Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BO3968

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
03-11-2010
Datum publicatie
15-11-2010
Zaaknummer
198269
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het meest verstrekkende verweer van Arcelormittal is dat Bentstaal geen beroep op de vernietigingsgronden van de artikelen 6: 233 en 234 BW toekomt, omdat zij een “grote wederpartij” is in de zin van artikel 6:235 lid 1 sub a BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2011/7
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 198269 / HA ZA 10-555

Vonnis in incident van 3 november 2010

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ARCELORMITTAL CONSTRUCTION NEDERLAND B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Tiel,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. S.J. van Susante te Arnhem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BENTSTAAL B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te IJsselstein,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. S. Baks te Utrecht.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis in het incident van 28 juli 2010

- de brief met bijlagen van Arcelormittal d.d. 23 augustus 2010

- de akte uitlating producties van Bentstaal.

Daarna is vonnis bepaald in het incident.

De (verdere) beoordeling van het geschil

In het incident

1. In het tussenvonnis is aan Bentstaal de gelegenheid gegeven alsnog te reageren op de bij antwoordakte in het incident door Arcelormittal gevoerde verweren en de in verband daarmee overgelegde producties. Daarbij is aan Arcelormittal verzocht de originelen van het door haar in de jaren 2007 t/m 2009 gebruikte standaardbriefpapier waarop de facturen werden afgedrukt (en waarop volgens Arcelormittal op de achterzijde de algemene voorwaarden waren weergegeven) aan Bentstaal te verstrekken.

2. Het meest verstrekkende verweer van Arcelormittal is dat Bentstaal geen beroep op de vernietigingsgronden van de artikelen 6: 233 en 234 BW toekomt, omdat zij een “grote wederpartij” is in de zin van artikel 6:235 lid 1 sub a BW, omdat zij over de jaren 2008 en 2009 haar volledige jaarrekeningen heeft gepubliceerd. Bentstaal heeft dat laatste niet betwist, maar zij heeft betwist dat op haar de verplichting rust haar volledige jaarrekeningen openbaar te maken, omdat zij geen “grote wederpartij” is. Bij haar zijn, zo stelt zij, minder dan 50 werknemers werkzaam.

3. In de wetsgeschiedenis van het huidige artikel 6:235 lid 1 sub a BW (Parl. Gesch., InvW 6, p. 1631 en 1644) staat:

“Het criterium onder a (het criterium van art. 6:235 lid 1 onder a BW; de rechtbank) verwijst naar de artikelen 360 e.v. van boek 2, met name de artikelen 396 en 403. Als ‘grote’ wederpartijen worden aangemerkt naamloze vennootschappen, besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, coöperatieve verenigingen en onderlinge waarborgmaatschappijen, die hun gehele jaarrekening moeten publiceren, dus niet kunnen volstaan met een beperkte balans als bedoeld in artikel 396 lid 7; men zie de criteria in lid 1 van dat artikel alsmede artikel 398.

Teneinde bewijsproblemen te voorkomen wordt overigens niet de verplichting tot het openbaar maken van een jaarrekening, doch het daadwerkelijk publiceren ervan, als criterium voorgesteld; dit is gemakkelijk in het Handelsregister na te gaan.

(...)

Het amendement moet naar het ons voorkomt aldus worden begrepen, dat alleen rechtspersonen van wie een jaarrekening is openbaar gemaakt, onder de uitzondering, bedoeld in art. 2c lid 1 onder a ( art. 6:235 lid 1 onder a BW; de rechtbank) vallen; is geen jaarrekening openbaar gemaakt dan biedt lid 1 onder b het criterium, en zulks ongeacht of het gaat om rechtspersonen die publikatieplichtig zijn of niet. Dit strookt niet alleen met de tekst van het amendement (...) doch ook met de toelichting alwaar naar aanleiding van de bepaling onder a wordt opgemerkt: ‘Ten einde bewijsproblemen te voorkomen wordt overigens niet de verplichting tot het openbaar maken van een jaarrekening, doch het daadwerkelijk publiceren ervan, als criterium voorgesteld; dit is gemakkelijk in het Handelsregister na te gaan’ alsook: ‘met het woord ‘laatstelijk’ wordt gedoeld op de laatste openbaar gemaakte jaarstukken’. Vervolgens wordt over de bepaling onder b gezegd dat zij mede ziet op ’rechtspersonen bedoeld in artikel 360 Boek 2, die niet aan het onder a geformuleerde criterium voldoen’, waarvan als voorbeeld wordt gegeven(...). Het ligt voor de hand dat de bepaling onder b mede geldt voor ‘grote’ rechtspersonen die om een andere reden niet tot publikatie van een jaarrekening zijn overgegaan”.

4. Hoewel de wetgever met artikel 6:235 lid 1 sub a BW met name het oog lijkt te hebben gehad op grote wederpartijen op wie de plicht rust hun gehele jaarrekening te publiceren, heeft zij er ter voorkoming van bewijsproblemen voor gekozen om het daadwerkelijk publiceren van de jaarrekening als criterium te kiezen. Aldus is artikel 6:235 lid 1 sub a BW ook komen te luiden. Hieruit en uit de rechtspraak (Gerechtshof Arnhem 16 januari 2001, NJ 2002, 63 en 15 februari 2005, NJF 2005, 352) volgt dat voor de toepassing van dit artikel bepalend is of de jaarrekening daadwerkelijk gepubliceerd is en niet of er een verplichting is tot het openbaar maken van de jaarrekening.

5. Bentstaal heeft weliswaar aangevoerd dat zij geen ‘grote wederpartij’ is, maar zij gaat niet in op en betwist daarmee niet, de (met producties gestaafde) stelling van Arcelormittal dat Bentstaal haar volledige jaarrekening over 2008 en 2009 daadwerkelijk heeft openbaar gemaakt, zodat daarvan als onweersproken moet worden uitgegaan. Gelet op hetgeen hiervoor met betrekking tot art. 6:235 lid 1 onder a BW is overwogen, komt Bentstaal daarom geen beroep op de vernietigingsgronden van art. 6:233 onder a en b BW toe. Het verweer van Bentstaal, dat de toepasselijke algemene voorwaarden van Arcelormittal haar voor of bij het sluiten van de overeenkomst niet ter hand zijn gesteld en dat het daarin neergelegde forumkeuzebeding vernietigbaar is, gaat reeds daarom niet op.

6. De slotsom is dat op de tussen de partijen gesloten overeenkomst de algemene voorwaarden van Arcelormittal van toepassing zijn en dat tussen hen een (geldig) forumkeuzebeding tot stand is gekomen. De exceptie van onbevoegdheid is dus ten onrechte opgeworpen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal Bentstaal de proceskosten van het incident moeten dragen.

In de hoofdzaak

7. Aangezien Bentstaal in de hoofdzaak nog geen conclusie van antwoord heeft genomen zal de zaak daartoe weer naar de rol worden verwezen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

De rechtbank

in het incident

verwerpt het beroep op onbevoegdheid,

veroordeelt Bentstaal in de kosten van het incident, aan de zijde van Arcelormittal tot op heden begroot op EUR 579,-- voor salaris van de advocaat,

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van 1 december 2010 voor conclusie van antwoord,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.P. Giesen en in het openbaar uitgesproken op 3 november 2010.

Coll.: ED