Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BQ0753

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
30-03-2011
Datum publicatie
11-04-2011
Zaaknummer
202498
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zenuwletsel na knie-operatie. Is ziekenhuis toerekenbaar tekortgeschoten bij operatie?

Het verwijt van eiser, dat het ziekenhuis hem onvoldoende heeft geïnformeerd over de risico's van de operatie (art. 7:448 BW) faalt. Rechtbank wil deskundige benoemen ter beantwoording van de vraag naar de oorzaak van de zenuwbeschadiging en de pijnklachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 202498 / HA ZA 10-1279

Vonnis van 30 maart 2011

in de zaak van

[Eiser],

wonende te Terwolde, gemeente Voorst,

eiser,

advocaat mr. E.F. Muller te Deventer,

tegen

de stichting

STICHTING SINT MAARTENSKLINIEK,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat mr. N. van den Burg te Utrecht.

Partijen zullen hierna [eiser] en de kliniek genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 20 oktober 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 17 februari 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In 2004 heeft Van Donzel in het Gelre Ziekenhuis een knieprothese rechts gekregen. In januari 2006 bleek bij nacontrole in het Gelre Ziekenhuis dat [eiser] sinds enige maanden last had van therapie-resistente pijnklachten aan de rechterknie. In april 2006 is [eiser], eveneens in het Gelre Ziekenhuis, aan die knie geopereerd, echter zonder resultaat.

2.2. [eiser] heeft vanwege persisterende pijnklachten verzocht om een second opinion in de de kliniek. Hij is op 9 juni 2006 door zijn huisarts naar de kliniek verwezen.

2.3. In de kliniek is besloten tot een revisie-operatie van de rechterknie. Deze operatie is uitgevoerd op 31 december 2007 door de orthopaedisch chirurg Defoort. De operatie is uitgevoerd onder een regionale zenuwblokkade (een zogenaamd femoraal blok) en onder bloedleegte, waarmee met behulp van een bloedleegteband om het bovenbeen de bloedsomloop tijdelijk wordt stilgelegd.

2.4. Op 23 januari 2008 is [eiser] uit de kliniek ontslagen. Bij consulten op 15 februari 2008 en 9 maart 2008 op de kliniek heeft [eiser] pijn aan de rechter knie aangegeven. Op 9 april 2008 is de rechter knie doorbewogen. Ook toen bleek dat [eiser] forse pijnklachten had. Vanwege een vermoeden van zenuwbeschadiging is [eiser] vervolgens verwezen naar de neurochirurg Verhagen, verbonden aan het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis te Nijmegen (hierna: CWZ). Deze heeft na een EMG onderzoek gerapporteerd (bij brief van 24 juni 2008):

“EMG: evident letsel n. saphenus rechts. Waarschijnlijk is ook de ramus patellaris aangedaan.

Een en ander bevestigt de klinische diagnose van een saphenus letsel.”

2.5. Op aanraden van Verhagen is bij [eiser] op 19 augustus 2008 in het CWZ een exploratie van de zenuw uitgevoerd. De zenuw werd echter niet gevonden en de ingreep maakte ook geen verschil op de pijnklachten van Van Donzel.

2.6. [eiser] is vervolgens verwezen naar de anesthesioloog Olij, verbonden aan de kliniek. Uit diens bericht van 8 oktober 2008 wordt geciteerd:

“(…) Concluderend heeft patiënt een neuropathische pijn na een TKP [totale knie prothese, rb.].

Deze pijn zou verklaard kunnen worden door zenuwletsel peroperatief in het operatie gebied, de bloedleegte band of door beschadiging van de nervus femoralis bij het plaatsen van het blok. Uit eerdere correspondentie blijkt dat er normale stimulatie waarden waren tijdens het plaatsen van het blok, wat de laatste optie onwaarschijnlijk maakt. (…)”

2.7. Na een klacht van [eiser] bij de kliniek over de operatie en de nazorg, heeft op 7 oktober 2008 een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser], Defoort, de orthopedisch chirurg Van Hellemondt en mevrouw C. Kranen, patiëntencontactpersoon. Uit het besprekingsverslag van dat gesprek wordt geciteerd:

“(…) Door de artsen wordt geconstateerd dat er sprake is van een zenuwbeschadiging waarvan de oorzaak helaas niet te achterhalen is. Er zijn drie mogelijkheden, te weten:

- bij het zetten van de blokverdoving is er iets geraakt;

- het gebruik van de bloedleegteband om het bovenbeen. Deze kan te strak hebben gezeten;

- na de ingreep kan bij het dichtmaken van de knie een zenuwhaartje zijn geraakt.”

