Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BO2067

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-10-2010
Datum publicatie
28-10-2010
Zaaknummer
709552 az verz 10-7282
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beslag op huurtoeslag door verhuurder. Toepassing van art. 475f Rv.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 475f
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JHV 2011/15 met annotatie van Mr. Theo Gardenbroek
NJF 2010/458

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie [Arnhem]]

zaakgegevens 709552 \ AZ VERZ 10-7282 \ BE \ 390 \ eh

uitspraak van 20 oktober 2010

beschikking

in de zaak van

[verzoekende partij]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

gemachtigde [naam gemachtigde]

en

de stichting Stichting Portaal

gevestigd te Baarn

verwerende partij

gemachtigde mr. L.M. Jongerius

Partijen worden hierna [verzoekende partij] en Portaal genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 15 september 2010

- het verweerschrift van 12 oktober 2010

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van het verzoek op 12 oktober 2010.

2. De feiten

2.1 [verzoekende partij] en haar partner hebben gezamenlijk een bijstandsuitkering ter hoogte van

€ 1.239,15 per maand. Het vakantiegeld bedraagt (per saldo) € 65,22 per maand. Zij huren een woning. De huurprijs bedraagt € 545,15 per maand. [verzoekende partij] en haar partner ontvangen van de Belastingdienst een huurtoeslag van € 274,00 per maand, alsmede een zorgtoeslag van € 121,00 per maand.

2.2 De beslagvrije voet van [verzoekende partij] en haar partner bedraagt per 1 juli 2010 € 1.287,50.

2.3 Bij vonnis van 22 maart 2010 van de kantonrechter te Arnhem zijn [verzoekende partij] en haar partner veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur. Krachtens dit vonnis heeft Jongerius Gerechtsdeurwaarders te Amersfoort onder de Belastingdienst beslag gelegd op de huurtoeslag die [verzoekende partij] en haar partner maandelijks ontvangen.

3. Het verzoek en het verweer

3.1 [verzoekende partij] verzoekt de kantonrechter om te beslissen dat:

- bij het beslag op de huurtoeslag de (regels betreffende de – zo begrijpt de kantonrechter) beslagvrije voet toegepast moet worden;

- dat dit betekent dat van de huurtoeslag niet € 270,00 (de kantonrechter begrijpt dat bedoeld wordt € 274,00) maar € 0,00 onder het beslag valt;

- dat dit in moet gaan vanaf de datum dat er beslag is gelegd, namelijk 24 juni 2010.

3.2 [verzoekende partij] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat zij door het beslag op de huurtoeslag maandelijks ver onder de beslagvrije voet uitkomt, waardoor [verzoekende partij] en haar gezin niet meer kunnen voorzien in hun minimale levensbehoefte.

[verzoekende partij] stelt zich op het standpunt dat de beslagvrije voet op grond van artikel 475 f Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) op het beslag op de huurtoeslag van toepassing is. Haars inziens is voldaan aan de voorwaarden zoals vermeld in dat artikel.

3.2 Portaal heeft verweer gevoerd tegen het verzoek. Zij stelt zich op het standpunt dat er ter zake het beslag op de huurtoeslag geen beslagverbod geldt. Portaal is voorts van mening dat in dit geval de beslagvrije voet niet van toepassing is. Portaal merkt daarbij op dat door het beslag op de huurtoeslag de beslagvrije voet van [verzoekende partij] wordt verhoogd. Op hetgeen partijen overigens over en weer hebben aangevoerd, zal hierna voor

zover nodig worden teruggekomen.

4. De beoordeling

4.1 Tenzij de wet of een overeenkomst anders bepaalt, kan een schuldeiser zijn

vordering op alle goederen van zijn schuldenaar verhalen (artikel 3:276 Burgerlijk Wetboek). In een aantal gevallen heeft de wet een uitzondering gemaakt, zoals in artikel 45 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). Deze bepaling houdt in dat – ondermeer – een tegemoetkoming in de kosten van huur, te weten de huurtoeslag, niet vatbaar is voor beslag, tenzij het – kort gezegd – gaat om verzekering of verhaal van een vordering die ontstaan is uit de verhuur. In dit geval heeft Portaal in beginsel terecht beslag op de huurtoeslag kunnen leggen (zie r.o. 2.3.)

4.2 Relevant voor het onderhavige verzoek zijn de bepalingen van artikel 475 b e.v.

Rv, waarin een beslagvrije voet wordt voorgeschreven voor beslag op periodieke betaling voor onder meer loon en uitkeringen op grond van sociale zekerheidswetten. De gedachte achter deze beslagvrije voet is dat voorkomen moet worden dat een schuldenaar/debiteur wegens beslag op zijn inkomen een beroep op de bijstand zou moeten doen. Met de beslagvrije voet blijft de schuldenaar/debiteur in staat om de lopende kosten van het bestaan te betalen.

