Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BP9457

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
28-02-2011
Datum publicatie
29-03-2011
Zaaknummer
195346 / 200833
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zorgplicht van een gerechtsdeurwaarder bij de gedwongen ontruiming van een woning..

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 2 februari 2011

in de hoofdzaak met zaaknummer / rolnummer: 195346 / HA ZA 10-104 van

[eisers],

eisers,

advocaat mr. R.L. Beckers te Beverwijk,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde]

gedaagde,

advocaat mr. J.D. van Vlastuin te Utrecht,

en in de vrijwaringszaak met zaaknummer / rolnummer 200833 / HA ZA 10-1017 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres]

eiseres,

advocaat mr. J.D. van Vlastuin te Utrecht,

tegen

[gedaagde]

gedaagde,

advocaat mr. H.V.D. Kuiper te Nijmegen.

Partijen zullen hierna – in enkelvoud – [eisers], [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] en [gedaagde in de vrijwaring] genoemd worden.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 september 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 23 december 2010.

In dat proces-verbaal van comparitie staat abusievelijk Interpolis Vastgoed B.V., ten aanzien waarvan de procedure is doorgehaald, nog als procespartij vermeld. In zoverre is dat proces-verbaal dus onjuist.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 september 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 23 december 2010.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De feiten

3.1. [eisers] bewoonde in het verleden een woning aan het adres [adres] te [woonplaats].

3.2. Op 21 april 2006 heeft de heer [getui[getuige 3], toentertijd als toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder werkzaam op het deurwaarderskantoor van [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring], de grosse van een vonnis van deze rechtbank, sector kanton, locatie Arnhem van 3 april 2006 aan [eisers] betekend en bevel gedaan

binnen twee weken na heden de woning met aanhorigheden, staande en gelegen te [woonplaats], [adres], met al het zijne/hare/hunne en al de zijnen/haren/hunnen voor zover dit laatste het eigendom van requirant(e) niet is, te ontruimen en te verlaten door afgifte van de sleutels ter algehele en vrije en algehele beschikking van requirant(e) te stellen;

[…]

3.3. De ontruiming van de woning door [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] heeft plaatsgevonden op [datum]. De feitelijke ontruimingswerkzaamheden, dat wil zeggen de verwijdering van de inboedelgoederen uit de woning, zijn verricht door medewerkers van [gedaagde in de vrijwaring].

3.4. De inboedelgoederen zijn geplaatst in een drietal containers van UTS Verkroost. UTS Verkroost heeft de containers afgevoerd naar haar bedrijf in Nijmegen en de containers aldaar opgeslagen.

3.5. [eisers] heeft zijn inboedelgoederen op 31 juli 2006 opgehaald.

3.6. [eisers] heeft op 8 december 2008 een verzoekschrift strekkende tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor ingediend bij deze rechtbank, welk bevel bij beschikking van 30 januari 2009 is gegeven. Vervolgens zijn in het kader van dat voorlopig getuigenverhoor als getuigen gehoord:

in enquête op 14 april 2009:

- [getuige], een voormalige buurvrouw van [eisers]

- [getuige 1], werknemer van UTS Verkroost

- [getuige 2], zoon van [eisers]

- [getuige 3], kandidaat-deurwaarder bij [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring]

- [getuige 4], voormalig werknemer van UTS Verkroost

En in contra-enquête op 27 juli 2009:

- [ ] [gedaagde in de vrijwaring] (gedaagde in de vrijwaringszaak), eigenares van de onderneming IDBS - [getuige 5], in het verleden op contractbasis werkzaam geweest voor IDBS.

4. Het geschil

in de hoofdzaak

3.1. [eisers] vordert – samengevat – te verklaren voor recht dat [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] op grond van een of meer tekortkomingen in de nakoming van op hen rustende verplichtingen toerekenbaar is tekortgeschoten althans dat zij onrechtmatig jegens heeft gehandeld jegens [eisers] en dat [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] aansprakelijk is voor de daardoor door [eisers] geleden schade, op te maken bij staat, met veroordeling van [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 1.788,00 en met veroordeling van [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] in de kosten van deze procedure en van het voorlopig getuigenverhoor.

3.2. Aan deze vordering legt [eisers] het volgende ten grondslag. [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] heeft de ontruiming op onzorgvuldige wijze uitgevoerd, waardoor aanzienlijke schade aan de inboedelgoederen is ontstaan. Zij is jegens [eisers] uit hoofde van een toerekenbare tekortkoming althans onrechtmatige daad aansprakelijk voor die schade.

