Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BP2958

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
01-02-2011
Datum publicatie
03-02-2011
Zaaknummer
05/730818-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 20-jarige man uit Nijmegen wordt veroordeeld voor meerdere autodiefstallen en pogingen daartoe. Samen met medeverdachte stal hij de auto’s om er in te rijden en vervolgens, wanneer de benzine op was, weer ergens achter te laten. Hij wordt tevens veroordeeld voor meermalen tanken zonder te betalen. De rechtbank legt, conform de eis van de officier van justitie, de ISD-maatregel voor de duur van twee jaren op. Eerdere opgelegde reclasseringstoezichten en hulpverleningstrajecten zijn niet geslaagd. De ISD-maatregel is volgens de rechtbank de enige mogelijkheid om nog een gedragsverandering bij de man teweeg te brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummers : 05/730818-10 en 05/519341-08 (tul)

Datum zitting : 18 januari 2011

Datum uitspraak : 1 februari 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement [verdachte]

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : 15 juni 1990 te Nijmegen,

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

thans gedetineerd in P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid, Ir.Molsweg 5

Arnhem.

Raadsvrouw : mr. J.E. Kremer, advocaat te Nijmegen.

Officier van justitie : mr. M.A.E. Schot

1. De inhoud van de tenlastelegging

Ten aanzien van parketnummer 05/730818-10

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 04 oktober 2010 te Nijmegen,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening weg te nemen een (personen)auto, merk Fiat, type Cinquecento,

kenteken [x]) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij2], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en

zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of

voormeld goed onder hun of verdachtes bereik te brengen door middel van braak

en/of verbreking, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s),

althans alleen,

-voornoemde (personen)auto heeft opengebroken/opengewrikt en/of

-(vervolgens) het (contact)slot van voornoemde (personen)auto heeft

geforceerd/verwijderd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 04 oktober 2010 te Nijmegen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een (personen)auto (merk

Fiat, type Cinquecento, kenteken [x]) heeft weggenomen een geldbedrag

(van ongeveer vier/vijf euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde partij2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of

de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht

door middel van braak en/of verbreking (te weten het openbreken/openwrikken

van (een deur van) voornoemde (personen)auto;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 september

2010 tot en met 03 oktober 2010 te Nijmegen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen meerdere,

althans een (personen)auto('s) (merk Suzuki en/of Fiat) in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij1] en/of [benadeelde partij6] en/of

[benadeelde partij7] en/of [benadeelde partij8] en/of [benadeelde partij9] en/of [benadeelde partij10], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s)

zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van braak en/of verbreking (te weten het

opentrekken/forceren van een (contact)slot van voornoemde (personen)auto('s));

en

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 30 september 2010 tot en met 01 oktober 2010 te Nijmegen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (personen)auto (merk Suzuki, type Alto [x], kleur wit, kenteken [x]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij11] en/of [benadeelde partij12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van meerdere, althans een valse sleutel(s) (te weten meerdere, althans een sleutel(s) welke niet behoorde(n) bij voornoemde (personen)auto);

4.

hij op of omstreeks 01 oktober 2010 te Nijmegen,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging

met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening weg te nemen een (personen)auto (merk Suzuki, type Alto, kleur

groen, kenteken [x]), geheel of ten dele toebehorende aan (onder meer)

[benadeelde partij13] en/of [benadeelde partij14], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang

tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en/of voormeld goed onder hun of

verdachtes bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking,

tezamen en in vereniging met verdachtes mededader(s), althans alleen, een

(contact)slot van voornoemd (personen)auto heeft opengetrokken/geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij in of omstreeks de periode van 03 oktober 2010 tot en met 04 oktober 2010

te Nijmegen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een motor

(merk Kawasaki, kenteken [x]) in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde partij3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak en/of verbreking (op/van een slot van voornoemde motor);

6.

hij in of omstreeks de periode van 20 augustus 2010 tot en met 14 september

2010 te Nijmegen, althans in Nederland,

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen een

kentekenplaat (met kentekennummer [x]), terwijl hij ten tijde van het

verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld goed wist, althans

redelijkerwijs had moeten vermoeden dat dit goed door diefstal, in elk geval

door enig misdrijf was verkregen;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Ten aanzien van parketnummer 05/700043-11

