Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2010:BO0492

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-10-2010
Datum publicatie
15-10-2010
Zaaknummer
05/900542-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf van 24 maanden cel voor verboden wapenbezit.

15 Oktober 2010, de Arnhemse rechtbank heeft vandaag een 36 jarige man uit Tiel veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan zes voorwaardelijk wegens bezit van wapens en explosieven.

In zijn loods werd in een ondergronds verstopte ton ruim drie kilogram springstof, een tiental slagpijpjes, een handgranaat, een handvuurwapen aangetroffen en in een lade klein kaliber munitie. Daarnaast werd in een tas op zijn kantoor een riotgun aangetroffen. Hoewel de man ontkent dat de aangetroffen spullen in de ton van hem waren, werd op het wapen in de ton zijn DNA aangetroffen waarvoor hij geen aannemelijke verklaring kon geven.

De officier van justitie had 18 maanden gevangenisstraf geëist maar de rechtbank vindt die eis onvoldoende recht doen aan de hoeveelheid wapens waaronder de grote hoeveelheid explosieven en de handgranaat die niet anders dan bedoeld kunnen zijn om daarmee zeer ernstig strafbare feiten te plegen. Daarnaast heeft de man geweigerd verder uitleg te geven van wie de goederen mogelijk wel zouden kunnen zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

PROMIS II

Parketnummer : 05/900542-09

Datum zitting : 1 oktober 2010

Datum uitspraak : 15 oktober 2010

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsman : mr. B.P.J. van Riel, advocaat te Arnhem.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 28 mei 2009 te Tiel -zakelijk weergegeven-:

- een scherfhandgranaat, bestaande uit (onder meer) een handgranaatontsteker en/of handgranaatlichaam, en/of

- elf, in elk geval een of meerdere, slagpijpje(s), en/of

- 3,5 kilogram, in elk geval enige hoeveelheid springstof,

(elk) zijnde (een) voorwerp(en) bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 28 mei 2009 te Tiel een of meer wapens van categorie III, te weten een zogenaamde riotgun (merk Mossberg) en/of munitie van categorie III, te weten een of meerdere patro(o)n(en) van het kaliber 7.65mm of .22, voorhanden heeft gehad;

3.

hij op of omstreeks 28 mei 2009 te Tiel een of meer wapens van categorie II, te weten een AK47 (kaliber 9mm), voorhanden heeft gehad;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 1 oktober 2010 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. B.P.J. van Riel, advocaat te Arnhem.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3:

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 28 mei 2009 wordt in een bedrijfspand, gehuurd door verdachte, te Tiel een doorzoeking verricht waarbij de volgende voorwerpen werden aangetroffen en inbeslaggenomen: een scherfhandgranaat bestaande uit onder meer een handgranaatontsteker en handgranaatlichaam; elf slagpijpjes; 3,5 kilo springstof ; munitie van het kaliber 7.65 mm en .22 ; een riotgun van het merk Mossberg en een AK47 , kaliber 9mm.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht de feiten 1, 2 en 3, het voorhanden hebben van de in die tenlastegelegde feiten genoemde goederen, wettig en overtuigend bewezen. Voor wat betreft de aangetroffen munitie op basis van de bekennende verklaring van verdachte en voor wat betreft de overige aangetroffen goederen op basis van de omstandigheid dat deze zijn aangetroffen op een plaats waar verdachte toegang toe had. Daarnaast zijn op de AK47 DNA-sporen van verdachte aangetroffen terwijl dit wapen met diverse andere inbeslaggenomen goederen in een verborgen ton lag waarvan verdachte aangeeft dat hij dit soort tonnen verkoopt.Volgens de officier van justitie kan het DNA-spoor op de draagband van de AK47 niet ontstaan zijn door overdracht via de zich in de ton bevindende poetsdoeken, nu het een vol profiel betreft dat enkel door direct contact kan zijn ontstaan.

Verweer verdachte

Verdachte realiseert zich goed dat daar waar hem het voorhanden hebben van de aangetroffen goederen verweten wordt hij als huurder/beheerder van de loods verantwoordelijkheid heeft voor wat betreft die goederen. Verdachte erkent het voorhanden hebben van de munitie en geeft aan deze verstopt te hebben voor zijn kinderen. Wetenschap van het voorhanden hebben van een riotgun kan verdachte niet verweten worden. Deze riotgun is in een tas aangetroffen die “iemand” in de loods heeft laten staan. Verdachte heeft deze tas, voor het geval er iemand voor zou komen, in zijn kantoor neergezet. Zou niemand zich voor de tas melden dan zou verdachte de inhoud verkopen.

