Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BP7615

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-03-2011
Datum publicatie
15-03-2011
Zaaknummer
05/701751-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

"Een 20-jarige Tielenaar is veroordeeld voor poging zware mishandeling gepleegd op 6 mei 2010 in het centrum van Tiel. De verdachte was betrokken bij een conflict tussen twee groepen. Hij is op de vuist gegaan met een jongen uit de andere groep en heeft hierbij een mes getrokken. Het slachtoffer is geraakt door dit mes, maar heeft ondanks verdachtes handelen geen zware verwondingen opgelopen. Tevens heeft verdachte zich verzet tijdens zijn aanhouding. De rechtbank heeft verdachte voor deze feiten veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummers : 05/701751-10 en 05/700842-08 (tul)

Data zittingen : 18 januari 2011 en 1 maart 2011

Datum uitspraak : 15 maart 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : 1990 te Mogadishu (Somalië),

adres : [adres],

plaats : [woonplaats]

Raadsman : mr. O.N.J. Maatje, advocaat te Zaltbommel.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 06 mei 2010 te Tiel, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, opzettelijk met zijn rechterhand, met daarin een (opengeklapt) mes, althans een puntig en/of scherp voorwerp, een of meer malen met kracht heeft geslagen en/of heeft gestoken tegen/in de linker bovenarm, althans tegen/in het bovenlichaam van die [slachtoffer], althans een of meer slaande en/of zwaaiende en/of stekende bewegingen heeft gemaakt richting het bovenlichaam van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 06 mei 2010 te Tiel, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk met zijn

rechterhand, met daarin een (opengeklapt) mes, althans een puntig en/of scherp voorwerp, een of meer malen met kracht heeft geslagen en/of heeft gestoken tegen/in de linker bovenarm, althans tegen/in het bovenlichaam van die [slachtoffer], althans een of meer slaande en/of zwaaiende en/of stekende bewegingen heeft gemaakt richting het bovenlichaam van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meer subsidiair:

hij op of omstreeks 06 mei 2010 te Tiel opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), met zijn rechterhand, met daarin een (opengeklapt) mes, althans een puntig en/of scherp voorwerp, een of meer malen met kracht heeft geslagen en/of heeft gestoken tegen/in de linker bovenarm, althans tegen/in het bovenlichaam, althans een of meer slaande en/of zwaaiende en/of stekende bewegingen heeft gemaakt richting het bovenlichaam van die [slachtoffer], waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 06 mei 2010 te Tiel, toen (een) aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtena(a)r(en) [verbalisant1] en/of [verbalisant2],verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en) had(den) aangehouden en had(den) vastgegrepen, althans vast had(den) teneinde verdachte, ter geleiding voor een

hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden;

1.a. De vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich een vordering na voorwaardelijke veroordeling (parketnummer 05/700842-08).

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 18 januari 2011 en op 1 maart 2011 ter terechtzitting onderzocht. Verdachte is op 1 maart 2011 ter terechtzitting verschenen. Verdachte is bijgestaan door zijn raadsman.

Als benadeelde partij heeft zich schriftelijk in het geding gevoegd: [slachtoffer].

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1 primair tenlastegelegde zal worden vrijgesproken en ter zake van het onder 1 subsidiair en 2 tenlastgelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, en met als bijzondere voorwaarde het onderhouden van contact met de Reclassering, ook als dat inhoudt een behandeling bij Kairos. Tevens heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van honderdtachtig uren subsidiair te vervangen door negentig dagen hechtenis met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

De officier van justitie heeft voorts verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van € 75, - wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling heeft de officier van justitie gevorderd de tenuitvoerlegging van dertig uren werkstraf subsidiair te vervangen door vijftien dagen jeugddetentie die door de kinderrechter Arnhem op 17 oktober 2008 voorwaardelijk zijn opgelegd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 primair is tenlastegelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 06 mei 2010 te Tiel, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, opzettelijk met zijn

rechterhand, met daarin een opengeklapt mes zwaaiende bewegingen heeft gemaakt richting het bovenlichaam van die [slachtoffer], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 06 mei 2010 te Tiel, toen aldaar in uniform geklede dienstdoende politieambtenaren [verbalisant1] en [verbalisant2], verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben van één op heterdaad ontdekt strafbaar feit hadden aangehouden en hadden vastgegrepenteneinde verdachte, ter geleiding voor een hulpofficier van justitie, over te brengen naar een politiebureau, zich met geweld tegen die eerstgenoemde opsporingsambtenaren, werkzaam in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die, waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 subsidiaire:

Poging tot zware mishandeling.