3.3. [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de vrijwaringszaak

3.4. [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] vordert – samengevat – dat [gedaagde in de vrijwaring] wordt veroordeeld om aan [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] te betalen al hetgeen waartoe [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, met veroordeling van [gedaagde in de vrijwaring] in de kosten van de vrijwaring.

3.5. Aan deze vordering legt [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] het volgende ten grondslag. In opdracht van haar hebben medewerkers van [gedaagde in de vrijwaring] de ontruimingswerkzaamheden feitelijk verricht. Indien de ontruiming niet conform de instructies heeft plaatsgevonden en [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] in de hoofdzaak wordt veroordeeld, is [gedaagde in de vrijwaring] tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] en is zij gehouden [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] te vrijwaren.

3.6. [gedaagde in de vrijwaring] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in de hoofdzaak

4.1. [eisers] baseert zijn vordering op toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst van opdracht dan wel onrechtmatig handelen van [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring].

4.2. [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] heeft in opdracht van Interpolis Vastgoed B.V. het vonnis geëxecuteerd, in het kader waarvan de ontruiming heeft plaatsgevonden. Tussen deze partijen bestaat dan ook een overeenkomst van opdracht met Interpolis Vastgoed B.V. als opdrachtgever en [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] als opdrachtnemer.

4.3. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat (daarnaast) geen overeenkomst met betrekking tot de ontruiming tussen [eisers] en [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring]. Weliswaar hebben, zo staat tussen partijen vast, [eisers] en [getuige 3] van [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] de avond voor de ontruiming met elkaar gesproken en de afspraak gemaakt dat de inboedelgoederen van [eisers] niet zouden worden gestort maar zouden worden opgeslagen bij UTS Verkroost en dat de ontruiming netjes zou geschieden, maar daardoor is uitsluitend invulling gegeven aan de wijze waarop de ontruiming in opdracht van Interpolis Vstgoed B.V. zou plaatsvinden. Deze afspraken scheppen geen separate contractuele relatie tussen [eisers] en [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring]. Dit wordt niet anders doordat [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] in haar brief van 30 augustus 2006 het woord “overeenkomen” heeft gebruikt in de zin:

Voorts zijn wij tijdens dat gesprek overeengekomen om uw inboedel, in plaats van te storten, in containers op te slaan en deze te plaatsen bij UTS Verkroost Verhuizingen, geheel op uw kosten en risico.

4.4. Voor zover een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van een overeenkomst ten grondslag is gelegd aan de vordering, is deze dus niet toewijsbaar.

4.5. [eisers] stelt in zijn dagvaarding het volgende ten aanzien van de bewijslastverdeling:

Nu de overeenkomst/zorgverplichting in ieder geval loopt tot het moment van opslaan bij UTS Verkroost, zou het deurwaarderskantoor zich alleen dan kunnen disculperen, als bewezen zou kunnen worden, dat de schade is ontstaan tijdens de opslag.

Naar de rechtbank begrijpt, geldt deze bewijslastverdeling naar het oordeel van [eisers] ten aanzien van beide grondslagen voor zijn vordering. Dit is onjuist: de bewijslast rust ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op [eisers] en niet op [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring].

4.6. [eisers] heeft niet voldaan aan het beval tot ontruiming. [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] heeft vervolgens de ontruiming uitgevoerd. [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] stelt zich in het kader van haar verweer op het standpunt dat de gerechtsdeurwaarder in een dergelijk geval alle roerende zaken uit en van de te ontruimen onroerende zaak verwijdert en deze op de openbare weg plaatst en niet meer doet en mag doen dan dat. Na de ontruiming heeft zij niet langer een zorgplicht ten aanzien van de inboedelgoederen, aldus [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring].

4.7. De rechtbank oordeelt naar aanleiding daarvan als volgt. Tussen [eisers] en [getuige 3] is afgesproken dat de inboedelgoederen van [eisers] niet aan de openbare weg zouden worden gezet maar in containers zouden worden afgevoerd en zouden worden opgeslagen bij UTS Verkroost en dat de ontruiming netjes zou geschieden. Een dergelijke toezegging brengt mee dat [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] in het kader van de ontruiming een zorgplicht jegens [eisers] op zich heeft genomen ten aanzien van die inboedelgoederen. Ter voldoening aan die zorgplicht heeft [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] de medewerkers van [gedaagde in de vrijwaring] ook gevraagd de inboedelgoederen niet aan de openbare weg te zetten maar in de containers te plaatsen. Met de plaatsing van de inboedelgoederen in de containers was de ontruiming voltooid. Op dat moment eindigde ook de bedoelde zorgplicht jegens [eisers]. De afvoer in de containers en de opslag bij UTS Verkroost is immers geschied op verzoek van [eisers], die daarvoor ook heeft betaald. Op de wijze van afvoer en opslag had [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] ook geen invloed.

