Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BO7604

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
24-11-2010
Datum publicatie
17-12-2010
Zaaknummer
165114
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De Kleef vordert veroordeling van IPKW tot betaling van een bedrag van € 850.323,00, wegens onbetaald gebleven facturen.

Verwijzing naar de rol voor uitlating door partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 165114 / HA ZA 08-57

Vonnis van 24 november 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE KLEEF B.V.,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INDUSTRIEPARK KLEEFSE WAARD B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde,

advocaat mr. J.M.W. Werker te Arnhem.

Partijen zullen hierna De Kleef en IPKW genoemd worden.

1. De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 maart 2008

- producties van De Kleef bij de rechtbank ingekomen op 15 mei 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 29 mei 2008

- de akte vermeerdering van eis met producties van De Kleef

- de akte uitlating producties tevens houdende eisvermeerdering met producties van IPKW.

1.2 Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Tot 2003 was het Industriepark de Kleefse Waard te Arnhem (hierna: het industriepark) met bijbehorende voorzieningen in handen van Houdstermaatschappij De Kleef B.V. (hierna: de Houdstermaatschappij). Bij de zogenaamde Midzomernachtsovereenkomst van 21 juni 2003 is een deel van haar activa en passiva afgesplitst naar nieuw opgerichte vennootschappen, te weten IPKW en De Kleef.

2.2. IPKW is eigenaar van de grond en de gebouwen op het industriepark. IPKW exploiteert het industriepark door bedrijfsruimte te verhuren en diensten te verlenen aan gebruikers op het industriepark.

2.3. De Kleef is eigenaar van een warmtekrachtcentrale en een distributienetwerk, die zich bevinden op het industriepark. De Kleef levert elektriciteit, stroom en diensten, waaronder afvalwaterzuivering, aan bedrijven die zijn gevestigd op het industriepark.

2.4. Sommige huurders van bedrijfsruimte op het industriepark hebben met IPKW een all-in huurovereenkomst in het kader waarvan IPKW hen ook utilities levert. Andere huurders hebben met IPKW een huurovereenkomst met IPKW en en met De Kleef een of meer overeenkomsten met betrekking tot netwerken en utilities.

2.5. Ook IPKW zelf heeft overeenkomsten als hiervoor bedoeld met De Kleef gesloten. Dit is gebeurd op 20 juni 2003. Van de desbetreffende overeenkomsten zal de inhoud, voor zover voor deze procedure van belang, hieronder in 2.5.1-2.5.3 worden weergegeven.

2.5.1. Een overeenkomst zonder opschrift, door partijen aangeduid als de afvalwaterovereenkomst (hierna: de afvalwaterovereenkomst), bepaalt:

Artikel 2 – Bewerking Huishoudelijk Afvalwater

2.1 IPKW is gerechtigd Huishoudelijk Afvalwater te lozen, welk Huishoudelijk Afvalwater door De Kleef in de Afvalwaterzuivering zal worden opgenomen en verwerkt.

Artikel 3 – Prijs en betalingscondities

3.1 Per 1 januari 2004 zal IPKW voor de verwerking van Huishoudelijk Afvalwater aan De Kleef per jaar een bedrag van EUR 36 (zesendertig Euro), exclusief BTW, betalen per persoon die ten behoeve van IPKW of derden op het Industriepark werkzaam is, behoudens voor zover deze derden een rechtstreeks contract met De Kleef hebben […]

3.2 De Kleef zal geen vergoeding voor de verwerking van Huishoudelijk Afvalwater bij IPKW in rekening brengen ten aanzien van de werknemers van IPKW, met een maximum van vijfentwintig (25).

3.3 De Kleef zal maandelijks een voorschot aan IPKW in rekening brengen in verband met de verwerking van het Huishoudelijk Afvalwater. Dit voorschot is gebaseerd op de opgave van IPKW vóór 1 december van elk jaar van het aantal Personen.

2.5.2. Een utility overeenkomst (hierna: de utility overeenkomst) bepaalt:

Artikel 1 – Definities

Utilities: Drinkwater, elektriciteit, stoom, koeling, gas, oproepinstallatie, telefoon en het datanetwerk LAN, voor zover deze op het Industriepark niet krachtens een rechtstreekse overeenkomst tussen een derde en De Kleef aan die derde worden geleverd. Onder de levering aan een derde wordt tevens verstaan continuering van de levering terwijl genoemde rechtstreekse overeenkomst met de derde op welke wijze dan ook is beëindigd.

Artikel 2 – Levering Utilities

2.1 De Kleef zal aan IPKW Utilities leveren tot aan de IPKW overdrachtspunten, een en ander zoals is aangegeven in Bijlage 2, hierna te noemen “IPKW Overdrachtspunten” welke Utilities door IPKW op de IPKW Overdrachtspunten van De Kleef zullen worden afgenomen.