Ten aanzien van feit 2:

Wederspannigheid.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 2 februari 2011;

• een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 15 juli 2010, betreffende verdachte;

• een psychologisch onderzoek Pro Justitia van drs. [psycholoog], psycholoog, van 21 november 2010, betreffende verdachte;

• een beknopt reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 13 januari 2011, betreffende verdachte;

• een fax-bericht van Jeugdreclassering Gelderland betreffende overtreding schorsingsvoorwaarden van 14 januari 2011.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte is betrokken geraakt bij een ruzie tussen twee groepen. De groepen troffen elkaar in het centrum van Tiel en na een woordenwisseling werd afgesproken om op een rustige plek een en ander uit te vechten. Verdachte zou op de vuist gaan met één jongen uit de andere groep. Tijdens dit gevecht heeft verdachte een mes gepakt en is hiermee gaan zwaaien. Hij heeft hierdoor aangever geraakt in zijn linkerbovenarm. Verdachte heeft hiermee inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dit soort geweld op straat veroorzaakt veel onrust in de maatschappij. Het wordt verdachte tevens zwaar aangerekend dat hij het geweld heeft opgewaardeerd door met een mes te gaan zwaaien. De psycholoog, [psycholoog] adviseert is zijn rapport niet tot enige vermindering in de toerekeningsvatbaarheid.

Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan wederspanningheid tegen politieambtenaren. Hij heeft zich zeer agressief gedragen tegen verbalisanten toen deze bezig waren met hun taakuitoefening. De rechtbank keurt een dergelijk gewelddadige handeling jegens een dienstdoende verbalisant ten zeerste af. Behalve dat dit actieve verzet door verdachte een ernstige aantasting van de lichamelijke integriteit van de verbalisanten heeft opgeleverd, raakt dit evenzeer de ongestoorde taakuitoefening van het openbaar gezag.

De officier van justitie heeft bij haar eis in het voordeel van verdachte rekening gehouden met het tijdsverloop en het feit dat het slachtoffer ook zijn aandeel heeft gehad in deze zaak. In het nadeel van verdachte heeft de officier meegewogen de eerdere veroordelingen voor geweldsdelicten.

De raadsman heeft verzocht bij de strafoplegging, meer dan de officier van justitie, rekening te houden met het feit dat het slachtoffer een groot aandeel heeft gehad in deze zaak.

De rechtbank overweegt dat gezien de ernst van de feiten een forse werkstraf op zijn plaats is met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Aan de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt de bijzondere voorwaarde van verplicht reclasseringscontact gekoppeld met een behandeling bij Kairos. Verdachte wordt hierdoor verplicht mee te werken en zich te laten behandelen voor zijn agressieproblematiek.

6.a. De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Op grond van het verhandelde ter terechtzitting acht de rechtbank de feitelijke grondslag van de vordering van de officier van justitie juist. Zij zal derhalve de tenuitvoerlegging gelasten van de voorwaardelijke werkstraf die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te Arnhem d.d. 17 oktober 2008.

6.b. De beoordeling van de vorderingen benadeelde partij, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering opgave gedaan van de inhoud van de vordering, strekkende tot vergoeding van geleden schade.

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een bedrag van € 569, -, bestaande uit een schadevergoeding voor een winterjas, twee t-shirts en een poloshirt.

De materiële vordering van [slachtoffer] komt de rechtbank slechts voor een deel gegrond voor. Uit het proces-verbaal van sporenonderzoek (blz. 53) blijkt dat beide t-shirts en het poloshirt beschadigd waren en bloedsporen vertoonden. De hieruit voortvloeiende schade wordt door de rechtbank geschat op € 75-. De jas daarentegen vertoonde geen enkele beschadiging, hetgeen spoort met de verklaring van de getuigen [getuige1] en [getuige2] dat de benadeelde partij voorafgaande aan het gevecht zijn jas heeft uitgedaan. Het overige deel van de materiële vordering wordt niet ontvankelijk verklaard omdat dit onvoldoende is onderbouwd.

De immateriële vordering wordt eveneens niet ontvankelijk verklaard. De rechtbank is van oordeel dat ook het slachtoffer een aandeel heeft gehad in deze zaak. Omdat het een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren om de mate van eigen schuld vast te stellen, wordt de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaard.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 14h, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 45, 57, 180 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

Een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf geheel niet tenuitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens de (stichting) Reclassering Nederland zullen worden gegeven, ook indien dit zal inhouden:

- Meldingsgebod

De veroordeelde moet zich houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde.

- Behandelverplichting

De veroordeelde wordt verplicht om zich te laten behandelen bij Kairos te Tiel.

De veroordeelde verleent daarbij op verzoek van de reclasseringsmedewerker ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan.

Geeft opdracht aan de (stichting) Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Veroordeelt verdachte tevens tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 150 (honderdvijftig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 75 (vijfenzeventig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 10 (tien) uren, zijnde 5 (vijf) dagen hechtenis.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Gelast de tenuitvoerlegging van een werkstraf voor de duur van 30 (dertig) uren subsidiair te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kinderrechter te Arnhem, d.d. 17 oktober 2008, onder parketnummer 05/700842-08.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [slachtoffer], te betalen € 75,- (zegge vijfenzeventig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk.

Maatregel van schadevergoeding ad € 75,-, subsidiair 1 dag hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] te betalen € 75,-, (zegge vijfenzeventig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mrs. M.F. Gielissen (als voorzitter), M.M.L.A.T. Doll en F.J.H. Hovens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Ruessink, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 maart 2011.