4.8. De vraag moet dus worden beantwoord of [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] bij de ontruiming aan haar zorgplicht jegens [eisers] als hiervoor bedoeld heeft voldaan.

4.9. Over de wijze waarop de ontruiming heeft plaatsgevonden, hebben verschillende getuigen verklaard in het voorlopig getuigenverhoor.

4.9.1. De getuige [getuige], die volgens haar verklaring enkele keren met de hond is langsgelopen en ook enkele keren kort is wezen kijken, heeft verklaard:

Van wat ik zag, waren het jonge en onervaren mensen die de ontruiming deden en het viel mij op dat het heel snel ging. Vuilniszakken maar ook grote meubelstukken of delen daarvan werden in de containers gegooid. Voor zover ik heb gezien, waren er ongeveer drie verhuizers.

4.9.2. De getuige [getuige 1] was niet bij de ontruiming aanwezig en heeft daarover niets kunnen verklaren.

4.9.3. De [getuige 2] heeft verklaard dat hij niet bij de ontruiming aanwezig is geweest. Hij is wel een keer met zijn scooter door de straat gereden , maar is niet gestopt. Over de wijze waarop de ontruiming heeft plaatsgevonden, heeft hij niets verklaard.

4.9.4. De [getuige 3] heeft verklaard:

De ontruiming zelf is gedaan door een ontruimploeg van IDBS. Die bestaat normaal gesproken uit ongeveer vijf mensen. De mensen van de ontruimploeg hebben de instructie dat zo zorgvuldig mogelijk moet worden gewerkt en dat geen zaken mogen worden kapotgemaakt. De kans dat er iets kapot gaat, is natuurlijk altijd aanwezig. Daarbij dient u te bedenken dat het een ontruiming is en geen verhuizing. Bij een ontruiming wordt niet gewerkt met dekens, maar wel met verhuisdozen. Op [datum], bij de ontruiming zelf, ben ik aanwezig geweest, maar waarschijnlijk heb ik af en toe weggemoeten in verband met ander werk. In mijn afwezigheid werd de ontruimploeg geleid door iemand van IDBS. Ik ben zowel binnen als buiten de woning geweest. Ik heb niet gezien dat er dingen kapot gingen. Ik kan me niet veel details herinneren. Volgens mij was na de ontruiming de woning helemaal leeg, op de rolluiken na. […] Als er spullen zijn zoekgeraakt, dan heb ik daarvoor geen verklaring.

4.9.5. De getuige [getuige 4] was volgens zijn verklaring als chauffeur betrokken geweest bij de ontruiming. Over de wijze van ontruiming en opslag in de containers heeft hij niets verklaard.

4.9.6. De getuige [gedaagde in de vrijwaring] heeft verklaard:

Ik heb een bedrijf met de naam IDBS. Dat is gevestigd in Nijmegen. In opdracht van de deurwaarder heb ik medewerkers van mij ter beschikking gesteld om te zorgen voor de ontruiming van de woning van [eisers]. Ik ben er normaal altijd zelf bij en dat was bij deze ontruiming niet anders.[…] Ik meen vijf medewerkers van mij zijn bij de ontruiming betrokken geweest. Voor een ontruiming als deze van een woning met een nette inboedel zijn de instructies dat de ontruiming netjes moet gebeuren, dat meubelen netjes moeten worden gedemonteerd en dat schroefjes en dergelijke in een zakje op het meubel worden geplakt en dat breekbare spullen in dozen worden verpakt. Ik ben tussen de middag of vroeg in de middag vertrokken. Tot die tijd ben ik steeds ter plekke geweest. De volgende dag, [datum], ben ik teruggekomen. Op die dag moest de tweede container worden volgemaakt en is er ook nog een derde container gekomen. Omdat de woning netjes was ingericht, kostte de afvoer meer tijd. Het was dan ook niet vreemd dat deze ontruiming twee dagen duurde. Wij proberen laminaat en vloerbedekking onbeschadigd te verwijderen. Dat lukt echter niet als het goed vastgeplakt zit. In dat geval snijden wij het noodgedwongen in stukken. Als het laminaat en de vloerbedekking beschadigd is, zal dat wel de rede daarvan zijn. Zoals ik al zei, worden breekbare spullen in dozen verpakt. Kussens, textiel en dergelijke gaan in blauwe zakken. Wij hebben geen dekens gebruikt. Kussens van de bewoners gebruiken wij soms om in de container spullen nog wat vaster te zetten of te beschermen tegen beschadiging. Koelkasten en diepvriezers worden altijd leeggemaakt en de inhoud wordt in zakken in de container gedaan. […] Ik heb één medewerker[medewerker]medewerker], die heel goed is in het laden van containers en het opvullen van lege plekken. Daardoor wordt voorkomen dat spullen onnodig gaan schuiven. We hebben het netjes gedaan en ik heb dan ook geen verklaring voor de beschadigingen aan de inboedel die volgens de getuigen zouden zijn opgetreden.