2.8. Op 29 januari 2009 heeft nog een arthroscopie plaatsgevonden.

2.9. Bij brief van 12 augustus 2009 heeft [eiser] de kliniek aansprakelijk gesteld.

3. Het geschil

3.1. [eiser] heeft gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

I. verklaart voor recht dat de kliniek jegens hem toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de behandelingsovereenkomst met [eiser] dan wel onrechtmatig heeft gehandeld;

II. de kliniek veroordeelt tot voldoening van schadevergoeding aan [eiser], op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

III. de kliniek veroordeelt tot betaling van € 25.000,00 aan [eiser], bij wege van voorschot op de schadevergoeding;

dit alles onder veroordeling van de kliniek in de kosten van de procedure.

3.2. De kliniek heeft gemotiveerd verweer gevoerd dat hierna zal worden besproken.

4. De beoordeling

4.1. [eiser] verwijt de kliniek dat tijdens de operatie van 31 december 2007 zenuwletsel is ontstaan. De behandelend artsen in de kliniek hebben tijdens de operatie volgens hem een fout gemaakt. [eiser] heeft daarbij opgemerkt dat alle drie mogelijke oorzaken binnen de risicosfeer van het ziekenhuis liggen. [eiser] stelt verder onder verwijzing naar de bevindingen van zijn medisch adviseur dat het operatieverslag insufficiënt is omdat er geen melding wordt gemaakt van het doorsnijden van een zenuw of spiertje. Verder stelt [eiser] dat de kliniek hem tevoren niet heeft gewezen op de risico’s van de operatie. Anders dan uit de dagvaarding zou kunnen worden afgeleid, verwijt [eiser] de kliniek niet dat aan hem geen goede nazorg is geboden, zo is ter comparitie gebleken.

4.2. De kliniek betwist dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming, met andere woorden dat de behandelend artsen niet zouden hebben gehandeld zoals van redelijk bekwame en redelijk handelende vakgenoten mocht worden verwacht. Er is geen sprake van een resultaatsverbintenis. Volgens de kliniek is zenuwletsel een bekende complicatie die niet per se hoeft te betekenen dat de behandeling niet lege artis is geweest. Verder betwist de kliniek dat zij [eiser] niet goed heeft geïnformeerd voorafgaand aan de operatie.

4.3. Allereerst zal worden ingegaan op het verwijt dat de kliniek [eiser] niet voldoende heeft geïnformeerd over de risico’s van de operatie. Artikel 7:448 BW bepaalt dat de hulpverlener de patiënt op duidelijk wijze inlicht over de voorgestelde behandeling, waarbij hij zich volgens lid 2 van dat artikel laat leiden door hetgeen de patiënt redelijkerwijs dient te weten ten aanzien van onder meer de te verwachten gevolgen en risico’s daarvan voor de gezondheid van de patiënt. De kliniek heeft gemotiveerd betwist dat zij Van Donzel niet conform die norm heeft ingelicht. Zij heeft verwezen naar de aantekeningen van Defoort in het ‘poliklinisch/klinisch beloop’-verslag dat onderdeel uitmaakt van [eisers] medisch dossier. In dat verslag staat bij de datum 6 juni 2007 genoteerd: ‘complic/verwachtingen besproken’. Defoort heeft tijdens de comparitie verklaard dat dat het consult was waarbij is besloten tot een revisieoperatie en waarbij hij in grote lijnen aan [eiser] heeft uitgelegd wat de mogelijke complicaties waren en wat hij van de operatie mocht verwachten. In het ‘poliklinisch/klinisch beloop’-verslag staat verder bij de datum 21 oktober 2007 genoteerd ‘pop revisie tkp’, hetgeen volgens Defoort betekent ‘pre-operatiegesprek revisie totale knie prothese’. Op de stempel die daarnaast is geplaatst heeft Defoort aangevinkt welke onderwerpen tijdens het pre-operatiegesprek aan de orde zijn geweest. Onder meer is dat het onderwerp zenuwletsel, waar nog naast staat genoteerd ‘n. per.’ hetgeen staat voor ‘nervus peroneus’. Defoort heeft verklaard dat dat betekent dat hij Van Donzel heeft gewezen op de complicatie van aantasting van de nervus peroneus, waardoor een klapvoet en pijn kunnen ontstaan. Ten slotte is door de kliniek verklaard dat patiënten bij een dergelijk pop-gesprek schriftelijk informatiemateriaal mee krijgen, waaronder de als productie 7 bij conclusie van antwoord overgelegde tekst. In die tekst staat vermeld:

“De operatiewond

Na de operatie kan de wond blauw/rood worden. Dit komt door een onderhuidse bloeduitstorting ontstaan tijdens de operatie. De bloeduitstorting kan geen kwaad en verdwijnt na verloop van tijd vanzelf. De buitenkant van de huid, naast de wond, is doof doordat de omliggende gevoelszenuwtakjes zijn doorgenomen. Dit voelt eerst vreemd aan, maar op de lange duur went u daaraan. De knie kan ook dik worden en strak aanvoelen.”

