Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BP4435

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-02-2011
Datum publicatie
15-02-2011
Zaaknummer
05/701787-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee maanden cel voor openlijke geweldpleging in het Julianapark in Nijmegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis

Parketnummer : 05/701787-10

Datum zitting : 1 februari 2011

Datum uitspraak : 15 februari 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : 30 september 1963 te Nijmegen,

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 20 april 2010 te Nijmegen, met een ander of anderen, op of

aan de openbare weg/een voor het publiek toegankelijke plaats, het

Julianapark, in elk geval op of aan een openbare weg/een voor het publiek

toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal, (met kracht)

slaan en/of stompen van die [slachtoffer] en/of het meermalen, althans eenmaal,

(met geschoeide voet en/of met kracht) tegen hoofd en/of bovenlichaam van die

[slachtoffer] schoppen en/of trappen,

waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, tegen die

bovenlichaam en/of diens hoofd heeft geslagen en/of gestompt en/of geschopt

en/of getrapt,

en welk door hem gepleegd geweld enig lichamelijk letsel (een of meerdere

kleine wonden) voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 20 april 2010 te Nijmegen tezamen en in vereniging met

anderen of een ander, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte

voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slac[slachtoffer], opzettelijk zwaar

lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen,

althans eenmaal (met kracht) tegen diens hoofd en/of bovenlichaam te slaan

en/of te stompen en/of (met geschoeide voet en/of met kracht) tegens diens

hoofd en/of bovenlichaam te schoppen en/of te trappen, terwijl de uitvoering

van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 1 februari 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen.

De officier van justitie, mr. P.A. Boer, heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.

Verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van het primair tenlastegelegde niet kan worden bewezen dat het door verdachte toegepaste geweld op aangever [slachtoffer] enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad, aangezien zowel verdachte als medeverdachte [medeverdachte] [slachtoffer] hebben geslagen en geschopt. Volgens aangever, de medeverdachte en verdachte zelf was de medeverdachte daarbij het meest gewelddadig. Niet is vast te stellen of (ook) door het door verdachte uitgeoefende geweld enig letsel is ontstaan. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit deel van de tenlastelegging.

Voor het overige is er ten aanzien van het primair tenlastegelegde sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

- Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], p. 12-14;

- De door verdachte ter terechtzitting van 1 februari 2011 afgelegde bekennende verklaring.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 20 april 2010 te Nijmegen, met een ander op een voor het publiek toegankelijke plaats, het Julianapark, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het meermalen, met kracht slaan en/of stompen van die [slachtoffer] en het meermalen, met geschoeide voet en met kracht tegen hoofd en bovenlichaam van die [slachtoffer] schoppen en/of trappen, waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer] meermalen, tegen diens bovenlichaam heeft geslagen en/of gestompt en geschopt en/of getrapt.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Openlijk en in vereniging geweld plegen tegen personen.

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 4 november 2010; en

• een Reclasseringsadvies, gedateerd 30 november 2010, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich samen met [medeverdachte] schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer]. Hierbij hebben zij het slachtoffer, terwijl hij op de grond lag, meermalen tegen het bovenlichaam en tegen het gezicht geslagen en geschopt. Het op het slachtoffer uitgeoefende geweld was zeer fors. Door dit handelen heeft verdachte bijgedragen aan de gevoelens van onveiligheid in de samenleving in het algemeen en van het slachtoffer in het bijzonder. Verdachte heeft weliswaar een ondergeschikte rol gespeeld in het geweld en heeft verklaard ‘slechts’ mee te hebben gedaan, omdat hij verliefd was op mededader [medeverdachte], maar dit doet er niet aan af dat hij welbewust aan de ernstige geweldpleging heeft bijgedragen.

Uit de justitiële documentatie is gebleken dat verdachte in het verleden al wel vele malen in aanraking is geweest met politie en justitie, maar nog niet eerder terzake van geweldsdelicten tegen personen.

De Reclassering concludeert in haar advies dat verdachte problemen heeft op alle leefgebieden als gevolg van een persoonlijkheidsproblematiek en een jarenlang middelenmisbruik. Overlastgevend en agressief gedrag hangt samen met zijn alcoholgebruik. Verdachte leidt op dit moment echter een stabiel leven in het MFC (dag en nachtopvang voor ernstig alcohol- en drugsverslaafden) te Nijmegen. De kans op een nieuw geweldsdelict schat de rapporteur in als laag. Gelet hierop is de rapporteur van mening dat een reclasseringstoezicht geen meerwaarde heeft. De rechtbank betrekt deze conclusie in haar oordeel.

Voorts concludeert de Reclassering dat gezien de fysieke conditie van verdachte - hij is recentelijk aan zijn knie geopereerd, heeft apneu, is beperkt mobiel en gebruikt dagelijks veel alcohol - een detentie of werkstraf niet geïndiceerd is.

De rechtbank is echter van oordeel dat, gelet op de ernst van het feit, voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank acht een (deels) voorwaardelijke straf een gepasseerd station, nu verdachte reeds vele malen is veroordeeld tot voorwaardelijke straffen en momenteel 28 proeftijden heeft lopen. De rechtbank voegt hieraan toe dat zij in de lichamelijke beperkingen van verdachte geen reden ziet om af te zien van het opleggen van een gevangenisstraf, aangezien de Nederlandse penitentiaire inrichtingen zullen kunnen voorzien in de faciliteiten die verdachte nodig heeft.

Gelet op vorenstaande zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Deze straf is gelijk aan de eis van de officier van justitie.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mrs. D.R. Sonneveldt (voorzitter), T.P.E.E. van Groeningen en W.A. Holland,

in tegenwoordigheid van mr. M.B. Wichman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 februari 2011.