Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BP6633

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
23-02-2011
Datum publicatie
03-03-2011
Zaaknummer
203707
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inboedelverzekering. Brandschade.

Verzekeraar vordert schadevergoeding van verzekerde op grond van toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst dan wel op grond van onrechtmatig handelen. Verzekerde mag tegenbewijs leveren tegen de voorshands bewezen geachte stelling dat hij op negatieve wijze zelf betrokken was bij de brand in zijn woning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 203707 / HA ZA 10-1493

Vonnis van 23 februari 2011

in de zaak van

[eis.conv./ged.reconv.],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. A.J.M.J. Werners te Doorn,

tegen

de naamloze vennootschap

RVS SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Ede,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. D.J. van der Kolk te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eis.conv./ged.reconv.] en RVS genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 29 september 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 15 december 2010.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen hebben een inboedelverzekeringsovereenkomst gesloten ten behoeve van de woning van [eis.conv./ged.reconv.] aan de [adres] (hierna: de woning), waarop de polisvoorwaarden “inboedelverzekering extra uitgebreid met garantie” nr. 2930R van toepassing zijn. Deze polisvoorwaarden luiden, voor zover van belang, als volgt:

[…]

Artikel 18 verval van rechten

Alle vorderingen die een verzekerde/verzekeringnemer geldend wenst te maken vervallen

[…]

b zodra de verzekerde/verzekeringnemer in geval van schade tegen beter weten in een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven

[…]

2.2. Op 7 november 2007 heeft een brand gewoed in de woning.

2.3. Interseco B.V. (hierna: Interseco) heeft in opdracht van RVS de toedracht van de brand onderzocht en dienaangaande op 21 december 2007, voor zover van belang, als volgt gerapporteerd:

3 Onderzoek (ter plaatse)

[…]

De ramen en deuren van de woning vertoonden geen sporen van braak. […]

De brand was ontstaan en had hoofdzakelijk gewoed in/bij het wandmeubel in de woonkamer. […]

Het wandmeubel bestond uit een hoge kast aan de linker- en rechterzijde, daartussen aan de onderzijde twee lage kastjes […]. […] Op ongeveer 15-20 cm. Boven de onderste kastjes, […] was een plank geweest. Op die plank had een televisietoestel gestaan. […]

De plank waarop het televisietoestel had gestaan, was aan de linker achterzijde diep ingebrand […].

De bovenzijde van de plank en de onderzijde van het televisietoestel waren helemaal niet door vuur aangetast […].

Uit het gehele brandbeeld, onder andere van het televisietoestel, bleek met absolute zekerheid dat de brand niet in of bij het televisietoestel was ontstaan.

[…]

Uit een grondig onderzoek van het wandmeubel bleek met absolute zekerheid dat de brand was ontstaan in het linker lage kastje […].

In dat kastje stonden een videorecorder, een aantal videobanden en een aantal cd’s/dvd’s. Het kastje was aan de binnenzijde nagenoeg egaal verbrand en de onderzijde van het kastje vertoonde aan de voorzijde een diepe inbranding […].

Ter plaatse is met een gasdetector gezocht naar de aanwezigheid van brandversnellende middelen. Op de plaats waar zich de diepe inbranding bevond, is een indicatie verkregen.

[…]In de woning zijn, in het bijzijn van de verzekerde, op de gebruikelijke wijze drie brandmonsters veiliggesteld, te weten:

• brandmonster 1, restanten van het wandmeubel

[…]

4 Interview verzekerde

Op woensdag 14 november 2007 […] is […] gesproken met de verzekerde […].

[…]

• Alle sloten van de woning hebben hetzelfde slot en dezelfde sleutel. […]

• Ik heb nooit een sleutel laten bijmaken, want er zijn er genoeg. Wel ben ik in het afgelopen jaar een sleutelbos kwijtgeraakt.

