Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BP4411

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-02-2011
Datum publicatie
15-02-2011
Zaaknummer
05/514963-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Arnhem heeft een 24 jarige man uit Tiel voor een viertal feiten, feitelijke aanranding van de eerbaarheid meermalen gepleegd, verkrachting, het in bezit hebben van kinderporno en bedreiging, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar en het verrichten van een werkstraf voor de duur van 240 uur, bij niet of niet tijdig verrichten daarvan te vervangen door 120 dagen hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

PROMIS II

Parketnummer : 05/514963-08

Datum zitting : 1 februari 2011

Datum uitspraak : 15 februari 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van de maand mei 2007 te Waalwijk en/of te Tiel, althans in Nederland, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig voor een webcam zich ontkleden en/of voor een webcam staan met ontblote borsten en/of ontblote

schaamstreek en/of ontblote billen en/of zichzelf voor een webcam met haar vingers penetreren in haar vagina en/of het voor een webcam geheel of gedeeltelijk ontkleed seksueel getinte poses aannemen, en welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid bestond uit het - nadat verdachte een of meer foto's/prints had gemaakt van die [slachtoffer] toen zij voor de webcam haar T-shirt omhoog had gedaan waardoor haar bh zichtbaar werd - opzettelijk gewelddadig en/of dreigend die [slachtoffer] meedelen dat hij die zojuist van haar gemaakte (webcam)foto's/ beeldprint(en) waarop te zien was dat zij geheel of gedeeltelijk ontkleed was op/via het internet zou verspreiden, tenzij die [slachtoffer] met ontblote borsten

en/of ontblote schaamstreek voor de webcam zou gaan staan/poseren en/of een pose zou aannemen waarbij en/of alsof zij zichzelf aan het vingeren was;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

meer subsidiair:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de maand mei 2007 te Waalwijk en/of te Tiel, althans in Nederland, [slachtoffer], (telkens) door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, [slachtoffer] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, hierin bestaande dat verdachte van die geheel of gedeeltelijk ontklede [slachtoffer] een of meer webcamprint(en) en/of foto('s) heeft gemaakt en/of (vervolgens) heeft gedreigd een of meer van die prints/foto's op internet te zetten en/of via internet te verspreiden indien die [slachtoffer] zich niet verder voor de webcam zou ontkleden en/of met ontblote borsten en/of ontblote schaamstreek en/of ontblote billen voor de webcam zou gaan staan en/of zich niet voor de webcam zou vingeren en/of waarna (vervolgens) die [slachtoffer] uit angst voor die verspreiding via internet met ontblote borsten en/of ontblote schaamstreek en/of ontblote billen voor de webcam is gaan staan en/of net gedaan heeft alsof zij zich aan het vingeren was voor de webcam;

2.

hij in of omstreeks de maand mei 2007 te Geldermalsen, althans in Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten het met zijn, verdachtes, penis oraal en/of vaginaal penetreren van die [slachtoffer], welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met

geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte (telkens) opzettelijk op één of meer tijdstippen in de maand mei 2007 te Waalwijk en/of te Tiel en/of te Geldermalsen, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft gedreigd om één of meer foto's van haar die verdachte in bezit had op het internet te plaatsen (op welke foto's die [slachtoffer] te zien was met ontblote borsten en/of ontbloot onderlichaam en/of ontblote billen en/of terwijl die [slachtoffer] zichzelf vingerde en/of het leek alsof die [slachtoffer] zichzelf vingerde) indien die [slachtoffer] verdachte niet wilde ontmoeten en/of (vervolgens) niet zou doen wat verdachte haar opdroeg en/of geen seks met verdachte wilde hebben en/of niet zou meewerken, althans niet toe zou laten