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van

30 januari 2010 t/m 11 juli 2010 te Haps, gemeente Cuijk en/of Nijmegen,

(telkens) opzettelijk de hierna te noemen hoeveelheden benzine, geheel of ten

dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en welke benzine verdachte (telkens)

bij na te noemen voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallaties had

getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen en welke benzine verdachte

aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had,

(telkens) wederrechtelijk zich heeft toegeëigend,

en wel:

- op 30 januari 2010 bij een tankstation, gelegen aan de Lokkantseweg 19 te

Haps, een hoeveelheid benzine (36,41 liter), geheel of ten dele

toebehorende aan Texaco de Lokkant en/of

- op 3 juli 2010 bij een tankstation, gelegen aan de Tooropstraat 9 te

Nijmegen, een hoeveelheid benzine (34,05 liter), geheel of ten dele

toebehorende aan Tankstation [x] en/of

- op 8 juli 2010 bij een tankstation, gelegen aan de Lokkantseweg 19 te

Haps, een hoeveelheid benzine ( 28,5 liter), geheel of ten dele

toebehorende aan Texaco de Lokkant en/of

- op 11 juli 2010 bij een tankstation, gelegen aan de Neerbosscheeg 4 te

Nijmegen, een hoeveelheid benzine (33,77 liter), geheel of ten dele

toebehorende aan Shell;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van

30 januari 2010 t/m 11 juli 2010 te Haps, gemeente Cuijk en/of Nijmegen,

(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

de hierna te noemen hoeveelheden benzine, geheel of ten dele toebehorende aan

de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen

dan aan verdachte

en wel:

- op 30 januari 2010 bij een tankstation, gelegen aan de Lokkantseweg 19 te

Haps, een hoeveelheid benzine (36,41 liter), geheel of ten dele

toebehorende aan Texaco de Lokkant en/of

- op 3 juli 2010 bij een tankstation, gelegen aan de Tooropstraat 9 te

Nijmegen, een hoeveelheid benzine (34,05 liter), geheel of ten dele

toebehorende aan Tankstation [x] en/of

- op 8 juli 2010 bij een tankstation, gelegen aan de Lokkantseweg 19 te

Haps, een hoeveelheid benzine ( 28,5 liter), geheel of ten dele

toebehorende aan Texaco de Lokkant en/of

- op 11 juli 2010 bij een tankstation, gelegen aan de Neerbosscheeg 4 te

Nijmegen, een hoeveelheid benzine (33,77 liter), geheel of ten dele

toebehorende aan Shell;

1a. De vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij de stukken bevindt zich een vordering na voorwaardelijke veroordeling (parketnummer 05/519341-08).

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 18 januari 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. J.E. Kremer, advocaat te Nijmegen.

Ter terechtzitting van 18 januari 2011 zijn de zaken van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem, onder bovenstaande parketnummers bij afzonderlijke dagvaardingen aanhangig gemaakt, gevoegd.

Als benadeelde is ter terechtzitting verschenen:

• [benadeelde partij6]

Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:

• [benadeelde partij1]

• [benadeelde partij2]

• [benadeelde partij3]

• [benadeelde partij4]

• [benadeelde partij5]

Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig geweest mr. M.A.E. Schot.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Ten aanzien van parketnummer 05/730818-10

Ten aanzien van feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zijn:

? Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij2] d.d. 4 oktober 2010, 1.1;

? Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 januari 2011.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 04 oktober 2010 te Nijmegen, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening weg te nemen een (personen)auto, merk Fiat, type Cinquecento,

(kenteken [x]) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij2] en

zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en

voormeld goed onder hun bereik te brengen door middel van braak

en verbreking, tezamen en in vereniging met verdachtes mededader

-voornoemde (personen)auto heeft opengebroken en

-(vervolgens) het (contact)slot van voornoemde (personen)auto heeft

geforceerd/verwijderd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Ten aanzien van feit 2

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 4 oktober 2010 is op de [adres] te Nijmegen uit de asbak van de auto van [benadeelde partij2], een Fiat, type Cinquecento, voorzien van kenteken [x], ongeveer vijf euro aan kleingeld weggenomen. Verdachte heeft samen met medeverdachte [medeverdachte LJN BP2991] gepoogd deze auto weg te nemen. Zij zijn daarbij beiden in de auto geweest.

