Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BP9265

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-03-2011
Datum publicatie
25-03-2011
Zaaknummer
10/4373
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling op voet van 8:84, vierde lid, jo 8:75a Awb.

Geen tegemoetkoming aan het verzoek om voorlopige voorziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

registratienummer: AWB 10/4373

Uitspraak ingevolge artikel 8:84, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van 18 maart 2011.

inzake

[Verzoekers], verzoekers,

wonende te [woonplaats], vertegenwoordigd door mr. S.J.M. Jaasma,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen, verweerder.

1. Inleiding

Bij schrijven van 3 december 2010 hebben verzoekers een verzoek om voorlopige voorziening ingediend in verband met het besluit van verweerder van 30 november 2010, waarbij een omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van meerdere bomen op de locatie Wilgenoord te Beuningen.

Bij fax van 6 december 2010 heeft verweerder de rechtbank meegedeeld, dat hij geen gebruik maakt van de omgevingsvergunning, totdat op 2 februari 2011 bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) het beroep dient tegen het bestemmingsplan Wilgenoord.

Naar aanleiding daarvan hebben verzoekers bij schrijven van 7 december 2010 het verzoek ingetrokken. Daarbij is verzocht verweerder in de proceskosten te veroordelen.

Vervolgens heeft de rechtbank bij schrijven van 13 december 2010 verweerder in de gelegenheid gesteld op dit verzoek te reageren.

Van deze gelegenheid heeft verweerder gebruik gemaakt.

2. Overwegingen

Ingevolge artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 in de proceskosten veroordelen.

Ingevolge artikel 8:84, vierde lid, van de Awb is artikel 8:75a van die wet van overeenkomstige toepassing op de voorlopige voorzieningenprocedure.

Op voet van artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder dat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, omdat het verzoek - hier: het verzoek om een proceskostenveroordeling – kennelijk ongegrond is. De in deze bepalingen bedoelde situatie doet zich hier voor.

In het verzoek om voorlopige voorziening wordt betoogd dat de gemeente tijdens de behandeling bij de Voorzitter van de Afdeling van een verzoek om voorlopige voorziening in verband met het bestemmingsplan Wilgenoord, heeft toegezegd dat geen onomkeerbare handelingen zullen worden verricht totdat uitspraak zal zijn gedaan in de bodemprocedure in die zaak. Kennelijk hebben verzoekers alsook verweerder deze toezegging opgevat als zich ook uitstrekkend over de voorgenomen kap van bomen, zodat verweerder met de fax van 6 december 2010 geen nieuwe of andere toezegging heeft gedaan, als hij al had gedaan ten tijde van het indienen van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in deze zaak. Daarom is niet aan het verzoek van verzoekers tegemoetgekomen, als bedoeld in artikel 8:75a van de Awb en bestaat geen aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten van verzoekers. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat verzoekers tijd hadden om met verweerder ter zake in overleg te treden voordat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ter zake van de bomen zou worden ingediend. De litigieuze omgevingsvergunning is immers weliswaar verleend op 30 november 2010 doch treedt krachtens artikel 6.1., tweede lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht eerst in werking met ingang van de dag na afloop van de bezwaartermijn van zes weken.

Wel ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat de griffier het griffierecht aan verzoekers restitueert.

Beslist wordt als volgt.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

I. wijst het verzoek om verweerder in de proceskosten te veroordelen af;

II. bepaalt dat de griffier het griffierecht van € 150 aan verzoekers restitueert.

Aldus gegeven door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.G.J. Litjens, griffier.

De griffier, De voorzieningenrechter,

Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2011.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Verzonden op: 18 maart 2011.