Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BP5302

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
28-01-2011
Datum publicatie
22-02-2011
Zaaknummer
209635
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Handelsnaamrecht. Auteursrecht, Merkenrecht. Voormalig aandeelhouder van eiseres begint in dezelfde regio een soortlijke groothandel onder dezelfde (familie)naam Van den Bor.

Gedaagde handelt in strijd met artikel 5 Hnw, artikel 13 Aw en artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE. Op die gronden zal Van den Bor BV worden verboden een handelsnaam te voeren waarin de naam gedaagde voorkomt. Ook moet zij zich onthouden van het gebruik van haar kigi's die auteursrechtelijk inbreuk maken op het logo van eiseres. Tot slot dient gedaagde het gebruik van het teken Van den Bor, al dan niet in combinatie met Horecagroothandel en/of Nijkerkerveen, in haar handelsnamen en op visitekaartjes, productlijsten en de website www.vandenbor.eu te staken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 209635 / KG ZA 10-807

Vonnis in kort geding van 28 januari 2011

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HORECA GROOTHANDEL EBO VAN DEN BOR NIJKERK B.V.,

(statutair) gevestigd te Nijkerkerveen, gemeente Nijjkerk,

eiseres,

advocaat mr. H.A.J.M. van Kaam te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HORECAGROOTHANDEL VAN DEN BOR B.V.,

gevestigd te Nijkerkerveen, gemeente Nijkerk,

gedaagde,

advocaat mr. M.F.H. van Delft te Leusden.

Partijen zullen hierna Ebo van den Bor BV en Van den Bor BV genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Ebo van den Bor BV

- de pleitnota van Van den Bor BV.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Ebo van den Bor BV is in 1999 ontstaan uit een fusie tussen het bedrijf EBO en E. van den Bor en Zonen BV, welke vennootschap was opgericht in 1974 en de rechtsopvolger was van de eenmanszaak van “opa” Evert van den Bor die sinds 1939 optrad onder de handelsnaam Van den Bor.

2.2. De familie Van den Bor is tot 2002 op enigerlei wijze actief bij het bedrijf van Ebo van den Bor BV betrokken geweest. In 2006 hebben zij hun laatste aandelen verkocht aan de resterende aandeelhouder van Ebo van den Bor BV.

2.3. Ebo van den Bor BV, houdt zich als rechtsopvolger van E. van den Bor en Zonen BV, sinds 1974 onder de handelsnaam Van den Bor, al dan niet in combinatie met de voorletter E. van de oprichter destijds en/of met de aanduiding “en Zonen”, bezig met het leveren van oriëntaalse en mediterrane producten aan horecagelegenheden in Nederland en België. Ebo van den Bor BV voert sedert 1999 eveneens de handelsnaam Ebo van den Bor al of niet met de voorafgaande toevoeging Horecagroothandel en/of de toevoeging Nijkerk aan het eind. Het handelsregister vermeldt onder meer als bedrijfsomschrijving: groothandel in horecaproducten en levensmiddelen.

2.4. Ebo van den Bor BV is statutair gevestigd in Nijkerkerveen, gemeente Nijkerk en houdt kantoor in Nijkerk.

2.5. Ebo van den Bor BV is sinds 9 juli 2010 houdster van de woordmerken Van den Bor (0884336) en Ebo van den Bor (0884338) voor onder meer klasse 35: o.a. groothandel en inkoop/verkoop food en non-foodproducten.

2.6. Ebo van den Bor BV heeft jarenlang gebruik gemaakt van het volgende logo (hierna: het Ebo-logo):

2.7. Van den Bor BV is een op 25 mei 2010 opgerichte onderneming die zich ook richt op de levering van oriëntaalse en mediterrane producten aan horecaondernemers in Nederland en België. Het handelsregister vermeldt als bedrijfsomschrijving groothandel in horecaproducten en als (statutaire) handelsnaam “Horecagroothandel Van den Bor BV”.

2.8. Bestuurder van Van den Bor BV is Tino van den Bor Holding BV. Enige aandeelhouder van deze holding is Teunis van den Bor, die tot 2006 één van de aandeelhouders was van Ebo van den Bor BV. Van den Bor BV is statutair en feitelijk gevestigd in Nijkerkerveen, gemeente Nijkerk.

2.9. Van den Bor BV heeft de domeinnaam www.vandenbor.eu geregistreerd.

2.10. Ebo van den Bor BV heeft een visitekaartje, een productlijst en een uitdraai van de website van Van den Bor BV overgelegd. Op die stukken van Van den Bor BV is de handelsnaam Van den Bor en het volgende logo afgebeeld (hierna: het Van den Bor-logo):

2.11. Bij brieven van 8 juli 2010 en 9 november 2010 is Van den Bor BV namens Ebo van den Bor BV gesommeerd om - kort gezegd - het gebruik van de handelsnaam en het merk Van den Bor alsook het gebruik van het Van den Bor-logo te staken en gestaakt te houden, en voorts om haar statutaire naam te wijzigen en de domeinnaam registratie www.vandenbor.eu ongedaan te maken.

2.12. Van den Bor BV heeft tot op heden niet aan voornoemde sommatie voldaan.

2.13. Van den Bor BV heeft briefpapier van een onderneming overgelegd met de handelsnaam Asiatico en het volgende logo (hierna: het Asiatico-logo):

Blijkens een uittreksel uit het handelsregister stond Asiatico ingeschreven als handelsnaam van de eenmanszaak aan de Amerfoortseweg 120a te Nijkerkerveen, gedreven voor rekening van Teunis van den Bor en met als bedrijfsomschrijving “groothandel in Aziatische producten”.

2.14. Van den Bor BV heeft een aanvullende overeenkomst c.q. non-concurrentiebeding (hierna: het non-concurrentiebeding) tussen Ebo van den Bor BV en een aantal natuurlijke personen van de familie Van den Bor, als bijlage van een brief van 28 juni 2007, overgelegd. Dit non-concurrentiebeding luidt, voor zover van belang, als volgt:

NON-CONCURRENTIE BEDING

De bedrijfsactiviteit van Ebo van den Bor zijn onder andere het drijven van een (groot)handelsbedrijf in levensmiddelen, zulks in de breedste zin, o.a. op het gebied van oriëntaalse en mediterrane levensmiddelen, kruiden, specerijen etc.