Bij de fouillering van [verdachte] op 5 oktober 2010, één dag na zijn aanhouding, worden vier losse euromunten in beslag genomen.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat het feit wettig en overtuigend kan worden bewezen op grond van de bewijsmiddelen in het dossier.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken. [medeverdachte LJN BP2991] heeft het geld weggenomen en heeft het geld daarna aan verdachte gegeven.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de aangifte dat er ongeveer vijf euro aan kleingeld uit de auto is weggenomen, het feit dat verdachte op de bestuurdersstoel van de auto heeft gezeten om het contactslot eruit te trekken, het feit dat er vier losse euro’s kort na de aanhouding van verdachte bij zijn fouillering worden aangetroffen (en daarmee vermoedelijk ten tijde van de aanhouding ook al in zijn broekzak zaten), het feit dat [getuige] heeft verklaard dat [verdachte] 4 euro uit de auto heeft weggenomen en dat hij haar heeft gezegd dat dit geld in de auto lag , alsmede het feit dat medeverdachte [medeverdachte LJN BP2991] niet over het geld heeft verklaard en geen kleingeld bij zich had, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat alleen [verdachte] –en niet medeverdachte [medeverdachte LJN BP2991]- degene is geweest die het geld uit de auto heeft weggenomen. Nu verdachte het geld heeft weggenomen op het moment dat hij reeds in de auto was, acht de rechtbank enkel de diefstal van het geld bewezen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

2.

hij op 04 oktober 2010 te Nijmegen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een (personen)auto (merk

Fiat, type Cinquecento, kenteken [x]) heeft weggenomen een geldbedrag

(van ongeveer vier/vijf euro), geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde partij2],

Ten aanzien van feit 3

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zijn:

? Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij1] d.d. 8 oktober 2010, 2.1;

? Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij6] d.d. 3 oktober 2010, 3.1;

? Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij7] d.d. 4 oktober 2010, 6.1;

? Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij9] d.d. 29 september 2010, 8.1;

? Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij11] d.d. 1 oktober 2010, 5.1;

? Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij10] d.d. 29 september 2010, 10.1;

? Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 januari 2011.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

3.

hij op tijdstippen omstreeks de periode van 27 september

2010 tot en met 03 oktober 2010 te Nijmegen,tezamen en in vereniging met een ander telkens

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen meerdere,

(personen)auto’s (merk Suzuki of Fiat) geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij1] en [benadeelde partij6] en [benadeelde partij8] en [benadeelde partij9], waarbij verdachte en zijn mededader

zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben

gebracht door middel van braak en verbreking (te weten het

opentrekken/forceren van een (contact)slot van voornoemde (personen)auto('s));

en

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 30 september 2010 tot en met 01 oktober 2010 te Nijmegen,

tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (personen)auto (merk Suzuki, type Alto [x], kleur wit, kenteken [x]), toebehorende aan [benadeelde partij12], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en/of het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van valse sleutels (te weten sleutelswelke niet behoorden bij voornoemde (personen)auto);

en

hij op één of meer tijdstip(pen) in de periode van 27 september

2010 tot en met 03 oktober 2010 te Nijmegen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (personen)auto (merk Suzuki toebehorende aan [benadeelde partij10], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak en verbreking (te weten het

opentrekken/forceren van een (contact)slot van voornoemde (personen)auto);

Ten aanzien van feit 4

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zijn:

? Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij13] d.d. 4 oktober 2010, 4.1;

? Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 januari 2011

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

4.

hij op 01 oktober 2010 te Nijmegen,

ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om tezamen en in vereniging

met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening weg te nemen een (personen)auto (merk Suzuki, type Alto, kleur

groen, kenteken [x]), toebehorende aan [benadeelde partij14], en zich daarbij de toegang tot die plaats des misdrijfs te verschaffen en voormeld goed onder hun bereik te brengen door middel van braak en verbreking,

tezamen en in vereniging met verdachtes mededader een

(contact)slot van voornoemd (personen)auto heeft opengetrokken/geforceerd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Ten aanzien van feit 5

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zijn:

? Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij3] d.d. 4 oktober 2010, 7.1;

? Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 januari 2011

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

5.

hij in de periode van 03 oktober 2010 tot en met 04 oktober 2010

te Nijmegen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een motor

(merk Kawasaki, kenteken [x]) toebehorende aan [benadeelde partij3], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking (van een slot van voornoemde motor);

Ten aanzien van feit 6

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigen bewezen kan worden op grond van de bewijsmiddelen in het dossier. Zij acht de verklaring van verdachte dat hij niet wist dat er een kentekenplaat op de snorfiets zat ongeloofwaardig.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte voor dit feit dient te worden vrijgesproken. Ten tijde van de diefstal van de snorfiets zat verdachte in het huis van bewaring en er is onvoldoende bewijs voor de wetenschap bij verdachte dat de kentekenplaat van diefstal afkomstig was.