• In het begin van 2007 ben ik zelf een sleutelbos kwijtgeraakt. Aan die sleutelbos zat een label met daarop het adres, Johannastraat 7. Ik heb het verlies van die sleutelbos niet gemeld bij de politie. […]

• Ik heb aan niemand een sleutel uitgeleend.

[…]

• Op woensdag 7 november 2007, omstreeks 10.50 is er brand uitgebroken in de woning. Mijn partner en ik waren toen niet aanwezig.

• Wij hebben de woning omstreeks 10.00 uur verlaten. Bij ons vertrek hebben wij de woning verlaten via de voordeur.

• Voor ons vertrek heb ik gecontroleerd dat de keukendeur en de kamerdeur aan de achterzijde dicht en afgesloten waren.

• Bij het verlaten van de woning aan de voorzijde, heb ik de voordeur dichtgetrokken en daarna op slot gedraaid.

[…]

5 Vervolgonderzoek(en)

5.1 Uitslag brandmonsteronderzoek

[…]

Daaruit blijkt dat in brandmonster 1 de aanwezigheid van een petroleumdistillaat, meer bepaald lampolie, is vastgesteld. […]

5.2 Overleg brandweer

Door de verzekerde was een uitdraai van het incidentenrapport van de brandweer ter hand gesteld. […] De tekst was ondertekend door de heer [betrokkene1], brandmeester van dienst, brandweer Wassenaar […]. […] Op maandag 19 november 2007 zijn hem bij de brandweer te Wassenaar de foto’s getoond. Daarna verklaarde de heer [betrokkene1] het ontstaan van de brand in de woning van de verzekerde, in de [adres], verkeerd te hebben beoordeeld. Na het zien van de foto’s was de heer [betrokkene1] van oordeel dat de brand niet in het televisietoestel kon zijn ontstaan. […]

5.3 Onderzoek videorecorder

[…]

De videorecorder was grotendeels verbrand. […] Een gedeelte van de plintplaten was duidelijk als zodanig herkenbaar […]. Aan de onderzijde van het frame van de videorecorder bevond zich een papieren laag.

Alhoewel een gedeelte van de onderzijde van het frame is voorzien van openingen […], was de papieren laag nagenoeg niet door vuur aangetast […].

Gezien vorenstaande lijkt met enige zekerheid te kunnen worden gesteld dat de brand niet is ontstaan in de videorecorder.

6 Interview verzekerde (tweede)

Op woensdag 21 november 2007 […] is […] gesproken met de verzekerde […].

[…]

• In het onderste kastjes aan de linkerzijde van het wandmeubel stond de videorecorder op een plank. Rondom de videorecorder stonden cd’s en dvd’s. […]

[…]

• U deelt mij mede dat u de uitslag van het laboratorium hebt ontvangen en u vraagt mij of er in of bij de kastjes aan de onderzijde van het wandmeubel eventueel brandversnellende middelen aanwijzig kunnen zijn geweest.

• Dergelijke middelen waren niet in de onderste kastjes aanwezig. Wel onderhoud ik het wandmeubel en het laminaat op de vloer regelmatig. Het wandmeubel behandel ik met meubelolie. Ik heb dat het laatst ongeveer één week voor de brand gedaan.

[…]

• […] Ik heb geen idee en ik kan mij niet voorstellen hoe op die plaats lampolie terecht kan zijn gekomen.

[…]

7 Vervolgonderzoek(en)

7.1 Vervolg uitslag brandmonsteronderzoek

[…]

[…] telefonisch overlegd met […] chemisch ingenieur en algemeen directeur van Oleotest S.A.[…] of het gebruik van meubelolie en/of laminaatwas door de verzekerde het onderzoek van de brandmonsters op enigerlei wijze kan hebben beïnvloed.

[…] deelde mede dat de aangetroffen lampolie niet heel weinig was. Het brandmonster had een intensiteit met een waarde van 2.723.763. […] stelde […] dat bij een intensiteit met een waarde van minder dan 500.000 er sprake is van lichte sporen.