De hoogte van de beslagvrije voet wordt berekend aan de hand van artikel 475 d Rv. Uitgangspunt is – kort gezegd – 90% van de bijstandsnorm. Op grond van lid 5 onder b. van genoemd wetsartikel wordt de beslagvrije voet onder meer verhoogd met de voor rekening van de schuldenaar komende woonkosten, verminderd met de ontvangen huurtoeslag of woonkostentoeslag, voor zover de woonkosten na deze vermindering meer bedragen dan – kort gezegd – de normhuur (met dien verstande dat aan de verhoging een maximum is gesteld van de maximale huurtoeslag).

4.3 In het onderhavige geval gaat het om beslag op de huurtoeslag. Deze vordering tot

periodieke betaling is niet omschreven in artikel 475 c Rv. [verzoekende partij] verzoekt de kantonrechter om op grond van artikel 475 f Rv de beslagvrije voet op deze vordering (tot betaling van de huurtoeslag) van toepassing te verklaren. De kantonrechter kan daartoe overgaan indien sprake is van een vordering tot weerkerende betalingen en de schuldenaar ([verzoekende partij]) onvoldoende andere middelen van bestaan heeft.

Naar het oordeel van de kantonrechter is aan deze voorwaarden voldaan. De huurtoeslag is aan te merken als een vordering tot weerkerende betaling en voorts heeft [verzoekende partij] aannemelijk gemaakt dat zij onvoldoende andere middelen van bestaan heeft. Ter zitting heeft [verzoekende partij] namelijk aangevoerd en met stukken onderbouwd dat voor haar en haar partner een beslagvrije voet van € 1.287,50 geldt. Daarbij is rekening gehouden met de huurtoeslag van

€ 274,00. Nu deze huurtoeslag door de beslaglegging niet daadwerkelijk door [verzoekende partij] wordt ontvangen mag bij de berekening van de beslagvrije voet de verhoging met de woonkosten niet worden verminderd met die toeslag. In dit geval moet de genoemde beslagvrije voet worden verhoogd zodat deze thans € 1.561,50 bedraagt. Deze beslagvrije voet dient te worden vergeleken met de bijstandsuitkering inclusief vakantiegeld omdat bij het bepalen van de beslagvrije voet ook wordt uitgegaan van de voor [verzoekende partij] gelden bijstandsnorm inclusief vakantiegeld. Ten onrechte heeft [verzoekende partij] daarom geen rekening gehouden met het vakantiegeld. Haar maandelijkse inkomen inclusief vakantiegeld bedraagt € 1.304,37. Dit neemt niet weg dat haar besteedbaar inkomen door het beslag op de huurtoeslag ruim onder (het verschil is € 257,13) de beslagvrije voet uitkomt. De kantonrechter zal het verzoek daarom toewijzen als hierna te melden. Een ander oordeel zou er immers toe leiden dat door het beslag op de huurtoeslag nieuwe (huur)schulden ontstaan, hetgeen niet de bedoeling van de wetgever kan zijn geweest en hetgeen in elk geval in strijd is met de gedachte achter de beslagvrije voet. Naar het oordeel van de kantonrechter dient de huurtoeslag daarom in dit geval te worden aangewend voor de lopende (huur)verplichtingen.

4.4 Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, zal de kantonrechter op de voet van art. 475f Rv verklaren dat bij het beslag op de huurtoeslag de regels omtrent de beslagvrije voet moeten worden toegepast. Uitgaande van de opnieuw berekende beslagvrije voet betekent dit – uitgaande van het huidige inkomen en de huidige huurlasten en premiezorgverzekering – dat van de huurtoeslag € 16,87 (€ 274,00 - € 257,13) onder het beslag valt. Ten overvloede zij opgemerkt dat verdedigd kan worden dat dan een deel van de huurtoeslag wel wordt ontvangen waardoor de beslagvrije voet navenant zal dalen, maar omdat het vrij te laten inkomen dan met hetzelfde bedrag daalt leidt dat per saldo niet tot een andere uitkomst.

4.5 [verzoekende partij] heeft voorts verzocht om het verzoek met terugwerkende kracht toe te wijzen.

Dit verzoek zal worden afgewezen. Als uitgangspunt geldt dat de huurtoeslag waar [verzoekende partij] recht op heeft vatbaar is voor beslag. De kantonrechter kan worden verzocht op de huurtoeslag de regels van beslagvrije voet van toepassing te verklaren. In dat geval is er geen aanleiding om dit met terugwerkende kracht te doen. In zoverre zal het verzoek van [verzoekende partij] worden afgewezen.

4.6 Portaal zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld.

5. De beslissing

De kantonrechter,

5.1 verklaart dat bij het beslag op de huurtoeslag van [verzoekende partij] de (regels betreffende de) beslagvrije voet toegepast moet(en) worden, zodat van de huurtoeslag niet € 274,00 maar € 16,87 onder het beslag valt;

5.2 veroordeelt Portaal in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [verzoekende partij]

begroot op € 111,00 aan vastrecht en € 200,00 aan salaris voor de gemachtigde;

5.3 wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. B.J. Engberts en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2010.