Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BO3978

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-10-2010
Datum publicatie
15-11-2010
Zaaknummer
181771 en 188050 en 188712
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaringen.

Verklaring voor recht dat koopovereenkomst is ontbonden. Geen aanleiding voor matiging van de contractuele boete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaringen van 27 oktober 2010

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 181771 / HA ZA 09-376 van

[eis. 181771],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. A.M. van Schaick te Tilburg,

tegen

1. [ged.1 181771/eis.188712],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. R.J.T. Leijzer te Elst,

2. [ged.2 181771/],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. A. van Oosten te Elst,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 188050 / HA ZA 09-1386 van

[eis. 188050]

wonende te [woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. A. van Oosten te Elst,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HASSELBACH FINANCIEEL MANAGEMENT B.V.,

h.o.d.n. “Het Woonhart”,

statutair gevestigd te Overbetuwe, kantoorhoudende te Herveld, gemeente Overbetuwe,

gedaagde,

advocaat mr. R.G.M. Sleutels te Nijmegen,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 188712 / HA ZA 09-1483 van

[ged.1 181771/eis.188712],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. R.J.T. Leijzer te Elst,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HASSELBACH FINANCIEEL MANAGEMENT B.V.,

h.o.d.n. “Het Woonhart”,

statutair gevestigd te Overbetuwe, kantoorhoudende te Herveld, gemeente Overbetuwe,

gedaagde,

advocaat mr. R.G.M. Sleutels te Nijmegen.

De partijen zullen hierna [eis. 181771], [ged.1 181771 / eis. 188712], [ged.2 181711 / eis. 188050] en Hasselbach genoemd worden.

De procedure in de hoofdzaak

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 februari 2010

- het deskundigenbericht d.d. 23 juni 2010

- de conclusies na deskundigenbericht van [eis. 181771], [ged.1 181771 / eis. 188712] en [ged.2 181711 / eis. 188050]

Daarna is vonnis bepaald.

De procedure in de vrijwaringszaken

Het verloop van de procedures blijkt uit de tussenvonnissen van 17 februari 2010.

Daarna is vonnis bepaald.

De (verdere) beoordeling van het geschil

in de hoofdzaak

1. In het laatste tussenvonnis is een schriftkundige benoemd om te beoordelen of de handtekening op de koopovereenkomst ter zake van de woning van [eis. 181771] (genoemd onder r.o. 3.6. van het tussenvonnis van 9 december 2009) afkomstig is van [ged.1 181771 / eis. 188712].

2. In haar rapport van 23 juni 2010 komt de deskundige tot de conclusie “dat de beide betwiste handtekeningen B1 en B2 en de parafen koper ‘HvB’ onder de koopovereenkomst (...) hoogstwaarschijnlijk niet zijn vervaardigd door [ged. 1 18711 / eis. 188712] zelf”.

3. De conclusie van de deskundige is door de partijen onderschreven danwel onvoldoende gemotiveerd betwist. De conclusie is goed gemotiveerd en komt de rechtbank overtuigend voor. Zij neemt deze dan ook als haar oordeel over. [eis. 181771] heeft geen ander bewijs aangeboden, terwijl er geen aanleiding bestaat hem ambtshalve daartoe toe te laten. Aangenomen moet dan ook worden dat de handtekening onder de bedoelde koopovereenkomst niet door [ged.1 181771 / eis. 188712] zelf is gezet, zodat tussen [eis. 181771] en [ged.1 181771 / eis. 188712] geen overeenkomst tot stand is gekomen. In het tussenvonnis van 9 december 2009 is al overwogen dat de vorderingen van [eis. 181771] tegen [ged.1 181771 / eis. 188712] in dat geval moeten worden afgewezen.

4. In laatstgenoemd tussenvonnis is tevens overwogen en beslist dat de door [eis. 181771] gevorderde verklaring voor recht dat de koopovereenkomst tussen [eis. 181771] en [ged.2 181711 / eis. 188050] is ontbonden kan worden toegewezen en dat in beginsel ook de gevorderde boete jegens [ged.2 181711 / eis. 188050] toewijsbaar is.

5. [ged.2 181711 / eis. 188050] heeft een beroep gedaan op matiging van de boete. Uitgangspunt daarbij is de in artikel 6:94 lid 1 BW neergelegde maatstaf dat voor matiging slechts reden kan zijn indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Dit brengt mee dat de rechter pas van zijn bevoegdheid tot matiging gebruik mag maken als toepassing van een boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Daarbij zal niet alleen moeten worden gelet op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, maar ook op de aard van de overeenkomst en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen (HR 27 april 2007, NJ 2007, 262).

