Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2011:BP1045

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
17-01-2011
Datum publicatie
18-01-2011
Zaaknummer
11/51 en 11/52
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek art. 287a. Ontruiming woning. Schorsing executie voor kortere periode met mogelijkheid verlenging aan te vragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

rekestnummer: Rek 11/51 en 11/52

uitspraakdatum: 17 januari 2011

Voorlopige voorziening artikel 287 b lid 1 Faillissementswet

in de zaak van [verzoekers],

beiden wonende te [woonplaats] (Gld),

verzoekers.

1. De vaststaande feiten en de procedure

1.1. Verzoekers huren van Stichting Woningbeheer Betuwe (hierna: SWB), gevestigd en kantoorhoudende te Lienden, een woning gelegen aan het adres [adres] te [woonplaats] (Gld).

1.2. Verzoekers hebben tot en met oktober 31 oktober 2010 een huurschuld bij SWB laten ontstaan van € 1.890,01. De kantonrechter heeft bij verstekvonnis van 10 november 2010 de huurovereenkomst ontbonden, de ontruiming van de door verzoekers gehuurde woning gelast en verzoekers veroordeeld in betaling van de huurschuld, vermeerderd met de wettelijke rente en proceskosten.

1.3. Bij deurwaardersexploot van 22 december 2010 heeft de deurwaarder Groenewegen en Partners verzoekers laten weten dat de totale schuld inclusief kosten is opgelopen tot een bedrag van € 2.487,30. De ontruiming is vervolgens aangezegd tegen 18 januari 2011.

1.4. Op 11 januari 2011 hebben verzoekers een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend. Gebleken is dat minder dan tien jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, van 5 september 2005 tot en met 27 november 2008, op verzoekers de schuldsaneringsregeling van toepassing is geweest. De regeling is beëindigd met het verlenen van de schone lei aan verzoekers.

1.5. Verzoekers hebben bij voornoemd WSNP-verzoek van 11 januari 2011 eveneens een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b lid 1 van de Faillissementswet. Dit verzoek is ter zitting van 14 januari 2011 behandeld. Verzoekers zijn ter zitting verschenen. Eveneens zijn verschenen mevrouw [ ] [X] namens deurwaarder Groenewegen en Partners en mevrouw [A] namens SWB.

2. Het standpunt van partijen

2.1. Verzoekers hebben aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij pogen een minnelijke schuldregeling met hun schuldeisers overeen te komen dan wel – als dat niet lukt – om toelating tot de schuldsaneringsregeling zullen verzoeken. Hangende de poging om een minnelijke regeling tot stand te brengen is het voor verzoekers van groot belang dat

zij niet worden ontruimd. Verzoekers hebben dan ook aan de rechtbank verzocht om de tenuitvoerlegging van het ontruimingsvonnis van 10 november 2010 te verbieden c.q. op

te schorten.

Uit de stukken en hetgeen ter terechtzitting is verklaard is gebleken dat verzoekers hun

zoon (die onder bewind staat), schoondochter en twee kleinkinderen financieel hebben ondersteund om te voorkomen dat zij zouden worden afgesloten van gas en electra. Verzoekers zijn hierdoor zelf in de financiële problemen geraakt. Tevens is sprake van een forse belastingschuld die zich – dat valt op – uitstrekt tot de periode waarin de schuldsaneringsregeling (eerder) op hun van toepassing was. Verzoekers hebben ter zitting een brief d.d. 13 januari 2011 overgelegd van [B] van MEE Gelderse Poort waaruit blijkt dat verzoekers zich op 10 januari 2011 hebben gemeld bij MEE Gelderse Poort met de vraag of zij konden helpen om de geplande ontruiming te voorkomen. Verzoekers hebben vervolgens binnen 2 dagen een aanvraag tot de schuldsaneringsregeling ingediend bij de gemeente Maurik.

Voorts blijkt uit de brief dat verzoekers niet in staat zijn om hun administratie en financiën zelf op orde te houden. Dit is door [B] met verzoekers besproken waarna zij hebben ingestemd met het aanvragen van beschermingsbewind bij Motio budgetbegeleiding en advies. Op 18 januari 2011 zal de aanvraag door verzoekers worden ondertekend.

Ten slotte blijkt uit de brief dat [B] een voorschot op het vakantiegeld bij de werkgever van verzoekster heeft aangevraagd van € 450,-. Dit bedrag is vervolgens overgemaakt aan deurwaarder Groenewegen en Partners.