2.4. Op 28 januari 2008 heeft [eis.conv./ged.reconv.] bij de Politie Haaglanden aangifte van diefstal gedaan van onder meer sieraden zoals vermeld op de bijlage bij het proces-verbaal van aangifte en heeft hij als volgt verklaard:

[…] Op woensdag 7 november 2007, omstreeks 09:00 uur, heb ik geld in mijn spaarpot gedaan.

Deze spaarpot bevindt zich in een van de kastjes van de genoemde wandmeubel. Ik zag dat al mijn goederen nog in de kast aanwezig waren.

Op vrijdag 28 december 2007, omstreeks 13:00 uur, ben ik naar mijn woning gegaan welke gedeeltelijk was afgebrand. Ik keek in de genoemde wandmeubel en zag toen dat er een aantal goederen niet meer erin lagen. Op dat moment dacht ik dat het gewoon door de rommel kwam en ben daarna nog een aantal keren gaan zoeken.

Op maandag 7 januari 2008, omstreeks 13:00 uur, keek ik in mijn postvak en zag ik een brief liggen. Ik keek naar de brief en zag toen dat er een sleutel bij zat. Ik zag dat er in de brief stond dat iemand spullen van mij in het bezit heeft. Ik zag dat het ging om mijn spaarpot, en meerdere sieraden welke ik kwijt dacht te zijn. Op dat moment wist ik dat mijn goederen waren weggenomen. In deze brief stond vermeld dat diegene nog een huissleutel van mij in het bezit heeft waarmee hij in mijn woning kan komen. Ongeveer een jaar geleden ben ik mijn huissleutels verloren met daaraan het adres van mijn woning. […]

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eis.conv./ged.reconv.] vordert samengevat - veroordeling van RVS, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 60.024,00 vermeerderd met rente en kosten.

3.2. [eis.conv./ged.reconv.] stelt schade te hebben geleden als gevolg van de brand in zijn woning op

7 november 2007 bestaande uit schade aan de inboedel ad € 53.824,00 en uit kosten van herhuisvesting € 5.400,00. Voorts stelt [eis.conv./ged.reconv.] dat uit zijn woning sieraden zijn gestolen ter waarde van € 800,00. [eis.conv./ged.reconv.] legt aan zijn vordering ten grondslag dat RVS op grond van de tussen partijen geldende inboedelverzekeringsovereenkomst deze schade aan hem dient te vergoeden.

3.3. RVS voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. RVS vordert samengevat - veroordeling van [eis.conv./ged.reconv.], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 9.656,75, vermeerderd met rente en kosten, de nakosten daaronder begrepen.

3.5. RVS stelt dat [eis.conv./ged.reconv.] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst dan wel dat hij onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door op negatieve wijze zelf betrokken te zijn geweest bij de brand. RVS stelt hierdoor schade te hebben geleden, bestaande uit de kosten van onderzoek door Interseco ad € 9.156,75 alsmede de interne kosten van haar werknemer R. de Vries ad € 500,00, waarvoor RVS schadeplichtig is.

3.6. [eis.conv./ged.reconv.] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. Tussen de partijen is niet in geschil dat de inboedelverzekering in beginsel zowel dekking verleent voor schade door brand als voor schade door diefstal. De rechtbank kan RVS niet volgen in haar stelling dat [eis.conv./ged.reconv.] enkel een schademelding heeft gedaan met betrekking tot de brand. [eis.conv./ged.reconv.] heeft RVS immers in het bezit gesteld van het proces-verbaal van aangifte van diefstal, waarmee is voldaan aan de voorwaarden die artikel 8.1 van de polisvoorwaarden aan een schademelding stelt, te weten een schriftelijke en ondertekende verklaring omtrent de oorzaak, toedracht en omvang van de schade. Zowel de door [eis.conv./ged.reconv.] geclaimde directe schade aan de inboedel als gevolg van de brand en de daaruit voortvloeiende kosten van herhuisvesting als de geclaimde schade door diefstal van sieraden, liggen dan ook ter beoordeling voor.

