Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BO4707

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
17-11-2010
Datum publicatie
23-11-2010
Zaaknummer
202929
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet.

Bij verstek is HCB veroordeeld tot (terug)betaling van de koopprijs en verbeurde boete. In verzet stelt HCB dat niet zij maar betrokkene1 de overeenkomst heeft gesloten. Bewijsopdracht voor eis.conv./ged.reconv. dat HCB de overeenkomst op eigen naam heeft gesloten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 202929 / HA ZA 10-1372

Vonnis in verzet van 17 november 2010

in de zaak van

[eis.conv./gedn.reconv.],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. B. Nijman te Wageningen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HCB QUOTUM B.V.,

gevestigd te Barneveld,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

eiseres in het verzet,

advocaat mr. J. Bolt te Groningen.

Partijen zullen hierna [eis.conv./ged.reconv.] en HCB genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 augustus 2010

- het proces-verbaal van comparitie van 29 september 2010

- de conclusie van antwoord in reconventie.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eis.conv./ged.reconv.] is van beroep melkveehouder. Omdat [eis.conv./ged.reconv.] voor het melkprijsjaar 2009-2010 zijn melkproductie met 50.000 kg wilde uitbreiden heeft hij in april 2009 contact gelegd met een kennis van hem, [betrokkene1] (hierna: [betrokkene1]), waarvan hij weet dat deze handelt in melkquotum. Om het quotum voor het melkprijsjaar 2009-1010 te kunnen benutten, diende de registratie van de overdracht uiterlijk op 15 januari 2010 plaats te vinden.

2.2. Naar aanleiding hiervan heeft [eis.conv./ged.reconv.] omstreeks 16 augustus 2009 een brief ontvangen van HCB met daarbij onder meer gevoegd een “overeenkomst verkoop melkquotum”, gedateerd 16 augustus 2009. Voor zoveel van belang is daarin het volgende opgenomen:

De ondergetekenden:

1 Dhr J. [eis.conv./ged.reconv.]

(..)

hierna te noemen koper

2 HCB QUOTUM B.V. (namens derden)

(..)

Hierna te noemen verkoper

(..)

Blijkens een onderhandse overeenkomst werd c.q. is door verkoper aan koper verkocht een heffingsvrije hoeveelheid melkquotum zonder grond.

(..)

1 De heffingsvrije referentiehoeveelheid melk wordt voor de heffingperiode 2008/2009 (lees: 2009-2010, rechtbank) door het Productschap voor zuivel met 50.000 kg, zonder overdracht van grond ten name van koper geregistreerd.

2 In verband met vorenbedoelde overgang van de heffingvrije referentiehoeveelheid melk zal door koper aan verkoper een koopsom moeten worden voldaan van € 37.960,- (..)Btw regeling, na ondertekening COS formulier.

3 (..) De betaling van de koopsom vindt plaats bij ondertekening van de voormelde koopovereenkomst.

4 (..) De koopsom wordt vrijgegeven ten behoeve van de verkoper als het meldingsformulier quotumoverdracht door partijen is ondertekend, aangeleverd en afgehandeld bij de Centrale Organisatie Superheffing (..)

5 (..) verkoper verklaart niets te zullen ondernemen, waardoor de overgang van die referentiehoeveelheid melk op de koper wordt verhinderd of niet geheel zal worden gerealiseerd.

(..)

7 Indien een der partijen, na bij aangetekend schrijven dan wel deurwaarders exploiteren in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen nalatig blijft in de nakoming van zijn overeenkomst van rechtswege zonder rechterlijke tussenkomst ontbonden zijn, tenzij de wederpartij alsnog uitvoering van de overeenkomst verlangt. In beide gevallen zal de nalatige partij ten behoeve van de wederpartij een zonder nadere ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst terstond opeisbare boete van 10 procent van de koopsom verbeuren, onverminderd het recht op verdere.

[eis.conv./ged.reconv.] heeft de overeenkomst na ondertekening naar HCB teruggestuurd.

