Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BP9756

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
31-03-2011
Datum publicatie
31-03-2011
Zaaknummer
05/702277-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank te Arnhem heeft een 24-jarige man uit Zwolle veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 weken voor het onzedelijk betasten van een 15-jarig meisje. De man had in de bus tussen Arnhem en Nijmegen zijn hand op de borst van het meisje gelegd. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank onder meer rekening gehouden met het forse strafblad van de dader. De straf is conform de eis van de officier van justitie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/702277-10

Datum zitting : 17 maart 2011

Datum uitspraak : 31 maart 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsman : mr. H.J. Voors, advocaat te Zwolle.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 22 mei 2010 te Bemmel, gemeente Lingewaard, althans in de

bus lijn 33 rijdend op het traject Arnhem-Nijmegen, althans in Nederland,

met Y. [slachtoffer], geboren op 14 februari 1995, die toen de leeftijd van zestien

jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

bestaande in het opzettelijk ontuchtig zijn, verdachtes, hand op de schouder

van voornoemde [slachtoffer] te leggen en (vervolgens) met zijn, verdachtes, hand af

te glijden naar haar, [slachtoffer]s, borst en/of het (vervolgens) vastpakken van de

borst van voornoemde [slachtoffer];

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 17 maart 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte niet verschenen. Wel verschenen is verdachtes raadsman mr. H.J Voors, advocaat te Zwolle en uitdrukkelijk gemachtigd.

De officier van justitie, mr. P.A. Boer, heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.

De raadsman heeft het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 22 mei 2010 bevond verdachte zich in een bus van buslijn 33, rijdend op het traject Arnhem-Nijmegen. Verdachte heeft in die bus zijn hand gelegd op de schouder van de vóór hem zittende Y. [slachtoffer], geboren op 14 februari 1995 (hierna ‘aangeefster’), en vervolgens zijn hand laten afglijden naar haar borst .

Standpunt partijen

De officier van justitie acht op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij aangeefster aan haar schouder heeft aangeraakt en toen is ‘doorgeschoten’ en haar borst heeft aangeraakt. Ter terechtzitting heeft de raadsman ter discussie gesteld de vraag of het leggen van een hand op iemands schouder is te kwalificeren als ontucht. De rechtbank leest deze vraag als een bewijsverweer.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en overweegt daartoe als volgt.

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte aanvankelijk achterin de bus zat maar op een gegeven moment op het bankje achter haar ging zitten. Verdachte stelde hierop seksueel getinte vragen, zoals: “Je gaat toch geen vieze dingen doen met je opa?”, “Slaap je bij je opa in bed?” en “Ben je al ontmaagd?” of woorden van gelijke strekking. Bij de laatste vraag ging verdachte met zijn rechterhand over aangeefsters rechterschouder naar beneden tot haar rechterborst en legde hij zijn hand op haar borst .

Getuige [naam] heeft verklaard dat hij verdachte aan aangeefster heeft horen vragen of zij wel eens rare dingen met haar opa deed. Hierna vroeg de man aan aangeefster of ze nog maagd was. De getuige heeft ook gezien dat verdachte zijn hand op de schouder van aangeefster deed .

Verdachte heeft verklaard dat hij per ongeluk aan haar borst heeft gezeten. Verdachte ontkent hiermee dat sprake is van een opzettelijk ontuchtige aanraking. Die laatste acht de rechtbank echter niet aannemelijk. Dat verdachte seksuele bedoelingen had, blijkt reeds uit de vragen en opmerkingen van verdachte aan aangeefster voorafgaand aan het incident. Daar komt bij dat verdachte op de stoel achter aangeefster zat en dus over de stoelen voor hem moest reiken om aangeefster aan te kunnen raken. Het staat naar het oordeel van de rechtbank buiten kijf dat verdachte opzettelijk zijn hand op aangeefsters borst heeft gelegd. De rechtbank acht evenwel niet bewezen dat verdachte ook de borst van aangeefster heeft vastgepakt.

Gezien de leeftijd van aangeefster, de wijze waarop aangeefster verdachte beschrijft, te weten “de vieze man” en de wijze waarop verdachte aangeefster omschrijft, te weten “het meisje”, acht de rechtbank bewezen dat aangeefster en verdachte niet met elkaar zijn gehuwd.

De rechtbank acht, gelet op het voorstaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 22 mei 2010 in de bus lijn 33 rijdend op het traject Arnhem-Nijmegen, met Y. [slachtoffer], geboren op 14 februari 1995, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande in het opzettelijk ontuchtig zijn, verdachtes, hand op de schouder van voornoemde [slachtoffer] te leggen en vervolgens met zijn, verdachtes, hand af te glijden naar haar, [slachtoffer]s, borst ;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Met iemand beneden de leeftijd van 16 jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 4 februari 2011; en

• een voorlichtingsrapport van Tactus, gedateerd 11 maart 2011, betreffende verdachte.

Verdachte heeft in de bus bij een voor hem zittend 15-jarig meisje zijn hand op de borst gelegd. Dit is een ernstig feit. Dergelijke seksuele delicten grijpen diep in de persoonlijke levenssfeer van mensen, in het bijzonder van minderjarigen.

Voorts leidt een dergelijk feit, gepleegd in het openbaar vervoer, tot onrust en angst in de maatschappij.

Verdachte heeft een zeer fors strafblad met voornamelijk vermogens- en geweldsdelicten, dat hij in een relatief korte periode heeft opgebouwd. Hij heeft al meerdere vrijheidsstraffen ondergaan. Dit heeft hem er echter niet van weerhouden nu een zedendelict te plegen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een gevangenisstraf en acht zij de eis van de officier van justitie juist en geboden. De rechtbank zal die eis volgen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Aldus gewezen door:

mr. J.J.H. van Laethem, als voorzitter,

mr. E. de Boer, rechter,

mr. B.F.M. Klappe, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 31 maart 2011.