Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BP1461

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-01-2011
Datum publicatie
20-01-2011
Zaaknummer
05/514112-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Arnhem – De rechtbank Arnhem heeft vandaag een 29-jarige man veroordeeld tot 24 maanden gevangenis waarvan 12 maanden voorwaardelijk voor het verkrachten van zijn ex-vriendin.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van 5 à 6 maanden structureel schuldig gemaakt aan verkrachting van zijn ex-vriendin. Verdachte was boos op zijn ex omdat hij erachter kwam dat zij tijdens hun relatie vreemd was gegaan. Hij zei dat hij in het verleden gemaakte sextapes van hen beiden naar aangeefsters moeder en haar werk zou sturen en dat hij de filmpjes op internet zou zetten. Aangeefster kon dit enkel voorkomen als zij gedurende drie maanden lang seks met verdachte zou hebben hoe en wanneer hij dit wilde. Omdat aangeefster niet wilde dat de filmpjes openbaar werden gemaakt, stemde zij hiermee noodgedwongen in. Na drie maanden wilde verdachte echter dat de seks door bleef gaan, waardoor aangeefster inzag dat het niet zou stoppen en is zij uiteindelijk naar de politie gestapt om aangifte van verkrachting te doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Promis II

Parketnummer : 05/514112-09

Datum zitting : 6 januari 2011

Datum uitspraak : 20 januari 2011

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : 30 augustus 1981 te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsman : mr. R.A.C. Frijns, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij (op meerdere tijdstippen) in of omstreeks de periode van 30 april 2009 tot

5 november 2009 te Arnhem,

door een feitelijkheid en/of bedreiging met een feitelijkheid

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen

(mede) bestaande uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, te weten

- het brengen van zijn penis in haar vagina en/of

- het zich door die [slachtoffer] laten pijpen en/of

- het likken aan en/of in haar vagina,

welke feitelijkheid en/of welke bedreiging met een feitelijkheid hierin heeft

bestaan dat verdachte (meermalen) tegenover die [slachtoffer] heeft verklaard

- dat hij één of meerdere film-opnames bezat waarop die [slachtoffer] (herkenbaar)

seksuele handelingen bij en/of met hem, verdachte, verricht en

- dat hij die opnames naar familie en/of de werkgever en/of kennissen van

die [slachtoffer] zou sturen en/of op internet zou zetten, indien die [slachtoffer] geen

seks met hem, verdachte, zou hebben.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 6 januari 2011 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. R.A.C. Frijns, advocaat te Arnhem.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt behandeling bij een forensische psychiatrische polikliniek of een soortgelijke instelling en voorts met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen worden de navolgende feiten, die verder ook niet ter discussie staan, vastgesteld.

Verdachte heeft in het verleden enkele malen opnames gemaakt van seksuele handelingen tussen hem en zijn toenmalige vriendin [slachtoffer], waarbij laatstgenoemde herkenbaar in beeld was. Omdat verdachte boos was op haar, heeft hij in april/mei 2009, toen de relatie reeds enige tijd beëindigd was, tegen haar gezegd dat hij die opnames naar familie, de werkgever en kennissen van haar zou sturen en op internet zou zetten. Zij kon dit voorkomen door drie maanden lang seks met hem, verdachte, te hebben.

Omdat aangeefster [slachtoffer] , hierna ook te noemen [slachtoffer], niet wilde dat verdachte de filmpjes openbaar zou maken, heeft zij vervolgens meerdere malen seks met hem, verdachte, gehad. Deze seks bestond uit het brengen van verdachtes penis in haar vagina, het laten pijpen van verdachte en het likken aan en/of in haar vagina.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht op grond het van het dossier het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat de periode korter is dan in de tenlastelegging staat opgenomen. Verdachte heeft verklaard dat de seks pas is begonnen twee weken na Koninginnedag. Daarnaast kan uit de mails van oktober 2009 volgen dat er dan al lange tijd geen seks meer is geweest tussen verdachte en aangeefster. De verdediging verwijst daarbij naar de mail van 5 oktober 2009 om 12.07 uur en de mail van 23 oktober 2009 om 10:52 uur waarin staat: ‘Je bent al zolang niet geweest’.

Beoordeling

Verdachte heeft bij de politie eerst verklaard dat het een grapje was dat hij de tapes naar de moeder van [slachtoffer] zou sturen. Hij verklaarde daar: ‘U vraagt mij wanneer ik dat grapje over die tapes voor het eerst heb verteld. […] Ik denk dat het rond “Queensday” was. Daar bedoel ik Koninginnedag mee. Dat was dus rond 30 april of begin mei 2009.

