Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BP1059

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-10-2010
Datum publicatie
18-01-2011
Zaaknummer
10/237
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beschikking in de zin van artikel 67 Faillissementswet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Datum beschikking: 15 oktober 2010

Beschikking in de zin van artikel 67 Faillissementswet

in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [failliete BV] (F10/237)

Het verzoek en het verloop van de procedure

Bij vonnis van 20 april 2010 heeft deze rechtbank de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [failliete BV] in staat van faillissement verklaard met aanstelling van mr. [X] (hierna: de curator) tot curator.

Bij brief van 9 juli 2010 heeft de heer [ ] [betrokkene] (hierna: [betrokkene]), voormalig (indirect) bestuurder van [failliete BV] (hierna: de vennootschap), aan de rechter-commissaris onder meer verzocht een andere curator te benoemen.

De rechter-commissaris heeft de curator verzocht op die brief te reageren. Dit is gebeurd bij brief van 14 september 2010.

Bij brief van 15 september 2010 heeft de waarnemend rechter-commissaris aan [betrokkene] geschreven dat zij het verzoek de curator te ontslaan en te vervangen door een andere zal doorleiden naar de rechtbank omdat alleen de rechtbank daartoe bevoegd is, maar dat zij overigens van mening is dat de door [betrokkene] geschetste omstandigheden geen reden opleveren voor het ontslag van de curator en dat zij dat ook aan de rechtbank kenbaar zal maken.

Nadat [betrokkene] desgevraagd had medegedeeld dat hij zijn verzoek handhaaft en op dat verzoek gehoord wil worden, heeft de mondelinge behandeling ervan door de rechtbank plaatsgevonden op 1 oktober 2010. Daarbij waren aanwezig [betrokkene] en de curator, die beiden het woord hebben gevoerd.

De beoordeling

[betrokkene] baseert zijn verzoek – kort gezegd – op de (onderling samenhangende) stellingen dat de curator voorafgaande aan de door hem gelegde beslagen op een woning aan het adres [adres] te [woonplaats] en onder de ING Bank onvoldoende onderzoek heeft gedaan, dat hij onjuiste informatie heeft verstrekt aan de voorzieningenrechter en dat hij die beslagen ten onrechte heeft gelegd.

Die onjuiste informatie betreft, zo volgt uit de toelichting van [betrokkene], in het bijzonder de stellingen van de curator in zijn beslagrekest (1) dat [betrokkene] paulianeus heeft gehandeld doordat hij en zijn echtgenote op 26 februari 2010 huwelijksvoorwaarden hebben gemaakt en in dat kader de volledige eigendom van de woning op 23 maart 2010 hebben toebedeeld aan die echtgenote en (2) dat de woning overwaarde heeft.

Daaromtrent wordt het volgende overwogen.

De curator heeft uitgebreid toegelicht waaruit het door hem gepleegde onderzoek heeft bestaan. Dat onderzoek heeft bestaan, zo heeft hij onweersproken gesteld, uit een gesprek met [betrokkene], uit de beoordeling van door hem aan de curator overhandigde bescheiden en – naar aanleiding van conclusies die de curator uit de hem verstrekte informatie heeft verbonden – uit onderzoek bij de belastingdienst en het kadaster. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de curator daarmee zonder meer voldoende onderzoek gepleegd. [betrokkene] voert ook niet aan wat de curator heeft nagelaten maar wel had moeten doen.

Aan zijn verzoek aan de voorzieningenrechter tot het verlenen van toestemming om ter verzekering van het verhaal van de vordering van de gezamenlijke crediteuren in het faillissement van de vennootschap conservatoir beslag te doen leggen op de woning en onder de ING Bank, heeft de curator ten grondslag gelegd dat [betrokkene] als middellijk bestuurder van de vennootschap aansprakelijk is jegens de boedel wegens de volgende onregelmatigheden:

- de jaarrekeningen van de vennootschap over 2003, 2004, 2005, 2006 en 2007 zijn alle gedeponeerd op 25 juni 2009 en de jaarrekening over 2008 is niet gedeponeerd. Daaraan verbindt de curator de conclusie dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur dat wordt vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn, zodat [betrokkene] behoudens tegenbewijs dan ook aansprakelijk is voor het tekort in het faillissement van de vennootschap;

- er is sprake geweest van selectieve betalingen: door de vennootschap ontvangen gelden zijn voornamelijk overgemaakt aan [betrokkene] en zijn echtgenote dan wel met hem verbonden vennootschappen;

- [betrokkene] en zijn echtgenote hebben op 26 februari 2010 huwelijksvoorwaarden gemaakt en in dat kader is de volledige eigendom van de woning op 23 maart 2010 toebedeeld aan zijn echtgenote. De curator verbindt daaraan de conclusie dat het aangaan van de huwelijksvoorwaarden ex artikel 3:45 BW paulianeus was.

De curator stelt voorts dat bij hem gegronde vrees bestaat dat de echtgenote van [betrokkene] (mede-gerequestreerde) de zaak aan verhaal zal onttrekken dan wel zal bezwaren.

[betrokkene] heeft niet bestreden dat de stellingen van de curator met betrekking van de deponering van de jaarstukken, de selectieve betalingen en het aangaan van de huwelijksvoorwaarden en de toescheiding van de woning feitelijk juist zijn. In het kader van de beoordeling van het verzoek van [betrokkene] behoeft de rechtbank niet te beoordelen of de curator daaraan de juiste juridische gevolgen heeft verbonden. Het in dat verband door de curator ingenomen standpunt acht de rechtbank echter minst genomen goed verdedigbaar, ook waar het betreft de kwalificatie paulianeus ten aanzien van het aangaan van de huwelijksvoorwaarden. Indien de echtgenote van [betrokkene] op zichzelf gegronde redenen had om huwelijksvoorwaarden te wensen, maakt dat de juridische kwalificatie niet anders.

Ten slotte oordeelt de rechtbank dat niet is gebleken dat het beslag op de woning zinloos was bij gebreke van overwaarde.

De rechtbank acht de beslissing van de curator om beslag te leggen op grond van het bovenstaande begrijpelijk en verdedigbaar, zo al niet zou moeten worden geoordeeld dat een juiste taakopvatting van de curator hem tot die beslissing noopte. Dat de curator door zijn handelwijze niet de belangen van de boedel heeft gediend maar de notaris, de rechtbank, [betrokkene] en diens echtgenote in diskrediet heeft gebracht, onderschrijft de rechtbank niet.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de bezwaren van [betrokkene] tegen de curator dan ook ongegrond en bestaat geen enkele reden de curator te ontslaan en in zijn plaats een andere curator te benoemen.

Het verzoek zal worden afgewezen.

De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. O. Nijhuis, rechter, op 15 oktober 2010.