Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BO4041

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
10-11-2010
Datum publicatie
16-11-2010
Zaaknummer
202529
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank is van oordeel dat van de hoofdzaak vooralsnog niet een zodanige vertraging is te verwachten dat het eveneens gerechtvaardigde belang van gedaagde hfdz./eis.inc. bij toewijzing van de incidentele vordering zou moeten wijken voor het belang van Deylenoord bij ononderbroken voortprocederen. Voorts kan in een later stadium indien daartoe aanleiding zou bestaan met toepassing van artikel 215 Rv in de hoofdzaak eerder uitspraak worden gedaan dan in de vrijwaringszaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 202529 / HA ZA 10-1290

Vonnis in incident van 10 november 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

"DEYLENOORD B.V.",

gevestigd te Etten-Leur,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. W.J. Aardema te Heerenveen,

tegen

[ged.hfdz./eis.inc.]

wonende te [woonplaats],

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. J.A.M.P. Keijser te Nijmegen.

Partijen zullen hierna Deylenoord en [ged.hfdz./eis.inc.] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring

- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. In de hoofdzaak vordert Deylenoord voor recht te verklaren dat [ged.hfdz./eis.inc.] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Deylenoord alsook te verklaren voor recht dat [ged.hfdz./eis.inc.] op grond daarvan schadeplichtig is jegens Deylenoord. Voorts vordert Deylenoord, samengevat, [ged.hfdz./eis.inc.] te veroordelen om aan Deylenoord, binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, € 2.520.871,= te betalen vermeerderd met rente en kosten. Daarnaast vordert Deyelenoord [ged.hfdz./eis.inc.] te veroordelen om aan Deylenoord, binnen 14 dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, € 165.445, 30 te betalen vanwege advocaatkosten en overige kosten juridische bijstand en om aan Deylenoord te voldoen overige (gevolg)schade, nader op te maken bij staat.

2.2. [ged.hfdz./eis.inc.] vordert dat haar wordt toegestaan

1. de maatschap naar burgerlijk recht Maatschap Haeghof, gevestigd te Best;

2. de Stichting Bewaarder Haeghof, gevestigd te Best;

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Phaedra Investment Group B.V., gevestigd te Best;

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Beleggings- en Beheersmaatschappij Dornick B.V., gevestigd te Nijmegen

in vrijwaring op te roepen. [ged.hfdz./eis.inc.] voert ter onderbouwing van haar vordering aan dat er sprake is van een rechtsbetrekking tussen haar en voornoemde partijen, dat zij als notaris heeft gehandeld ter uitvoering van een door voornoemde partijen gegeven opdracht en dat zij, derhalve niet de notaris, aansprakelijk zijn voor eventuele door Deylenoord geleden en te lijden schade. Dit standpunt wordt ondersteund door de uitspraak van de Rechtbank ’s-Gravenhage waarin onder meer de Stichting Bewaarder Haeghof, de Maatschap Haeghof en Dornick B.V. ter zake daarvan zijn veroordeeld.

2.3. Deylenoord voert verweer tegen deze vordering en stelt zich op het standpunt dat [ged.hfdz./eis.inc.] de procedure door het oproepen van voornoemde partijen in vrijwaring onnodig vertraagt en onnodig ingewikkeld maakt.

2.4. Om een vordering tot oproeping in vrijwaring te kunnen toewijzen is vereist dat de vordering tegen de waarborgen (Maatschap Haeghof, Stichting Bewaarder Haeghof, Phaedra Investment Group B.V. en Dornick B.V.) afhankelijk is van de vordering in de hoofdzaak in die zin, dat de eerstgenoemde vordering alleen toewijsbaar zal zijn, omdat in de hoofdzaak een voor de gewaarborgde ([ged.hfdz./eis.inc.]) ongunstig vonnis wordt gewezen. De rechtsverhouding tussen de gewaarborgde en de waarborg dient zodanig te zijn dat de waarborg gehouden is de gewaarborgde vrij te houden van (een deel van) de nadelige gevolgen van het verliezen van de hoofdzaak (HR 10 april 1992, NJ 1992, 446). Hetgeen [ged.hfdz./eis.inc.] heeft gesteld kan op zichzelf tot de conclusie leiden dat zij in opdracht heeft gehandeld van voornoemde partijen en dat deze haar moeten vrijwaren. Of die stellingen komen vast te staan in de vrijwaring, moet in die procedure blijken.

2.5. Het verweer dat de onderhavige procedure een vertragingstactiek is en het geding in de hoofdzaak onredelijk zal worden vertraagd, wordt verworpen. De enkele omstandigheid dat een gedaagde vordert een derde in vrijwaring op te roepen, levert nog geen onredelijke vertraging op.

2.6. De rechtbank is van oordeel dat van de hoofdzaak vooralsnog niet een zodanige vertraging is te verwachten dat het eveneens gerechtvaardigde belang van [ged.hfdz./eis.inc.] bij toewijzing van de incidentele vordering zou moeten wijken voor het belang van Deylenoord bij ononderbroken voortprocederen. Voorts kan in een later stadium indien daartoe aanleiding zou bestaan met toepassing van artikel 215 Rv in de hoofdzaak eerder uitspraak worden gedaan dan in de vrijwaringszaak.

Nu deze mogelijkheid zich pas in een later stadium in de (te voeren) procedures voordoet, komt de rechtbank vooralsnog niet toe aan een oordeel daarover.

2.7. De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen, omdat de aangevoerde gronden die vordering kunnen dragen.

2.8. De rechtbank zal de beslissing omtrent de kosten van het incident aanhouden totdat in de hoofdzaak zal worden beslist.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. staat toe dat Maatschap Haeghof, Stichting Bewaarder Haeghof, Phaedra Investment Group B.V. en Dornick B.V. door [ged.hfdz./eis.inc.] worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 22 december 2010,

3.2. houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan,

in de hoofdzaak

3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 22 december 2010 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 10 november 2010.

Coll: SP