Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BO6351

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-11-2010
Datum publicatie
06-12-2010
Zaaknummer
706796 - CV EXPL 10-10845
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep van gedaagde op opschorting van zijn betalingsverplichting gehonoreerd nu eiser zijn deel van de afspraak niet is nagekomen en eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn deel van de afspraak afhankelijk was van de vervulling van bepaalde voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Arnhem

zaakgegevens 706796 \ CV EXPL 10-10845 \ MB\392\mvl

uitspraak van 15 november 2010

vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Heineken Nederland B.V.

gevestigd te Amsterdam

eisende partij

gemachtigde Tijhuis Gerechtsdeurwaarders Arnhem

tegen

[gedaagde partij]

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna Heineken en [gedaagde partij] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 6 september 2010

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 15 oktober 2010.

2. De vordering en het verweer

2.1 Heineken vordert veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van een bedrag van € 3.041,37, waarvan een bedrag van € 3.013,42 te vermeerderen met de rente van 1% per maand vanaf de dag van dagvaarding. Voorts vordert Heineken veroordeling van [gedaagde partij] in de kosten van deze procedure.

2.2 Heineken legt aan haar vordering ten grondslag de stelling dat zij aan [gedaagde partij] diverse goederen heeft geleverd. [gedaagde partij] heeft het daarvoor verschuldigde bedrag, ondanks herhaalde aanmaning, niet voldaan.

2.3 [gedaagde partij] voert gemotiveerd verweer waarop hierna, waar nodig, wordt ingegaan.

3. De beoordeling

3.1 [gedaagde partij] voert aan dat hij in zijn café oorspronkelijk Grolsch schonk. Hij is vervolgens overgestapt naar Heineken. Door de vertegenwoordiger van Heineken, de heer [X], zijn in dat kader toezeggingen gedaan. Zo zou [gedaagde partij] een aantal fusten bier gratis krijgen en zouden door Heineken gratis glazen worden geleverd. Dat is nooit gebeurd. [gedaagde partij] erkent de verschuldigdheid van het thans door Heineken gevorderde, doch beroept zich op opschorting. [gedaagde partij] betaalt de facturen wanneer Heineken de gedane toezeggingen nakomt.

3.2 Door Heineken is erkend dat in het kader van de overgang van [gedaagde partij] bepaalde toezeggingen zijn gedaan. Daaraan waren echter, zo voert Heineken aan, bepaalde voorwaarden verbonden. Een bruikleenclaim van Grolsch diende uit te blijven en een door Heineken verricht onderzoek naar de financiële positie van [gedaagde partij] diende een positieve uitslag te kennen. Aan die beide voorwaarden is niet voldaan.

3.3 De kantonrechter oordeelt als volgt. De toezeggingen aan [gedaagde partij] zijn door Heineken erkend, terwijl Heineken - mede in het licht van de gemotiveerde betwisting door [gedaagde partij] - onvoldoende heeft onderbouwd dat onderdeel van de afspraak met [gedaagde partij] was dat zij enkel onder bepaalde voorwaarden gehouden is deze toezeggingen na te komen. Gesteld noch gebleken is dat de beweerde voorwaarden schriftelijk zijn vastgelegd, terwijl voorts door Heineken is erkend dat [gedaagde partij] ook niet op enig moment mondeling is medegedeeld dat hij niet aan de voorwaarden voldeed en daarom niet de toegezegde spullen zou ontvangen. Derhalve moet worden aangenomen dat [gedaagde partij] een opeisbare vordering op Heineken heeft die voldoende samenhang heeft met de vordering van Heineken op hem. [gedaagde partij] heeft rechtsgeldig de betaling van de thans door Heineken gevorderde factuur opgeschort en is dan ook niet in verzuim. De vordering van Heineken wordt daarom afgewezen.

3.4 Heineken wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

4. De beslissing

De kantonrechter

4.1 wijst de vordering af;

4.2 veroordeelt Heineken in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [gedaagde partij] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.J. Blaisse en in het openbaar uitgesproken op 15 november 2010.