dat verdachte voormelde seksuele handelingen verrichte en/of liet verrichten;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2007 tot en met 14 oktober 2007 te Tiel, in ieder geval in Nederland, uit beroep en/of gewoonte (telkens) één of meer afbeelding(en) en/of (een) gegevensdrager(s), te weten één of meer CD-rom(s) en/of diskette(s) en/of videoband(en) en/of foto('s) en/of computer(s) en/of computerbestand(en) (telkens) bevattende (een) afbeelding(en) van (een) seksuele gedraging(en) waarbij (een) persoon/personen is/zijn betrokken die (kennelijk) de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den)

bereikt, openlijk tentoon heeft gesteld en/of verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of in voorraad heeft gehad, welke afgebeelde seksuele gedraging(en) (onder meer) bestaan uit (een) geheel/gedeeltelijk ontklede minderjarige(n) die (kennelijk) de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, die op een dusdanige wijze poseert/poseren dat diens/hun geslachtsdeel en/of borsten en/of billen nadrukkelijk in beeld

wordt gebracht, welke wijze van poseren kennelijk bedoeld is om seksuele prikkeling op te wekken, te weten:

- twee naakte billen gedeeltelijk bedekt middels een zwartkleurige string. Deze afbeelding heeft de naam [slachtoffer].jpg;

- het bovenlichaam van een jonge vrouw. Zij houdt haar blouse omhoog tot aan

haar schouders waarbij haar zwarte bh geheel in geeld te zien is. De afbeelding heeft de naam [slachtoffer]gg.jpg;

- twee naakte billen welke zeer close-up voor een webcam zijn gehouden. Deze

afbeelding heeft de naam ert.jpg;

- het naakte onderlichaam van een meisje. De afbeelding is vrij close-up gemaakt. De vagina is prominent in beeld te zien en er is geen schaamhaar aanwezig. De schaamlippen zijn gesloten. Gezien de lichaamsontwikkeling is dit meisje beneden de leeftijd van 18 jaar. Deze afbeelding heeft de naam [slachtoffer][bestandsnaam].jpg;

4.

hij in of omstreeks de maand oktober 2007 te Tiel en/of te Waalwijk, althans in Nederland, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen [slachtoffer], te weten het dreigen met het plaatsen van foto's op internet van die [slachtoffer] terwijl zij geheel of gedeeltelijk

ontkleed is, die [slachtoffer] wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, hierin bestaande dat die [slachtoffer] naar Geldermalsen en/of Den Bosch moest komen en/of verdachte daar moest ontmoeten en/of (vervolgens) seks met hem, verdachte, moest hebben, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 1 februari 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen.

De officier van justitie heeft gerekwireerd.

Verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Ten aanzien van feit 1:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

- Het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Midden en West Brabant, District Oosterhout, team Opsporing opgemaakt proces-verbaal nr. PL203M/08-000863, gesloten op 18 maart 2008, met de onderliggende in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, met bijlagen;

- de verklaring van de aangeefster E.[slachtoffer] d.d. 18 oktober 2007 (pag. 0017/0023);

- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 01 februari 2011.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op tijdstippen in de periode van de maand mei 2007 te Waalwijk en te Tiel, telkens door bedreiging met een feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, bestaande uit het opzettelijk ontuchtig voor een webcam zich ontkleden en voor een webcam staan met ontblote borsten en ontblote schaamstreek en ontblote billen en het voor een webcam geheel of gedeeltelijk ontkleed seksueel getinte poses aannemen, en welke feitelijkheid bestond uit het - nadat verdachte een of meer foto's/prints had gemaakt van die [slachtoffer] toen zij voor de webcam haar T-shirt omhoog had gedaan waardoor haar bh zichtbaar werd - opzettelijk dreigend die [slachtoffer] meedelen dat hij die zojuist van haar gemaakte (webcam)foto's/ beeldprinten waarop te zien was dat zij geheel of gedeeltelijk ontkleed was op/via het internet zou verspreiden, tenzij die [slachtoffer] met ontblote borsten en ontblote schaamstreek voor de webcam zou gaan staan/poseren en een pose zou aannemen alsof zij zichzelf aan het vingeren was;

Ten aanzien van feit 2 :

Feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

In de maand mei 2007 heeft verdachte te Geldermalsen seksueel contact gehad met [slachtoffer]. Dit seksueel contact bestond uit oraal en vaginaal penetreren van die [slachtoffer].