4.9.7. De getuige [getuige 5] heeft verklaard:

Op 17 mei 2006 ben ik betrokken geweest bij de ontruiming in [woonplaats]. Ik heb mij om 8.10 gemeld bij IDBS en om 9.00 uur waren wij bij het adres in [woonplaats]. Volgens mij was mevrouw [eisers] aanwezig, de heer [eisers] heb ik niet gezien. Het was een nette inboedel die er redelijk nieuw uit zag. ZO te zien hadden de bewoners zelf geen voorbereidingen getroffen voor de ontruiming. Dat was ook op te maken uit het feit dat de koelkast vol zat. Aanvankelijk waren wij met vijf mensen van IDBS. Volgens mij zijn er later nog enkele bijgekomen. Mevrouw [gedaagde in de vrijwaring] is later die ochtend ook gekomen. Omdat het een nette inboedel was en er dus voorzichtig met spullen moest worden omgegaan, hadden wij afgesproken dat [medewerker] de container zou inruimen. […] Ik heb de spullen op de benedenverdieping gedemonteerd, waaronder een grote tafel en gordijnrails. Mijn collega’s waren in een andere ruimte bezig. De spullen zijn in containers gestapeld. In verband met de omvang van de inboedel zijn meerdere containers besteld. De kleinere inboedelgoederen zijn in verhuisdozen gedaan en er zijn blauwe zakken gebruikt voor spullen die bewaard moesten blijven en grijze zakken voor huisvuil. Zo zijn kleren in blauwe zakken gedaan. Ook de grijze zakken moeten in een container zij gedaan, en wel de laatste container, maar daar was ik niet bij. De tweede dag, [datum], ben ik namelijk niet aanwezig geweest. In de eerste container zijn vooral grote stukken gedaan. De vrije ruimten zijn opgevuld met doosjes en blauwe zakken. Aan het einde van de eerste dag was de tweede container voor een gedeelte vol. Soms worden de spullen vastgezet met spanbanden en touwen, maar ik weet niet of dat bij deze ontruiming is gebeurd. Bij het inladen zijn geen beschadigingen ontstaan aan de inboedel. Ik weet niet hoe die beschadigingen wel zijn ontstaan.

4.10. Uit deze verklaringen van de getuigen met betrekking tot de gang van zaken tijdens de ontruiming kan bepaald niet de conclusie worden getrokken dat deze onzorgvuldig is geweest. Uitsluitend de verklaring van [getuige] zou daaraan wellicht steun kunnen bieden, maar dat is onvoldoende [getuige 3], [gedaagde in de vrijwaring] en [getuige 5] gezien hun verklaringen allen van mening zijn dat de ontruiming zorgvuldig is geschied. Geen van de getuigen heeft verklaard over vernielingen aan de inboedelgoederen.

4.11. Die conclusie dat de ontruiming op onzorgvuldige wijze is geschied, kan evenmin worden getrokken uit de toestand waarin de inboedelgoederen verkeerden bij het openen van de containers. Daartoe wordt het volgende overwogen.