6. De contractuele boete dient als prikkel tot nakoming van contractuele verplichtingen. Het gaat in deze zaak om de niet nakoming van een voor de koop wezenlijke verplichting die op [ged.2 181711 / eis. 188050] rustte, namelijk de verplichting tot medewerking aan de levering van de onroerende zaak, zodat de rechtbank in de aard en ernst van de overtreding geen aanleiding ziet voor matiging van de contractuele boete. [ged.2 181711 / eis. 188050] heeft in dat verband nog wel opgeworpen dat Hasselbach, de makelaar van [eis. 181771], ervan op de hoogte was dat [ged.2 181711 / eis. 188050] geen financiering voor de woning zou kunnen verkrijgen, maar dat is, mede gelet op hetgeen daarover in het tussenvonnis van 9 december 2009 al is overwogen, geen reden voor matiging. [ged.2 181711 / eis. 188050] heeft verder aangevoerd dat zij en haar echtgenoot in een echtscheidingsprocedure zijn verwikkeld en te kampen hebben met een aanzienlijke huwelijkse schuldenlast, maar zij haar financiële situatie niet inzichtelijk gemaakt. Dat verweer zal daarom als onvoldoende toegelicht worden gepasseerd. Ook de verhouding tussen de hoogte van de boete en de werkelijk door [eis. 181771] geleden schade geeft geen aanleiding voor matiging. Daarbij speelt mee hetgeen hierna over deze schade nog zal worden overwogen. De conclusie is dat de gevorderde boete zal worden toegewezen. De daarover gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 25 augustus 2008, de datum van verzuim.

7. Bij de beoordeling van de door [eis. 181771] gevorderde schadevergoeding is allereerst van belang dat uit de bewoordingen van artikel 12.3 van de koopovereenkomst (weergegeven onder 3.6 van het vonnis van 9 december 2009) kan worden afgeleid dat in aanvulling op de boete slechts schadevergoeding verschuldigd is indien en voor zover het bedrag van de schade het bedrag van de boete overstijgt. Dat de partijen hebben bedoeld iets anders overeen te komen dan uit de tekst van voormeld artikel volgt, is gesteld noch gebleken.

8. Ter comparitie heeft [eis. 181771] aangevoerd dat zijn werkelijke schade bestaat uit:

a. het verschil tussen de thans gerealiseerde koopprijs (€ 192.000,--) en de met [ged.2 181711 / eis. 188050] overeengekomen prijs (€ 203.000,--), zijnde een bedrag van € 11.000,--;

b. de nota van de makelaar ad € 4.106,69;

c. de kosten wegens extra tijd die hij in de hernieuwde contacten met de makelaar, de hypotheekadviseur en de advocaat heeft moeten steken;

d. de kosten van twee maanden overbruggingskrediet met een omvang van ongeveer € 2.500,--.

9. Als al van de juistheid van de hiervoor vermelde schadeposten zou worden uitgegaan, [ged.2 181711 / eis. 188050] heeft het betwist, dan nog kan er niet van worden uitgegaan dat de werkelijke schade van [eis. 181771] meer heeft bedragen dan de hoogte van de boete (€ 20.250,--). Het ligt immers niet voor de hand om aan te nemen dat de onder 8.c en d bedoelde kosten meer hebben bedragen dan (globaal) € 5.100,--. Dat strookt ook met de verklaring van (de advocaat van) [eis. 181771] tijdens de comparitie, die daarover heeft verklaard dat de schade in totaal waarschijnlijk niet boven de € 20.000,-- komt. De conclusie is dat de gevorderde schadevergoeding en het daarop gevorderde voorschot moeten worden afgewezen.

10. Dat buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt voor de inning van de hiervoor bedoelde boete heeft [ged.2 181711 / eis. 188050] betwist. Het had op de weg van [eis. 181771] gelegen te stellen welke werkzaamheden daartoe zijn verricht en welke kosten daarmee gemoeid zouden zijn geweest waarvoor een proceskostenveroordeling geen vergoeding pleegt in te sluiten. Dat heeft hij niet gedaan, bij gebreke waarvan dit deel van de vordering moet worden afgewezen.

11. Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal [ged.2 181711 / eis. 188050] (een evenredig deel van) de kosten van de procedure tegen [eis. 181771] moeten dragen.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eis. 181771] de kosten van de procedure tegen [ged.1 181771 / eis. 188712] moeten dragen, de kosten van het deskundigenbericht daaronder begrepen, zij het dat [ged.1 181771 / eis. 188712] ter zake daarvan niets van [eis. 181771] te vorderen heeft, omdat deze kosten door [eis. 181771] zijn voorgeschoten.

Met betrekking tot de kosten van de incidenten tot vrijwaring moeten [ged.2 181711 / eis. 188050] en [ged.1 181771 / eis. 188712] als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd, zodat zij in de kosten daarvan zullen worden veroordeeld.

In de beide vrijwaringszaken

12. In de tussenvonnissen van 9 december 2009 en 17 februari 2010 is overwogen en beslist dat de vorderingen van [ged.2 181711 / eis. 188050] en [ged.1 181771 / eis. 188712] tegen Hasselbach in de vrijwaringen, ongeacht de beslissing in de hoofdzaak, moeten worden afgewezen en dat [ged.2 181711 / eis. 188050] en [ged.1 181771 / eis. 188712] de kosten van de vrijwaringen moet dragen tot de in die vonnissen in de rechtsoverwegingen 5.13 respectievelijk 4.7 genoemde bedragen, zij het dat het in rechtsoverweging 5.13 genoemde bedrag aan salaris advocaat ad € 1.737,-- berust op een rekenfout en moet worden gelezen als (2 punten x tarief € 579,-- =) € 1.158,--.

De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak

a. verklaart voor recht dat de koopovereenkomst tussen [eis. 181771] en [ged.2 181711 / eis. 188050] op 25 augustus 2008 is ontbonden,

b. veroordeelt [ged.2 181711 / eis. 188050] tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eis. 181771] te betalen een bedrag van € 20.250,-- (zegge: twintigduizend tweehonderd vijftig euro) wegens contractuele boete, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 25 augustus 2008 tot de dag der algehele voldoening,

c. veroordeelt [ged.2 181711 / eis. 188050] in (een evenredig deel van) de kosten van de procedure, aan de zijde van [eis. 181771] tot op heden begroot op € 723,75 voor salaris van de advocaat en op € 375,49 wegens verschotten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 27 oktober 2010 tot aan de dag der algehele voldoening,

d. veroordeelt [ged.2 181711 / eis. 188050] tevens in de nakosten, aan de zijde van [eis. 181771] bepaald op € 131,-- voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met € 68,-- voor nasalaris advocaat,

e. veroordeelt [eis. 181771] in de kosten van de procedure, aan de zijde van [ged.1 181771 / eis. 188712] tot op heden begroot op € 1.447,50 voor salaris van de advocaat en op € 665,-- wegens vast recht,

f. verklaart de veroordelingen onder b, c en d uitvoerbaar bij voorraad,

g. wijst af het meer of anders gevorderde,

in de incidenten tot vrijwaring

h. veroordeelt [ged.2 181711 / eis. 188050] en [ged.1 181771 / eis. 188712] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van [eis. 181771] begroot op telkens € 579,-- voor salaris van de advocaat,

in de vrijwaring onder rolnummer 09-1386

i. wijst de vordering van [ged.2 181711 / eis. 188050] af,

j. veroordeelt [ged.2 181711 / eis. 188050] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Hasselbach begroot op € 1.158,-- voor salaris van de procureur en op € 665,-- wegens vast recht, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf acht dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening,

k. veroordeelt [ged.2 181711 / eis. 188050] tevens in de nakosten, aan de zijde van Hasselbach bepaald op € 131,-- voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met € 68,-- voor nasalaris advocaat,

in de vrijwaring onder rolnummer 09-1483

l. wijst de vordering van [ged.1 181771 / eis. 188712] af,

m. veroordeelt [ged.1 181771 / eis. 188712] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Hasselbach begroot op € 579,-- voor salaris van de procureur en op € 665,-- wegens vast recht, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf acht dagen na dagtekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening,

n. veroordeelt [ged.1 181771 / eis. 188712] tevens in de nakosten, aan de zijde van Hasselbach bepaald op € 131,-- voor nasalaris advocaat, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met € 68,-- voor nasalaris advocaat,

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2010.

Coll.: ED