Aangeefster [slachtoffer] heeft op 30 oktober 2009 verklaard: ‘In april 2009 zag [verdachte] in mijn telefoon wat berichtjes. Hij werd toen heel erg boos. […] In april vertelde hij […] dat hij die filmpjes toch nog had. […] De seks is eigenlijk direct na die dag in april 2009 begonnen. […] Per week moest ik ongeveer 2 keer per week naar [verdachte] toe voor seksuele handelingen. Als ik de ene week maar een (1) keer kwam, moest ik de volgende week drie keer naar hem toe. [ ..] Ik wil het echt niet, toch ga ik elke keer weer omdat ik bang ben dat hij anders de filmpjes op internet gaat zetten en naar mijn baas zal sturen. Als ik zeker zou weten dat hij de filmpjes niet meer heeft, dan zou ik ook niet meer naar hem toe gaan.’

Daarnaast heeft zij op 30 oktober 2009 verklaard ‘Maar tot op de dag van vandaag wil [verdachte] de filmpjes nog niet wissen en moet ik seks met hem hebben of hem pijpen’.

Dit past bij de mailwisseling tussen verdachte en aangeefster op 27 oktober 2009. Deze mailwisseling ging als volgt:

Verdachte : Kun je vandaag om 10 uur komen?

Aangeefster : Ik haal het niet om 10 uur.. Ik ga nu douchen. Wanneer ik vertrek mail ik je.

Aangeefster : Ik ga nu weg om de bus te nemen! Laat me niet weer de bus voor niets

: pakken! Als het niet hoeft bel mij dan nu meteen!!! Laat de deur beneden

: open.

Verdachte : Ik laat je weten hoe laat je kunt vertrekken

Aangeefster : Ze zei tegen mij 10 uur [verdachte]. Ik moet vroeg gaan slapen!!!!

Verdachte : Vertrek nu om te komen

Aangeefster : Goed. Ik weet wel niet hoe laat de bus er is.

Zo ook op 22 september 2009:

Verdachte : jij bent niet degene die beslist welke dag en hoe of wat

Aangeefster : je weet dat ik wil dat het ophoudt maar jij blijft maar dreigen en je weet heel

: goed dat ik niet zomaar tegen je kan zeggen dat ik wil dat het stopt. Want dan

: ga je op een dag toch gewoon de banden naar buiten brengen.

Verdachte : ik blijf niet dreigen. Ik vind alleen wat je gedaan hebt of wat je hen hebt

: aangedaan daar moet je voor boeten/betalen en ik ben degene die de band

: heeft en ik ben degene die beslist hoe of wat en wanneer het ophoudt/klaar is

: als je dat niet leuk vind laat mij dan weten wat je wilt doen….

Aangeefster : elke keer verneuk je het weer door het langer te laten duren

Verdachte : wil dat je weet dat ik degene ben die beslist. (..) niet mijn probleem dat je

: logees hebt. Dan gaat het gewoon door totdat alle dagen die nog overblijven

: zijn ingehaald punt uit.

De rechtbank acht op grond van bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefster in de periode van 30 april 2009 tot 5 november 2009 meermalen heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam. De rechtbank acht meer in het bijzonder bewezen dat aangeefster zich heeft 'onderworpen' aan de seksuele wensen van verdachte onder druk van diens dreigement de 'sextapes' openbaar te maken. Verdachte wist dat aangeefster de schande die zulk een openbaarmaking vooral voor haar familie met zich zou brengen, onverdraaglijk vond. Hij heeft met zoveel woorden bij de politie gezegd dat aangeefster "met de rug tegen de muur stond". Ter terechtzitting heeft verdachte hieraan nog toegevoegd dat hij wist dat als hij niet zou dreigen met de sextapes, aangeefster waarschijnlijk geen seks met hem zou hebben. Dat kan zonder meer worden gekwalificeerd als dwang en bedreiging met een feitelijkheid.

De rechtbank derhalve bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft bewezen, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij (op meerdere tijdstippen) in de periode van 30 april 2009 tot

5 november 2009 te Arnhem,

door bedreiging met een feitelijkheid

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen

(mede) bestaande uit het seksueel binnendringen van haar lichaam, te weten

- het brengen van zijn penis in haar vagina en

- het zich door die [slachtoffer] laten pijpen en

- het likken aan en/of in haar vagina,

welke bedreiging met een feitelijkheid hierin heeft

bestaan dat verdachte (meermalen) tegenover die [slachtoffer] heeft verklaard

- dat hij één of meerdere film-opnames bezat waarop die [slachtoffer] (herkenbaar)

seksuele handelingen bij en/of met hem, verdachte, verricht en

- dat hij die opnames naar familie en/of de werkgever en/of kennissen van

die [slachtoffer] zou sturen en/of op internet zou zetten, indien die [slachtoffer] geen

seks met hem, verdachte, zou hebben.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

