Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BO2071

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
22-10-2010
Datum publicatie
28-10-2010
Zaaknummer
707233
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Klachtzaak. Bij hoge uitzondering heeft de kantonrechter de bewindvoerder toegestaan om de betalingen van de rechthebbende via de derdenrekening te laten lopen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Geachte mevrouw [naam rechthebbende],

In deze brief geef ik mijn beoordeling van de zes door u ingediend klachten jegens de [uw bewindvoerder] (hierna: [uw bewindvoerder]) over haar handelen als bewindvoerder.

Uw klachtenbrief, gedateerd 12 augustus 2010, is op de rechtbank Arnhem, sector kanton op 3 september 2010 ontvangen. [uw bewindvoerder] heeft bij brief van 23 september 2010 op de door u ingediende klachten gereageerd.

Op 18 oktober 2010 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden waarbij de klachten nader zijn besproken.

Allereerst merk ik op dat de [uw bewindvoerder] op 1 juni 2007 is benoemd als bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan mevrouw [naam rechthebbende].

Klacht 1 betreft de klacht dat [uw bewindvoerder] zonder overleg met u een andere zorgverzekering heeft afgesloten bij Friesland. [uw bewindvoerder] heeft gesteld dat de overstap naar Friesland het voordeel biedt dat Friesland de declaraties sneller uitkeert. [uw bewindvoerder] heeft naar al haar cliënten een algemeen schrijven gestuurd. De polis van Friesland heeft [uw bewindvoerder] eind 2009 naar u gestuurd. Dit betwist u ook niet. Later bleek echter dat u zich op 29 december 2009 weer heeft laten ingeschreven bij VGZ, aangezien u niet begreep waarom u bij VGZ was uitgeschreven.

Het valt [uw bewindvoerder] aan te rekenen dat zij niet duidelijk naar u heeft gecommuniceerd waarom zij de overstap van zorgverzekeraar VGZ naar zorgverzekeraar Friesland wenste te maken. Ook heeft [uw bewindvoerder] niet van te voren persoonlijk met u overlegd of u het met deze overstap eens was. De klacht zal derhalve gegrond worden verklaard.

Klacht 2 betreft de klacht dat [uw bewindvoerder] de bewindvoerderskosten niet terug heeft gevorderd van de gemeente. [uw bewindvoerder] heeft gesteld dat u op dit moment nog een eigen vermogen heeft van over de € 6.000,-. Dit bedrag is enigszins geflatteerd, aangezien u nog geld (terug) moet betalen aan de Belastingdienst voor Kindgebonden Budget en huurtoeslag. [uw bewindvoerder] heeft aangegeven dat zij, wanneer u onder de € 5.000,- aan eigen vermogen komt, een verzoek bij de gemeente (met terugwerkende kracht) zal indienen om de bewindvoerderskosten vergoed te krijgen.

Deze klacht zal ongegrond worden verklaard omdat het op dit moment geen zin heeft om bijzondere bijstand voor de bewindvoerderskosten te vragen, aangezien u teveel eigen vermogen heeft.

Klacht 3, 4 en 5 betreffen klachten over de overstap van weekgeld naar maandgeld, geen overzicht van de maandelijkse uitgaven, onregelmatig uitkeren van huishoudgeld en extra geld en slechte communicatie.

Een gedeelte van deze klachten hangen samen met het plotseling opheffen van de beheersrekeningen door [bedrijf X]. [uw bewindvoerder] werd hierdoor voor een voldongen feit geplaatst en moest op zoek naar een andere bank. [uw bewindvoerder] heeft hierover contact gehad met [namen andere banken]. De banken hebben [uw bewindvoerder] bericht dat zij mensen die in de WSNP zitten geen eigen rekeningnummer geven wegens de door De Nederlandse Bank gestelde eisen. Hierdoor is het niet mogelijk om voor u een rekeningnummer bij een bank te openen. [uw bewindvoerder] heeft uiteindelijk toch besloten om al haar cliënten bij ING onder te brengen, aangezien er geen andere oplossing was. Samen met ING heeft [uw bewindvoerder] naar een oplossing gezocht voor de ontstane situatie. Dit heeft geleid dat [uw bewindvoerder] zelf twee aparte rekeningen – een derdenrekening (voorschotrekening) en een zakelijke rekening – heeft geopend. De betalingen die [uw bewindvoerder] voor u verricht lopen nu via haar derdenrekening. Voor elke door [uw bewindvoerder] voor u verrichte betaling wordt door [uw bewindvoerder] een aparte factuur opgesteld.