Gedurende een periode van drie jaar zullen ondergetekenden de naam Ebo van den Bor, of delen daarvan, niet gebruiken in verband met handels- of groothandelsactiviteiten in relatie tot de Oriëntaalse en/of Italiaanse sector. (…)

Ondergetekenden,

[namen]

3. Het geschil

3.1. Ebo van den Bor BV vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij vooraad:

I. Van den Bor BV te gebieden met onmiddellijke ingang ieder gebruik van de (handels)naam Van den Bor te staken en gestaakt te houden, alsmede om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het Handelsregister van de Kamer van Koophandel schriftelijk te verzoeken de (handels)naam Van den Bor zodanig te wijzigen dat niet langer sprake is van een inbreuk op de rechten van Ebo van den Bor BV en de advocaat van Ebo van den Bor BV daarop binnen twee dagen in het bezit te stellen van een afschrift van de daartoe strekkende correspondentie met het Handelsregister, alsook de advocaat binnen twee dagen na de ontvangst daarvan in het bezit te stellen van een afschrift van de notariële akte van statutenwijziging en een uittreksel van de gewijzigde inschrijving in het Handelsregister;

II. Van den Bor BV te gebieden met onmiddellijke ingang de openbaarmaking en/of verveelvoudiging van het logo van Ebo van den Bor BV zoals omschreven in de dagvaarding, alsmede iedere ongeoorloofde bewerking hiervan, te staken en gestaakt te houden;

III. Van den Bor BV te gebieden met onmiddellijke ingang ieder gebruik van het teken Van den Bor of van soortgelijke tekens die inbreuk maken op de merkrechten van Ebo van den Bor BV te staken en gestaakt te houden;

IV. Van den Bor BV te gebieden met onmiddellijke ingang het gebruik van de domeinnaam www.vandenbor.eu te staken en gestaakt te houden en de domeinnaam registratie op te heffen en de advocaat van Ebo van den Bor BV binnen twee dagen na betekening van dit vonnis in het bezit te stellen van een afschrift van de daartoe strekkende correspondentie met de door Van den Bor BV ingeschakelde domeinnaam administrateur;

V. Van den Bor BV te bevelen aan Ebo van den Bor BV een dwangsom te betalen van

€ 10.000,00 per overtreding van de hiervoor genoemde geboden, dan wel voor iedere dag of gedeelte daarvan, dat zij geheel of gedeeltelijk in strijd handelt met een of meer bepalingen van de hiervoor genoemde geboden;

VI. Van den Bor BV te veroordelen in de proceskosten, daaronder begrepen de volledige door Ebo van den Bor BV gemaakte kosten van rechtsbijstand conform de overgelegde specificaties;

VII. de termijn waarbinnen op grond van artikel 1019i Rv een bodemprocedure aanhangig dient te worden gemaakt op zes maanden te bepalen.

3.2. Ebo van den Bor BV legt samengevat het volgende aan haar vorderingen ten grondslag. Ebo van den Bor BV stelt dat Van den Bor BV met het gebruik van de jongere handelsnaam Van den Bor, al dan niet met de toevoeging van de plaats van vestiging “Nijkerkerveen” en de aanduiding “Horecagroothandel” inbreuk maakt op haar eigen oudere handelsnamen Van den Bor en Ebo van den Bor al dan niet in combinatie met de plaats van vestiging “Nijkerk” en de aanduiding “Horeca Groothandel”. De handelsnaam van Van den Bor BV is nagenoeg identiek aan, althans wijkt slechts in zeer geringe mate af van haar handelsnamen. Bovendien is de aard van de ondernemingen identiek en zijn beide ondernemingen dicht bij elkaar gevestigd. Als gevolg hiervan is verwarring tussen beide ondernemingen te duchten. Van den Bor BV handelt dan ook in strijd met artikel 5 Handelsnaamwet (Hnw). Ebo van den Bor BV legt ook auteursrechtinbreuk in de zin van artikel 13 van de Auteurswet (hierna: Aw) aan (een deel van) haar vordering ten grondslag. Ebo van den Bor BV stelt dat in de twee logo’s van Van den Bor BV de auteursrechtelijk beschermde trekken van haar eigen logo zijn overgenomen, zodat er sprake is van een overeenstemmende totaalindruk van de logo’s van partijen. De logo’s van Van den Bor BV zijn een ongeoorloofde bewerking van haar eigen logo, aldus Ebo van den Bor BV. Voorts stelt Ebo van den Bor BV dat Van den Bor BV op grond van artikel 2.20 lid 1 sub a en b van het Benelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom (BVIE) inbreuk maakt op haar woordmerken Van den Bor en Ebo van den Bor. Van den Bor BV maakt zonder haar toestemming op verschillende wijzen - in haar handelsnaam, op visitekaartjes, productlijsten en de website www.vandenbor.eu - in het economisch verkeer gebruik van het teken “Van den Bor”, welk teken identiek of overeenstemmend is met haar woordmerken, en welk gebruik voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten is als die waarvoor de woordmerken zijn ingeschreven, te weten de groothandel en inkoop/verkoop van foodproducten en in het bijzonder de groothandel in oriëntaalse en mediterrane horecaproducten, waardoor bij het relevante publiek verwarring kan ontstaan. Daarnaast stelt zij dat het gebruik door Van den Bor BV van een handelsnaam en de website waarin het teken Van den Bor voorkomt ook dient te worden aangemerkt als een merkinbreuk in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE. Tot slot stelt Ebo van den Bor BV dat Van den Bor BV onrechtmatig jegens haar handelt in de zin van artikel 6:162 BW, onder meer door het gebruik van een nagenoeg identieke naam en domeinnaam die ook door haar wordt gebruikt en waaronder zij bij het publiek bekendheid geniet alsook door gebruik te maken van ongeoorloofde bewerkingen van haar logo als gevolg waarvan verwarring is te duchten.

3.3. Van den Bor BV voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Bevoegdheid en spoedeisend belang

4.1. De bevoegdheid van de voorzieningenrechter om kennis te nemen van de vorderingen is door Van den Bor BV niet bestreden. Voor zover de vordering is gegrond op het merkenrecht, vloeit de bevoegdheid van de voorzieningenrechter om daarvan kennis te nemen voort uit artikel 4.6 lid 1 BVIE. Van den Bor BV is immers gevestigd in dit arrondissement.