2.2 Mevrouw [X] heeft namens Groenewegen en Partners ter zitting verklaard dat er op 3 september 2010 een betalingsregeling is getroffen met verzoekers van € 312,-

per maand naast de lopende huurtermijnen. Verzoekers zijn de getroffen betalingsregeling niet nagekomen.

Voorts heeft mevrouw [X] verklaard dat er deze week nog contact is geweest met verzoekers. Verzoekers dienden om de ontruiming te voorkomen de helft van de totale vordering te voldoen (destijds € 2.109,29) en voor het restant een regeling te treffen. Verzoekers hadden dus een bedrag van € 1.054,65 moeten betalen maar hebben slechts

een bedrag van € 450,- overgemaakt.

3. De beoordeling

3.1. De rechtbank stelt allereerst vast dat er sprake is van een bedreigende situatie als bedoeld in artikel 287 b van de Faillissementswet, nu de ontruiming is aangezegd tegen 18 januari 2011.

3.2. De rechtbank is van oordeel dat de gevraagde voorziening noodzakelijk en gerechtvaardigd is teneinde verzoekers in staat te stellen in het minnelijk traject tot overeenstemming met hun schuldeisers te komen over een minnelijke schuldregeling.

De omstandigheid dat het schuldsaneringsverzoek niet kan worden toegewezen doet daar – gelet op de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 287b Fw - niet aan af.

3.3. Van een situatie waarbij op voorhand duidelijk is dat de kans dat een minnelijke schuldregeling, gelet op de aard en omvang van de schulden, tot stand komt zo klein is dat een moratorium niet gerechtvaardigd is, is geen sprake.

3.4 Onderhavige voorziening kan – gelet op de belangen van SWB – alleen gegeven worden als er voldoende mate van zekerheid is dat de lopende huurverplichtingen worden voldaan. De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken en hetgeen ter terechtzitting is verklaard voldoende aannemelijk is geworden dat verzoekers die na januari 2011 de lopende huurtermijnen zullen blijven voldoen. Verzoekers hebben immers een bedrag van € 450,- overgemaakt waarmee de lopende huur van januari 2011 geacht kan worden te zijn voldaan. Daarbij hebben verzoekers hulp gezocht bij MEE Gelderse Poort en hebben zij op zeer korte termijn een aanvraag voor beschermingsbewind ingediend. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verzoekers gemotiveerd zijn om het minnelijk traject tot een goed einde te brengen en dat de betaling van de lopende huurtermijnen voldoende is gewaarborgd.

Voorts blijkt dat verzoekers gelet op hun inkomen voldoende aflossingscapaciteit hebben om de ontstane huurachterstand in te lopen met behulp van een betalingsregeling.

De rechtbank zal daarom de tenuitvoerlegging van de aangezegde ontruiming schorsen

tot en met 4 februari 2011. Er is dan een aantal mogelijkheden. Verzoekers betalen de lopende huur van februari 2011 niet, waarna SWB alsnog kan overgaan tot ontruiming. Verzoekers betalen de lopende huur van februari 2011 wel en SWB ziet af van de ontruiming. Indien SWB ondanks het feit dat lopende huurtermijn van februari 2011 wordt voldaan toch besluit om te gaan ontruimen staat het verzoekers vrij – zonder op de beslissing vooruit te lopen- om eventueel een verlenging van de verleende voorziening

(die maximaal 6 maanden kan duren) te verzoeken.

3.5. Indien verzoekers gedurende de looptijd van dit moratorium een minnelijke schuldregeling met de schuldeisers tot stand brengen, dienen zij dit zo spoedig mogelijk

aan de rechtbank te melden en daarbij het verzoek tot toelating van de wettelijke schuldsaneringsregeling in te trekken. Indien geen minnelijke regeling tot stand komt, dienen verzoekers dit eveneens onverwijld te melden. In dat geval zal terstond – zo verzoekers dit wensen - een datum voor de mondelinge behandeling van het verzoekschrift worden bepaald. Indien verzoekers het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling niet handhaven, dienen zij de rechtbank daarvan eveneens op de hoogte moeten stellen.

4. De beslissing

De rechtbank,

4.1. schorst de tenuitvoerlegging van het op 10 november 2010 door de kantonrechter gewezen vonnis tot ontruiming van de woning gelegen aan de [adres] te [woonplaats] op, voor de duur van deze voorziening;

4.2. bepaalt dat deze voorziening slechts geldt onder de voorwaarde dat de periodiek verschuldigde huurtermijnen zullen worden voldaan;

4.3. bepaalt dat de genoemde voorziening geldt tot en met 4 februari 2011.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Engberts, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 17 januari 2011.