De kantonrechter is van oordeel dat de gevonden oplossing eigenlijk niet wenselijk is, maar dat [uw bewindvoerder] door het standpunt die de banken innemen geen andere keuze heeft. Dat [uw bewindvoerder] hierdoor veel werk heeft moeten verzetten staat wel vast en ook dat het nog enige tijd heeft geduurd voordat [uw bewindvoerder] de beschikking over internetbankieren had. [uw bewindvoerder] heeft gedurende lange tijd de betalingen handmatig moeten verrichten en verwerken. Hierdoor zijn de door u aangehaalde problemen – overstap van weekgeld naar maandgeld, onregelmatig uitkeren van huishoudgeld en extra geld en geen overzicht van de maandelijkse uitgaven – ontstaan. Dit valt [uw bewindvoerder], gelet op het voorgaande, niet te verwijten. Wel had [uw bewindvoerder] duidelijk naar u en uw begeleidsters van Stichting Dichterbij over de ontstane situatie moeten communiceren. Dit heeft [uw bewindvoerder] in de afgelopen periode onvoldoende gedaan en dit valt haar derhalve aan te rekenen. De klacht wordt, gelet op het voorgaande, deels gegrond verklaard voor zover het de communicatie betreft.

Klacht 6 afgelopen maand heeft u twee weken moeten wachten op het maandgeld. Deze klacht houdt nauw verband met de hierboven onder 3, 4 en 5 vermelde klachten. [uw bewindvoerder] heeft van te voren aangekondigd dat mevrouw [A] op vakantie zou zijn. Uit de verklaringen van partijen tijdens de mondelinge behandeling komt naar voren dat u twee dagen voor het vertrek van mevrouw [A] gemeld heeft dat u uw weekgeld nog niet had ontvangen. Uw begeleiders hebben samen met u op 4 augustus 2010 een e-mailbericht naar mevrouw [A] gestuurd. Uit het mailverkeer blijkt dat mevrouw [A] op 7 augustus 2010 het e-mailbericht heeft gelezen, maar pas op 9 augustus 2010 een reactie naar uw begeleidsters van Stichting Dichterbij heeft gestuurd. Dat u langer op uw maandgeld heeft moeten wachten kan, gelet op het bij klacht 3, 4 en 5 bepaalde, niet aan [uw bewindvoerder] worden toegerekend. Het valt [uw bewindvoerder] wel aan te rekenen dat zij, na het lezen van het e-mailbericht van 4 augustus 2010, u niet op 7 augustus 2010 heeft bericht dat zij bezig was om de problemen voor u op te lossen. Daarbij komt dat u, ondanks uw telefoontjes en e-mailberichten, niet rechtstreeks door [uw bewindvoerder] in kennis bent gesteld van de problematiek, maar dat [uw bewindvoerder] alleen uw begeleiders heeft geïnformeerd. De klacht wordt derhalve gegrond verklaard.

Gelet op de aard van de gegrond verklaarde klachten, acht ik het niet nodig om een maatregel te treffen. De bewindvoerder zal op het eerstvolgende accountgesprek worden gevraagd welke interne maatregelen zij heeft genomen om de communicatie met de rechthebbende te verbeteren.

Ter informatie heb ik een kopie van deze brief gezonden aan [uw bewindvoerder].

Deze brief kunt u beschouwen als een beschikking waartegen u – evenals [uw bewindvoerder] – binnen 3 maanden na heden door een advocaat hoger beroep kunt laten instellen bij het Gerechtshof in Arnhem (artikel 261 lid 1 Rv jo artikel 358 Rv jo artikel 1:445 lid 1 BW).

Naar ik vertrouw, heb ik u hiermee voldoende geïnformeerd.

Hoogachtend,

mr. P.A. Huidekoper

kantonrechter