Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BP5035

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-01-2011
Datum publicatie
18-02-2011
Zaaknummer
198825
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De gevorderde verklaring voor recht dat de erfdienstbaarheid, gelet op de zinsnede: ‘op de bestaande wijze’ in de akte van vestiging, slechts gebruikt mag worden door aanwonenden van de adrest en bezoekers van gedn.conv./eis.reconv. privé, een en ander niet met zwaarder verkeer dan een normale personenauto, kan niet worden gegeven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 198825 / HA ZA 10-663

Vonnis van 26 januari 2011

in de zaak van

[eis.conv./ged.reconv.],

[woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. D. van Alst te Nijmegen,

tegen

1. [ged.1conv./eis.1reconv.],

2. [ged.2.conv./eis.2reconv.],

beiden [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. T.E.P.A. Lam te Nijmegen,

3. de naamloze vennootschap RABOHYPOTHEEKBANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

niet verschenen,

4. de coöperatieve vereniging met uitgesloten aansprakelijkheid

COÖPERATIEVE RABOBANK RIJK VAN NIJMEGEN U.A.,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde in conventie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna [eis.conv./ged.reconv.] en [gend.conv./eis.reconv.]. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 september 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 30 november 2010

- de conclusie van antwoord in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Blijkens de akte van levering van 27 november 1995 zijn [gend.conv./eis.reconv.]. eigenaar van het door [betrokkene1] (verder: [betrokkene1]) aan hen verkochte woonhuis met berging en verdere aangehorigheden, erf, tuin, weiland en boomgaard, gelegen aan de [adres], kadastraal bekend gemeente [kad.gegevens], gezamenlijk groot 9.050 m2. De akte vermeldt voorts onder meer:

“Met betrekking tot bekende erfdienstbaarheden (..) wordt nog verwezen naar voormelde titel deel 8254 nummer 83, waarin woordelijk staat vermeld: “Bij akte van ruilverkaveling verleden (..) op vierentwintig maart negentienhonderdzevenenzeventig (..), is gevestigd de navolgende erfdienstbaarheid (waarbij voor de duidelijkheid de kavelnummers [kad.gegevens+kavelnummers] de erfdienstbaarheid van weg om te komen van en te gaan naar de [adres], naar en van de heersende erven, uit te oefenen op de bestaande wijze, het onderhoud van de uitweg komt ten laste van de heersende erven.”””

2.2. [betrokkene1] exploiteerde op het aan [gend.conv./eis.reconv.]. verkochte een veehouderij en een veetransportbedrijf. De erfdienstbaarheid van weg wordt onder meer uitgeoefend op een strook van thans de percelen [nrs.]. Die strook wordt aangeduid als: ‘[adres]sestraat’. Het perceel van [gend.conv./eis.reconv.]. wordt verder ontsloten aan de noordzijde door een onverharde landweg, aangeduid als ‘[adres]’, waarvan zij eigenaar zijn. [gend.conv./eis.reconv.]. zijn beeldend kunstenaar en hebben op hun perceel een beeldentuin, de tempelhof, die op afspraak kan worden bezocht. [gend.conv./eis.reconv.]. gebruiken de [adres]sestraat als ontsluiting voor hun woning, onderhoud van de (beelden)tuin en om kunstvoorwerpen van soms aanzienlijk formaat, met een vrachtauto met een lengte van circa 10 meter, waarop een kraan is gemonteerd, van en naar de [adres] te vervoeren. De [adres]sestraat is verder de enige ontsluiting van het perceel, kadastraal bekend gemeente [kad.gegevens], met daarop de woning van [betrokkene2] (verder: [betrokkene2]), plaatselijk bekend [adres]sestraat 2. De rechtsvoorganger van [betrokkene2] exploiteerde op perceel 208 een varkensmesterij. De [adres]sestraat wordt tenslotte gebruikt door de zoon van [betrokkene2] om met een maaimachine via het perceel van [betrokkene2] te komen van en te gaan naar de [adres] naar en van zijn achter en naast het perceel van [betrokkene2] gelegen weiland.