Beoordeling door de rechtbank

Verdachte verklaart dat hij pas wist dat er een kenteken op de snorfiets zat toen de politie hem daarover inlichtte. De kentekenplaat was bevestigd op een frame, dat op naam stond van [naam moeder verdachte], de moeder van verdachte. Het frame stond in de tuin van verdachtes oma. Er zijn geen bewijsmiddelen in het dossier aanwezig waaruit blijkt dat verdachte op enigerlei wetenschap hiervan had, zodat niet kan worden volgehouden dat verdachte de kentekenplaat voorhanden heeft gehad. De rechtbank acht dit feit dan ook niet wettig en overtuigend bewezen en zal verdachte daarvan vrijspreken.

Ten aanzien van parketnummer 05/700043-11

De rechtbank zal dit verzamelfeit per aangifte behandelen.

Ten aanzien van 3 juli 2010 en 8 juli 2010

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zijn:

? Proces-verbaal van aangifte [benadeelde partij15], namens tankstation [x], d.d. 2 augustus 2010, p. 29-32;

? Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij16], namens Texaco De Lokkant, d.d. 2 augustus 2010, p. 36-37;

? Verklaring verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 januari 2011

Ten aanzien van 30 januari 2010 en 11 juli 2010

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 30 januari 2010 wordt er om 1.36 uur bij de Texaco aan de Lokkantseweg te Haps 36,41 liter benzine getankt zonder te betalen. Zowel de bestuurder als de passagier is een manspersoon en de auto waarmee getankt is betreft een Hyundai met kenteken [x].

Op 11 juli 2010 wordt er om 15.21 uur bij de Shell aan de Neerbosscheweg te Nijmegen 33,77 liter benzine getankt zonder te betalen. De bestuurder is een manspersoon en de auto waarmee getankt is betreft een Hyundai met kenteken [x]. Deze auto heeft van 30 juni 2009 tot 3 augustus 2010 op naam gestaan van [naam moeder verdachte], de moeder van verdachte.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht deze feiten, in onderlinge samenhang bezien met de feiten gepleegd op 3 en 8 juli 2010, wettig en overtuigend bewezen.

Standpunt verdediging

Ten aanzien van het feit gepleegd op 30 januari 2010 heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is. In het dossier zitten geen beelden van het tanken en alleen het signalement van een manspersoon is onvoldoende.

Ten aanzien van het feit gepleegd op 11 juli 2010 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De raadsvrouw heeft het kenteken van de auto van de moeder van verdachte op de ter terechtzitting in kleur getoonde foto in ieder geval herkend.

Voorts heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van diefstal en niet van verduistering, zodat verdachte van het primair tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

Beoordeling door de rechtbank

De moeder van verdachte verklaart dat, naast zijzelf, alleen haar zoon haar auto wel eens heeft meegenomen. Op 30 januari 2010 en 11 juli 2010 wordt er met de auto van de moeder van verdachte getankt en is de bestuurder een manspersoon. Voorts verklaart verdachte dat het best kan zijn dat hij meerdere keren heeft getankt zonder te betalen, hij kan het zich niet goed meer herinneren. Op grond van het voorgaande in onderlinge samenhang bezien met de feiten gepleegd op 3 en 8 juli 2010, is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is geweest die op 30 januari 2010 en 11 juli 2010 met de auto van zijn moeder heeft getankt zonder te betalen.