Het standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend bewezen. Ter onderbouwing daarvan verwijst de officier van justitie naar de opbouw van de aangifte. Het is begonnen met msn-contact waarbij via de webcam een foto van aangeefster werd gemaakt. Onder dreiging van het op internet plaatsen van die foto verrichtte aangeefster nog meer handelingen. Verdachte had aangeefster vanaf dat moment in feite in zijn macht. Aangeefster is naar Geldermalsen gekomen omdat zij hoopte dat na die ontmoeting de foto’s die verdachte van haar had, zouden worden verwijderd.

Voorts vindt de officier van justitie steun in het chatgesprek d.d. 15 oktober 2007 waaruit blijkt dat aangeefster tot de seksuele handelingen werd gedwongen.

Het standpunt van verdachte:

Verdachte ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan verkrachting. Aangeefster heeft, aldus verdachte, vrijwillig seks met hem gehad en niet onder dreiging van publicatie van foto’s.

Beoordeling van de standpunten:

De vraag die de rechtbank te beoordelen heeft is of sprake is van het met wederzijdse toestemming hebben van seksueel contact en, zo daar voor wat betreft aangeefster geen sprake van is, zij tot deze seksuele handelingen gedwongen werd onder bedreiging van het op internet plaatsen van seksueel getinte foto’s van aangeefster.

In haar aangifte is aangeefster consistent voor wat betreft de wijze waarop verdachte haar overhaalde om naar Geldermalsen te komen om een ontmoeting te hebben. Na het uiten van de nodige dreigementen foto’s van aangeefster op internet te plaatsen heeft aangeefster uiteindelijk ingestemd om verdachte in Geldermalsen te ontmoeten. Nadat zij elkaar hadden ontmoet en naar een park waren gelopen vroeg verdachte haar om hem te pijpen. Dit weigerde aangeefster maar, onder wederom die dreiging van het op internet plaatsen van foto’s van aangeefster, heeft zij erin toegestemd. Toen verdachte vervolgens wilde neuken en aangeefster wederom weigerde, liet verdachte aangeefster weten dat dit echt het laatste was. Onder die druk heeft aangeefster vervolgens seksueel contact met verdachte.

Na de ontmoeting tussen verdachte en aangeefster heeft verdachte een tweede maal geprobeerd een afspraak met aangeefster te maken. Uit een msn-contact tussen aangeefster en een ander, van wie verdachte heeft erkend dat hij het was , blijkt het volgende:

Verdachte: ik heb je fotos nog steeds hoor;

[slachtoffer]: gaan we zo doen;

Verdachte: ja, je zou komen voor de laatste x;

[slachtoffer]: wat dnk jij wel nie dat ik jou hond ben ofzo?

(…..)

Verdachte: wees blij dat ik niks met je fotos heb gedaan man;

[slachtoffer]: vorige x zei je jaa ik heb verwidjert;

(…..)

[slachtoffer]: we gaan tog nie weer in de bosjes;

(…..)

Verdachte: ha je hoeft alleen maar voor de laaste x komen; wat zit je te zeiken, je hoeft alleen maar voor de laatste keer te komen;

(…..)

Verdachte: wees blij dat i kniks met je fotos heb gedaan man (…..) elif, ik zweer het, maak mij niet boos; ik zweer het, ik zla je kapot laten schamen, wardoor je in Nederland niet kan lopen;

(…..)

[slachtoffer]: ik wil niet weer in de bosjes; goor; tamam we gaan niet in de bosjes;

(…..)

[slachtoffer]: maar vorige x zei je ook laatste x dit dat,…weet je nog? Jij gaat telkens verder (…..) ik wil echt niet;

Verdachte: ik zeg voor laatste x dan hoeft het niet meer; ik zweer het, ik ben echt boos aan het worden;

Verdachte erkent aangeefster in eerste instantie onder bedreiging van het op internet plaatsen van foto’s te hebben gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen (feit 1). Ook de poging om voor een tweede keer af te spreken met aangeefster ging gepaard met het dreigen door verdachte om, indien aangeefster geen gehoor gaf aan zijn wens elkaar te ontmoeten, hij, verdachte, de foto’s van aangeefster op het internet zou plaatsen.