Artikel 3 – Onderhoud

3.1 Installatie en onderhoud van de leidingen en kabels die worden gebruikt voor de levering van Utilities tot aan de Overdrachtspunten en de Overdrachtspunten komen voor rekening van De Kleef. IPKW is jegens De Kleef verantwoordelijk voor de installatie en het onderhoud van de leidingen en kabels vanaf de Overdrachtspunten en de deugdelijkheid daarvan, waaronder wordt begrepen het naleven door IPKW van alle toepasselijke wettelijke voorschriften.

Artikel 4 – Aansprakelijkheid IPKW

4.1 De eigendom en het risico verbonden aan de Utilities gaan over op IPKW vanaf de Overdrachtspunten.

Artikel 5 – Prijs en betalingscondities

5.1 Voor de levering van de Utilities zal IPKW aan De Kleef een prijs betalen zoals nader gespecificeerd in Bijlage 3. De prijzen worden voor het eerst op 1 oktober 2003 en zo vervolgens per kwartaal door De Kleef aangepast, waarbij onder andere rekening wordt gehouden met eventuele stijgingen in de loon- en energiekosten en een inflatiecorrectie. Alle in Bijlage 3 genoemde prijzen zijn exclusief BTW.

5.2 De Kleef zal maandelijks een voorschot aan IPKW in rekening brengen in verband met het verbruik van de Utilities, welk voorschot is vastgesteld op basis van met IPKW overeengekomen budgethoeveelheden, één en ander nader uiteengezet in Bijlage 4. Na het verstrijken van een kalenderjaar zal de totaal door IPKW te betalen vergoeding voor de Utilities voor het betreffende kalenderjaar door De Kleef worden vastgesteld, welke vergoeding met de voorschotten zal worden verrekend. Een negatief dan wel positief saldo zal in rekening worden gebracht dan wel worden vergoed aan IPKW.

5.3 Betaling voor de levering van Utilities zal geschieden door overboeking van de verschuldigde bedragen (…) binnen 14 dagen na dagtekening van een factuur.

2.5.3. Een netwerkovereenkomst (hierna: de netwerkovereenkomst) bepaalt:

Artikel 3 – Doorberekenen kosten

3.1 Ingeval een Gebruiker, niet zijnde All In Huurder, zich vestigt in een bestaand of een thans nog te realiseren gebouw op het industriepark zal Opstaller (De Kleef, rechtbank) zorgdragen voor de aansluiting van dat gebouw op (delen van) het Netwerk tegen door Opstaller in dat verband gemaakte kosten. (…)

2.6. Na het sluiten van de utility-overeenkomst zijn partijen overeengekomen dat

De Kleef maandelijks een voorschotbedrag van € 10.000,00 exclusief BTW bij IPKW in rekening zou brengen voor het leveren van de utilities, zoals is vastgelegd in een besprekingsverslag van 11 december 2003. Dat bedrag is in de loop der jaren regelmatig verhoogd. De Kleef heeft als voorschotbedrag over de jaren 2008 en 2009 maandelijks € 19.074,00 exclusief BTW aan IPKW in rekening gebracht.

2.7. IPKW heeft de facturen die betrekking hebben op de afvalwaterovereenkomst, ondanks aanmaningen en sommaties, in het geheel niet voldaan.

De voorschotbedragen die betrekking hebben op de utility-overeenkomst zijn tot en met oktober 2008 door IPKW betaald. Vanaf november 2008 heeft zij, ondanks verschillende aanmaningen en sommaties, de maandelijkse voorschotbedragen niet meer betaald.

2.8. Op 18 april 2007 heeft een incident plaatsgevonden in de machinekamer van De Kleef op het industriepark. Het betrof een ammoniaklekkage. Omdat De Kleef als vergunninghouder dit incident niet tijdig heeft gemeld aan het Milieuklachten en Informatiecentrum van de Provincie Gelderland, heeft zij een transactievoorstel van € 1.000,00 gekregen. Op haar beurt heeft De Kleef bij factuur van 15 juni 2007 dit bedrag van € 1.000,00 in rekening gebracht aan IPKW.

2.9. Hydranten zijn plekken op het industriepark waar de brandweer haar bluswater vandaan kan halen. IPKW is verantwoordelijk voor de brandweer op het industriepark. De facturen die door De Kleef aan IPKW met betrekking tot de hydranten zijn gezonden zijn onbetaald gebleven.