Op de wijze van vervoer van de containers naar het bedrijf van UTS Verkroost en de opslag van de containers had [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] geen invloed en dit geschiedde ook niet onder haar verantwoordelijkheid. Bovendien lopen de verklaringen van de getuigen uiteen waar het betreft de wijze waarop de containers zijn afgesloten, zodat dit onduidelijk is gebleven: volgens [getuige 4] heeft zij de containers verzegeld, volgens [getuige 1] waren de containers voor het openen ervan verzegeld, maar volgens [gedaagde in de vrijwaring] zijn de containers afgesloten met door haar gekochte hangsloten en moeten de sleutels zijn meegegeven aan de chauffeur en ook volgens [getuige 5] is de eerste container afgesloten met een hangslot, terwijl [getuige 3] niet meer weet hoe de containers zijn afgesloten. Die onduidelijkheid met betrekking tot de wijze van afsluiting van de containers maakt dat ook onduidelijk is of deze voor de opening ervan op 31 juli 2006 nog geopend kunnen zijn. Dit alles laat dus de mogelijkheid open dat de beschadigingen en vermissingen niet zijn opgetreden tijdens de ontruiming maar na de ontruiming.

4.12. Dat het laminaat en de vloerbedekking bij het openen van de containers beschadigd bleken te zijn, is op zichzelf geen aanwijzing voor onzorgvuldig handelen. Er is immers niet gesteld of gebleken hoe het laminaat en de vloerbedekking in de woning waren bevestigd. De woning moest volledig ontruimd worden, en als het niet mogelijk is het laminaat en de vloerbedekking onbeschadigd te verwijderen, zullen beschadigingen optreden, zoals ook [gedaagde in de vrijwaring] verklaart.

4.13. Het had naar het oordeel van de rechtbank op de weg gelegen van [eisers] zelf om de etenswaren tevoren uit de koelkast te verwijderen. Nu dat kennelijk niet is gebeurd, kan hij niet aan [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] dat zij daarvoor evenmin heeft zorg gedragen. Dat [gedaagde in de vrijwaring] als getuige heeft verklaard dat koelkasten en diepvriezers altijd worden leeggemaakt, maakt dat niet anders.

4.14. [eisers] zal niet worden toegelaten tot nader bewijs. Hij heeft aangeboden mevrouw [eisers] (eiseres sub 2) alsmede [ ]-[getuige] te doen horen. Naar het oordeel van de rechtbank had het op de weg gelegen van [eisers] deze getuigen in het kader van het voorlopig getuigenverhoor als getuigen voor te brengen althans een verklaring te geven voor het feit dat dat niet is gebeurd, terwijl bovendien volgens de eigen stellingen van [eisers] eiseres sub 2 bij de ontruiming niet aanwezig is geweest.

4.15. De vordering zal worden afgewezen.

4.16. [eisers] zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, de kosten van het voorlopig getuigenverhoor daaronder begrepen, gevallen aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] en tot aan dit vonnis begroot op:

griffierecht € 262,00

salaris advocaat € 1.582,00 (3,5 punten x € 452,00, tarief II)

totaal € 1.844,00

4.17. Voorts zal [eisers] worden veroordeeld in de kosten waartoe [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] in de vrijwaringszaak zal worden veroordeeld, nu [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] naar het oordeel van de rechtbank voldoende belang had bij de door haar in vrijwaring ingestelde vordering. Deze kosten bedragen, zoals onder 4.20 zal worden overwogen, € 1.167,00.

in het incident

4.18. In het vonnis in incident van 21 april 2010 is de beslissing omtrent de kosten in het incident aangehouden. Gezien de beslissing in de hoofdzaak komen deze kosten ten laste van [eisers]. Deze bedragen € 452,00 wegens salaris advocaat.

in de vrijwaringszaak

4.19. Nu de vordering in de hoofdzaak wordt afgewezen, zal ook de vordering in vrijwaring worden afgewezen.

4.20. [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] zal worden veroordeeld in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [gedaagde in de vrijwaring] en tot aan dit vonnis begroot op:

griffierecht € 263,00

salaris advocaat € 904,00 (2 punten x € 452,00, tarief II)

totaal € 1.167,00

5. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eisers] in de kosten van dit geding, gevallen aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] en tot aan dit vonnis begroot op € 1.844,00,

5.3. veroordeelt [eisers] in de kosten waartoe [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] in de vrijwaringszaak zal worden veroordeeld, tot aan dit vonnis begroot op € 1.167,00,

5.4. verklaart dit vonnis voor wat betreft de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,

in het incident

5.5. veroordeelt [eisers] in de kosten van het incident, gevallen aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] en tot aan dit vonnis begroot op € 452,00,

in de vrijwaringszaak

5.6. wijst de vordering af,

5.7. veroordeelt [gedaagde in de hoofdzaak / eiseres in de vrijwaring] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde in de vrijwaring] tot op heden begroot op € 1.167,00, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 56.99.90.548 ten name van MvJ arrondissement Arnhem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2011.