2.3. Door inschrijving op 3 april 2007 van de notariële akte van levering van 2 april 2007 is [eis.conv./ged.reconv.] eigenaar geworden van het aan haar door [betrokkene3] te [plaats] verkochte aan de [adres] te [plaats] gelegen perceel grond, kadastraal bekend gemeente [kad.gegevens] groot 230 m2 en van het woonhuis met ondergrond, tuin en verdere aangehorigheden, staande en gelegen aan de [adres]sestraat 1 te [plaats], kadastraal bekend gemeente [kad.gegevens]. De akte vermeldt voorts onder meer:

“Voor bekende erfdienstbaarheden (..) met betrekking tot beide registergoederen wordt te dezen verwezen naar voormelde titel van aankomst (deel 4783 nummer 1) waarin woordelijk staat vermeld:“Ten behoeve van kavels [kad.gegevens] de erfdienstbaarheid van weg om te komen en te gaan naar de [adres], naar en van de heersende erven, uit te oefenen op de bestaande wijze. Het onderhoud van de uitweg komt ten laste van de heersende erven.””

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eis.conv./ged.reconv.] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, primair de erfdienstbaarheid gevestigd bij notariële akte van 24 maart 1977 zal opheffen op grond van artikel 5:79 BW, subsidiair op grond van artikel 5:78 sub a BW en meer subsidiair voor recht zal verklaren dat de erfdienstbaarheid, gelet op de zinsnede: ‘op de bestaande wijze’ in de akte van vestiging, slechts gebruikt mag worden door aanwonenden van de [adres]sestraat en bezoekers van [eis.conv./ged.reconv.] privé, een en ander niet met zwaarder verkeer dan een normale personenauto, alsook de erfdienstbaarheid zal wijzigen in die zin dat die inhoud van de erfdienstbaarheid ondubbelzinnig blijkt uit de akte, met veroordeling van [gend.conv./eis.reconv.]. in de proceskosten.

[eis.conv./ged.reconv.] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gend.conv./eis.reconv.]. geen belang meer hebben bij de [adres]sestraat omdat zij via de [adres] een eigen uitweg hebben, alsmede dat de erfdienstbaarheid door wijze waarop [gend.conv./eis.reconv.]. deze uitvoeren zodanig is verzwaard dat er sprake is van een onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 5:78 sub a BW.

3.2. [gend.conv./eis.reconv.]. voeren verweer.

3.3. Op de stellingen van de partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. [gend.conv./eis.reconv.]. vorderen dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, voor recht zal verklaren dat zij ontslagen zijn van hun onderhoudsverplichting ten aanzien van de erfdienstbaarheid die is gevestigd op het dienende erf van [eis.conv./ged.reconv.], met veroordeling van [eis.conv./ged.reconv.] in de proceskosten.

3.5. [eis.conv./ged.reconv.] voert verweer.

4. De beoordeling

in reconventie

4.1. Op de comparitie hebben [gend.conv./eis.reconv.]. de vordering in reconventie, met instemming van [eis.conv./ged.reconv.] ingetrokken, zodat alleen de vordering van [eis.conv./ged.reconv.] aan de orde is.

in conventie

4.2. Het is de rechtbank tijdens de descente gebleken dat de beeldentuin via de [adres] niet of nauwelijks bereikbaar is met een vrachtauto met een lengte van 10 meter met een opgebouwde kraan. De bochten die dan genomen moeten worden zijn talrijk en te eng. [gend.conv./eis.reconv.]. zijn daarom op het gebruik van de [adres]sestraat aangewezen voor het met een vrachtauto transporteren van kunstwerken van soms groot formaat van en naar de beeldentuin en/of het atelier. Het is evident dat het kunnen transporteren van kunstwerken voor eigenaren van een beeldentuin, zoals [gend.conv./eis.reconv.]., van belang is. Aan de eis die artikel 5:79 BW aan opheffing stelt, te weten dat de eigenaar van het heersende erf geen redelijk belang meer heeft bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid is daarom niet voldaan. De primaire vordering komt niet voor toewijzing in aanmerking.

4.3. Bij haar stelling dat de erfdienstbaarheid door de wijze waarop [gend.conv./eis.reconv.]. deze uitvoeren zodanig is verzwaard dat er sprake is van een onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 5:78 sub a BW, heeft [eis.conv./ged.reconv.] enerzijds het gebruik van de [adres]sestraat door bezoekers van de beeldentuin van [gend.conv./eis.reconv.]. op het oog en anderzijds het gebruik van de [adres]sestraat voor het transport van kunstwerken met de 10 meter lange vrachtauto – [eis.conv./ged.reconv.] heeft niet weersproken dat zodanig transport circa 10 tot 12 keer per jaar plaatsvindt – en voor onderhoud van de beeldentuin door de hovenier van [gend.conv./eis.reconv.].