3. De vordering en het verweer

3.1 De Kleef vordert – samengevat –, na haar eis te hebben vermeerderd, de veroordeling van IPKW tot betaling van een bedrag van € 850.323,00, vermeerderd met rente en kosten.

3.2 Aan deze vordering legt De Kleef het volgende ten grondslag.

Op grond van de afvalwaterovereenkomst heeft De Kleef aan IPKW bedragen gefactureerd. Deze facturen heeft IPKW tot een bedrag van € 70.492,00 onbetaald gelaten. Deze facturen hebben betrekking op de jaren 2004 tot en met 2010.

Op grond van de utility overeenkomst heeft De Kleef eveneens bedragen aan IPKWT gefactureerd. Deze facturen heeft IPKW tot een bedrag van € 771.713,00 onbetaald gelaten. Deze facturen hebben betrekking op de jaren 2005 tot en met 2010.

De Kleef heeft een boete van € 1.000,00 betaald, die zij op IPKW wenst te verhalen. Die boete moet voor rekening van IPKW komen omdat deze betrekking heeft op nalatigheid van IPKW om een incident, dat zich op 18 april 2007 in de machinekamer van De Kleef heeft voorgedaan, tijdig te melden aan het Milieuklachten en Informatiecentrum van de provincie Gelderland.

De Kleef vordert verder dat IPKW wordt veroordeeld tot betaling van € 7.118,00 voor de hydranten op het industriepark. Nu IPKW verantwoordelijk was voor de brandweer op het industriepark moet zij de facturen voor de hydranten betalen. Deze hebben betrekking op de jaren 2004 tot en met 2009.

3.3 IPKW voert gemotiveerd verweer, waarop in het hiernavolgende wordt ingegaan.

4. De beoordeling

4.1 Na de comparitie van partijen heeft De Kleef haar vordering bij akte vermeerderd, tegen welke vermeerdering IPKW zich op zichzelf niet heeft verzet. De rechtbank zal dan ook op de vermeerderde eis recht doen.

De afvalwaterovereenkomst.

4.2. Partijen verschillen van mening over de betekenis van artikel 3.1 van de afvalwaterovereenkomst. Dit artikel zal dienen te worden uitgelegd in het licht van het zogenaamde Haviltex-criterium. Die uitleg moet dus geschieden gelet op de bewoordingen van die bepaling en de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.3. Geen van partijen heeft zich uitgelaten over de vraag wat partijen destijds, bij het aangaan van de afvalwaterovereenkomst, met artikel 3.1 hebben beoogd. De uitleg van IPKW dat “persoon die ten behoeve van IPKW of derden op het Industriepark werkzaam is” niet ziet op werknemers in dienst van IPKW (behoudens voor zover dit aantal de 25 overstijgt) of op de op het industriepark gevestigde derden, maar alleen op personen die tijdelijk werkzaamheden verrichten op het industriepark, waaronder bijvoorbeeld aannemers die bouwwerkzaamheden verrichten of vrachtwagenchauffeurs die komen laden en lossen, vindt op zichzelf geen steun in de tekst van dat artikel. Immers, personen die werkzaam zijn ten behoeve van op het industriepark gevestigde derden, zijn evenzeer werknemers van die derden als degenen op wie IPKW doelt. En bovendien veroorzaken ook die werknemers in dienst van IPKW en de op het industriepark gevestigde derden vervuiling van het huishoudelijk afvalwater. Daarbij komt dat IPKW, naar zij stelt weliswaar “om het geschil tussen partijen op te lossen”, wel de kosten voor het afvoeren van afvalwater over de jaren 2003 tot en met 2005 op zich heeft genomen, hetgeen op gespannen voet lijkt te staan met haar uitleg van artikel 3.1. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het vorenstaande artikel 3.1 aldus moet worden uitgelegd dat De Kleef voor de verwerking van huishoudelijk afvalwater voor alle personen die werken op het industriepark – behoudens 25 werknemers van IPKW – een bijdrage in rekening mocht brengen aan IPKW of rechtstreeks aan het desbetreffende op het industriepark gevestigde bedrijf en dat IPKW dat ook zo heeft meoten begrijpen.

4.4. IPKW betwist dat het aantal van 450 personen, waarop De Kleef haar facturen heeft gebaseerd, juist is. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld hun standpunten ten aanzien van het aantal personen waarvoor het in artikel 3.1 van de afvalwaterovereenkomst bedoelde bedrag door IPKW aan De Kleef verschuldigd is, toe te lichten. IPKW dient in dat verband ook aandacht te besteden aan de vraag naar de herkomst en precieze betekenis van haar productie 14. In het bijzonder wenst de rechtbank te worden ingelichtover de vraag op welk jaar deze betrekking heeft alsmede over de betekenis van de kolom “Klant De Kleef”. Daarover heeft IPKW opgemerkt dat daaronder staan vermeld gebruikers “waarmee De Kleef rechtstreeks heeft gecontracteerd of waarmee zij rechtstreeks had moeten contracteren”. Betekent dit dat De Kleef naar het oordeel van IPKW met sommige van die gebruikers daadwerkelijk heeft gecontracteerd, en zo ja met welke dan? En wat is het overzicht van De Kleef van 12 juli 2006, waarop die productie 14 is gebaseerd?