Kwalificatie

Over het feit gepleegd op 8 juli 2010 verklaart verdachte dat een vriend van hem teveel had getankt, hij dit niet kon betalen en dat hij daarom is weggereden. Deze wijze van uitvoering kan gekwalificeerd worden als verduistering, aangezien verdachte pas het plan zou hebben opgevat om niet te betalen nadat er getankt is. De rechtbank is van oordeel dat in alle gevallen sprake is van verduistering, nu zich geen aanknopingspunten in het dossier bevinden die de stelling dat verdachte reeds voordat hij ging tanken het plan had opgevat om niet te betalen, bevestigen.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op tijdstippen in de periode van30 januari 2010 t/m 11 juli 2010 te Haps, gemeente Cuijk en Nijmegen, telkens opzettelijk de hierna te noemen hoeveelheden benzine, geheel of ten

dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), en welke benzine verdachte telkens bij na te noemen voor zelfbediening ingerichte benzinepompinstallaties had

getankt, onder gehoudenheid die benzine te betalen en welke benzine verdachte

aldus en in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had,

telkens wederrechtelijk zich heeft toegeëigend,

en wel:

- op 30 januari 2010 bij een tankstation, gelegen aan de Lokkantseweg 19 te

Haps, een hoeveelheid benzine (36,41 liter), geheel of ten dele

toebehorende aan Texaco de Lokkant en

- op 3 juli 2010 bij een tankstation, gelegen aan de Tooropstraat 9 te

Nijmegen, een hoeveelheid benzine (34,05 liter), geheel of ten dele

toebehorende aan Tankstation [x] en

- op 8 juli 2010 bij een tankstation, gelegen aan de Lokkantseweg 19 te

Haps, een hoeveelheid benzine (28,5 liter), geheel of ten dele

toebehorende aan Texaco de Lokkant en

- op 11 juli 2010 bij een tankstation, gelegen aan de Neerbosscheeg 4 te

Nijmegen, een hoeveelheid benzine (33,77 liter), geheel of ten dele

toebehorende aan Shell;

Hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van parketnummer 05/730818-10

Feit 1:

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking

Feit 2

Diefstal

Feit 3:

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking, meermalen gepleegd

en

Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel

en

Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking

Feit 4

Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking

Feit 5

Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking

Ten aanzien van parketnummer 50/700043-11

Verduistering, meermalen gepleegd

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is derhalve strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de ISD-maatregel wordt opgelegd. Er is aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van de maatregel voldaan en er is capaciteit beschikbaar. Er zijn op dit moment geen realistische en haalbare alternatieven. De officier van justitie heeft verzocht de vordering tenuitvoerlegging af te wijzen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht aan verdachte niet de ISD-maatregel op te leggen. Verdachte heeft verklaard niet mee te willen werken aan de maatregel, wat betekent dat hij twee jaar in kale detentie zal moeten verblijven. De verdediging is van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf moet worden opgelegd met eventueel een voorwaardelijk deel. Wat betreft de vordering tenuitvoerlegging refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke en omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie d.d. 15 december 2010, betreffende verdachte;

• een voorlichtingsrapport van de Reclassering, d.d. 6 oktober 2010, betreffende verdachte; en

• aan voorlichtingsrapport van de Reclassering, d.d. 7 januari 2011, betreffende verdachte.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich in korte tijd schuldig gemaakt aan een groot aantal autodiefstallen dan wel pogingen daartoe. Als reden voor de diefstallen geeft verdachte dat hij en de medeverdachte vervoer nodig hadden. Verdachte toont hiermee aan geen enkel respect te hebben voor het eigendom van anderen en puur te handelen uit eigen belang. Dit wordt nog eens bevestigd door het feit dat hij meermalen heeft getankt zonder te betalen.

Blijkens het reclasseringsrapport is verdachte een autistische en zwakbegaafde jongeman met een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken. In het verleden zijn diverse hulpverleningstrajecten opgestart, welke allen zonder enig resultaat zijn gebleven. Verdachte heeft zich ten opzichte van de reclassering telkens niet gehouden aan de afspraken en de gestelde voorwaarden. Volgens de reclassering kan alleen een klinisch, gesloten langdurig behandeltraject verdachte nog op het rechte pad krijgen.

Gelet op deze problematiek moet er naar het oordeel van de rechtbank ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal plegen en eist de veiligheid van personen en goederen het opleggen van de ISD-maatregel. De maatregel strekt derhalve tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van de verdachte.