2.3. Vervolgens heeft [eis.conv./ged.reconv.] een factuur van HCB ontvangen, gedateerd 17 augustus 2009. Aan de onderzijde van de factuur is vermeld: “Gaarne betaling binnen 10 dagen (tel.) op DerdenGeldenRekening 3679.58.465”. Op 2 september 2009 heeft [eis.conv./ged.reconv.] het gefactureerde bedrag (€ 45.172,40 inclusief btw) aan HCB voldaan.

2.4. Kort daarna is [eis.conv./ged.reconv.] ermee bekend geworden dat het voor hem bestemde melkquotum door [betrokkene1] zou zijn betrokken - via achtereenvolgens de tussenpersonen G. Wijnia en Bouwes Vastgoed B.V. - van J.A. Loonen. Omdat [betrokkene1] Bouwes Vastgoed te laat (namelijk later dan 10 augustus 2009) zou hebben betaald heeft Bouwes Vastgoed (via Wijnia) de ontbinding van de overeenkomst (met [betrokkene1]) ingeroepen, waardoor het quotum niet (tijdig) aan [eis.conv./ged.reconv.] kon worden geleverd. Naar aanleiding hiervan heeft [betrokkene1] [eis.conv./ged.reconv.] bij brief van 13 januari 2010 het volgende geschreven:

Garantie melklevering

H.C. Quotum B.V. levert 50.000 kg leasemelk 2009/2010 aan J. [eis.conv./ged.reconv.] (..) voor 20-1-2010.

H.C. Quotum B.V. levert 50.000 kg melk met 4,16% vet 2010/2011

(..)

Deze melk wordt geleverd voor 1-08-2010

Geld voor de aankoop van de melk blijft bij H.C. Quotum B.V.

A.J.H. [betrokkene1] garandeerd dat bovenstaande melk geleverd wordt voor 1-08-2010.

Zo niet dan betaald A.J.H. [betrokkene1] de gestorte koopsom (e 45172,40), incl wettelijke rente, direct en zonder tussenkomst van een rechter terug aan J. [eis.conv./ged.reconv.].

Tevens vergoedt A.J.H. [betrokkene1] het prijsverschil tussen de prijs, die koopmelk op dat moment kost en de gestorte koopsom.

2.5. [eis.conv./ged.reconv.] heeft daarop een drietal formulieren van HCB ontvangen ten behoeve van een "tijdelijke overdracht fabrieksquotum 2009/2010" ('leasemelk'), één betreffende 28.992 kg melk en twee betreffende 10.000 kg. Het eerste formulier heeft hij op 9 februari 2010 ondertekend naar HCB teruggestuurd; voor de andere twee, zo schreef hij aan HCB, had hij geen belangstelling.

2.6 Bij brief van 5 februari 2010, op dezelfde dag bij exploit betekend, heeft [eis.conv./ged.reconv.] HCB met een beroep op artikel 7 van de overeenkomst van 16 augustus 2009 in gebreke gesteld wegens het niet tijdig leveren van het aangekochte melkquotum voor het melkprijsjaar 2009-2010.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eis.conv./ged.reconv.] heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de rechtbank bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis HCB zal veroordelen tot - kort gezegd - terugbetaling van de door [eis.conv./ged.reconv.] betaalde koopprijs van € 45.172,40, tot betaling van € 3.796,- aan verbeurde boete en tot betaling van schadevergoeding, primair begroot op € 4.856,- en subsidiair op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met wettelijke (handels-) rente, en met de veroordeling van HCB in de proceskosten en nakosten.

3.2. Bij het verstekvonnis zijn de vorderingen van [eis.conv./ged.reconv.] integraal toegewezen en is HCB veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [eis.conv./ged.reconv.] tot de dag van de uitspraak begroot op in totaal € 2.081,93, alsmede in de nakosten ter hoogte van € 131,- (bij betekening) of € 68,- (zonder betekening).

