalt dat de inhoud van het aangehechte ouderschapsplan, gedateerd 30 januari 2011, voor het overige deel uitmaakt van deze beschikking en verklaart de inhoud daarvan voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;

4. wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. I. de Waal- van Wessem, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Huberts als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2011.Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof te Arnhem.