Weliswaar heeft verdachte verklaard niet aan de maatregel te willen meewerken, maar verdachte is nog relatief jong en de rechtbank ziet in het opleggen van een ISD-maatregel de enige mogelijkheid om een gedragsverandering bij verdachte teweeg te brengen. Ieder ander hulpverleningstraject heeft immers tot niets geleid en enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf beschermt de maatschappij onvoldoende tegen het gedrag van verdachte. Het recidiverisico wordt namelijk als hoog ingeschat. Bovendien zou de duur van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, indien de rechtbank hiervoor zou hebben gekozen, niet veel hebben afgeweken van de duur van de ISD-maatregel gezien de richtlijnen die gelden voor veelplegers. En voorts was de vordering tot tenuitvoerlegging dan voor toewijzing in aanmerking gekomen, welke de rechtbank nu zal afwijzen vanwege het opleggen van de maatregel.

De door verdachte thans begane feiten zijn misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten en verdachte is in de vijf jaren voorafgaande aan deze feiten ten minste drie (of meer) keer wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf en/of maatregel of taakstraf veroordeeld.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders noodzakelijk is. Gelet voorts op het belang van beveiliging van de maatschappij en van beëindiging van de recidive van de verdachte, zal de rechtbank de maatregel voor de (maximale) duur van (twee (2) jaren) opleggen en zal zij de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht niet in mindering brengen op de duur van de maatregel.

De in beslag genomen en nog niet teruggegeven zes houtschroeven betreffen voorwerpen met behulp waarvan het feit is begaan. De rechtbank zal deze voorwerpen verbeurd verklaren.

De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven vier euro betreft een voorwerp dat door middel van het strafbare feit is verkregen. De rechtbank zal dit voorwerp verbeurd verklaren.

De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven kentekenplaat [x] betreft een voorwerp dat door middel van een strafbaar feit is verkregen. De rechtbank zal dit voorwerp verbeurd verklaren.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven twee wielen, een motorblok, een uitlaat en een achterspatbord toebehoren aan de verdachte en aan verdachte zal moeten worden teruggegeven nu niet is komen vast te staan dat deze voorwerpen door middel van een strafbaar feit zijn verkregen.

6a. De beoordeling van de vorderingen benadeelde partij

Standpunt officier van justitie

[benadeelde partij1]

De officier van justitie heeft verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1] tot een bedrag van € 900 wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 18 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

[benadeelde partij2]

De officier van justitie heeft verzocht dat de vordering van de benadeelde partij(benadeelde partij2) tot een bedrag van € 135 wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis.

[benadeelde partij3]

De officier van justitie heeft verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij3] tot een bedrag van € 253,98 wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 dagen hechte¬nis.

[benadeelde partij6]

De officier van justitie heeft verzocht dat de vordering van de benadeelde partij Daniëls tot een bedrag van € 750 wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis.

[benadeelde partij4]

De officier van justitie heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij4] geen rechtstreeks verband houdt met het feit dat aan verdachte ten laste is gelegd. De officier van justitie verzoekt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.

[benadeelde partij5]

De officier van justitie heeft verzocht dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij5] tot een bedrag van € 99,94 wordt toegewezen en heeft gevorderd dat er een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis.

Standpunt verdediging

[benadeelde partij1]

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1] moet worden afgewezen, nu deze vordering onvoldoende is onderbouwd.

[benadeelde partij2]

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij Daniëls.

[benadeelde partij3]

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij3] deels dient te worden afgewezen. De reparatiekosten zijn voldoende onderbouwd, het kettingslot echter niet. Uit de aangifte blijkt niet dat er een kettingslot is weggenomen.

[benadeelde partij6]

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij6].

[benadeelde partij4]

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij4] dient te worden afgewezen, nu het feit waarop deze vordering betrekking heeft niet op de dagvaarding van verdachte staat.

[benadeelde partij5]

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat deze vordering ten aanzien van de eerste post dient te worden afgewezen nu daarvoor vrijspraak dient te volgen. Ten aanzien van de tweede post refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

[benadeelde partij1]

De rechtbank zal de civiele vordering van [benadeelde partij1] tot een bedrag van € 900, aan materiële schade toewijzen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken naar billijkheid op dat bedrag is begroot.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering bestaande uit een vergoeding van € 200, omdat dit deel van de vordering onvoldoende met stukken is onderbouwd, niet nader te begroten is en daarmee een onevenredige belasting van het strafproces oplevert.