3.3. HCB vordert in het verzet dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van [eis.conv./ged.reconv.] alsnog worden afgewezen.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

In (voorwaardelijke) reconventie

3.5. HCB vordert voor het geval in conventie een veroordeling mocht volgen veroordeling van [eis.conv./ged.reconv.] tot betaling van € 5.900,-, vermeerderd met rente en kosten, zijnde de waarde van de 28.992 kg leasemelk per 9 februari 2010.

3.6. [eis.conv./ged.reconv.] voert verweer.

3.7. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. Het verzet kan geacht worden tijdig en op de juiste wijze te zijn ingesteld, nu het tegendeel gesteld noch gebleken is, zodat HCB in zoverre in haar verzet kan worden ontvangen.

4.2. HCB voert in de eerste plaats aan dat [eis.conv./ged.reconv.] de overeenkomst van 16 augustus 2009 met [betrokkene1] heeft gesloten en hij in zijn vorderingen jegens HCB - die op die overeenkomst zijn gebaseerd - dus niet kan worden ontvangen. [eis.conv./ged.reconv.] betwist dat. Hij stelt dat hij [betrokkene1], een kennis van hem, heeft benaderd omdat hij wist dat hij in de quotahandel zat, dat [betrokkene1] [eis.conv./ged.reconv.] heeft voorgesteld hem in contact te brengen met HCB en [eis.conv./ged.reconv.] met HCB heeft gecontracteerd, hetgeen naar [eis.conv./ged.reconv.] meent ook zou volgen uit de omstandigheid dat aan HCB moest worden betaald en dat HCB zou worden gemachtigd tot het verrichten van alle handelingen die tot een registratie van het quotum zouden moeten leiden. Voorts was het [eis.conv./ged.reconv.] toen onbekend dat [betrokkene1] zelf ook bij de transactie betrokken zou raken (door het quotum via Wijnia te gaan betrekken).

4.3. De rechtbank overweegt als volgt. Het antwoord op de vraag of iemand tegenover een ander bij het sluiten van een overeenkomst in eigen naam - dat wil zeggen als wederpartij van die ander - is opgetreden, hangt af van wat hij en die ander daarover ten opzichte van elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden (HR 11 maart 1977, NJ 1977, 521). Tot de omstandigheden die in dit verband in aanmerking moeten worden genomen behoort de voor de wederpartij kenbare hoedanigheid en de context waarin partijen optraden (vgl. HR 26 juni 2009, LJN: BH9284). In dit verband doet HCB er een beroep op dat HCB de overeenkomst van 16 augustus 2009 blijkens de aanhef ervan met zoveel woorden "namens derden" is aangegaan. Daarnaast voert HCB aan dat [betrokkene1], zoals [eis.conv./ged.reconv.] heeft gesteld, eind september 2009 tegenover [eis.conv./ged.reconv.] heeft verklaard dat hij ervoor instond dat het quotum uiteindelijk geleverd zou worden.

4.4. Nu [eis.conv./ged.reconv.] zich op de jegens HCB in te roepen gevolgen van de overeenkomst van 16 augustus 2009 beroept, rust op hem de last te bewijzen dat HCB die overeenkomst in eigen naam met hem is aangegaan. Uit de door [eis.conv./ged.reconv.] in zijn voordeel genoemde omstandigheden vloeit niet reeds een vermoeden daarvan voort. Daarentegen wijzen de door HCB genoemde omstandigheden eerder op het tegendeel. Daarbij kan nog worden gevoegd de onder 2.4 genoemde hernieuwde bemoeienis van [betrokkene1] met de afwikkeling van de overeenkomst. Overeenkomstig zijn algemene bewijsaanbod zal de rechtbank [eis.conv./ged.reconv.] (niettemin) toelaten tot het bewijs dat HCB de overeenkomst op eigen naam met hem heeft gesloten.

4.5. Slaagt [eis.conv./ged.reconv.] in het hem opgedragen bewijs, dan komen de overige verweren van HCB aan de orde. De rechtbank overweegt daarover reeds nu het volgende.