4.2. Het spoedeisend belang bij de vorderingen is gegeven omdat de gestelde handelsnaaminbreuk, auteursrechtinbreuk en merkinbreuk van Van den Bor BV een voortdurend karakter heeft.

Handelsnaamrecht

4.3. Onder een handelsnaam wordt ingevolge artikel 1 Hnw verstaan de naam waaronder een onderneming wordt gedreven. Dit is de naam waaronder men feitelijk handelt, de naam die naar buiten toe (op commerciële wijze) wordt gebruikt als aanduiding van de onderneming.

4.4. Ebo van den Bor BV heeft onweersproken gesteld dat zij en haar rechtsvoor¬gangers sinds 1939, 60 jaar lang, de handelsnaam Van den Bor hebben gevoerd en dat zij sinds de fusie in 1999 eveneens de handelsnaam Ebo van den Bor voert, al dan niet met de toevoeging van de plaats van vestiging Nijkerk en de beschrijvende aanduiding Horeca Groothandel. Ook is niet betwist dat Ebo van den Bor BV binnen de branche grote bekendheid geniet, niet alleen onder de handelsnaam Ebo van den Bor, maar gezien de bedrijfsgeschiedenis van 70 jaar ook onder de handelsnaam Van den Bor. Derhalve kan in dit kort geding ervan worden uitgegaan dat Ebo van den Bor BV (als rechtsopvolger) sinds 1939, althans 1974, zich bedient van de handelsnaam Van den Bor en sinds 1999 ook van de handelsnaam Ebo van den Bor.

4.5. Het verweer van Van den Bor BV dat de handelsnaam Van den Bor van “opa” Evert van den Bor was en destijds in 1974 niet was ingebracht in E. van den Bor en Zonen BV, de vennootschap die met het bedrijf EBO gefuseerd is tot Ebo van den Bor BV, zodat de handelsnaam Van den Bor altijd in de familie Van den Bor is gebleven, kan, wat daar ook van zij, haar niet baten. Immers, ingevolge artikel 1 Hnw is slechts relevant de naam waaronder een onderneming feitelijk wordt gedreven. Hiervoor is reeds overwogen dat als onweersproken vast staat dat Ebo van den Bor BV (als rechtsopvolger) sinds 1939, althans 1974, feitelijk gebruik maakt van de handelsnaam Van den Bor en sinds 1999 ook van de handelsnaam Ebo van den Bor, al dan niet in combinatie met de plaats van vestiging Nijkerk en de aanduiding Horeca Groothandel.

4.6. Ebo van den Bor BV komt op tegen het gebruik van de handelsnaam Van den Bor door Van den Bor BV. Van den Bor BV ontkent dat zij gebruik maakt van de handelsnaam Van den Bor en stelt dat zij sinds haar oprichting in mei 2010 gebruik maakt van de handelsnaam Asiatico. Ebo van den Bor BV stelt daarentegen dat Van den Bor BV in ieder geval ook gebruik maakt van de handelsnaam Van den Bor, al dan niet in combinatie met de beschrijvende aanduiding Horecagroothandel en/of de plaats van vestiging Nijkerkerveen. Ten betoge daarvan heeft Ebo van den Bor BV diverse producties overgelegd, te weten:

- een uittreksel uit het handelsregister van Van den Bor BV waaruit blijkt dat zij per 1 juni 2010 is ingeschreven in het handelsregister onder meer met de (statutaire) handelsnaam Horecagroothandel Van den Bor BV;

- een pakbon met factuur van ijsleverancier La Venezia IJs BV ter zake een levering aan Van den Bor BV. De Pakbon is geadresseerd aan Horecagroothandel Van den Bor;

- een visitekaartje van een medewerker van Van den Bor BV, waarop het Van den Bor-logo is afgebeeld. Op dit logo is de (handels)naam Van den Bor en de plaats van vestiging Nijkerkerveen te zien;

- een productlijst van Van den Bor BV, waarop eveneens is afgebeeld het hiervoor genoemde Van den Bor-logo. Daarnaast staat op het voorblad van de productlijst “Oosterse Horecagroothandel Van den Bor” vermeld; en

- de website van Van den Bor BV met domeinnaam www.vandenbor.eu, waarop ook het Van den Bor-logo is afgebeeld.

4.7. Voorts heeft Van den Bor BV haar algemene leveringsvoorwaarden overgelegd, waarin haar statutaire handelsnaam Horecagroothandel Van den Bor BV onderaan op elke bladzijde is vermeld.

4.8. Daarmee is in dit kort geding voldoende aannemelijk gemaakt dat de handelsnaam Van den Bor, al dan niet in combinatie met de plaats van vestiging Nijkerkerveen en/of de beschrijvende aanduiding Horecagroothandel, gebruikt wordt door Van den Bor BV. Het verweer van Van den Bor BV dat zij in het maatschappelijk en economisch verkeer geen gebruik maakt van de handelsnaam Van den Bor, maar van de handelsnaam Asiatico faalt derhalve. Dat Van den Bor BV Asiatico zou gebruiken als handelsnaam, betekent nog niet dat zij daarnaast niet ook gebruik maakt van Van den Bor als handelsnaam.

4.9. Op grond van artikel 5 Hnw is het verboden een handelsnaam te voeren, die, vóórdat de onderneming onder die naam werd gedreven, reeds door een ander rechtmatig gevoerd werd, of die van diens handelsnaam slechts in geringe mate afwijkt, een en ander voor zover dientengevolge, in verband met de aard der beide ondernemingen en de plaats waar zij gevestigd zijn, bij het publiek verwarring tussen die ondernemingen te duchten is.

4.10. Ook is voldoende aannemelijk geworden dat de handelsnaam Van den Bor door Ebo van den Bor BV eerder werd gebruikt dan door Van den Bor BV. Van den Bor BV is in mei 2010 opgericht en kan dus als zodanig niet eerder dan die datum gebruik hebben gemaakt van de handelsnaam Van den Bor. Hiervoor is reeds overwogen dat Ebo van den Bor BV al sinds 1939, althans sinds 1974, gebruik maakt van die handelsnaam.

