Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BO2567

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
02-11-2010
Datum publicatie
02-11-2010
Zaaknummer
205713
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vaststelling van een voorlopige zorgregeling en voorlopige kinder- en partneralimentatie, dit in afwachting van de uitkomst van mediation.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector Familie en Jeugd

Zaakgegevens: [nummer]

Datum uitspraak: 2 november 2010

beschikking voorlopige voorzieningen

in de zaak van

[de vrouw] (nader te noemen: de vrouw),

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

advocaat mr. A.M.B. Leerkotte te Utrecht,

tegen

[de man] (nader te noemen: de man),

wonende te [woonplaats],

advocaat mr. M. Wolkenfelt te Arnhem.

Gezien de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, ingekomen op 17 september 2010;

- een brief (met bijlagen) namens de vrouw, ingekomen op 14 oktober 2010;

- een faxbericht (met bijlagen) namens de man, ingekomen op 18 oktober 2010;

- het ter zitting overgelegde verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek / pleitaantekeningen.

Gehoord ter terechtzitting met gesloten deuren van 19 oktober 2010 de beide partijen,

bijgestaan door hun advocaten voornoemd.

Overwegende

De vrouw verzoekt de rechtbank de beide minderjarige kinderen van partijen aan haar toe te vertrouwen en te bepalen dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen aan haar dient te voldoen een bedrag van € [xx] per kind per maand. Verder verzoekt zij te bepalen dat zij bij uitsluiting gerechtigd is tot het gebruik van de echtelijke woning en dat de man met ingang van 1 november 2010 een bijdrage in de kosten van haar levenonderhoud dient te voldoen van € [xx] per maand en over de maand oktober 2010 een bedrag van € [xx]. Tot slot verzoekt zij te bepalen dat aan haar en de kinderen de goederen die strekken tot hun dagelijks gebruik ter beschikking worden gesteld, te weten een auto van het merk Chrysler, kleur wit, bouwjaar 2005.

De man heeft tegen de verzoeken van de vrouw verweer gevoerd. Primair stelt hij dat de vrouw niet-ontvankelijk is, omdat partijen op 8 oktober 2010 in onderling overleg de nodige (voorlopige) voorzieningen hebben getroffen, welke zijn neergelegd in een overeenkomst van diezelfde datum. De vrouw heeft naar de mening van de man daarom geen belang bij (een inhoudelijke behandeling van) haar verzoeken.

De vrouw erkent dat partijen op 8 oktober 2010 een overeenkomst hebben gesloten. Zij stelt echter dat zij deze overeenkomst onder druk van de man heeft ondertekend en dat deze daarom dient te worden vernietigd.

Naar het oordeel van de rechtbank staat de overeenkomst van 8 oktober 2010 niet in de weg aan het geven van voorlopige voorzieningen, nu deze overeenkomst blijkens de inhoud daarvan uitsluitend gericht is op de gevolgen van de voorgenomen echtscheiding. Het beroep van de vrouw op een vernietingsgrond kan eerst aan de orde komen in de hoofdprocedure en zij heeft er op zichzelf belang bij dat voor de duur van die procedure voorlopige voorzieningen getroffen worden. De vrouw is dan ook ontvankelijk in haar verzoek.

Ter zitting heeft de vrouw haar verzoek met betrekking tot het recht van het uitsluitende gebruik van de echtelijke woning ingetrokken, zodat daarop niet meer hoeft te worden beslist.

In het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, verzoekt de man de rechtbank de (overige) door de vrouw verzochte voorlopige voorzieningen af te wijzen en een regeling vast te stellen ter verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, waarbij de kinderen van partijen vier dagen per week bij de vrouw verblijven en drie dagen per week bij de man. De man heeft daartoe, samengevat, het volgende aangevoerd.

Wat betreft de toevertrouwing van de kinderen verwijst de man onder meer naar hetgeen partijen daaromtrent zijn overeengekomen in de overeenkomst van 8 oktober 2010. Hij acht het van belang dat partijen de zorg voor de kinderen delen.

Ten aanzien van de partneralimentatie betwist de man dat de vrouw behoeftig is. Van haar kan worden verlangd dat zij in ieder geval voor een aanzienlijk deel in haar eigen levensonderhoud voorziet. De vrouw is jong en heeft verschillende werkzaamheden verricht. Voorts heeft de vrouw, zo stelt de man, niet deugdelijk onderbouwd dat zij behoefte heeft aan een bijdrage van € [xx] per maand. Verder is er geen basis voor een eenmalige bijdrage van € [xx] en bestaat geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt dat een voorziening ingaat op de datum van de beschikking. Tot slot stelt de man dat hij geen draagkracht heeft voor betaling van de gevraagde bijdrage.