4.4. [eis.conv./ged.reconv.] heeft niet weersproken dat de beeldentuin alleen (door groepen) op afspraak bezocht kan worden en evenmin dat deze bezoekers steeds naar de ingang aan de [adres] worden verwezen en deze ook gebruiken. [gend.conv./eis.reconv.]. hebben niet weersproken dat passanten soms spontaan, dus zonder dat zij een afspraak hebben gemaakt, tot een bezoek van de beeldentuin willen overgaan via de [adres]sestraat. [gend.conv./eis.reconv.]. hebben op de comparitie herhaald dat zij, als [eis.conv./ged.reconv.] daarmee instemt, een bord aan de ingang van de [adres]sestraat zullen plaatsen om dergelijk gebruik van de [adres]sestraat te voorkomen. Aldus heeft [eis.conv./ged.reconv.] het in eigen hand om de door haar ervaren overlast door spontane bezoekers van de beeldentuin via de [adres]sestraat te beperken. Daarom kan niet gezegd worden dat er sprake is van een zodanige verzwaring van het gebruik van de erfdienstbaarheid dat er sprake is van een onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 5:78 sub a BW.

4.5. Ten tijde van de vestiging van het recht van erfdienstbaarheid voorzag deze ook in het zakelijk gebruik van de [adres]sestraat door, in ieder geval, [betrokkene1] ten behoeve van de bedrijfsmatige exploitatie van het heersend erf. Daaruit volgt dat het ook [gend.conv./eis.reconv.]. is toegestaan de [adres]sestraat voor zakelijk verkeer te gebruiken.

4.6. [eis.conv./ged.reconv.] stelt dat de [adres]sestraat voordat [gend.conv./eis.reconv.]. deze zijn gaan gebruiken voor het transport van kunstwerken met vorenbedoelde vrachtauto, nooit voor zwaar verkeer is gebruikt. Daarop hebben [gend.conv./eis.reconv.]. onvoldoende weersproken verklaringen van [betrokkene1] en [betrokkene2] in het geding gebracht. De verklaring van [betrokkene1] vermeldt onder meer dat het recht van weg zeer intensief werd gebruikt, waarbij auto’s, landbouwvoertuigen en zwaar vrachtverkeer tot de orde van de dag behoorden, alsmede dat er, afgezien van alle andere verkeersbewegingen, minimaal twee keer per week vrachtwagens tot wel 18 meter over het lijdend erf reden en die van [betrokkene2] onder meer dat ten gunste van zijn perceel een erfdienstbaarheid is gevestigd ten laste van de percelen van [eis.conv./ged.reconv.] en dat daarover zwaar transport werd gebruikt voor toelevering c.q. bevoorrading van de toenmalige bedrijven op perceel 208 en op daarvan aan de westzijde gelegen boerderij. Nu [eis.conv./ged.reconv.] die verklaringen onvoldoende heeft weersproken is er geen aanleiding haar tot het bewijs van haar stelling toe te laten. Er moet er daarom van worden uitgegaan dat ook voordat [gend.conv./eis.reconv.]. eigenaar werden van het heersend erf reeds sprake was van zwaar transport over de [adres]sestraat. De conclusie is dat de door [eis.conv./ged.reconv.] bedoelde omstandigheden niet van dien aard zijn dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding van de erfdienstbaarheid niet van haar kan worden gevergd.

4.7. Het voorgaande brengt voorts mee dat de gevorderde verklaring voor recht dat de erfdienstbaarheid, gelet op de zinsnede: ‘op de bestaande wijze’ in de akte van vestiging, slechts gebruikt mag worden door aanwonenden van de [adres]sestraat en bezoekers van [eis.conv./ged.reconv.] privé, een en ander niet met zwaarder verkeer dan een normale personenauto, niet kan worden gegeven.

4.8. Als de in het ongelijk te stellen partij zal [eis.conv./ged.reconv.] in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gend.conv./eis.reconv.]. worden begroot op:

- vast recht € 263,--

- salaris advocaat € 904,-- (2,0 punten x tarief II € 452,--)

totaal € 1.167,--.

5. De beslissing

De rechtbank

wijst de vordering af,

veroordeelt [eis.conv./ged.reconv.] in de proceskosten, aan de kant van [gend.conv./eis.reconv.]. begroot op

€ 1.167,--,

Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.A Walda en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2011.