4.11. De door Van den Bor BV gebruikte variaties van de handelsnaam waarin de naam Van den Bor voorkomt, wijken, voor zover ze niet identiek zijn, maar in geringe mate af van de door Ebo van den Bor BV gebruikte handelsnamen. De afwijking is met name het verschil in de plaats van feitelijke vestiging. Verder is van belang dat beide ondernemingen zich richten op de groothandel in levensmiddelen aan horecaondernemers in Nederland en België en dan met name de oriëntaalse en mediterrane horecaondernemers. Ze zijn dus actief op dezelfde markt en handelen nagenoeg in dezelfde producten en zijn als zodanig ook directe concurrenten van elkaar. Daarnaast hebben beide ondernemingen dezelfde statutaire vestigingsplaats (Nijkerkerveen) en houden beide ondernemingen dicht bij elkaar in dezelfde gemeente (Nijkerk) kantoor.

4.12. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, in onderlinge samenhang bezien, is voldoende aannemelijk geworden dat bij het relevante publiek - daartoe behoren niet alleen de (potentiële) afnemers van de oriëntaalse en mediterrane horecaproducten (de horecaondernemers), maar ook de leveranciers waarmee de beide ondernemingen in aanraking (kunnen) komen - verwarring is te duchten tussen Ebo van den Bor BV enerzijds en Van den Bor BV anderzijds. Het relevante publiek kan gemakkelijk in de veronderstelling komen dat er een bedrijfsmatige band bestaat tussen Ebo van den Bor BV en Van den Bor BV. In het kader van dit kort geding is door Ebo van den Bor BV door overlegging van diverse producties voorshands voldoende aannemelijk gemaakt dat het gevaar voor verwarring zich ook daadwerkelijk herhaaldelijk heeft gerealiseerd. Dit leidt tot de conclusie dat Van den Bor BV haar handelsnaam/handelsnamen waarin de naam Van de Bor voorkomt, voert in strijd met het bepaalde in artikel 5 Hnw. Daaraan doet niet af dat Van den Bor de geslachtsnaam is van de natuurlijke personen achter Van den Bor BV.

Auteursrecht

4.13. Om voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking te komen is het volgens vaste jurisprudentie vereist dat het auteursrechtelijk beschermde werk een eigen oorspronkelijk karakter heeft en een persoonlijk stempel van de maker draagt. Het werk dient het resultaat van creatieve keuzes van de maker te zijn.

4.14. Niet is betwist dat het onder 2.6 getoonde Ebo-logo van Ebo van den Bor BV aangemerkt kan worden als een auteursrechtelijk beschermd werk in de zin van artikel 1 juncto artikel 10 Aw. Integendeel, Van den Bor BV erkent juist dat het Ebo-logo auteurs¬rechtelijke bescherming geniet, maar betwist dat Ebo van den Bor BV de auteursrecht¬hebbende is. Van den Bor BV stelt dat de maker van dat logo Eddy van den Bor is, die ten tijde van het ontwerpen daarvan niet heeft gehandeld voor Ebo van den Bor BV, zodat het auteursrecht op dat logo hem toekomt en niet Ebo van den Bor BV. Ebo van den Bor BV kan dus geen auteursrechtelijke bescherming inroepen met betrekking tot dat logo, aldus Van den Bor BV.

4.15. Daartegenover stelt Ebo van den Bor BV dat het auteursrecht op het Ebo-logo op grond van artikel 8 Aw aan haar toekomt. Ingevolge dat artikel wordt een vennootschap als de maker van het werk aangemerkt, indien zij een werk als van haar afkomstig openbaar maakt, zonder daarbij enig natuurlijk persoon als maker ervan te vermelden, tenzij bewezen wordt dat de openbaarmaking onder de bedoelde omstandigheden onrechtmatig was.

4.16. Dat Ebo van den Bor BV het Ebo-logo naar buiten toe heeft gebruikt voor haar waren en diensten en tot op zekere hoogte nog gebruikt, is niet betwist. Daarmee heeft Ebo van den Bor BV het logo openbaar gemaakt. Nu gesteld noch aannemelijk is geworden dat die openbaarmaking zonder vermelding van een natuurlijk persoon als maker van het logo onrechtmatig is, dient voorshands Van den Bor BV als de maker van en dus auteursrecht¬henbbende op dat logo te worden aangemerkt. Dit betekent dat het uitsluitend recht om het Ebo-logo openbaar te maken en te verveelvoudigen toekomt aan Ebo van den Bor BV.

4.17. Ebo van den Bor BV stelt dat Van den Bor BV gebruik maakt van twee logo’s, het onder 2.10 getoonde Van den Bor-logo en het onder 2.13 getoonde Asiatico logo, die inbreuk maken op haar auteursrecht op het Ebo-logo, omdat die logo’s een ongeoorloofde bewerking of nabootsing van het Ebo-logo zijn.

4.18. Uit de door Ebo van den Bor BV overgelegde producties - het visitekaartje, de productlijst en de kopie van de website www.vandenbor.eu - is voldoende aannemelijk geworden dat Van den Bor BV het Van den Bor-logo in het economisch verkeer gebruikt.

Wat het Asiatico-logo betreft erkent Van den Bor BV zelf dat zij die gebruikt. Derhalve

kan in dit kort geding worden uitgegaan dat beide logo’s door Van den Bor BV in het economisch verkeer worden gebruikt en verveelvoudigd en openbaar worden gemaakt.

Dan is vervolgens de vraag of Van den Bor BV door het gebruik van deze logo’s inbreuk maakt op het auteursrecht van Ebo van den Bor BV dat rust op het Ebo-logo.

4.19. Voor het antwoord op de vraag of dat het geval is, moet worden beoordeeld of de logo’s van Van den Bor BV zijn te beschouwen als een verveelvoudiging in de zin van artikel 13 Aw van het Ebo-logo. Daarvan is slechts sprake indien er in de logo’s van Van den Bor BV auteursrechtelijk relevante elementen zijn overgenomen van het Ebo-logo oftewel zijn ontleend aan dat logo. Voor het vermoeden dat er auteursrechtelijk relevante elementen zijn overgenomen en dat er sprake is van bewuste of onbewuste ontlening, is het enkele feit dat er punten van overeenstemming bestaan tussen een werk waarvoor auteursrechtelijke bescherming wordt ingeroepen en een als inbreukmakend bestreden voortbrengsel onvoldoende (vgl. HR 29 november 2002, NJ 2003, 17, “Una Voce Particolare”). Vereist is een gekwalificeerde mate van overeenstemming.