De stelling van verdachte dat het seksuele contact met beider instemming was, wordt weersproken door de aangifte van aangeefster. Het onvrijwillige karakter van de seks wordt bevestigd door de inhoud van het chatgesprek d.d. 15 oktober 2007 tussen verdachte en aangeefster. Aangeefster geeft daarin namelijk uitdrukkelijk te kennen dat zij “niet weer de bosjes in wil” en dat verdachte had toegezegd dat de vorige keer de laatste keer was en hij telkens verder gaat.

Op grond van het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat verdachte aangeefster onder dezelfde bedreiging als bij feit 1 en het hierna te bespreken feit 4 – beide feiten worden door verdachte erkend –, te weten het plaatsen van foto’s op het internet, heeft gedwongen tot het hebben van seksueel contact. Van vrijwilligheid van de zijde van aangeefster kan naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake zijn geweest.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de maand mei 2007 te Geldermalsen, door bedreiging met een feitelijkheid [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, te weten het met zijn, verdachtes, penis oraal en vaginaal penetreren van die [slachtoffer], welke bedreiging met een feitelijkheid hierin heeft bestaan dat verdachte telkens opzettelijk op tijdstippen in de maand mei 2007 te Waalwijk en te Tiel en te Geldermalsen, [slachtoffer] heeft gedreigd om één of meer foto's van haar die verdachte in bezit had op het internet te plaatsen (op welke foto's die [slachtoffer] te zien was met ontblote borsten en/of ontbloot onderlichaam en/of ontblote billen en/of het leek alsof die [slachtoffer] zichzelf vingerde) indien die [slachtoffer] verdachte niet wilde ontmoeten en vervolgens niet zou doen wat verdachte haar opdroeg en geen seks met verdachte wilde hebben en niet zou meewerken,

Ten aanzien van feit 3 :

Feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op tijdstippen in de periode van 1 mei 2007 tot en met 14 oktober 2007 heeft verdachte te Tiel telkens afbeeldingen en een gegevensdrager, te weten foto’s en computerbestanden, telkens bevattende abeeldingen van seksuele gedragingen waarbij een persoon, betrokken was, vervaardigd en in voorraad gehad. Die afgebeelde seksuele gedragingen bestonden uit een geheel/gedeeltelijk ontklede persoon die op een dusdanige wijze poseert dat haar geslachtsdeel en/of borsten en/of billen nadrukkelijk in beeld wordt gebracht welke wijze van poseren kennelijk bedoeld is om seksuele prikkeling op te wekken. Zo zijn er foto’s c.q. afbeeldingen van twee naakte billen gedeeltelijk bedekt door een string; het bovenlichaam van een jonge vrouw die haar blouse omhoog houdt tot aan haar schouders waarbij haar zwarte bh geheel in beeld te zien is; twee naakte billen welke zeer close-up voor een webcam zijn gehouden en het naakte onderlichaam van een meisje, vrij close-up gemaakt waarbij de vagina prominent in beeld te zien is en er geen schaamhaar aanwezig is. De schaamlippen zijn gesloten. Deze afbeeldingen hebben respectievelijk de namen [slachtoffer].jpg, [slachtoffer]gg.jpg, ert.jpg en [slachtoffer][bestandsnaam].jpg; De voornoemde persoon/jonge vrouw/meisje is E. [slachtoffer] .

Het standpunt van de officier van justitie:

De officier van justitie is van oordeel dat het feit wettig en overtuigend bewezen is. Op het moment dat de foto’s werden gemaakt was de persoon, afgebeeld op die foto’s 16 jaar en dus kennelijk nog geen 18 jaar. Daarom is sprake van kinderporno.