Op de springstof en slagpinnen is geen DNA van verdachte aangetroffen, wel DNA van anderen. Aangezien meerdere mensen in en uit de loods liepen vergroot dat de kans dat anderen zoiets achterlaten. Zelfs de plaats waar die goederen zijn aangetroffen (in een in de grond verstopte ton) maakt dat het daar door anderen is achtergelaten ook al is die plaats curieus te noemen. Voor wat betreft de aangetroffen AK47 dient onderscheid gemaakt te worden tussen de aangetroffen DNA-sporen. Een DNA-spoor van verdachte is aangetroffen op de draagband. Verdachte heeft daar geen verklaring voor. Het tweede spoor, op het wapen zelf, betreft een mengspoor wat mogelijk van verdachte kan zijn en mogelijk van meerdere personen.

Beoordeling

Verdachte wordt verweten dat hij op 28 mei 2009 te Tiel voorhanden heeft gehad een scherfhandgranaat bestaande uit onder meer een handgranaatontsteker en handgranaatlichaam, elf slagpijpjes, 3,5 kilo springstof, een riotgun van het merk Mossberg, munitie van het kaliber 7.65 mm en .22 en een AK47, kaliber 9mm. Met uitzondering van de munitie, ontkent verdachte wetenschap te hebben gehad van het in zijn loods aanwezig zijn van de overige aangetroffen goederen.

Verdachte verklaart met betrekking tot de riotgun dat hij geen wetenschap heeft gehad dat die riotgun zich in de tas, welke in zijn kantoor werd aangetroffen, bevond. Verdachte verklaart ter zitting dat er in zijn loods meerdere (sport)tassen stonden. Verdachte zegt dat hij juist deze tas op zijn kantoor gezet heeft voor het geval “iemand” die tas mocht komen ophalen. Verdachte verklaart ook in de tas te hebben gekeken om de inhoud te controleren echter, zo stelt verdachte, daarbij heeft hij niet de zich in die tas aangetroffen riotgun gezien. Verdachte beschrijft ter zitting wat zich in de sporttas bevond en de riotgun is verdachte daarbij niet opgevallen. Juist dit onderdeel van verdachtes verklaring, gelet op de omvang van het betreffende wapen, acht de rechtbank ongeloofwaardig.

Voor wat betreft de overige aangetroffen goederen overweegt de rechtbank als volgt. Onder een door verdachte gemaakte kast , in de grond, onder tegels, werd een blauwe plastic ton aangetroffen. De ton zat ogenschijnlijk vol met stukjes textiel. In de ton werd aangetroffen: 3.5 kilo kneedbare springstof verdeeld in 10 witte kokers; een scherfgranaat, ontsteking gedemonteerd, een geweer AK47 en 12 elektrische slagpijpjes. Nadat verdachte vrijwillig DNA-materiaal beschikbaar heeft gesteld is uit onderzoek van het NFI gebleken dat zich op de in voornoemde ton aangetroffen AK47 een mengspoor bevond wat onder meer overeenkomt met het DNA profiel van verdachte. Het op de schouderband van de AK47 aangetroffen DNA-profiel komt overeen met het DNA-profiel van verdachte.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte wetenschap gehad moet hebben van het in zijn bedrijfspand aanwezige aangetroffen inbeslaggenomen materiaal. De ton is op een zodanige wijze verborgen dat het de rechtbank ongeloofwaardig voorkomt dat verdachte daar op geen enkele wijze wetenschap van gehad heeft. Daarbij komt voorts dat op een in die ton aanwezig wapen DNA-materiaal van verdachte is aangetroffen waarvoor hij geen aannemelijke verklaring kan geven. Verdachte weigert om nadere uitleg te geven wanneer hem gevraagd wordt van wie de aangetroffen goederen dan kunnen zijn. Het enige dat verdachte zegt is dat hij geen onschuldigen kan beschuldigen. Of verdachte door zijn houding anderen in bescherming wil nemen blijft onduidelijk, maar dat is voor rekening van verdachte.

Verdachte moet dus wetenschap hebben gehad van de in de sporttas aangetroffen riotgun en de aangetroffen goederen in de in de grond verborgen ton .

Conclusie

De rechtbank acht, gelet op het bovenstaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op 28 mei 2009 te Tiel -zakelijk weergegeven-:

- een scherfhandgranaat, bestaande uit een handgranaatontsteker en handgranaatlichaam, en

- elf, slagpijpjes, en

- 3,5 kilogram, springstof,

elk zijnde een voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad;

2.

hij op 28 mei 2009 te Tiel een wapens van categorie III, te weten een zogenaamde riotgun (merk Mossberg) en munitie van categorie III, te weten patronen van het kaliber 7.65mm en .22, voorhanden heeft gehad;

3.

hij op 28 mei 2009 te Tiel een wapen van categorie II, te weten een AK47 (kaliber 9mm), voorhanden heeft gehad;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

4. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2 voor zover het betreft de munitie:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2 voor zover het betreft het wapen:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

Ten aanzien van feit 3:

Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een wapen van categorie II.