4.20. In “Una Voce Particolare” heeft de Hoge Raad verder overwogen dat het, bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een dergelijke overeenstemming, erop aan komt of het beweerdelijk inbreukmakende werk in zodanige mate de auteursrechtelijk beschermde trekken van het eerdere werk vertoont, dat de totaalindrukken die de beide werken maken sterk overeenstemmen, althans, té weinig verschillen voor het oordeel dat het beweerdelijk inbreukmakende werk als een zelfstandig werk kan worden aangemerkt.

4.21. De creatieve keuzes en dus de auteursrechtelijk beschermde elementen in het

Ebo-logo zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter de geel-groene kleurstelling van het logo, bestaande uit een gele bol met witte uitsparingen van plantenmotieven met daar doorheen in grote groene letters de ondernemingsnaam, en daaronder een golvende groene “bannier” met daarop in het wit de plaats van vestiging. Deze auteursrechtelijk beschermde elementen in het Ebo-logo zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter in de beide logo’s van Van den Bor BV terug te vinden, waardoor de totaalindruk van die logo’s sterk overeenstemt met die van het Ebo-logo, zodat de beide logo’s een ongeoorloofde bewerking of nabootsing zijn, die niet als een nieuw oorspronkelijk werk kunnen worden aangemerkt in de zin van artikel 13 Aw. Daartoe wordt als volgt overwogen.

4.22. Ter vergelijking zullen eerst het Ebo-logo en het Van den Bor-logo hieronder nogmaals worden afgebeeld, maar dan naast elkaar:

4.23. Het Van den Bor-logo is nagenoeg identiek aan het Ebo-logo. Beide logo’s hebben een geel-groene kleurstelling. De hoofdbestanddelen van beide logo’s zijn de naam Van den Bor in de kleur groen tegen een achtergrond die bestaat uit een gele bol met witte uitsparingen van plantenmotieven. Beide logo’s hebben ook een golvende groene “bannier” met daarop de plaats van vestiging in de witte kleur. Op het Ebo-logo staat boven de bol “Horeca Groothandel” geschreven en op het Van den Bor-logo staan Aziatische karakters waarvan onbetwist is gesteld dat de vertaling daarvan “horecagroothandel” is. Dezelfde karakters overigens die in het Ebo-logo eronder staan. Gelet op de kleurstelling, het lettertype, de naam van de onderneming, de afmetingen en onderlinge verhoudingen van diverse onderdelen, die nagenoeg identiek zijn, is er sprake van een overeenstemmende totaalindruk van deze beide logo’s. Dit betekent dat het Van den Bor-logo van Van den Bor BV inbreuk maakt op het auteursrecht van Ebo van den Bor BV op het Ebo-logo.

4.24. Vervolgens zullen ter vergelijking het Ebo-logo en het Asiatico-logo hieronder naast elkaar worden afgebeeld.

4.25. Ook dit Asiatico-logo heeft een geel-groene kleurstelling waarvan de kleur geel donkerder is en meer op oranje lijkt. Ook dit logo bestaat uit een gele bol met witte uitsparingen van plantenmotieven met daar doorheen in het groen de (handels)naam van de onderneming, een golvende bannier met daarop in witte letters de plaats van vestiging en boven de bol staat in het groen “Horeca Groothandel” geschreven. Daarnaast heeft Ebo van den Bor BV onweersproken gesteld dat de kleur geel in haar Ebo-logo in werkelijkheid meer eigeel is dan de door haar overgelegde kopie, zodat de kleur geel in het Asiatico-logo veel meer overeenkomt met de kleur geel van het Ebo-logo. Ook in dit Asiatico-logo is de kleurstelling, het lettertype, de afmetingen en onderlinge verhoudingen van diverse onderdelen, met uitzondering van de (handels)naam van de onderneming die door de gele bol heen is geschreven, nagenoeg identiek aan die van het Ebo-logo. Bij de vergelijking van alle elementen van het hierboven afgebeelde Asiatico-logo met het hierboven afgebeelde Ebo-logo is er naar het oordeel van de voorzieningen¬rechter sprake van een overeenstemmende totaalindruk, ondanks het verschil in de door de gele bol heen gedrukte (handels)naam. Dit betekent dat ook dit Asiatico-logo van Van den Bor BV inbreuk maakt op het auteursrecht van Ebo van den Bor BV op het Ebo-logo.

Merkenrecht

4.26. De voorzieningenrechter constateert dat Ebo van den Bor BV op 1 juli 2010 de woordmerken Van den Bor en Ebo van den Bor heeft gedeponeerd bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (hierna: BBIE). Deze woordmerken zijn op 9 juli 2010 ingeschreven in het BBIE-register en sindsdien is Ebo van den Bor BV houdster van deze woordmerken.

4.27. Ebo van den Bor BV beroept zich ter onderbouwing van haar vordering, voor zover gegrond op het merkenrecht, op artikel 2.20 lid 1 sub a, b en d BVIE. Artikel 2.20 lid 1 BVIE geeft een houder van een ingeschreven merk het uitsluitend recht om het gebruik door een derde, zonder zijn toestemming, van een identiek of overeenstemmend teken te verbieden. Daarbij moet dan wel zijn voldaan aan de in dat artikel omschreven voorwaarden onder sub a, b, c of d.

4.28. Ingevolge artikel 2.20 lid 1 sub a BVIE geeft het ingeschreven merk de houder een uitsluitend recht om iedere derde, die niet zijn toestemming hiertoe heeft gekregen, het gebruik van een teken te verbieden wanneer dat teken gelijk is aan het merk en in het economisch verkeer gebruikt wordt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor het merk is ingeschreven.

4.29. Ingevolge artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE kan de merkhouder op grond van zijn uitsluitend recht iedere derde die zonder zijn toestemming hiertoe gebruik maakt, het gebruik van een teken verbieden wanneer dat teken gelijk is aan of overeenstemt met het merk en in het economisch verkeer wordt gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten, indien daardoor bij het publiek verwarring kan ontstaan, inhoudende het gevaar van associatie met het merk.

4.30. Op grond van artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE kan de merkhouder zich verzetten tegen het gebruik van een teken, anders dan ter onderscheiding van waren of diensten, indien door dat gebruik, zonder geldige reden, van dat teken ongerechtvaardigd voordeel wordt getrokken uit of afbreuk wordt gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk.