4.2. RVS stelt dat zij niet tot uitkering van de brandschade hoeft over te gaan omdat sprake is van brandstichting, waarbij [eis.conv./ged.reconv.] zelf op negatieve wijze betrokken is geweest. Zij beroept zich in dat verband op de uitsluitingsgrond van artikel 18, aanhef en onder b, van de polisvoorwaarden. Nu sprake is van een zelfstandig bevrijdend verweer, is het ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) aan RVS om de gestelde brandstichting en de negatieve betrokkenheid van [eis.conv./ged.reconv.] zonodig (ingeval van voldoende gemotiveerde betwisting) te bewijzen. Daartoe verwijst RVS naar het onderzoeksrapport van Interseco.

4.3. In het onderzoeksrapport wordt gemotiveerd geconcludeerd dat sprake is van brandstichting. Zo is beredeneerd vastgesteld dat de brand is ontstaan in het linker kastje onder de televisie en niet in de televisie zelf (paragraaf 3 van het onderzoeksrapport), alsmede dat de brand niet is ontstaan in de videorecorder die zich in dat kastje bevond (paragraaf 5.3). Andere apparatuur waarin de brand kan zijn ontstaan, bevond zich daar volgens [eis.conv./ged.reconv.] niet (paragraaf 6). Nu wandmeubels niet spontaan ontbranden en in dat kastje bovendien het brandversnellende middel lampolie is aangetroffen (paragraaf 5.1), waarvan [eis.conv./ged.reconv.] zelf heeft verklaard dat dat daar niet werd bewaard (paragraaf 6) en waarvan de aangetroffen hoeveelheid niet kan worden verklaard door het behandelen van het wandmeubel met meubelolie (paragraaf 7.1), ligt brandstichting voldoende voor de hand. Gelet hierop kon [eis.conv./ged.reconv.] bij de betwisting van brandstichting als oorzaak van de brand niet volstaan met de enkele stelling dat volgens de brandweer de brand in het televisietoestel is ontstaan. Dat geldt temeer nu uit het onderzoeksrapport volgt dat de brandweer is teruggekomen op dat oordeel. Voorts verdient het nog opmerking dat, anders dan [eis.conv./ged.reconv.] meent, het geen feit van algemene bekendheid is dat uit geraamtes van uitgebrande apparatuur geen conclusies kunnen worden getrokken. Derhalve staat de gestelde brandstichting als onvoldoende gemotiveerd betwist in rechte vast.

4.4. In het schaderapport is voorts vermeld dat geen braaksporen zijn aangetroffen, hetgeen [eis.conv./ged.reconv.] niet heeft betwist. Dit rechtvaardigt de conclusie dat de brand is gesticht door iemand die toegang had tot de woning. [eis.conv./ged.reconv.] betwist desondanks dat hij zelf betrokken was bij de brandstichting en wijst in dat verband op het feit dat hij ten tijde van het ontdekken van de brand niet in de woning aanwezig was. [eis.conv./ged.reconv.] heeft echter niet betwist dat lampolie, aldus het onderzoeksrapport, met vertraging tot ontbranding kan worden gebracht, zodat aan dit verweer (reeds daarom) voorbij wordt gegaan.

[eis.conv./ged.reconv.] heeft er voorts op gewezen dat hij een jaar voor de brand een sleutelbos heeft verloren met daaraan een label met het huisadres. Volgens [eis.conv./ged.reconv.] heeft degene die de sleutelbos heeft gevonden, op of na de dag van de brand sieraden en een spaarpot uit zijn woning weggenomen, hetgeen zou blijken uit een brief van deze persoon die [eis.conv./ged.reconv.] op

7 januari 2008 ontving, en is het goed mogelijk dat diegene ook brand heeft gesticht omdat daarin werd gedreigd dat hij weg moest.