4.6. HCB voert onder meer aan dat [eis.conv./ged.reconv.] reeds op het moment van ondertekening van de overeenkomst van 16 augustus 2009 in verzuim is gekomen, nu niet meteen bij ondertekening daarvan de koopsom is voldaan, zodat HCB vervolgens niet meer in verzuim kon komen. HCB onderbouwt dit met haar opmerking dat tijdige betaling van groot belang was omdat [betrokkene1] ook zijn leverancier tijdig moest betalen, hetgeen bij [eis.conv./ged.reconv.] bekend was.

4.7. Het verweer ziet eraan voorbij dat HCB [eis.conv./ged.reconv.] op 17 augustus 2009 een soepele betalingstermijn van tien dagen heeft gegund, welke termijn blijkens de bewoordingen ervan voorts niet zo hard was dat [eis.conv./ged.reconv.] na die tien dagen zonder ingebrekestelling in verzuim kwam. Daarnaast sluit de door HCB gegeven onderbouwing niet aan bij de werkelijkheid, Omdat [betrokkene1] Bouwes Vastgoed al op 10 augustus 2009 had moeten betalen.

4.8. Verder voert HCB aan dat [eis.conv./ged.reconv.] met het voorstel van [betrokkene1] van 13 januari 2010 - dat volgens HCB kennelijk namens haar is gedaan - accoord is gegaan, waardoor de verplichting voor HCB uit de overeenkomst van 16 augustus 2009, zo begrijpt de rechtbank, om vóór 15 januari 2010 het quotum te leveren, van de baan was. HCB heeft hiervan uitdrukkelijk bewijs aangeboden.

[eis.conv./ged.reconv.] bewist een dergelijke hernieuwde algehele overeenstemming en stelt slechts op het leasevoorstel te zijn ingegaan om zijn schade te beperken.

4.9. Op HCB rust de last deze overeenstemming tussen partijen te bewijzen. Uit een oogpunt van proceseconomie zal de rechtbank haar daartoe nu reeds toelaten.

4.10. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

in reconventie

4.11. Nu de vordering in reconventie afhankelijk is van het slagen van enige vordering in conventie, zal de rechtbank haar beslissing daarover aanhouden totdat over de conventie zal zijn beslist.

in conventie en in reconventie voorts

4.12 Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank op een zitting bepaald voor de getuigenverhoren een mondeling tussenvonnis kan wijzen waarbij een verschijning van partijen op diezelfde zitting wordt bevolen om nadere inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. [eis.conv./ged.reconv.] moet daarom in persoon op de getuigenverhoren verschijnen, HCB bij voorkeur vertegenwoordigd door haar directeur [naam directeur].

5. De beslissing

De rechtbank

IN CONVENTIE:

draagt [eis.conv./ged.reconv.] op feiten of omstandigheden te bewijzen waaruit kan blijken dat HCB de overeenkomst van 16 augustus 2009 op eigen naam met hem heeft gesloten,

draagt HCB op feiten of omstandigheden te bewijzen waaruit kan blijken dat [eis.conv./ged.reconv.] met het voorstel van [betrokkene1] van 13 januari 2010 geheel accoord is gegaan,

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 1 december 2010 voor uitlating door [eis.conv./ged.reconv.] en HCB of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,

bepaalt dat partijen, indien zij geen bewijs door getuigen willen leveren maar wel bewijsstukken willen overleggen, die stukken direct in het geding moeten brengen,

bepaalt dat partijen, indien zij getuigen willen laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op woensdagen in de maanden januari 2011 tot en met maart 2011 direct moeten opgeven, waarna dag en uur van de getuigenverhoren zullen worden bepaald,

bepaalt dat deze getuigenverhoren (gelijktijdig) zullen plaatsvinden op de terechtzitting van mr. R.J.J. van Acht in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4,

bepaalt dat de partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

houdt iedere verdere beslissing aan,

IN (VOORWAARDELIJKE) RECONVENTIE:

houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 17 november 2010.