4.31. Van den Bor BV voert allereerst het verweer dat Ebo van den Bor BV geen merkrechtelijke bescherming toekomt omdat het woordmerk “Van den Bor” geen voldoende onderscheidend vermogen heeft in de zin van artikel 2.1 lid 1 BVIE, nu Van den Bor in de regio een veel voorkomende geslachts- en ondernemingsnaam is.

4.32. Ebo van den Bor BV heeft daarentegen onweersproken gesteld dat zij al vele jaren gebruik maakt van de (dienst)merken Van den Bor en Ebo van den Bor en dat zij en haar merken, gelet op haar lange geschiedenis, binnen de branche grote bekendheid genieten.

Nu daarnaast Ebo van den Bor BV ook onbetwist heeft gesteld dat zij in Nederland marktleider is op het gebied van oriëntaalse en mediterrane horecaproducten, een grote en gerenommeerde onderneming is en een groot klantenbestand heeft in Nederland en België, is voorshands aannemelijk dat de woordmerken Van den Bor en Ebo van den Bor een voldoende onderscheidend vermogen hebben ter onderscheiding van de waren en diensten van Ebo van den Bor BV bij het in aanmerking te nemen publiek, zijnde de afnemers van de oriëntaalse en mediterrane horecaproducten (de horecaondernemers) en de leveranciers van Ebo van den Bor BV. Derhalve kan in dit kort geding ervan worden uitgegaan dat de woordmerken Van den Bor en Ebo van den Bor voldoende onderscheidend vermogen hebben in de zin van artikel 2.1 BVIE.

4.33. Dat de woordmerken Van den Bor en Ebo van den Bor in elk geval enig onder¬schei¬¬dend vermogen hebben, vindt ook steun in de omstandigheid dat een (woord)merk pas wordt ingeschreven nadat door het BBIE een onderzoek heeft plaatsgevonden (onder meer) naar de vraag of het in de aanvraag voorkomende teken geacht moet worden elk onderschei¬dend vermogen te missen (zie artikel 2.11 lid 1 onder b BVIE). Indien inschrijving volgt, zoals hier is gebeurd, kan daaruit worden afgeleid dat het BBIE na onderzoek geen aan¬leiding heeft gevonden om het merk te weigeren wegens het ontbreken van onderscheidend vermogen.

4.34. Van den Bor BV voert verder met een beroep op artikel 2.4 sub f BVIE het verweer dat Ebo van den Bor BV zich niet kan beroepen op merkrechtbescherming van de woordmerken Van den Bor en Ebo van den Bor, omdat die woordmerken op 1 juli 2010 te kwader trouw zijn gedeponeerd door Ebo van den Bor BV, nu Ebo van den Bor BV op dat moment wist dat Van den Bor BV voorafgaand aan dat depot de naam c.q. het teken Van den Bor voor soortgelijke waren of diensten gebruikte.

4.35. Dit verweer faalt. Ook al zou Van den Bor BV voorgebruiker zijn van het teken Van den Bor als merk, dus ter onderscheiding van soortgelijke waren of diensten, dan nog is er geen sprake van een depot te kwader trouw door Ebo van den Bor BV, omdat thans voldoende vast staat dat Ebo van den Bor BV al vóór Van den Bor BV gebruik maakte van de tekens Van den Bor en Ebo van den Bor ter onderscheiding van haar waren of diensten, als merk dus, en daardoor dus aangemerkt kan worden als “voor-voorgebruiker”. Indien de deposant (in casu Ebo van den Bor BV) in verhouding tot de voorgebruiker (in casu Van den Bor BV) als de eerste gebruiker van het merk (de voor-voorgebruiker) kan worden aangemerkt, maakt deze geen misbruik door het merk alsnog te deponeren. In dat geval is er voor de voorgebruiker geen grond om zich te beroepen op aanwezigheid van kwade trouw bij de deposant/voor-voorgebruiker (zie BenGH 25 juni 2004, IER 2004, p. 342, “Winner Taco/El Taco”).

4.36. Van den Bor BV betoogt verder, met een beroep op artikel 2.23 lid 1 sub a BVIE, dat Ebo van den Bor BV haar niet kan verbieden in het economisch verkeer gebruik te maken van “haar” familienaam Van den Bor.

4.37. Ook dit betoog faalt, nu een merkhouder zich wel kan verzetten tegen het gebruik van een familienaam indien deze naam met zijn merk overeenkomt en door een derde wordt gebruikt ter onderscheiding van zijn waren of diensten. Daarvan is in casu sprake.

4.38. Voldoende aannemelijk is geworden dat Van den Bor BV gebruik maakt van het teken Van den Bor in haar handelsnamen en op haar visitekaartjes, productlijsten en website www.vandenbor.eu, al dan niet in combinatie met haar plaats van vestiging Nijkerkerveen en/of de beschrijvende aanduiding Horecagroothandel, en dat in het economisch verkeer gebruikt voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten als die waarvoor de woordmerken Van den Bor en Ebo van den Bor zijn ingeschreven, te weten de groothandel en inkoop/verkoop van foodproducten en in het bijzonder de groothandel in oriëntaalse en mediterrane horecaproducten. Door Van den Bor BV is onvoldoende weersproken dat zij het teken Van den Bor op de hierboven genoemde wijzen gebruikt ter onderscheiding van de door haar verhandelde oriëntaalse en mediterrane horecaproducten, als merk dus. Derhalve kan worden uitgegaan van een zodanig gebruik van het teken Van den Bor door Van den Bor BV dat er door het publiek een verband wordt gelegd tussen het teken Van den Bor en de levering van haar waren of diensten op het gebied van de groothandel in oriëntaalse en mediterrane horecaproducten.

4.39. Voor zover er al geen sprake is van een aan de woordmerken Van den Bor en Ebo van den Bor identiek teken, dat door Van den Bor BV in het economisch verkeer gebruikt wordt voor dezelfde waren of diensten als die waarvoor de woordmerken zijn ingeschreven - de groothandel en inkoop/verkoop van foodproducten - in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub a BVIE, dan is er in ieder geval sprake van een teken dat gelijk is aan of overeenstemt met de woordmerken, dat in het economisch verkeer gebruikt wordt voor dezelfde of soortgelijke waren of diensten in de zin van artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE, zoals hierboven reeds is overwogen.