De utility overeenkomst.

4.5. Tussen partijen staat vast dat De Kleef op basis van de utility overeenkomst aanspraak heeft op een vergoeding voor de levering van onder andere drinkwater, elektriciteit en stoom. Partijen zijn overeengekomen dat De Kleef ter zake voorschotten zou factureren. Dit is gebeurd en die voorschotten zijn aanvankelijk ook daadwerkelijk betaald.

De Kleef vordert in deze procedure betaling van openstaande facturen vanaf 2005 tot en met januari 2010.

4.6. IPKW betwist de vordering van De Kleef gemotiveerd, waartoe zij aanvoert:

- voor de levering van de diensten zou IPKW jaarlijks een vast bedrag betalen, wat tussen partijen is overeengekomen. Daarin is in de loop van de tijd geen verandering gekomen, met name niet omdat het onmogelijk was de werkelijke kosten op verantwoorde wijze te berekenen;

- het is vanwege het ontbreken van een goede bemetering oncontroleerbaar wat het exacte verbruik per jaar is;

- De Kleef heeft zelf met een aantal gebruikers van het industriepark overeenkomsten gesloten. Onvoldoende inzichtelijk is gemaakt hoe zich dat verhoudt tot de verplichtingen van IPKW in het kader van de utility overeenkomst;

- nader onderzoek maakt duidelijk dat het voorschot te hoog is en dat handhaving daarvan in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.

IPKW baseert haar verweer in het bijzonder op de inhoud van een intern onderzoek waarvan zij de resultaten als productie 16 heeft overgelegd.

4.7. De rechtbank zal De Kleef inde gelegenheid stellen bij voornoemde akte nader op dit verweer van IPKW te reageren. Zij draagt De Kleef voorts op een overzicht van de contracten die zij met de afzonderlijke huurders op het industrieterrein heeft gesloten, over te leggen.

De boete

4.8. Uit artikel 17.2 lid 1 Wet Milieubeheer volgt dat degene die de inrichting drijft, ofwel de exploitant, waar het ongewoon voorval zich voordoet, dat incident moet melden bij het bevoegd gezag. Onbetwist is dat het ammoniakincident zich voordeed in de machinekamer van de door De Kleef gedreven inrichting, zodat in beginsel De Kleef gehouden was de melding te doen. Tussen partijen staat echter vast dat op het industriepark een bedrijfsnoodplan geldt. Daarin is onder meer opgenomen dat een incident gemeld wordt aan de Loge Dienst Veiligheid, die daarna in de functie van Alarmcentrale Bedrijfsbeveiliging (ACB) alle taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zoals beschreven in het bedrijfsnoodplan en van toepassing zijnde op de aard en omvang van het incident, met voorrang uitoefent. ACB is op grond van het bedrijfsnoodplan versie datum 4-5-2006/06-028 gehouden naast waterverontreiniging aan Rijkswaterstaat, alle andere milieuverontreinigingen aan het betreffende bevoegd gezag te melden. Vast staat dat dit door ACB niet tijdig is gedaan zodat in de rede ligt dat IPKW, waaronder ACB valt, de boete, die het gevolg is van het niet tijdig melden van het incident, moet betalen. Dit onderdeel van de vordering is dan ook toewijsbaar.

De hydranten.

4.9. Tussen partijen staat vast dat IPKW verantwoordelijk is voor de brandweer op het industriepark. Die enkele omstandigheid brengt niet en zeker niet zonder meer met zich mee dat IPKW ook zou moeten betalen voor de hydranten, die kennelijk, zo begrijpt de rechtbank de stellingen van De Kleef, eigendom zijn van en onderhouden worden door De Kleef. De Kleef zal in de gelegenheid worden gesteld bij akte haar stelling dat IPKW voor (het in stand houden van) de hydranten moet betalen, en de grondslag daarvan nader te onderbouwen.

4.10. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen voor uitlating door partijen omtrent hetgeen is overwogen in r.ov. 4.4, 4.7 en 4.9.

4.11. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verwijst de zaak naar de rol van5 januari 2011 voor uitlating door partijen als bedoeld in r.ov. 4.10,

5.2 houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2010.