4.4. [eiser] heeft op de comparitie verklaard dat hij echt niet is geïnformeerd over het risico dat hij klachten zou krijgen zoals hij die nu heeft. Ook heeft hij verklaard zich het gesprek van 21 oktober 2007 eigenlijk niet echt te kunnen herinneren. Wat betreft de tekst van de folder heeft hij verklaard dat die hem wel bekend voor komt.

4.5. Hierover wordt het volgende overwogen. Op grond van de verklaringen van Defoort en [eiser] tijdens de comparitie is voldoende aannemelijk dat [eiser] voorafgaand aan de operatie de folder ‘nieuwe knie’ heeft ontvangen. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de blote ontkenning van [esier] dat hij bij het pre-operatiegesprek van 21 oktober 2007 over de risico’s van de operatie is geïnformeerd onvoldoende is tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door de kliniek, onder verwijzing naar de aantekeningen van Defoort in het medische dossier waaronder de stempel met vinkjes. Deze blote ontkenning is te meer onvoldoende aangezien Van Donzel zich naar eigen zeggen het gesprek van 21 oktober 2007 niet echt meer kan herinneren. [eiser] heeft ook geen gespecificeerd bewijs aangeboden van zijn stelling dat hij deze informatie niet heeft ontvangen. Weliswaar heeft hij bewijs aangeboden door middel van een deskundigenbericht, maar niet valt in te zien hoe een deskundigenbericht kan bijdragen aan het bewijs van wat tijdens het gesprek van 21 oktober 2007 is besproken. Daarom zal uitgangspunt zijn dat de kliniek [eiser] heeft geïnformeerd over de mogelijkheid van zenuwletsel, in ieder geval wat betreft de mogelijkheid dat doofheid ontstaat en wat betreft de mogelijkheid dat letsel aan de nervus peroneus ontstaat, met mogelijk een klapvoet en pijn tot gevolg.

4.6. Al – veronderstellenderwijs – aangenomen dat de kliniek [eiser] niet heeft gewezen op de mogelijkheid van zenuwletsel aan andere zenuwen dan de nervus peroneus, met pijn tot gevolg, dan nog acht de rechtbank aannemelijk dat ook dan [eiser] zou hebben gekozen de operatie te ondergaan. In de informatie over het risico op beschadiging van de nervus peroneus heeft [eiser] destijds immers evenmin aanleiding gezien om van de operatie af te zien. Bovendien leed [eiser] onder diffuse pijnklachten aan de rechter knie, die er zelfs toe hadden geleid dat hij niet meer kon werken. Een redelijk handelend patiënt zou er onder die omstandigheden voor hebben gekozen de revisie-operatie te ondergaan, terwijl aanwijzingen ontbreken dat juist [eiser] daar anders tegenover stond. De aan de kliniek verweten schending van artikel 7:448 BW kan de vordering derhalve niet dragen.

4.7. Dan wat betreft het verwijt dat bij de operatie een kunstfout is gemaakt. [eiser] heeft gesteld dat daar drie mogelijke oorzaken (femoraal blok, bloedleegteband, operateur) voor zijn, die allemaal in de risicosfeer van de kliniek liggen en dat de kliniek daarom aansprakelijk is.

4.8. Het verweer van de kliniek komt kort gezegd op het volgende neer. Onduidelijk is wat de oorzaak is van de beschadiging van de nervus saphenus. Aangenomen dat de nervus saphenus is beschadigd tijdens de operatie, dan zou dat veroorzaakt kunnen zijn tijdens het zetten van het femorale blok, door de bloedleegte band of door de operateur. Het is echter niet zeker dat de nervus saphenus is beschadigd tijdens de operatie. De kliniek betwist dat de behandeling van [eiser] niet lege artis is geschied. Het enkele feit dat deze complicatie zich heeft voorgedaan, betekent niet dat zij aansprakelijk is. Ook bij een volgens de regelen der kunst uitgevoerde operatie kunnen dergelijke complicaties voordoen, zij het – gelukkig – in uitzonderlijke gevallen. Verder voert de kliniek aan dat de pijnklachten mogelijk worden veroorzaakt door een stenose aan de wervel L4, welke hypothese wordt versterkt, volgens de kliniek, door het feit dat [eiser] gevoelig bleek voor pijnbestrijding vanuit de rug.