4.40. Een dergelijk gebruik is niet toegestaan indien daardoor bij het relevante publiek verwarring kan ontstaan, inhoudende het gevaar van associatie met het merk. Het verwar¬ringsgevaar dient te worden beoordeeld met inachtneming van alle relevante omstandig¬heden van het concrete geval. Bepalend is onder meer de mate van overeenstemming tussen merk en teken, de mate van soortgelijkheid van de waren of diensten, alsook de onderscheidende kracht van het merk.

4.41. Er is, globaal beoordeeld, naar de totaalindruk die zij maken, sprake van een grote mate van visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming tussen de woordmerken Van den Bor en Ebo van den Bor van Ebo van den Bor BV en het door Van den Bor BV gebruikte teken Van den Bor. Het teken Van den Bor is zelfs identiek aan het woordmerk Van den Bor. De waren of diensten waarvoor de woordmerken, respectievelijk het teken worden gebuikt zijn identiek, althans soortgelijk, te weten de groothandel in oriëntaalse en mediterrane horecaproducten. Hiervoor is reeds onder 4.32 en 4.33 overwogen dat de woordmerken naar het oordeel van de voorzieningenrechter een voldoende onderscheidend vermogen hebben bij het relevante publiek.

4.42. Gelet op de grote mate van visuele, auditieve en begripsmatige overeenstemming tussen de woordmerken Van den Bor en Ebo van den Bor enerzijds en het teken Van den Bor anderzijds, het feit dat de aangeboden waren of diensten in hoofdzaak dezelfde of soortgelijk zijn, alsmede de aanwezigheid van een voldoende onderscheidingskracht van de woordmerken Van den Bor en Ebo van den Bor, is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat bij het in aanmerking komende publiek verwarring kan ontstaan. Indien al de gemiddelde horecaondernemer of leverancier de woordmerken Van den Bor en Ebo van den Bor van Ebo van den Bor BV niet met het teken Van den Bor van Van den Bor BV zal verwarren, wordt in ieder geval de indruk wordt gewekt dat enig verband bestaat tussen de rechthebbende op de woordmerken en het teken Van den Bor.

4.43. Voor de volledigheid merkt de voorzieningenrechter op dat ook het gebruik van de domeinnaam www.vandenbor.eu door Van den Bor BV een inbreuk maakt op de woordmerken van Ebo van den Bor BV, omdat in de domeinnaam het teken Van den Bor is opgenomen en op de website het Van den Bor-logo wordt afgebeeld waarin het teken Van den Bor ook voorkomt, en onweersproken is dat het de bedoeling van Van den Bor BV is om de website in het economisch verkeer te gebruiken ten einde informatie te verstrekken over de door haar aangeboden soortgelijke oriëntaalse en mediterrane horecaproducten en dus ter onderscheiding van de door haar geleverde waren of diensten. Mede gelet op hetgeen hiervoor onder 4.41 en 4.42 is overwogen moet worden geoordeeld dat bij het gebruik van deze domeinnaam bij het publiek verwarring kan ontstaan.

4.44. Uit het voorgaande volgt genoegzaam dat Van den Bor BV in strijd handelt met

artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE en dus inbreuk maakt op de (woord)merkrechten van Ebo van den Bor BV. Het beroep van Ebo van den Bor BV op artikel 2.20 lid 1 sub d BVIE kan dan ook onbesproken blijven.

Algemene verweren

4.45. Van den Bor BV heeft het algemene verweer gevoerd dat, ook al zou sprake zijn van schending van enig intellectueel eigendomsrecht, Ebo van den Bor BV geen bescher¬ming meer toekomt op grond van het handelsnaamrecht, auteursrecht en merkenrecht omdat die bescherming is uitgewerkt c.q. uitgecontracteerd, hetgeen volgt uit de door haar overgelegde non-concurrentiebeding van 28 juni 2007. Van den Bor BV stelt dat in de in het non-concurrentiebeding genoemde drie jaar waarbinnen geen gebruik mag worden gemaakt van de naam Van den Bor, besloten ligt dat door Ebo van den Bor BV elke bescherming, dus ook die op grond van de intellectuele eigendomsrechten, is opgegeven inzake het gebruik van de naam Van den Bor na de ommekomst van een periode van drie jaren vanaf 28 juni 2007, welke termijn ruimschoots is verstreken. Het staat haar dan ook thans vrij om de naam Van den Bor in het economisch verkeer te gebruiken, stelt Van den Bor BV.

4.46. Allereerst wordt opgemerkt dat Van den Bor BV geen partij is bij het non-concurrentiebeding. Het non-concurrentiebeding betreft een overeenkomst tussen een aantal natuurlijke personen van de familie Van den Bor en Ebo van den Bor BV. Van den Bor BV kan daar niet zonder meer aanspraken aan ontlenen. Afgezien daarvan blijkt uit de tekst van het non-concurrentiebeding niet dat Ebo van den Bor BV na de ommekomst van de driejaarsperiode haar bescherming op grond van het handelsnaamrecht, auteursrecht en merkenrecht heeft prijsgegeven. Enige verwijzing naar deze intellectuele eigendomsrechten¬bescherming is niet te vinden in het non-concurrentiebeding. Dat in het non-concurrentie¬beding zou moeten worden ingelezen dat Ebo van den Bor BV na de termijn van drie jaar elke bescherming heeft opgegeven, en dus ook de bescherming die haar toekomt op grond van de intellectuele eigendomsrechten, heeft Van den Bor BV niet concreet onderbouwd en is onvoldoende aannemelijk geworden. Bovendien heeft Ebo van den Bor BV ter zitting verklaard dat met het non-concurrentiebeding niet de bedoeling was om afstand te doen van de bescherming van de intellectuele eigendomsrechten, maar dat het juist de bedoeling was gedurende drie jaar een verdergaande bescherming te krijgen dan alleen de bescherming op grond van de intellectuele eigendomsrechten, in de zin dat een algemeen verbod zou gelden voor ondergetekenden voor èlk gebruik van de naam Van den Bor in combinatie met bepaalde activiteiten. Van den Bor BV heeft deze uitleg van Ebo van den Bor BV niet gemotiveerd weersproken. Het hiervoor genoemde verweer van Van den Bor BV faalt derhalve.