‘verkrachting, meermalen gepleegd’

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten, met name ook niet uit de hierna te noemen deskundigenrapportage.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 23 november 2010; en

• een voorlichtingsrapport van Reclassering Nederland, gedateerd 19 april 2010, betreffende verdachte;

• een pro justitia rapport van drs. [deskundige], klinisch psycholoog/psychotherapeut, gedateerd 16 november 2010, betreffende verdachte; en

• een beknopt aanvullend reclasseringsadvies van Reclassering Nederland, gedateerd 26 november 2010, betreffende verdachte.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde op te leggen reclasseringstoezicht, ook als dit inhoudt behandeling bij een forensische psychiatrische polikliniek of een soortgelijke instelling en voorts met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Verdachte heeft aangeefster meerdere malen verkracht en daar hoort een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf bij. De officier van justitie heeft in zijn eis rekening gehouden met het feit dat verdachte een first offender is en met het feit dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft aangevoerd dat een gevangenisstraf niet past bij de gang van zaken die het openbaar ministerie tot nu toe heeft gehanteerd. Verdachte is na 6 dagen in verzekering te zijn gesteld heengezonden en daarna heeft het openbaar ministerie de zaak één jaar laten liggen, voordat de zaak op zitting werd aangebracht. Het tijdsverloop heeft veel impact gehad op verdachte. De verdediging heeft de rechtbank gevraagd hier rekening mee te houden. Verdachte heeft daarnaast spijt van wat hij gedaan heeft en is bereid een behandeling te volgen. Verdachte heeft op dit moment een huurwoning en werk, bij een gevangenisstraf zou hij beide kwijtraken.

Beoordeling

Verdachte heeft zich gedurende een periode van 5 à 6 maanden structureel schuldig gemaakt aan verkrachting van zijn ex-vriendin. Verdachte was boos op aangeefster omdat hij erachter kwam dat zij tijdens hun relatie vreemd was gegaan. Hij zei dat hij in het verleden gemaakte sextapes van hen beiden onder meer naar aangeefsters moeder en haar werk zou sturen en dat hij de filmpjes op internet zou zetten. Aangeefster kon dit enkel voorkomen als zij gedurende drie maanden lang seks met verdachte zou hebben op tijdstippen en wijzen waarop hij dit wilde. Omdat aangeefster niet wilde dat de filmpjes openbaar werden gemaakt, stemde zij hiermee noodgedwongen in. Na drie maanden wilde verdachte echter dat de seks door bleef gaan, waardoor aangeefster inzag dat het niet zou stoppen en zij uiteindelijk naar de politie is gestapt om aangifte van verkrachting te doen.

Verdachte wist gedurende de gehele periode dat aangeefster geen seks meer met hem wilde, maar dat zij seks met hem had omdat hij anders de filmpjes op internet zou zetten. Door te dreigen met het openbaar maken van de filmpjes heeft hij aangeefster gedwongen seks met hem te hebben, welke dreiging hij ook telkenmale heeft herhaald zodra aangeefster zei dat ze niet meer wilde. Iedere keer opnieuw moest zij tegen haar wil met verdachte seks hebben. Dit is een heel ernstig feit en voor aangeefster heel erg vernederend geweest. Haar vertrouwen in mannen is sterk afgenomen en zij heeft de hulp van een psycholoog moeten inroepen om alles te verwerken.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank houdt er wel rekening mee dat het meer dan een jaar geleden is geweest dat aangeefster aangifte heeft gedaan en dat de zaak nu pas op zitting staat. Daarnaast houdt de rechtbank meer dan de officier van justitie rekening met de (licht) verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en het feit dat hij first offender is. De rechtbank komt daarom tot een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank vindt het wel van belang dat verdachte wordt behandeld en zal daarom aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de bijzondere voorwaarde verbinden dat verdachte zich dient te houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dit inhoudt het volgen van een ambulante behandeling bij Kairos of een soortgelijke instelling.

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht zal de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering zal worden gebracht op de straf.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57 en 242 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

Een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit dan wel navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

Veroordeelde dient zich gedurende de proeftijd te gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens de (stichting) Reclassering Nederland zullen worden gegeven, ook indien dit zal inhouden het volgen van een ambulante behandeling bij Kairos of een andere vergelijkbare instelling voor zover en voor zolang dat door genoemde instelling nodig wordt geacht.

Geeft opdracht aan de (stichting) Reclassering Nederland om aan veroordeelde bij de naleving van voornoemde voorwaarde hulp en steun te verlenen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door mrs. M.M.L.A.T. Doll (voorzitter), A.G. Broek-de Stigter en F.J.H. Hovens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y. Rikken, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 januari 2011.