4.9. Hierover wordt als volgt overwogen. Het criterium voor aansprakelijkheid is niet of de mogelijke oorzaken ‘in de risicosfeer liggen’ van de kliniek, maar of de behandelend artsen onder de gegeven omstandigheden hebben gehandeld als redelijk handelende en redelijk bekwame artsen.

4.10. De rechtbank heeft behoefte aan deskundige voorlichting. Deze voorlichting dient zich uit te strekken tot de vraag wat de oorzaak kan zijn van de beschadiging van de nervus saphenus en van de pijnklachten. Daarnaast dient de vraag aan de orde te komen of de kliniek heeft gehandeld volgens de professionele standaard.

4.11. Het komt de rechtbank voorshands voor dat voor de beoordeling daarvan een deskundigenbericht aangewezen is door een orthopedisch chirurg en een anesthesist. De zaak zal naar de rol worden verwezen opdat de partijen zich kunnen uitlaten over de vraagstelling, de discipline(s) en de perso(o)n(en) van de deskundige(n). Het verdient de voorkeur dat de partijen het onderling eens worden daarover.

4.12. De rechtbank denkt voorlopig aan de volgende vraagstelling:

1. Wat is de oorzaak of zijn de mogelijke oorzaken – binnen of buiten de operatie gelegen - van de beschadiging van de nervus saphenus? Met welke mate van zekerheid kunt u daarover uitspraken doen?

2. Is het mogelijk dat de pijnklachten van [eiser] aan de mediale zijde van de rechterknie worden veroorzaakt door de beschadiging van de nervus saphenus? Hoe groot acht u die kans? Met welke mate van zekerheid kunt u daarover iets zeggen?

3. Is het mogelijk dat de pijnklachten van [eiser] aan de mediale zijde van de rechterknie worden veroorzaakt door de stenose op niveau L4-L5? Hoe groot acht u die kans? Met welke mate van zekerheid kunt u daarover iets zeggen?

4. Is het mogelijk dat de pijnklachten van [eiser] aan de mediale zijde van de rechterknie worden veroorzaakt door de pijnklachten van voor de operatie? Hoe groot acht u die kans? Met welke mate van zekerheid kunt u daarover iets zeggen?

5. Wilt u ten aanzien van de door u onderscheiden mogelijkheden beoordelen of de behandelende hulpverleners in de St. Maartenskliniek hebben gehandeld conform de ten tijde van de ingreep geldende professionele standaard? Wilt u daarbij, indien relevant, aandacht besteden aan de vraag of a) de bloedleegte band te strak heeft gezeten; b) de operateur de zenuw heeft doorgenomen en c) de zenuwbeschadiging het gevolg is van het femorale blok en steeds daarbij aangegeven of, zo ja, dat verwijtbaar is en waarom?

6. Heeft u overigens nog opmerkingen die voor de beoordeling van belang kunnen zijn?

4.13. Het verwijt van [eiser] dat het operatieverslag onvoldoende nauwkeurig is aangezien daarin niet is vermeld dat een zenuw of spier is ‘doorgenomen’, mist zelfstandige betekenis, nu de kliniek immers niet erkent dat een zenuw is ‘doorgenomen’, maar dat slechts als één van de in theorie mogelijke oorzaken heeft genoemd. De rechtbank begrijpt de kliniek zo dat tijdens de operatie niet is waargenomen dat een zenuw is doorgenomen. Ook de gestelde opmerking van Defoort aan [eiser] dat “hij misschien een spiertje of zenuw had doorgenomen en dat dat misschien fout is gegaan” kan, anders dan [eiser] stelt, niet als erkenning van aansprakelijkheid worden beschouwd. Een dergelijke opmerking van een arts jegens zijn patiënt die zich geconfronteerd ziet met ernstige klachten na een behandeling, mag niet te snel als erkenning van aansprakelijkheid worden opgevat.

4.14. Verder zal iedere beslissing worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 27 april 2011 voor het nemen van een akte door [eiser] over hetgeen is vermeld onder 4.11. en 4.12., waarna de wederpartij op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,

5.2. houdt verder iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E.B. ter Heide, mr. C.M.E. Lagarde en mr. J.F. Beens en in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2011.

Coll: AtH