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 28 augustus 2010.

De strafmaat

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie eist dat verdachte ter zake de feiten 1, 2 en 3 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden onvoorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafvordering. Voorts vordert de officier van justitie de onttrekking aan het verkeer van het beslag. Gelet op de combinatie van de aangetroffen goederen, professionele wapens om aanslagen mee te plegen, is de officier van justitie van oordeel dat, ook al is verdachte first-offender, de ernst van de feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van bovenvermelde duur rechtvaardigen.

Het standpunt van verdachte

Verdachte is van oordeel dat een lagere straf dan door de officier van justitie geëist op zijn plaats is nu minder feiten bewezen kunnen worden verklaard. Indien toch alle feiten bewezen kunnen worden dan is verdachte van oordeel dat de eis van de officier van justitie is gebaseerd op angst en het mogelijk plegen van aanslagen. Wat met de aangetroffen voorwerpen kan gebeuren wordt niet gebagatelliseerd, maar indien de eis van de officier van justitie gevolgd wordt moet toch op zijn minst van enige gevaarzetting blijken hetgeen in deze niet aan de orde is; het is slechts in de loods die verdachte huurde aangetroffen.

Voorts heeft de officier van justitie in onvoldoende mate rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is zelfstandig ondernemer en heeft de zorg over zijn partner en twee kinderen. Indien toch een strafrechtelijke reactie moet volgen is verdachte van oordeel dat een voorwaardelijke gevangenisstraf, gecombineerd met een werkstraf, een passende sanctie is.

Beoordeling van de standpunten

Bij verdachte is een niet onaanzienlijke hoeveelheid wapentuig aangetroffen. Wanneer bij iemand een wapen, bijvoorbeeld een AK47 of riotgun, wordt aangetroffen of een hoeveelheid munitie, dan zou nog, welwillenderwijs, verondersteld kunnen worden dat iemand dergelijk wapentuig in zijn bezit heeft uit mogelijk verzameloogpunt.

Dit wordt naar het oordeel van de rechtbank anders nu er naast genoemd wapentuig ook explosieven, slaghoedjes en een handgranaat zijn aangetroffen. De combinatie van het bij verdachte aantreffen van een dergelijke hoeveelheid wapens en explosieven kan naar het oordeel van de rechtbank niet slechts duiden op enige vorm van verzameling.

Hetgeen bij verdachte is aangetroffen, goed verborgen en niet direct voor anderen zichtbaar, kan ook zeer wel bedoeld zijn om daarmee zeer ernstig strafbare feiten te plegen.

Daarbij speelt ook mee dat verdachte op geen enkele wijze inzicht heeft willen geven in het doel van het voorhanden hebben van het aangetroffen wapentuig. Verdachte doet voorkomen alsof het van anderen is zonder daar, ondanks mogelijke wetenschap van hem, enige openheid in te betrachten. Dit houdt in dat verdachte dus, zo oordeelt de rechtbank, mogelijke anderen die op welke wijze dan ook gebruik zouden kunnen gaan maken van de inbeslaggenomen goederen, bewust beschermt.

De rechtbank is daarom van oordeel dat de eis van de officier van justitie onvoldoende recht doet aan de ernst van de feiten. Een gevangenisstraf, hoger dan door de officier van justitie geëist, met een voorwaardelijk deel acht de rechtbank dan ook in deze passend en geboden.

Met betrekking tot de onder verdachte inbeslaggenomen goederen is de rechtbank van oordeel dat, nu het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet, deze onttrokken dienen te worden verklaard aan het verkeer.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36b, 36c, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht alsmede de artikelen 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf 6 (zes) maanden niet tenuitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwer¬pen, te weten:

198 stuks munitie (diverse doosjes 9 mm en .22);

12 stuks munitie (electrische slagpijpjes);

40 stuks munitie (AK patronen);

1 wapen Mossberg reg.nr. J149195, kaliber 12;

1 stuks munitie, reg.nr. LOT 9009, gedemonteerde handgranaat;

1 wapen, kalashnikov AK47 reg.nr. 86 779640;

Aldus gewezen door:

mrs. B.F.M. Klappe (voorzitter), W. Bruins en P.C. Quak, rechters,

in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 oktober 2010, zijnde mr. P.C. Quak buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.