[benadeelde partij2]

De rechtbank acht de vordering - nu het tenlastegelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd - toewijsbaar. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

[benadeelde partij3]

De rechtbank zal de civiele vordering van [benadeelde partij3] tot een bedrag van € 203, 98 aan materiële schade toewijzen, waarbij de omvang van de schade door de rechtbank op basis van de overgelegde stukken naar billijkheid op dat bedrag is begroot.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van de vordering bestaande uit een vergoeding van € 50, omdat uit de aangifte niet is gebleken dat bij de diefstal tevens een kettingslot is ontvreemd. Dit deel van de vordering is derhalve onvoldoende met stukken onderbouwd, niet nader te begroten en levert daarmee een onevenredige belasting van het strafproces op.

[benadeelde partij6]

De rechtbank acht de vordering - nu het tenlastegelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd - toewijsbaar.

De vordering zal dan ook worden toegewezen.

[benadeelde partij4]

De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde partij3] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering nu verdachte voor het strafbare feit waarop deze vordering betrekking heeft, zal worden vrijgesproken.

[benadeelde partij5]

De verdachte heeft de vordering van de benadeelde [benadeelde partij5] gedeeltelijk weersproken. De rechtbank acht de vordering - nu het tenlastegelegde bewezen is verklaard en de vordering voldoende is onderbouwd - toewijsbaar.

De vordering zal dan ook worden toegewezen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 24c, 36f, 38m, 38n, 38o, 38s, 45, 47, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het onder parketnummer 05/730818-10 onder 6 ten laste gelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 (twee) jaren.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

vier euro, zes houtschroeven, kentekenplaat [x].

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: twee wielen, een motorblok, een uitlaat en een achterspatbord.

De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover [medeverdachte LJN BP2991] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij1] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij1], te betalen € 900 (zegge negenhonderd euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk nu de vordering voor dat gedeelte een onevenredige belasting van het strafproces zal opleveren. Verstaat dat de vordering voor wat dit betreft kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Maatregel van schadevergoeding ad € 900, subsidiair 18 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij1], te betalen € 900 (zegge negenhonderd euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 18 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij2].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover [medeverd[medeverdachte LJN BP2991] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij2] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij2], te betalen € 135 (zegge honderdvijfendertig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

- Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk nu de vordering voor dat gedeelte een onevenredige belasting van het strafproces zal opleveren. Verstaat dat de vordering voor wat dit betreft kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.

Maatregel van schadevergoeding ad € 135, subsidiair 2 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij2], te betalen € 135 (zegge honderdvijfendertig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 2 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening aan de ene betalingsverplichting de andere betalingsverplichting doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij3].

Wijst de vordering van de benadeelde partij ten dele toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - te betalen € 203,98 (zegge tweehonderddrie euro en achtennegentig cent). Met dien verstande dat indien en voorzover medeverdachte [medeverd[medeverdachte LJN BP2991] een bedrag van € 161,96 betaalt ook veroordeelde daardoor voor dit bedrag tegenover [benadeelde partij3] zal zijn gekweten .

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 203,98, subsidiair 4 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij3], te betalen € 203,98, (zegge tweehonderddrie euro en achtennegentig cent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 4 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeeld[benadeelde partij6].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde - met dien verstande dat indien en voorzover [medeverd[medeverdachte LJN BP2991] betaalt ook veroordeelde daardoor tegenover [benadeelde partij6] zal zijn gekweten - tegen kwijting aan [benadeelde partij6], te betalen € 750 (zegge zevenhonderdvijftig euro).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 750, subsidiair 15 dagen hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij6], te betalen € 750, (zegge zevenhonderdvijftig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 15 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij4].

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij5].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe.

- Veroordeelt de veroordeelde tegen kwijting aan [benadeelde partij5], te betalen € 99,94 (zegge negenennegentig euro en vierennegentig cent).

- Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vooralsnog begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken.

Maatregel van schadevergoeding ad € 99,94, subsidiair 1 dag hechtenis.

- Legt op aan veroordeelde de verplichting aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij5], te betalen € 99,94, (zegge negenennegentig euro en vierennegentig cent), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

- Bepaalt daarbij dat voldoening van de ene betalingsverplichting de andere doet vervallen.

Aldus gewezen door:

mrs. M.M.L.A.T. Doll, M.F. Gielissen en D.R. Sonneveldt,

in tegenwoordigheid van mr. S.H. Keijzer, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 februari 2011.