Het standpunt van verdachte

Verdachte ontkent te hebben geweten dat de persoon van wie hij foto’s maakte, E.[slachtoffer], nog geen 18 jaar was.

Beoordeling van de standpunten

Verdachte stelt niet te hebben geweten dat E. [slachtoffer] op het moment van het door hem fotograferen van haar (via de webcam) de leeftijd van 16 jaar had.

In haar aangifte verklaart aangeefster dat, op het moment dat zij voor het eerst contact met verdachte kreeg, zij naar elkaars leeftijd vroegen omdat zij elkaar nog niet kende. Verdachte zou tegen haar gezegd hebben 18 jaar te zijn en aangeefster vertelde dat zij 16 was. Volgens de aangifte is aangeefster geboren op 15 mei 1991. In oktober 2007 was zij dus 16 jaar.

Weliswaar verklaart verdachte ter zitting dat aangeefster hem vertelde dat zij 17 of 18 was, tijdens zijn verhoor bij de politie verklaart verdachte dat [slachtoffer] hem vertelde dat zij 17 jaar was. Ter terechtzitting ontkent verdachte niet dat hij die verklaring, met betrekking tot de leeftijd van [slachtoffer], zo bij de politie heeft afgelegd.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, waarbij de rechtbank in de achtste regel “in voorraad heeft gehad” leest als “in bezit heeft gehad” nu zowel de huidig geldende wetsbepaling als de wetsbepaling zoals gold op het moment dat het feit gepleegd werd het element “in voorraad hebben” niet kent en dit naar het oordeel van de rechtbank gelijkgesteld kan worden met het “in bezit hebben” door welke verbetering verdachte niet in zijn verdediging is geschaad, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op tijdstippen in de periode van 1 mei 2007 tot en met 14 oktober 2007 te Tiel, telkens één of meer afbeeldingen en een gegevensdrager, te weten foto's en computerbestanden telkens bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij een persoon is betrokken die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, vervaardigd en in bezit heeft gehad, welke afgebeelde seksuele gedragingen onder meer bestaan uit een geheel/gedeeltelijk ontklede minderjarige die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, die op een dusdanige wijze poseert dat diens geslachtsdeel en/of borsten en/of billen nadrukkelijk in beeld

wordt gebracht, welke wijze van poseren kennelijk bedoeld is om seksuele prikkeling op te wekken, te weten:

- twee naakte billen gedeeltelijk bedekt middels een zwartkleurige string. Deze afbeelding heeft de naam [slachtoffer].jpg;

- het bovenlichaam van een jonge vrouw. Zij houdt haar blouse omhoog tot aan

haar schouders waarbij haar zwarte bh geheel in geeld te zien is. De afbeelding heeft de naam [slachtoffer]gg.jpg;

- twee naakte billen welke zeer close-up voor een webcam zijn gehouden. Deze

afbeelding heeft de naam [bestandsnaam].jpg;

- het naakte onderlichaam van een meisje. De afbeelding is vrij close-up gemaakt. De vagina is prominent in beeld te zien en er is geen schaamhaar aanwezig. De schaamlippen zijn gesloten. Gezien de lichaamsontwikkeling is dit meisje beneden de leeftijd van 18 jaar. Deze afbeelding heeft de naam [slachtoffer][bestandsnaam].jpg;

Ten aanzien van feit 4:

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

- Het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Midden en West Brabant, District Oosterhout, team Opsporing opgemaakt proces-verbaal nr. PL203M/08-000863, gesloten op 18 maart 2008, met de onderliggende in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, met bijlagen;

- de verklaring van de aangeefster E.[slachtoffer] d.d. 18 oktober 2007 (pag. 0017/0023);

- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting d.d. 01 februari 2011.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij in de maand oktober 2007 te Tiel en/of te Waalwijk, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om door bedreiging met enige feitelijkheid gericht tegen [slachtoffer], te weten het dreigen met het plaatsen van foto's op internet van die [slachtoffer] terwijl zij geheel of gedeeltelijk

ontkleed is, die [slachtoffer] wederrechtelijk te dwingen iets te doen, of te dulden, hierin bestaande dat die [slachtoffer] naar Geldermalsen of Den Bosch moest komen en verdachte daar moest ontmoeten en vervolgens seks met hem, verdachte, moest hebben, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

Verkrachting.