4.5. Omdat betrokkenheid van een derde bij de brand op voorhand niet valt uit te sluiten, heeft [eis.conv./ged.reconv.] zijn negatieve betrokkenheid op zichzelf voldoende gemotiveerd betwist. Nu dit echter, zoals RVS terecht opmerkt, op voorhand evenmin aannemelijk is geworden en enkel [eis.conv./ged.reconv.] mogelijk belang had bij brandstichting, is de rechtbank van oordeel dat RVS met het onderzoeksrapport voorshands geacht moet worden te zijn geslaagd in het op haar rustende bewijs van de stelling dat [eis.conv./ged.reconv.] op negatieve wijze betrokken is geweest bij de brand, behoudens tegenbewijs door [eis.conv./ged.reconv.].

4.6. Uit het voorgaande vloeit tevens voort dat RVS de door [eis.conv./ged.reconv.] gestelde diefstal van sieraden uit de woning op of na de dag van de brand, voldoende gemotiveerd heeft betwist. Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv is het aan [eis.conv./ged.reconv.] om dit te bewijzen.

4.7. Indien [eis.conv./ged.reconv.] faalt in het (tegen)bewijs, staat de negatieve betrokkenheid van [eis.conv./ged.reconv.] bij de brand tussen partijen vast, alsmede dat van diefstal niet is gebleken. In dat geval komt RVS wat betreft de brandschade een beroep toe op de uitsluitingsgrond van artikel 18, aanhef en onder b, van de polisvoorwaarden en is er wat betreft de geclaimde sieraden geen sprake van een verzekerde gebeurtenis. Alsdan zal de vordering van [eis.conv./ged.reconv.] dan ook worden afgewezen. In dat geval is voorts vast komen te staan dat [eis.conv./ged.reconv.] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verzekeringsovereenkomst. Zowel de onderzoekskosten van Interseco ad € 9.156,75 als de interne kosten van werknemer De Vries ad € 500,00, van welke kosten de omvang niet is betwist, kwalificeren als redelijke kosten ter vaststelling van aansprakelijkheid ex artikel 6:96, tweede lid, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek en komen derhalve voor vergoeding door [eis.conv./ged.reconv.] in aanmerking. De vordering in hoofdsom in reconventie ligt alsdan voor toewijzing gereed, evenals de daarover gevorderde – en niet afzonderlijk betwiste – wettelijke rente.

4.8. Indien [eis.conv./ged.reconv.] daarentegen slaagt in het (tegen)bewijs, faalt het verweer van RVS en heeft [eis.conv./ged.reconv.] recht op een uitkering ter dekking van zijn schade. [eis.conv./ged.reconv.] zal alsdan de geclaimde schade, gelet op de gemotiveerde betwisting van RVS, nader moeten onderbouwen. [eis.conv./ged.reconv.] zal daartoe reeds na het sluiten van het getuigenverhoor bij akte in de gelegenheid worden gesteld. RVS mag daarop vervolgens reageren.

4.9. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. laat [eis.conv./ged.reconv.] toe tot het leveren van tegenbewijs tegen de stelling dat [eis.conv./ged.reconv.] op negatieve wijze betrokken was bij de brand in zijn woning op 7 november 2007,

5.2. draagt [eis.conv./ged.reconv.] op te bewijzen dat op of na 7 november 2007 voor € 800,00 aan sieraden uit zijn woning is gestolen,

5.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 9 maart 2011 voor uitlating door [eis.conv./ged.reconv.] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.4. bepaalt dat [eis.conv./ged.reconv.], indien hij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.5. bepaalt dat [eis.conv./ged.reconv.], indien hij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op maandagen en woensdagen in de maanden april tot en met juni 2011 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.6. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. M.J.P. Heijmans in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4,

5.7. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.8. houdt iedere verdere beslissing aan.

in reconventie

5.9. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.P. Heijmans en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2011.