4.47. Ook de verweren van Van den Bor BV dat aan haar toestemming zou zijn verleend voor het gebruik van de naam Van den Bor en dat het exclusieve recht van Ebo van den Bor BV op de naam Van den Bor zou zijn uitgewerkt, falen, nu deze onvoldoende concreet zijn onderbouwd.

De vorderingen

4.48. Resumerend handelt Van den Bor BV in strijd met artikel 5 Hnw, artikel 13 Aw en artikel 2.20 lid 1 sub b BVIE. Op die gronden zal Van den Bor BV worden verboden een handelsnaam te voeren waarin de naam Van den Bor voorkomt. Ook moet zij zich onthouden van het gebruik van het Van den Bor-logo en het Asiatico-logo. Tot slot dient Van den Bor BV het gebruik van het teken Van den Bor, al dan niet in combinatie met Horecagroothandel en/of Nijkerkerveen, in haar handelsnamen en op visitekaartjes, productlijsten en de website www.vandenbor.eu te staken. De vorderingen zullen dan ook nagenoeg geheel worden toegewezen, op hierna te melden wijzen.

4.49. Nu de vorderingen van Ebo van den Bor BV op grond van de intellectuele eigendomsrechtengrondslagen voor toewijzing in aanmerking komen, kan het beroep van Ebo van den Bor BV op de aanvullende bescherming van artikel 6:162 BW onbesproken blijven.

4.50. Ten einde executieproblemen te voorkomen zal de vordering onder II geconcre¬tiseerd worden toegewezen, door Van den Bor BV te gebieden de openbaarmaking en/of verveelvoudiging van het logo van Ebo van den Bor BV (het Ebo-logo) te staken en gestaakt te houden, in de zin dat Van den Bor BV wordt verboden gebruik te maken van het Van den Bor-logo en het Asiatico-logo. Het verbod tot openbaarmaking en/of verveelvou¬diging van “iedere ongeoorloofde bewerking” van het logo van Ebo van den Bor BV zal worden afgewezen, omdat dit te onbepaald is. Wat betreft vordering onder III zal het verbod tot het gebruik van “soortgelijke tekens” die inbreuk maken op de merkrechten van Ebo van den Bor BV eveneens worden afgewezen, omdat ook dit te onbepaald is. De veroordelingen zullen zoals gevorderd, worden versterkt met een dwangsom, die aan een maximum zal worden gebonden.

4.51. In verband met het bepaalde in artikel 1019i Rv zal de voorzieningenrechter de redelijke termijn waarbinnen een bodemprocedure aanhangig moet worden gemaakt stellen op zes maanden na het wijzen van dit vonnis.

Proceskosten

4.52. Van den Bor BV zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van Ebo van den Bor BV. Laatstgenoemde partij heeft aanspraak gemaakt op een volledige proceskostenvergoeding ex artikel 1019h Rv. De totale advocaatkosten van Ebo van den Bor BV bedragen € 12.055,00 exclusief btw, waarvan zij gespecificeerde facturen heeft overgelegd. Van den Bor BV heeft deze kostenspecificatie als zodanig niet betwist. Deze kosten vallen binnen de per 1 augustus 2008 in werking getreden indicatietarieven in IE-zaken, volgens welke voor overige kort gedingen - dus niet zijnde een eenvoudig kort geding - een bedrag van maximaal € 15.000,00 (exclusief btw) redelijk en evenredig wordt geacht en kunnen dus geheel worden toegewezen. De kosten aan de zijde van Ebo van den Bor BV worden derhalve begroot op:

- dagvaarding € 76,31

- vast recht € 568,00

- salaris advocaat € 12.055,00

Totaal € 12.699,31

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. gebiedt Van den Bor BV met onmiddellijke ingang ieder gebruik van de handelsnaam Van den Bor te staken en gestaakt te houden, alsmede om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het Handelsregister van de Kamer van Koophandel schriftelijk te verzoeken de handelsnaam Van den Bor zodanig te wijzigen dat niet langer sprake is van een inbreuk op de rechten van Ebo van den Bor BV en de advocaat van Ebo van den Bor BV daarop binnen twee dagen in het bezit te stellen van een afschrift van de daartoe strekkende correspondentie met het Handelsregister, alsook de advocaat binnen twee dagen na de ontvangst daarvan in het bezit te stellen van een afschrift van de notariële akte van statutenwijziging en een uittreksel van de gewijzigde inschrijving in het Handelsregister,

5.2. gebiedt Van den Bor BV met onmiddellijke ingang de openbaarmaking en/of verveelvoudiging van het onder 2.6 opgenomen Ebo-logo van Ebo van den Bor BV te staken en gestaakt te houden, in de zin dat Van den Bor BV wordt verboden gebruik te maken van het onder 2.10 opgenomen Van den Bor-logo en het onder 2.13 opgenomen Asiatico-logo,

5.3. gebiedt Van den Bor BV met onmiddellijke ingang ieder gebruik van het teken Van den Bor, al dan niet combinatie met aanduiding Horecagroothandel en/of de plaats van vestiging Nijkerkerveen, te staken en gestaakt te houden,

5.4. gebiedt Van den Bor BV met onmiddellijke ingang het gebruik van de domein¬naam www.vandenbor.eu te staken en gestaakt te houden en de domeinnaamregistratie op te heffen en de advocaat van Ebo van den Bor BV binnen twee dagen na betekening van dit vonnis in het bezit te stellen van een afschrift van de daartoe strekkende correspondentie met de door Van den Bor BV ingeschakelde domeinnaam administrateur,

5.5. bepaalt dat Van den Bor BV voor iedere keer dat zij in strijd handelt met een of meer bepalingen onder 5.1 tot en met 5.4, en voor iedere dag of gedeelte daarvan dat dit handelen voortduurt, aan Ebo van den Bor BV een dwangsom verbeurt van € 10.000,00, tot een maximum van € 1.000.000,00,

5.6. bepaalt de termijn waarbinnen op grond van artikel 1019i Rv een bodemprocedure aanhangig dient te worden gemaakt op zes maanden vanaf de dag van het wijzen van dit vonnis,

5.7. veroordeelt Van den Bor BV in de proceskosten, aan de zijde van Ebo van den Bor BV tot op heden begroot op € 12.699,31, te vermeerderen met de btw over het salaris van de advocaat.

5.8. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.9. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. H. Siragedik op 28 januari 2011.