Ten aanzien van feit 3:

Een afbeelding en gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

Een ander door bedreiging met enige andere feitelijkheid, wederrechtelijk dwingen iets te doen of te dulden, meermalen gepleegd.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 16 februari 2010; en

• een voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland, gedateerd 12 april 2010, betreffende verdachte.

De strafmaat

Het standpunt van de officier van justitie

Verdachte heeft een aantal akelige feiten gepleegd waarbij hij misbruik heeft gemaakt van een kwetsbaar persoon. Het slachtoffer is minder weerbaar en verdachte heeft daar misbruik van gemaakt. Normaal gesproken zou een eis van 2 jaar gevangenisstraf voor de verkrachting en 1 jaar voor de overige feiten een, gezien de omstandigheden, normale eis zijn. Nu de feiten al enige tijd geleden hebben plaatsgevonden acht de officier van justitie een gevangenisstraf van 15 maanden onvoorwaardelijk, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht in deze passend en geboden.

Het standpunt van verdachte

Verdachte is van mening dat de eis te erg voor hem is. Het is gebeurd en hij stelt de zorg te hebben voor zijn alleenstaande moeder.

Bespreking van de standpunten

De door verdachte gepleegde en bewezenverklaarde feiten zijn ernstig. De integriteit van een jonge vrouw is op ernstige wijze aangetast. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat verdachte op ernstige wijze misbruik heeft gemaakt van een kwetsbaar persoon. Het op haar inpraten opdat zij zich deels voor een webcam ontkleedde om vervolgens daar foto’s van te maken en deze te gebruiken als drukmiddel haar te bewegen verder te gaan dan zij wilde, is naar het oordeel van de rechtbank een ernstige vorm van het misbruik maken van het aanvankelijk in hem gestelde vertrouwen.

Ook de verkrachting is een ernstig feit, hoewel de rechtbank zich in zekere zin kan voorstellen dat de opstelling van het slachtoffer, jegens verdachte voor hem verwarrend was. Zo heeft het slachtoffer, die van zichzelf verklaart dat zij “heel makkelijk over te halen is”, toen zij elkaar ontmoetten geprobeerd “zo normaal mogelijk te doen” en verdachte ook een drietal kusjes gegeven.

Op zich is de rechtbank van oordeel dat een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf in deze passend en geboden is. Bij het bepalen van de strafmaat dient de rechtbank evenwel niet alleen rekening te houden met de ernst van de feiten, maar ook met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De feiten hebben zich allemaal medio 2007, nu bijna 4 jaar geleden, afgespeeld. Na te zijn opgehouden voor verhoor, verdachte is niet in verzekering gesteld, is verdachte heengezonden. Met dit grote tijdsverloop houdt de rechtbank rekening. Verdachte heeft zich inmiddels ontwikkeld en is niet meer dezelfde persoon die hij was toen hij de bewezenverklaarde feiten pleegde.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat thans kan worden volstaan met het opleggen van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf. De voorwaardelijke gevangenisstraf zal fors zijn, enerzijds om de ernst van de feiten tot uitdrukking te brengen, anderzijds om naar verdachte toe te benadrukken dat wanneer hij gedurende de proeftijd wederom een dergelijk feit pleegt hem een langdurige gevangenisstraf boven het hoofd hangt. Daarnaast acht de rechtbank een werkstraf voor de maximale duur op zijn plaats.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 57, 240b, 242, 246 en 284 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) jaar.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet tenuitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Alsmede:

Het verrichten van een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen één (1) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid. De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 120 (éénhonderdtwintig) dagen.

Aldus gewezen door:

mrs. W.A. Holland (voorzitter), T.P.E.E. van Groeningen en D.R. Sonneveldt, rechters,

in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 februari 2011.