Ten aanzien van de kinderalimentatie is de man van mening dat de behoefte van de kinderen lager ligt dan de door de vrouw verzochte kinderalimentatie. Op grond van het door hem gestelde netto besteedbare gezinsinkomen bedraagt de behoefte van de kinderen

€ [xx] per maand. Hij biedt aan dit bedrag aan de vrouw te betalen.

Ter zake het beschikbaar stellen van een auto heeft de man erop gewezen dat de vrouw een eigen auto, een Jeep Cherokee, heeft. Bovendien is de grondslag voor het ter beschikking stellen van een eigendom van de man aan de vrouw onduidelijk. Het betreft immers geen goed strekkende tot dagelijks gebruik in de zin van art. 822 Rv.

De vrouw heeft ter zitting verweer gevoerd tegen de stellingen van de man en het door hem ingediende zelfstandig verzoek.

De toevertrouwing van de kinderen en de zorgregeling

Uit het huwelijk van partijen zijn geboren [minderjarige 1] (3 jaar oud) en [minderjarige 2] (1 jaar oud). De kinderen wonen op dit moment bij de vrouw.

Ter zitting hebben partijen aangegeven dat zij willen trachten om onder begeleiding van een mediator afspraken te maken over de (verdeling van de zorg voor de) kinderen. Met het oog hierop zal de rechtbank de beslissing over de toevertrouwing van de kinderen en over de regeling ter verdeling van de zorg- en opvoedingstaken (hierna: de zorgregeling) pro forma aanhouden tot 1 januari 2011, dit in afwachting van het nader bericht van partijen omtrent de uitkomst van de mediation.

Wel zal de rechtbank voor de duur van deze voorlopige voorzieningenprocedure, dat wil zeggen totdat op de verzoeken van partijen een eindbeslissing zal zijn gegeven, een voorlopige zorgregeling vaststellen. De man heeft hierom verzocht en de vrouw heeft daarmee ingestemd.

Partijen zijn het er blijkens het verhandelde ter zitting over eens dat de kinderen een weekend per veertien dagen van vrijdag tot zondag 17.00 uur bij de man zullen verblijven. Over het aanvangsuur op de vrijdag bestaat verschil van mening. De man wenst dat de kinderen vanaf 12.00 uur bij hem zullen verblijven, terwijl de vrouw opteert voor 17.00 uur.

Verder zijn partijen het er op zichzelf over eens dat de man ook doordeweeks, en wel in de week waarin de kinderen niet in het weekend bij hem verblijven, een deel van de zorg voor de kinderen op zich zal nemen. De vrouw kan instemmen met een dag, bijvoorbeeld de woensdag. De man wenst dat de kinderen een nacht bij hem blijven slapen. Hij stelt voor dat hij de zorg van dinsdag tot woensdagmiddag op zich neemt.

De rechtbank zal de na te noemen voorlopige zorgregeling vaststellen. Niet is gebleken dat het zwaarwegende belang van de kinderen aan deze voorlopige invulling van de zorg- en opvoedingstaken van de man in de weg staat.

De kinder- en partneralimentatie

Ter zitting hebben partijen te kennen gegeven dat zij willen trachten om ook over hun geschil met betrekking tot de alimentatie in een mediationtraject alsnog overeenstemming te bereiken. Met het oog hierop zal de rechtbank de beslissing op de alimentatieverzoeken van de vrouw pro forma aanhouden tot 1 januari 2011, dit in afwachting van het nader bericht van partijen omtrent de uitkomst van de mediation.

Wel zal de rechtbank voor de duur van deze voorlopige voorzieningenprocedure, dat wil zeggen totdat op de alimentatieverzoeken van de vrouw een definitieve beslissing zal zijn gegeven, door de man voorlopig te betalen bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen en in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw vaststellen. De vrouw heeft hierom verzocht en de man heeft daarmee, onverminderd zijn verweer tegen deze verzoeken, op zichzelf ingestemd.

Dat er bij de vrouw behoefte aan een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen bestaat, is tussen partijen niet in geschil. Wel in geschil is de hoogte van de behoefte van de kinderen.

Voor de beoordeling van die behoefte zoekt de rechtbank aansluiting bij het rapport alimentatienormen, tabel “eigen aandeel kosten van kinderen”.

Bepalend voor de behoefte van de kinderen is het huidige netto besteedbaar gezinsinkomen van partijen en de leeftijd van de kinderen.

Op grond van hetgeen hierna wordt overwogen ten aanzien van de partneralimentatie stelt de rechtbank op basis van de thans voorhanden zijnde gegevens vooralsnog het netto gezinsinkomen op € [xx] per maand. Er is sprake van 12 kinderbijslagpunten. Dit leidt

vooralsnog tot een behoefte van de kinderen van afgerond € [xx] per maand, ofwel € [xx] per kind per maand.

Met betrekking tot de draagkracht van de man overweegt de rechtbank vervolgens als

volgt.

Door de man zijn daags voor de behandeling een groot aantal financiële stukken in het geding gebracht. De vrouw heeft daarop niet op adequate wijze kunnen reageren. Zij zal hiertoe, ingeval partijen in het mediationtraject niet tot overeenstemming mochten komen, alsnog in de gelegenheid worden gesteld.

De man heeft aangegeven dat het niet goed gaat met zijn ondernemingen en dat partijen feitelijk leefden (en dat hij ook nu nog leeft) van ter beschikking gestelde vermogensbestanddelen (huurinkomsten) en/of van de cash flow binnen de ondernemingen. Aansluitende bij het fiscaal rapport 2008, waarin een bedrag aan inkomsten is vermeld van

€ [xx] per jaar, stelt de man dat bij de berekening van zijn draagkracht uitgegaan kan worden van een inkomen van circa € [xx] netto per jaar.

In de huidige stand van de procedure zal de rechtbank vooralsnog uitgaan van het door de man gestelde netto jaarinkomen van € [xx]. De man heeft aan lasten opgegeven een huur van € [xx] per maand en een gebruikelijk bedrag aan premie ziektekostenverzekering. Dit bedrag stelt de rechtbank bij gebreke van ter zake relevante stukken vooralsnog op

€ [xx] per maand. Verder gaat de rechtbank bij de voorlopige beoordeling van de draagkracht van de man uit van de alleenstaandennorm. Voorts zal ter zake de kinderalimentatie worden gerekend met 70% van de draagkrachtruimte en ter zake de partneralimentatie met 60% van de draagkrachtruimte.

Op grond van de voorgaande, vooralsnog te hanteren uitgangspunten, concludeert de rechtbank dat de man voldoende draagkracht heeft om een voorlopige bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen te voldoen van € [xx] per kind per maand en een voorlopige bijdrage in de kosten van het levensonderhoud van de vrouw van

€ [xx] per maand. Niet in geschil is dat de vrouw geen inkomen heeft, zodat zij thans aan een zodanige bijdrage, [….], behoefte heeft. Voorts wordt in het kader van deze voorlopige voorzieningenprocedure uitgegaan van de actuele situatie en daarmee van [….]

De rechtbank zal de voornoemde onderhoudsbijdragen als na te melden vaststellen.

Het ter beschikking stellen van een auto

Ter zitting is gebleken dat de auto waarvan de vrouw afgifte verzoekt thans voor reparatie bij een garagebedrijf staat. De man heeft ter zitting meegedeeld dat hij de betreffende auto aan de vrouw ter hand zal stellen, zodra de garage laat weten dat de auto gereed is. Hij heeft alsnog ingestemd met toewijzing van het verzoek van de vrouw.

De beslissing

De rechtbank

beveelt de man aan de vrouw ter beschikking te stellen de auto van het merk Chrysler, kleur wit, bouwjaar 2005, zulks zodra het garagebedrijf laat weten dat de auto gereed is;

bepaalt dat de man voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen:

- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], en

- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

voor de duur van deze voorlopige voorzieningenprocedure, dat wil zeggen totdat op het verzoek van de vrouw om kinderalimentatie een eindbeslissing zal zijn gegeven, zal betalen € [xx] per kind per maand, zulks bij vooruitbetaling te voldoen aan de vrouw, en wel met ingang van heden;

stelt voor de duur van deze voorlopige voorzieningenprocedure, dat wil zeggen totdat op het verzoek van de man om vaststelling van een zorgregeling een eindbeslissing zal zijn gegeven, een zorgregeling vast die inhoudt dat de bovengenoemde minderjarigen bij de man zullen verblijven:

- een weekend per veertien dagen van vrijdag 12.00 uur tot zondag uur 17.00 uur, alsmede

- eenmaal per veertien dagen, in de tussenliggende week, van dinsdag 12.00 uur tot

woensdag 17.00 uur;

bepaalt dat de man aan de vrouw voor haar levensonderhoud zal betalen € [xx] per maand, dit voor de duur van deze voorlopige voorzieningenprocedure, dat wil zeggen totdat op het verzoek van de vrouw om partneralimentatie een eindbeslissing zal zijn gegeven, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en wel met ingang van heden;

5. houdt de definitieve beslissing met betrekking tot de toevertrouwing

van de bovengenoemde minderjarigen, de zorgregeling en de kinder- en partneralimentatie pro forma aan tot 1 januari 2011, dit in afwachting van het nader schriftelijk bericht van partijen met betrekking tot de uitkomst van de mediation en de gewenste wijze van voortzetting van de procedure;

6. houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. K.A.M. van Hoof, rechter, in tegenwoordigheid van D.H. Wubbels als griffier en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2010. Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof te Arnhem.